Graf nummer 5

19 oktober 2019 at 14:30

 
Een bezoek aan de Cunerakerk in Rhenen leidt mij naar een grafsteen aan de zuidkant. Zeker niet eentje met de meest prachtige inscriptie en al helemaal niet eentje, die al eeuwenlang voor de kerkgangers en bezoekers uitgebreide gegevens ten toon heeft gespreid. De inmiddels behoorlijk versleten inscriptie luidt kort maar krachtig: ‘I.H.V.D.D.’ en wordt opgesierd met een ‘5’.

 

Het interieur van de Cunerakerk (door Bartholomeus van Bassen, 1638).
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)


 

Graf nummer 5 met de inscriptie I.H.V.D.D.
Bron: © Uit de oude Koektrommel

 
In de registers van de Cunerakerk zijn de eigenaren van graf nummer 5, oorspronkelijk gelegen aan de oostzijde in de kerk, terug te vinden. De eerste vermelding komt uit 1648 ‘Den Samereis Schipper daer Ruttger Buddingh voor betaelen sul’. In 1680 wordt Jan Hendriks van der Does voor het eerst genoemd: ‘Jan Hend’ van der Does actum den 5 Juni 1680’. Al bladerend door de registers komen de volgende vermeldingen nog boven water: ‘Jan Henricxen van der Does door sijn vrou een groefstede waer op uijtgehouwen staet I.H.V.D.D. get.: met No. 5’ (31 augustus 1700), ‘Den Samereus Schipper nu Jan Hend: van der Does’ (rond 1700), ‘De Sammereus Schipper daar Rutger Buddinngh voor betaeld nu de erftgenamen van Jan Hendrikx van der Does daer op staet uijtgehouwen I.H.V.D.D.’ (28 en 29 april 1719), ‘De Sammereus Schipper daar Rutger Budding voor betaald nu Jan Hoolhorst, en d’Wed van Dirk Cornelisse van den Oosterkamp in plaats van d’erfgenamen van Jan Hendrikse van der Does daar op staat uitgehouwen I.H.V.D.D. No. 5 (datum onbekend) en tenslotte ‘Jan Hoolhorst en de kinderen van de wed. van Dirk Cornelissen van den Oostercamp in plaats van Jan Hendrikzen van der Does daar op staat uitgehouwen I.H.V.D.D.’ (17 februari 1787).

 

Aantekening van graf nummer 5 in 1648.
Bron: FamilySearch


 

De eerste vermelding van Jan Hendriks van der Does in 1680.
Bron: FamilySearch


 

‘Aenbrenge van de groefsteden in de kercke van Rhenen, gedaen den lesten augusti 1700 op den stadthuijse’.
Bron: FamilySearch


 

Aantekening uit april 1719.
Bron: FamilySearch


 

De eerste vermelding van Jan Hoolhorst en zijn tante Christina van der Does.
Bron: FamilySearch


 

De laatste vermelding van Christina van der Does bij de wijziging van 17 februari 1787.
Bron: FamilySearch

 
Grafeigenaar Jan Hendriks van der Does en zijn dochter Christina, de weduwe van Dirk Cornelissen van den Oosterkamp waarover gemeld wordt, zijn mijn voorouders. Jan trouwt op 24 september 1671 in de Cunerakerk met Janneken Hermans van Isendoorn. Zij krijgen in ieder geval drie zonen en drie dochters, waarvan Christina de hekkensluiter van het gezin is.

 

Huwelijksinschrijving van Jan Hendriks van der Does en Janneken van Isendoorn; Rhenen, 24 september 1671.
Bron: Utrechts Archief

 
Christina, ook wel Christijntje of Stijntje genoemd, wordt op 6 oktober 1689 gedoopt in de Cunerakerk. In deze kerk legt zij op 24 december 1705 belijdenis van geloof af. Enkele weken later, op 17 januari 1706, trouwt zij daar op zestienjarige leeftijd met de tien jaar oudere Dirk Cornelissen van den Oosterkamp.

 

Doopinschrijving van Christina van der Does.
Bron: Utrechts Archief


 

Christijn Janssen van der Does legt belijdenis van geloof af.
Bron: FamilySearch


 

Huwelijksinschrijving van Dirk Cornelissen van den Oosterkamp en Christina van der Does; Rhenen, 17 januari 1706.
Bron: Utrechts Archief

 
Christina en Dirk hebben tot 17 december 1711 ‘2 hont land genaamd de Del, gelegen buiten de Westpoort’ in pacht van het weeshuis, zo wordt vermeld in de pachtcedullen. Op 10 juni 1720 laten zij in Veenendaal bij notaris Elias Verschuur vastleggen, dat zij elkaar benoemen als voogd over hun na te laten onmondige kinderen. Het stel is dan vier dochters en drie zonen rijk. Uiteindelijk zullen dit in totaal elf kinderen worden; zeven dochters en vier zonen.

 

Notariële akte, waarin Dirk en zijn vrouw Stijntje elkaar benoemen als voogd over hun na te laten onmondige kinderen.
Bron: Utrechts Archief

 
Transcriptie:
‘Op huijden den 10 Junii 1720 compareerde voor mij Elias Verschuijr openbaar Notaris bij den Ed. hove van Utrecht geëedt en bij de Ed. Achtb. Magistraat der stad Rhenen geadmitteerd in Venendaal resideerende en voor de naargenoemde getuigen Dirk Cornelis vanden Oostercamp en Stijntje Vander Does egteluijden woonende binnen Rhenen mij Notaris en getuijgen bekend zijnde beijde gesond van lichaam met ons gaande en staande, en haar verstand en spraake wel hebbende en gebruijkende soo uijtterlijk bleek en niet anders konde verder bemerkt en verklaarde uijt overdenkinge van sekerheijd des doods en van onsekere tijd en uire vandien de langstlevende van hun beijde te stellen en nomineeren tot momboir of momboirse over haarlieder natelatene onmundige kind of kinderen en erfgenamen met magt om een of meer momboir of momboiren aande zijde van de eerstoverlijdende bestaande te mogen assumeeren surrogeeren of substitueeren secludeerende ten dien eijnde de Ed. Achtb. Heeren vande Vroedschap en Weeskamer der stad Rhenen en alle andere oppermomboiren die ‘tselve soude mogen concerneeren, deselve ten dien aansien bedankende bij desen, versoekende daar van acte die dese is aldus gedaan en gepasseerd binnen Rhenen ten huijse van den procureur Dirk van Ommeren ter presentie van denselven van Ommeren mitsgaders Henrik van Ommeren en Jacobus Wijnen getuijgen hier toe versogt.’

Alhoewel er betreffende de familie van den Oosterkamp de nodige documentatie terug te vinden is, blijft het aan de kant van Dirk en Christina bij een enkele vermelding. Zo worden zij beiden op 29 december 1724 als getuigen verhoord in een zaak tegen Hendrick van Ommeren. In het huis van Hendrick van Ommeren in Rhenen zou er onenigheid zijn geweest tussen hem en de dienstmeid Everijn Roelofs, die in hetzelfde huis woonachtig is. Hierbij zou Hendrick haar hebben geslagen.

Na het overlijden van Dirk woont Christina buiten de Westpoort van Rhenen. In stukken van 23 maart 1742 en 1747 staat geschreven ‘… en de andere buyten de Westpoort derselve stad mitsgaders in een stuk lants annex den buijtenmoolen geleegen groot twee mergen of groot en kleyn t selve in de naebescreve bepalinge gelegen is daer oost, zuijd en noordwaarts de gemene weegen en westwaarts (en in 1747 ook noordwaarts) Willem Hoolhorst ende weduwe van Dirk Cornelissen van den Oosterkamp naest gelegen zijn…’. Deze Willem Jacobs van Hoolhorst is getrouwd met Lijsbeth van der Does, de oudste zus van Christina. Het is hun zoon Jan Hoolhorst, die samen met zijn tante Christina de rechten van graf 5 betaalt.

 

De Westpoort vanuit de stad gezien (Rembrandt van Rijn, 1647/1648. Collectie Teylers Museum, Haarlem).
Bron: Erfgoed Magazine (embedded)

 
Christina wordt op 4 juni 1781 op éénennegentigjarige leeftijd in de Cunerakerk begraven. De rechten van graf nummer 5 rusten daarna bij haar kinderen en neef Jan Hoolhorst.

 

Begraafinschrijving van Christina van der Does in het gaarderboek.
Bron: Utrechts Archief


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Bakkersgezel Peter Andreas Glassmeijer

31 juli 2019 at 22:43

 
Peter Andreas wordt geboren op 11 mei 1832 in het Duitse Osterledde en dezelfde dag in de Rooms-Katholieke St. Mauritiuskerk van Ibbenbüren gedoopt. Hij is de zoon van mijnwerker Georg Heinrich Glassmeijer en Anna Maria Elisabeth Heman.

 

Doopinschrijving van Peter Andreas Glassmeijer.
Bron: Matricula Online

 
Met op zak het ‘Wanderboek No. 39’, afgegeven op 8 april 1852 door de Landraad te Tecklenburg, meldt hij zich, conform de gestelde verplichting in de Vreemdelingenwet van 1849, bij de Amsterdamse politie voor het aanvragen van een reis- en verblijfpas. Daar wordt hij op 10 mei 1852 voor de eerste keer ingeschreven in het vreemdelingenregister. Tot 25 februari 1853 wordt zijn pas nog twee keer voor drie maanden verlengd. Hij lijkt hierna terug te keren naar Duitsland, aangezien zijn volgende inschrijving in het vreemdelingenregister dateert van 29 april 1857. Niets is minder waar. In de tussenliggende jaren is hij terug te vinden op diverse aansluitende adressen in het Amsterdamse bevolkingsregister.

 

Inschrijving in het vreemdelingenregister van Amsterdam.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Het ‘Wanderbuch’ was een officieel document, veelal uitgegeven aan (handels)reizigers of aan een gezel, die ter afsluiting van zijn opleiding of leertijd als ambachtsman in de leer ging bij een meester. Naast de noodzakelijke informatie als naam, beroep, plaats van herkomst, geboortedatum en veelal een medische verklaring dat de gezel geen besmettelijke ziekte bij zich droeg, bevatte het Wanderbuch tevens een beschrijving van het signalement. De blanco pagina’s in het boekje waren bestemd voor de lokale autoriteiten om hun stempel van goedkeuring af te geven en voor de werkgevers om aan het einde van de dienstbetrekking de vorderingen van de werknemer in te beschrijven.
Bij vertrek uit de stad werd door de lokale autoriteit een stempel van goedkeuring afgegeven en de datum van vertrek uit de stad en de volgende geplande stad genoteerd in het Wanderbuch. Dit laatste diende ter controle voor de volgende plaats die werd aangedaan, aangezien men vreesde voor dagenlange bedeltochten van de reiziger. Bij juist gebruik van het boekje was precies de afgelegde route van de gezel terug te vinden aan de hand van de vermelde steden waar hij zich (tijdelijk) vestigde.
Het Wanderbuch bleef in het bezit van de gezel en werd nergens gedocumenteerd of gearchiveerd. De bewaard gebleven boekjes zijn dus veelal binnen de familie terug te vinden, alhoewel tegenwoordig een toenemend aantal in Duitse bibliotheken en archieven opduiken.

 

Enkele bladzijden uit het Wanderbuch van Albert Strauß (1816).
Bron: Wikimedia Commons (Licentie: Public Domain)

 
In Amsterdam moest de reis- en verblijfpas elke drie maanden verlengd worden. In het register was aanvankelijk ruimte voor drie verlengingen, waardoor de vreemdeling met één inschrijving dus een jaar in de stad kon blijven. Bij een langer verblijf moest de pas vernieuwd worden en werd de vreemdeling opnieuw ingeschreven in het vreemdelingenregister.

In het vreemdelingenregister wordt voor Peter Andreas als beroep vermeld ‘bierbrouwer, thans ‘bakker’. De reden van zijn verblijf is het uitoefenen van zijn beroep. Peter Andreas heeft een lengte van één meter zeventig, een hoog voorhoofd, een ovaal aangezicht, blauwe ogen, een stompe neus, een matige mond, een gezonde kleur en donkerblond haar en wenkbrauwen en later in zijn leven een donkerblonde baard.

 

Gedeelte uit het vreemdelingenregister.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Doorgaans kreeg een gezel niet betaald voor zijn diensten, maar werkte tegen kost en inwoning. Dat zal voor Peter Andreas ook het geval zijn geweest. Zijn eerste verblijf in Amsterdam is ten huize van de zelf uit Duitsland afkomstige broodbakker Joseph Bernhard Grafwinkel aan de Haarlemmerdijk 323 bij de Korte Singel, waar Peter Andreas tot februari 1853 zal wonen. Vanaf 28 mei 1859 gaat hij in de leer bij broodbakker J. van Eden aan de Weesperstraat en van 14 juni 1860 tot aan zijn huwelijk is zijn werkgever broodbakker Vincent Ledoux aan de Kalverstraat 66.

Op 11 mei 1864 trouwt hij in Amsterdam met de Amsterdamse Johanna Maria Elisabeth Huver en valt daarmee niet langer onder de Vreemdelingenwet. Het stel krijgt vijf kinderen, waarvan het oudste zoontje met vijftien maanden komt te overlijden aan zware koortsen als gevolg van bronchitis. Eind mei 1880 verhuist het gezin van Amsterdam naar Nieuwer-Amstel, waar Peter Andreas zijn werk als broodbakker voortzet, om vervolgens op 1 mei 1896 weer naar Amsterdam terug te keren. Daar overlijdt Peter Andreas in het huis aan de Lindengracht 94 op 7 oktober 1904 aan Nephritis chronica, Emphysema pulmonum.

 

Overlijdensakte van Peter Andreas Glassmeijer.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 

Overlijdensverklaring van Peter Andreas Glassmeijer.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Stadsarchief Amsterdam, forum.genealogy.net, GenWiki en Wikipedia
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Kleermaker Jean Huver uit Sarreinsming

20 juni 2019 at 23:09

 
Jean Huver stapt op 2 mei 1821 te Amsterdam in het huwelijksbootje met de Amsterdamse Joanna Maria Wilik. Volgens de huwelijksakte is Jean afkomstig ‘van Sarrinzsming, Departement den Moesel in Frankrijk’, hetgeen wordt ‘ingeklopt’ als Sarreguemines. In het ‘herkomstonderzoek’ van het Stadsarchief Amsterdam is geen aanwijzing te vinden voor de huidige benaming van de in de akte genoemde plaats.
Toch werpen de toegevoegde extracten van de gemeente Sarreinsming in de huwelijksbijlagen licht op de zaak. Met deze plaats als aanknopingspunt blijkt de Huver-lijn tot halverwege de zeventiende eeuw terug te vinden via de kerkboeken van het Franse ‘Archives Moselle’. Via de vrouwelijke lijnen zelfs nog iets verder.

 

Het doopextract van Jean Huver in de huwelijksbijlagen.
Bron: FamilySearch

 
Jean wordt op 25 juli 1787 geboren in Sarreinsming en een dag later Rooms Katholiek gedoopt. Hij is het oudste kind van Bernardus Huwer en Margaritha Fölker, ook wel Felcken. Zijn ouders trouwen op 13 juni 1786 in de Katholieke St. Cyriacuskerk van Sarreinsming. Vader Bernardus is landbouwer van beroep; een enkele keer wordt ook het beroep kleermaker vermeld. Mogelijk is dit een winterse huisnijverheid om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Hij is de zoon van landbouwer en wever Henricus Huver en Catharine Maurer. Moeder Margaritha is de dochter van kleermaker Henri Fölker en Anna Maria Gutfreund.

Nadat Jeans moeder op drieëndertigjarige leeftijd op 3 juni 1797 in Sarreguemines is overleden, hertrouwt zijn vader als snel, en wel op 1 augustus van datzelfde jaar in Sarreinsming met de uit Zetting afkomstige Anna Maria Rauch. Jeans vader overlijdt op tweeënvijftigjarige leeftijd op 7 april 1807 in Sarreguemines. Het huwelijk van Jeans stiefmoeder op 21 november 1816 in Sarreinsming met Christophe Jung zal hij waarschijnlijk niet hebben bijgewoond. Eerder dat jaar nam hij namelijk het besluit om naar Amsterdam te vertrekken.

 

‘Sedert den jaren 1816 alhier in het land gekomen’.
Bron: FamilySearch

 
Sarreinsming ligt in het grensgebied van Duitsland en Frankrijk in het Franse departement Moselle (Moezel) en wisselde in de loop der tijd nogal eens van eigenaar. Zo werd Jean geboren in Frankrijk, maar bij zijn overlijden wordt als geboorteplaats aangegeven ‘Sarigmin in Duitschland’.
Dit is eveneens terug te zien aan de namen. Over het algemeen worden de namen geschreven in de Duitse variant, afgewisseld en later gevolgd door de Franse variant.

Door de ligging op het plateau Lorrain Nord op de helling van een heuvel tussen het Grosswald en de oevers van de Saar was Sarreinsming eeuwenlang een dorp van boeren en wijnmakers. De wijnstokken bevonden zich langs het water ten oosten van het dorp. De boeren, die veelal vlas en hennep verbouwden, hadden geen vaste werknemers in dienst; het hele gezin hielp mee in het bedrijf.
Het oorspronkelijke dorp bestond uit enkele huizen rond de kerk en een paar straten naar beneden richting de Saar. Op het eilandje in de Saar lag het kasteel van Sarreinsming met een watermolen. Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) werd het kasteel, de molen en het gehele dorp vernietigd.

 

Het vlas; prent uit 1874, De Ruyter & Meijer Amsterdam.
Bron: Rijksmuseum (Licentie: Publiek Domein)

 
In 1720 leek het de luitenant-generaal van het baljuwschap van de naburige hoofdplaats Sarreguemines een goed idee om de molen te laten herbouwen. Hij stelde het de inwoners van Sarreinsming verplicht om mee te werken in de steengroeven en bij het transporteren van stenen. Zijn plan viel niet in goede aarde bij de inwoners. Zij weigerden pertinent, met als gevolg dat een rechtszaak werd aangespannen bij de rechtbank van Sarreguemines. De inwoners van Sarreinsming werden in het ongelijk gesteld, waarop zij bij de rechtbank van Nancy in hoger beroep gingen. Ook in hoger beroep werden de inwoners verplicht gesteld om mee te werken aan de herbouw van de molen. Zo gebeurde het, dat uiteindelijk in 1727 de eerste steen werd gelegd.
Eén van de oudst bekende molenaars was André Meijer, die getrouwd was met Appollonia Huver. André was molenaar in de Saarmolen van 1766 tot 1770. Appollonia is de dochter van Joannes Henricus Huwer, broer van Jeans overgrootvader en Appollonias peetvader Hanss Peter Huber, en Magdalena Bast.

 

De molen van Sarreinsming.
Bron: Wikipedia (Auteur: Voschix; Licentie CC BY-SA 3.0; bewerkt) en De Grote Bosatlas 48e druk 1976)

 
Zoals vermeld vertrekt Jean in 1816 naar Amsterdam. Bekend is dat hij vlak vóór zijn huwelijk op de Groenburgwal 17 woont, waar ook de groenververijen zijn gevestigd. Hij is kleermaker van beroep. Joanna Maria woont dan op de Nes 18. De jonggehuwden blijven op de Nes wonen. Zoon Jean Bernard Valentin wordt op 30 september 1823 op nummer 119 geboren. Tien jaar later volgt op 21 september een dochter Johanna Maria Elisabeth. Het gezin is dan woonachtig op de Nes 107. Het ligt in de lijn der verwachting, dat er in de tussenliggende tien jaar nog enkele kinderen geboren worden. Deze zijn echter niet te traceren in Nederland. Zoon Jean Bernard Valentin is in 1842 in ieder geval kostwinner voor zijn moeder, die dan inmiddels weduwe is, en wordt om die reden voor één jaar vrijgesteld van dienst voor de Nationale Militie. Zij wonen op dat moment op de Nes 8 hoek Barberstraat boven de bakker.

Jean wordt niet oud. Hij overlijdt op 26 maart 1834 in zijn huis op de Nes 107 in Amsterdam, zevenenveertig jaar oud. Zijn vrouw Joanna Maria overlijdt op drieënzeventigjarige leeftijd op 20 januari 1870 in de Karthuizerstraat 232 aan ‘Vitium cordis, Oedema pulmonum et cerebri’.

 

Overlijdensakte van Jean Huver.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 

Overlijdensoorzaak van Joanna Maria Wilik.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst:© Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Archives Moselle, Stadsarchief Amsterdam, FamilySearch en Sarreinsming
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Wijnverlater Samuel Knowles

6 mei 2019 at 12:28

 
Samuel Knowles, gedoopt op 28 april 1641 in de Groninger A-Kerk, brengt zijn jeugd door in de Boteringestraat. Zijn ouders zijn de Engelse handschoenmaker Richard Knowles en de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin.

 

Doop Samuel Knowles

Doopinschrijving van Samuel Knowles.
Bron: AlleGroningers


 
A-Kerk Groningen

De A-Kerk in Groningen; 1649, Atlas van Loon.
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)

 
Evenals de andere kinderen uit het gezin, besluit ook Samuel niet te kiezen voor een leven in de stad Groningen. Hij vertrekt naar Amsterdam. Daar gaat hij op 22 februari 1664 in ondertrouw met de Amsterdamse Elisabeth Goethand. Het schepenhuwelijk volgt op 18 maart 1664.
Samuel is op dat moment wijnverlater van beroep en woont aan de Nes. Elisabeth, Lijsbeth genoemd, is woonachtig op de Vijgendam. Zij is de dochter van de Engelse Carel Goethand, ook bekend als Charles Goodhand, een vooraanstaand lid van de ‘Engelse Kerk’.

 

Huwelijksinschrijving Samuel Knowles en Elisabeth Goethand

Huwelijksinschrijving van Samuel Knowles en Elisabeth Goethand; Amsterdam, 22 februari 1664.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Schepenhuwelijk Samuel Knowles en Elisabeth Goethand

Inschrijving schepenhuwelijk van Samuel Knowles en Elisabeth Goethand.
Bron: FamilySearch


 
Nes Amsterdam

Gezicht op de Grote en Kleine Vleeshal aan de Nes te Amsterdam. Links de Grote Vleeshal, gevestigd in de kapel van het voormalige Sint-Pietersgasthuis. Rechts de Kleine Vleeshal, gevestigd in de kapel van het voormalige Sint-Margarethaklooster. In het midden de Boeren- of Riviervismarkt; Jacob van Meurs (mogelijk)1663-1664.
Bron: Rijksmuseum (Licentie: Publiek Domein)

 
Op 10 mei 1664 legt Samuel als ‘wijncoper’ zijn poorter eed af. Nou laat het beroep wijnkoper weinig aan de verbeelding over. De invulling van het beroep wijnverlater daarentegen moest toch wel worden opgezocht.

 

Poorterschap Samuel Knowles

Samuel Knowles legt in Amsterdam op 10 mei 1664 zijn poorter eed af.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
De gezworen wijnverlater, wijnroeier of wijnpeiler stelde met behulp van een peilstok of wijnroede en wiskundige berekeningen de hoeveelheid vloeistof in een vat vast om te bepalen hoeveel belasting er betaald diende te worden. Belastbare vloeistoffen waren onder andere olie, wijn, traan, bier, wijn, cognac en overige gedistilleerde ‘wateren’, azijn en zeep. Het bepalen van de hoeveelheid vloeistof werd ‘roeien’ genoemd; vandaar het beroep ‘wijnroeier’. De wijnverlater had tevens het recht om wijnen te ‘versnijden’, wat inhield dat hij verschillende wijnen mocht mengen.
De wijnroeiers handelden in dienst van de Gildebroeders van het Kuipers en Wijnverlaters Gilde van de stad. Particulieren en handelaren konden tegen betaling een beroep op hun doen. Dit werd geregeld via het comptoir. Er werd betaald per grootte van een geijkt vat. Zodra een vat voldeed aan de door de stad voorgeschreven maat, werd het van een merkteken voorzien, waarbij elk merkteken stond voor een bepaalde inhoudsmaat. Op deze manier ontstond in steden of wijnstapelplaatsen een eigen systeem van wijnroeierstekens.
Ondanks het verschil in technieken waren de wiskunde berekeningen, die werden gebruikt voor het meten van lange afstanden, hoogten en onregelmatige percelen, hetzelfde als die voor het meten van de grootte van vaten en de hoeveelheid vloeistof. De beroepen van landmeter en wijnroeier gingen dan ook vaak samen.

 

Schoolboeck van de Wynroyeryen

Uit het ‘Oprecht, grondich en rechtsinnigh Schoolboeck van de Wynroyeryen’ van 1663.
Bron: archive.org


 
Wijnroeiersteken

Wijnroeiersteken.
Bron: Erfgoed Breda

 
Buiten de vermelding van wijnverlater in de huwelijksinschrijving, is over Samuel verder geen documentatie te vinden met betrekking tot dit beroep. Mogelijk is het beroep van wijnkoper voor hem een uitbreiding geweest van het beroep wijnverlater. Zijn naam komt wel voor in de lijst met namen van wijnkopers, die terug te vinden is in de documentatie van het Amsterdamse Wijnkopersgilde.

 

‘Vier overlieden van het wijnkopersgilde te Amsterdam.’ (1673).
Bron: Geheugen van Nederland (embedded)


 
Lijst van wijnverkopers

Vermelding in de lijst met namen van wijnkopers.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Op 15 december 1664 wordt een zoontje Naetaniel gedoopt in de Amsterdamse Oudezijds Kapel. Doopgetuige is Samuels zwager Pietter Arijaensz van Antwaerpen, die getrouwd is met de eveneens naar Amsterdam vertrokken zus Catheleijntie Knowles. Waarschijnlijk wonen Samuel en Lijsbeth dan al op de Oudezijds Achterburgwal.
Samuel heeft zijn zoontje niet mogen zien opgroeien; hij overlijdt al jong op 25-jarige leeftijd en wordt op 6 november 1666 begraven in de Zuiderkerk. Weduwe Lijsbeth gaat exact twee jaar later in Amsterdam in ondertrouw met de uit Vianen afkomstige wijnverlater Albertus van Cuijlenburg. Zij wordt op 22 maart 1684 begraven in de Oude Kerk.

 

Begraafinschrijving Samuel Knowles

Begraafinschrijving van Samuel Knowles in het gaarderboek van de Zuiderkerk.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: AlleGroningers, Stadsarchief Amsterdam, Archive, Verhalenwiki, Erfgoed Breda, Lens on Leeuwenhoek en DBNL
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Niet weggooien maar inleveren!

30 maart 2019 at 18:30

 
Vaker dan mij lief is krijg ik als webbeheerder het één en ander aan documenten te koop aangeboden die, naar men zegt, ‘anders in de paperversnipperaar zullen verdwijnen’. Ik zie het niet echt als mijn missie om op dergelijke dubieuze praktijken in te gaan; wel als mijn plicht om deze personen te verwijzen naar een museum, instelling of plaatselijke (historische) vereniging. De papierversnipperaar is beslist geen goede optie!

Overweegt u afstand te gaan doen van voorwerpen of documenten uit uw familie, neem dan eens contact op met een organisatie bij u in de buurt, of bezoek eens één van de inzameldagen. In overleg is er veel mogelijk.

Voor spullen uit de Tweede Wereldoorlog wordt er tweejaarlijks op 3 mei en 14 augustus de landelijke actie ‘Niet Weggooien’ georganiseerd. Dit jaar bent u weer van harte welkom met uw materiaal. Meer informatie en een overzicht van de deelnemende organisaties kunt u vinden op de website Actie Niet Weggooien.

 

Vuilnisbak

Niet weggooien maar inleveren!
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Verborgen Verleden van Nederland

20 maart 2019 at 10:45

 
In de nieuwe 8-delige serie ‘Verborgen Verleden van Nederland’ (van de makers van ‘Verborgen Verleden’; elke vrijdag van 11 oktober t/m 29 november 2019 om 21.10 uur op NPO 2) gaat presentator Waldemar Torenstra op zoek naar de (verborgen) geschiedenis en de verhalen, die schuilgaan achter verschillende bijzondere plekken in Nederland, van heden tot verleden.

Voor het nieuwe programma is men nog op zoek naar vragen en verhalen over de volgende plekken:
 

  • De Portugese Synagoge in Amsterdam
  • Het Vrijthof in Maastricht
  • Giethoorn
  • De Oude Haven in Rotterdam
  • Hotel Des Indes in Den Haag
  • Paleis Soestdijk
  • De Martinitoren in Groningen

 
Gaat er in uw familie al jaren een verhaal rond dat raakt aan één van deze plekken, bent u benieuwd naar wat een voorouder precies op die plek gedaan heeft, heeft u nog voorwerpen of brieven op zolder liggen waarin het gaat over één van deze plekken of bent u gewoon nieuwsgierig naar het antwoord op een vraag over één van deze plekken, neem dan contact op met de redactie van het programma via VVNL@blazhoffski.nl of via telefoonnummer 020 301 8478.

Op de facebookpagina van het programma kunt u terecht voor meer nieuws en plekken waar nog onderzoek naar gedaan gaat worden.
 
Tekst (aangepast): Verborgen Verleden van Nederland
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Jan Vermeer en Teunisje Hulstein

16 maart 2019 at 16:41

 
Mijn overgrootvader Jan Vermeer werd op 14 november 1880 in Bennekom geboren als zoon van Casper Vermeer en zijn tweede vrouw Helena van Deelen. Vader Casper was eerder weduwnaar van Grietje Riggelink. Zijn jeugd bracht mijn overgrootvader door aan de Dorpsstraat 179a; dit huis zou later de nummering 44-46 krijgen.
Jan was niet groot. Met zijn lengte van 1 meter en 52 centimeter werd hij daarom ook door de Militieraad vrijgesteld van de dienst uit hoofde van ‘te zijn onder de maat’. Misschien hadden zij daar wel een punt!

 

Geboorteakte Jan Vermeer

Geboorteakte van Jan Vermeer.
Bron: Archieval


 
Extract Nationale Militie Jan Vermeer

Extract van de Nationale Militie. Jan Vermeer was met zijn 1.52 meter ‘onder de maat’.
Bron: FamilySearch


 
Militieregister Jan Vermeer

Gedeelte uit het militieregister.
Bron: Archieval

 
Op 2 december 1905 trouwde Jan, arbeider en opperman van beroep, in Ede met mijn overgrootmoeder Teunisje Hulstein. Teunisje, Teun genoemd, werd op 11 september 1885 in Bennekom geboren. Zij was de dochter van Rut Hulstein en Louise Jansen. Teunisje groeide op aan de Laarweg 62, na omnummering in 1962 nummer 10 geworden.
Op zeventienjarige leeftijd verruilde zij op 26 juni 1903 voor ruim een jaar Bennekom voor Den Haag. Waarschijnlijk zal zij daar als dienstbode aan de slag zijn gegaan. In Den Haag was de behoefte groot aan dienstboden, die doorgaans per jaar werden ‘besteed’.

 

Geboorteakte Teunisje Hulstein

Geboorteakte van Teunisje Hulstein.
Bron: Archieval


 
Huwelijksakte Jan Vermeer en Teunisje Hulstein

Huwelijksakte van Jan Vermeer en Teunisje Hulstein.
Bron: Archieval

 
Als pasgetrouwd stel namen mijn overgrootouders hun intrek in een woning op de Laarweg 69, in 1921 gevolgd door Groep de Laar 12. Waar Groep de Laar precies heeft gelegen is onduidelijk. Vanaf 1921 zijn in het arme noordoostelijke gebied van Bennekom met verspreide bebouwing de straatnamen ‘Laarweg’ en (het inmiddels verdwenen) ‘Laarpad’ ingevoerd. Onderscheid wordt er tevens gemaakt tussen ‘Laarweg’ en ‘De Laar’. Huisnummer 12 voor ‘De Laar’ ontbreekt in de ‘Straatreconstructie van J.G. Hartgers’. Het is dan ook aannemelijk dat ‘Groep de Laar’ een deel was van ‘De Laar’ en mogelijk het vroegere ‘Laarpad’.

 

Gereconstrueerde persoonskaart van Jan Vermeer

Gereconstrueerde persoonskaart van Jan Vermeer.
Bron: Archieval


 
Gereconstrueerde persoonskaart van Teunisje Hulstein

Gereconstrueerde persoonskaart van Teunisje Hulstein.
Bron: Archieval

 
In 1930 woonden mijn overgrootouders inmiddels op de Laarweg 14. Na omnummering in 1941 werd dit nummer 20. Voordat het huis in 1967 werd gesloopt, heeft mijn vader nog een foto gemaakt. Deze foto had in mijn ouderlijk huis een mooi plekje op de muur boven de voorzetkachel in de voorkamer.
De deel werd ‘studio’ genoemd. Hier repeteerde toneelvereniging KDS (Kunst Door Studie), opgericht in 1931, waar in de loop der jaren heel wat familieleden lid van zijn geweest, waaronder mijn ouders, die tevens grimeurs waren voor de toneelvereniging, en mijn grootouders. Zelf stond ik destijds in de kinderwagen achter de coulissen. Later werd er om toerbeurten bij de leden thuis gerepeteerd. Als kind mocht ik er soms bij aanwezig zijn als ‘wij’ aan de beurt waren. Wat een feest! Nog altijd bewaar ik een oud politie-uniform en een ‘deftig bontje’, die ooit gebruikt zijn voor een toneelvoorstelling.

 

Laarweg

Het huis aan de Laarweg 14, door omnummering nummer 20 geworden. Toneelvereniging KDS repeteerde in de deel, de ‘studio’ genoemd.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Toneelvereniging KDS

Toneelvereniging KDS (Kunst Door Studie).
Staande v.l.n.r.: Marie Meijer, Jo van Beek-van Ingen, Antje Vermeer-de Wit (echtgenote van Rut Hulstein, zittend de tweede man van links), Leen Borst, mijn oma Teun Jansen-Vermeer, Teus Zaaier, Mien Veldhuisen-Meijer en mijn oudoom Chris Jansen.
Zittend v.l.n.r.: dhr. Meijer (tevens souffleur), mijn oudoom Rut Vermeer, Bart Hoefakker, Wim Wolve en mijn opa Jan Jansen.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Toneeluitvoering KDS

Toneeluitvoering van Toneelvereniging KDS.
Bron: © Uit de oude Koektrommel

 
Mijn overgrootouders kregen negen kinderen: zes dochters en drie zonen. Mijn oudtantes Helena (Lena),  Louise (Wies; mijn peettante), Catharina (Trien) en Dientje (Dien) heb ik allemaal mogen kennen. Dochter Rika werd slechts zes jaar oud en de hekkensluiter van het gezin was mijn oma Teunisje (Teun).
De zonen heetten Rut. De ‘eerste’ Rut was de tweelingbroer van Dientje. Zij waren te vroeg geboren en mij is altijd verteld, dat de twee kinderen in kistjes bij de kachel stonden als een soort couveuse. Ondanks het feit dat Dientje veel kleiner zou zijn geweest dan Rut, heeft zij het wel gehaald en is Rut na tien dagen alsnog overleden. De ‘volgende’ Rut werd slechts zestien maanden oud; een half jaar na zijn overlijden is mijn oudoom Rut nog geboren.

 

Het gezin Vermeer-Hulstein

Jan Vermeer en Teunisje Hulstein met hun kinderen (v.l.n.r.) Dien, Trien, Teun, Rut, Lena en Wies.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
IJscowagen Laarweg

Teunisje Hulstein en Jan Vermeer met hun kinderen Teunisje en Rut bij de ijscowagen van Holewijn op de Laarweg.
Bron: © Uit de oude Koektrommel

 
Helaas heb ik deze overgrootouders van mijn oma’s kant nooit mogen kennen. Mijn overgrootvader is op vijfenzeventigjarige leeftijd in Bennekom overleden op 24 juni 1956. Mijn overgrootmoeder volgde hem bijna zeven jaar later op 20 april 1963 op zevenenzeventigjarige leeftijd.

 

Overlijdensakte Jan Vermeer

Overlijdensakte van Jan Vermeer.
Bron: Archieval


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Uit de oude Koektrommel over de landsgrens tijdens een prachtig Gentbrugs initiatief!

2 maart 2019 at 14:34

 
Eind vorig jaar ontving ik van Etienne Huyghe een verzoek om de website Uit de oude Koektrommel te mogen vermelden en uit te leggen tijdens de Februari-sessie Genealogie voor amateur-genealogen in de leeftijd tussen zestig en negentig jaar.
Al voor het vijfde jaar wordt er maandelijks in Lokaal Diensten Centrum Speltincx te Gentbrugge een sessie Genealogie georganiseerd, waarbij onder andere aan de hand van een Power Point presentatie allerhande genealogie-gerelateerde onderwerpen worden belicht. Ldc Speltincx is één van de tien lokale dienstencentra van het OCMW (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn) Gent, die als doel hebben de buurtbewoners, vooral de senioren, zo lang mogelijk op een kwaliteitsvolle manier thuis te laten wonen.

Tijdens de sessie van 7 februari jongstleden werd uitvoerig aandacht besteed aan de website, waarbij getracht werd ‘de veelzijdigheid en praktische kant van de site te belichten’, aldus Etienne Huyghe. Hij vervolgt, ik citeer: ‘…zou ik alle mensen die belangstellen in genealogie willen aanraden deze site ‘tenminste’ te overlopen……, het is niet enkel een welkome afwisseling, maar vooral een bijdrage in je ontwikkeling als amateur-genealoog en op termijn zal blijken dat het een niet te verwaarlozen factor is in tijd.’ En met betrekking tot de pagina België: ‘Mijns inziens overzichtelijk, nuttig en praktisch met vooral de ontelbare links naar sites, waarop iets kan gevonden worden.
Deze waarderende woorden zijn voor mij als webbeheerder een mooie opsteker en extra stimulans om de weg te vervolgen, die ik met mijn website ben ingeslagen.

Etienne Huyghe is met zijn ‘vergevorderde leeftijd’ als vrijwilliger betrokken bij de begeleiding van de genealogie-sessies en sinds zeven jaar als wandelgids voor OCMW Gent. Via zelfstudie heeft hij zich het werken met de PC en het stamboomonderzoek eigen gemaakt. Waarvoor mijn respect! Met veel hulp en steun heeft hij zijn steentje weten bij te dragen om samen met zijn medestanders van het eerste uur het genealogie-initiatief te doen slagen.
Als groot bewonderaar van de Nederlandse prestaties en inspanningen betreffende genealogie stelt hij zich ten doel de achterstand ten opzichte van de Belgische buurlanden in te halen. Hij realiseert zich, dat hem dat gezien zijn leeftijd niet zal lukken. Zijn hoop is daarom gevestigd op de jongere generatie(s). Daarnaast is hij van mening, dat senioren, die maar blijven denken dat ze te oud zijn om ‘over te schakelen’, het niet bij het rechte eind hebben en heeft hij de stille wens, dat zij toch de daad bij het woord zullen voegen.

Zijn verhaal raakt mij en zet mij tegelijkertijd aan tot nadenken. Mijn visie met betrekking tot genealogie verschilt in wezen niet zoveel. Zelf ben ik een groot voorstander van het, bij voorkeur gratis, openbaar toegankelijk maken van digitale bronnen ten behoeve van genealogisch onderzoek. Op die manier komt genealogie ook binnen handbereik te liggen van geïnteresseerden met een financiële of mobiele beperking. Hoe belangrijk kan het zijn te weten waar jouw wortels liggen. Immers, geen heden zonder verleden. Je bent wie jouw voorouders waren.

In Nederland mogen we ons best ‘verwend’ noemen met dergelijke, in snel toenemende mate, openbare bronnen, die mede door de inzet van vele vrijwilligers beschikbaar zijn of worden gemaakt. Bovendien wordt er via diverse archiefinstellingen en historische verenigingen het nodige georganiseerd met betrekking tot geschiedkundige en genealogische onderwerpen. Echter, er lijkt, zeker op plaatselijk niveau, weinig belangstelling te bestaan om tegen geringe kosten genealogie bereikbaar te maken voor het geïnteresseerde publiek, dat haast lijkt te verdwalen in de hedendaagse digitale wereld en zeker een steuntje in de rug kan gebruiken. Mijns inziens mogen wij een voorbeeld nemen aan het prachtige Gentbrugse initiatief!
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Met speciale dank aan Etienne Huyghe.
Webblog sessies genealogie: Speltincx Genealogie
OCMW Gent Speltincx: informatie
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Watersnoodramp 1953

31 januari 2019 at 14:02

 
Oude ‘troep’

Mijn oma had een voorliefde voor het bewaren van dingen, die soms om onverklaarbare redenen de prullenbak nooit hebben bereikt. Als kind vroeg ik haar weleens wat ze toch met die oude spullen, destijds ‘troep’ in mijn ogen, moest. Steevast antwoordde zij: ‘Da’s mooi voor later’. ‘Hmm, ‘later’ zijn die dingen nog ouder; dan kan je het beter nu gelijk wegdoen’, was mijn kindergedachte.

De oude spullen zijn uiteindelijk naar mijn moeder gegaan en een groot deel daarvan is bij mij terecht gekomen. Zo bevonden zich tussen haar ‘erfenis’ twee uitgaven van De Spiegel, Christelijk Nationaal Weekblad; No. 20 van 14 februari 1953 en No. 22 van 28 februari 1953 betreffende de watersnoodramp. Aangezien mijn grootouders niet geabonneerd waren op dit Christelijk Nationaal Weekblad en zij destijds ‘hoog en droog’ hebben gezeten, moet de watersnoodramp en alle gevolgen daarvan wel zodanig indrukwekkend voor mijn oma zijn geweest, dat zij deze uitgaven heeft aangeschaft en het belangrijk genoeg vond om ze door te geven aan het nageslacht.

 

Spiegel no. 20

Spiegel No. 20 van 14 februari 1953; voorzijde en bladzijde 16.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Spiegel no. 21

Spiegel No. 21 van 28 februari 1953; voorzijde en bladzijde 3.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
 
Watersnoodramp

Ten zuiden van IJsland ontwikkelde zich op 29 januari 1953 een noordwesterstorm. Via Schotland koerste de storm verder zuidwaarts en draaide op de noordelijke Noordzee naar noordnoordwest. Op zaterdag 31 januari 1953 stevende het stormveld recht op onze westkust af, waarbij de storm in de avond toenam tot een windkracht 10. Toch heerste er de gedachte onder de bevolking, dat het allemaal wel mee zou vallen.

Het tegendeel bleek echter waar. Om twee uur ’s nachts kwam het water al over de dijken en vloedplanken. De zware storm zorgde samen met springtij voor een gevaarlijke en zeldzame hoge stormvloed. Het ging mis toen rond drie uur ’s nachts de dijken bij Kruiningen, Kortgene en Oude Tonge bezweken onder het uitzonderlijke hoge en beukende water.
Het verwoestende water was niet meer te stoppen. Tussen vier en zes uur ’s nachts braken overal in Zeeland, West-Brabant en op de Zuid-Hollandse eilanden dijken door, waardoor het water zodanig snel de polders in stroomde, dat in enkele dorpen het water binnen een half uur tot wel drie meter hoog stond. Huizen stortten in of werden meegesleurd door de stroming en complete gehuchten werden vernietigd.

De volgende dag zakte het water in eerste instantie iets tijdens de eb. Bewoners zochten een hoger heenkomen in afwachting van hulp. In de middag kondigde zich echter een tweede nog hogere vloedgolf aan, waardoor het water hoger kwam te staan dan de nacht ervoor. Veel huizen, die de eerste stormvloed hadden doorstaan, bezweken alsnog. De storm ging pas op 3 februari liggen. Zondag 8 februari werd een dag van nationale rouw; er waren inmiddels 1795 doden te betreuren. De Ramp, aanvankelijk ook wel aangeduid als Sint-Ignatiusvloed of Beatrixvloed, zou uiteindelijk officieel 1836 slachtoffers eisen.

 

Watersnoodramp van 1953

Watersnoodramp 1953
Bron: Rijkswaterstaat/Rens Jacobs


 

 

 

Bijzondere vondst

Het zal een jaartje of dertig geleden zijn, dat ik op een rommelmarkt voor een habbekrats een lijst met een ronduit wanstaltig portret gekocht heb. In tegenstelling tot de replica was de lijst prachtig. Bij het omwisselen van de afbeelding kwam er na enkele dunne kartonnetjes een stevig karton tevoorschijn. Op de achterkant was dit karton beplakt met een advertentiepagina uit de Zeeuwse Courant; op de voorkant pronkte een meest intrigerende foto van Vlissingen. Door het origineel onder een loep te bekijken wordt je haast meegezogen in de ruimte achter de deur, waarin zich een persoon bevindt…

 

Watersnoodramp Vlissingen

Mijn bijzondere vondst. In Vlissingen werd de hoogste waterstand gemeten: 4.55 m+ NAP.
Bron: © Uit de oude Koektrommel

 
Het moet gezegd: mijn oma had volkomen gelijk! Geen kostbare erfenis, maar daardoor zeker niet minder waardevol. Terwijl ik als kind vol afgrijzen de voorkant met het kadaver van een koe bekeek, lees ik nu als volwassene aandachtig de berichtgeving in de weekbladen, gecompleteerd met indringende foto’s. Een tijdsbeeld van de grootste natuurramp in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis, die voor heel wat families rampzalige gevolgen met zich meebracht. Mooi dat deze ‘oude troep’ bewaard is gebleven. De exemplaren van de Spiegel en de foto zijn door mij zorgvuldig opgeborgen in een (schat)kist tussen allerhande oude dingen, die bewust de prullenbak nooit hebben bereikt. Da’s mooi voor later…
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Een plaats voor herinneringen aan slachtoffers van de watersnood 1953 vindt u op de website De Ramp (zie ook: meer info).
Bronnen: Wikipedia, Watersnoodmuseum, KNMI (watersnoodramp) en KNMI (stormvloed)
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Predikant Nathanaël Knowles

14 januari 2019 at 13:58

 
Nathanaël Knowles wordt op 26 april 1643 gedoopt in de Groninger Martinikerk. Zijn ouders, de Engelse handschoenmaker Richard Knowles en de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin, wonen op dat moment in de Boteringestraat. Nathanaël is de vijfde en jongste zoon uit het gezin. Evenals zijn oudere broer Christophorus zal hij uiteindelijk kiezen voor het beroep van predikant.

 

Botteringe Straet

De ‘Botteringe Straet’ tussen de ‘Brede Merckt’ (de huidige Grote Markt) en de ‘O. Botteringe Poort’; 1649, Atlas van Loon.
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)


 
Doop Nathanael Knowles

Doopinschrijving van Nathanaël Knowles.
Bron: AlleGroningers

 
Op 13 augustus 1661 laat Nathanaël zich inschrijven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen onder de naam N. Knouwels. Tien jaar later duikt hij op als kandidaat theologie in het kerkregister van Appingedam. Alhoewel er geen voornaam of –letter wordt vermeld, moet het hier wel om Nathanaël gaan; zijn broer is dan al enkele jaren predikant in Farmsum.
 
Kerkelijke zaken Appingedam deel I:

Anno 1671 den 29 Decemb is de vergaderinge der ouderlingen ende diaconen met het gebedt aengevangen ende geeindigt

Is door expiratie van drie vierdeel jaers van wijlen Dom. Sibrandus Zal., bij provisie geresolveert, dat
eenige Predicanten ende Candidaten eerstmaell om te predicken opgestelt ende gehoort sullen worden, om daer na eenige uit deselve op de nominatie te brengen. En is ten eersten remarq genomen op volgende personen als

D. Picardus pastor tot Nieuw-kerck
D. Wiardi pastor tot Eenum
D. Havercampius, pastor op Delfzijll
D. Heijdanus, pastor tot Noorthorn
D. Cand. Swaan
D. Cand Alberthoma
D. Cand Knowles
 
In november van 1672 wordt Nathanaël beroepen als predikant en opvolger van dominee Johannes Janssonius in Anloo, waartoe ook de plaatsjes Annen, Annerveen, Eext, Eexterveen, Anderen, Gasteren en Schipborg behoren. Zijn thuisbasis wordt de Sint-Magnuskerk, de oude bisschopskerk in het midden van het dorpsgebied, die sinds 1598 eigendom is van de Nederduits-Gereformeerde Kerk, de latere Hervormde Kerk. Hij zal de eerste predikant in Anloo worden, die aanvangt met het registreren van dopen en overlijden in het kerkboek. De huwelijksinschrijvingen zullen vanaf 1715 worden genoteerd door dominee Ulricus de Vries.
 
Nathanaël schrijft hierover in het kerkboek:

Alsoo mij geen overleveringhe van het kerckelijck protocol is gedaen en ick nu eerst in den jare 1676 daer toe een boeck heb bekome, heb ick in de eerste jaren van mijn dienst niet konnen registreren de namen der gedoopte kinderen. Dienvolgens sou het konnen geschiet sijn datter int’ begin wel d’een ofte ander mochte uitgelaten ofte misplaest wesen, ’t welck ick nodich achte bekent te maken of men sich in dese of gene gelegenheidt van dit protocol moeste dienen.

 

Kerkregister Anloo

Voorwoord door Nathanaël in het kerkboek van Anloo.
Bron: Drents Archief


 
Sint-Magnuskerk te Anloo

Sint-Magnuskerk te Anloo met de namenlijst van de predikanten.
Foto kerk: Rijksmonumenten (bewerkt; Licentie: CC BY-SA 3.0 NL)

 
Nathanaël laat op 12 april 1673 in Groningen zijn voorgenomen huwelijk met predikantsdochter Maria Sibelius inschrijven. Dit huwelijk wordt op 30 april van dat jaar ingezegend door dominee Otto Zaunslifer in de Groninger Martinikerk. Maria is de dochter van Adolphus Sibelius, die tijdens zijn leven als predikant werkzaam is in Warfhuizen en Warffum, en Maria Ringels.
Het jaar daarop wordt op 4 april zoon Richardus geboren en een dag later gedoopt. Meer kinderen zullen er niet volgen. Richardus wordt ook niet oud; hij overlijdt in de nacht van 29 juni 1693 op negentienjarige leeftijd.

 

Huwelijksinschrijving Nathanael Knowles en Maria Sibelius

Huwelijksinschrijving van Nathanaël Knowles en Maria Sibelius.
Bron: AlleGroningers


 
Doop Richardus Knowles

Doopinschrijving van zoon Richardus.
Bron: AlleDrenten


 
Overlijden Richardus Knowles

Als predikant moest Nathanaël zelf het overlijden van zijn enig kind inschrijven.
Bron: AlleDrenten

 
In 1683 vertaalt Nathanaël uit het Engels: Richard Baxter; De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken, In XXXII bestieringen, dat hij opdraagt aan Conraedt Ellents, onvanger-generaal van Drenthe en de heerlijkheid Coevorden en diens vrouw Anna Geertruidt Sichman. In 1685 gevolgd door de vertaling uit het Engels: Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen. Het gedachtegoed uit de boeken van Richard Baxter, één van de meest invloedrijke leiders van de non-conformisten, Engelse puritein, predikant, dichter, hymnoloog en polemist, wordt uit naam van de Classis van Rolde onderschreven en ‘seer dienstig ende stigtig bevonden voor Godts Kerke omme door den druk in onse Nederlantsche tale bekent gemaakt te worden.’ Of zoals Nathanaël zelf schrijft ‘voornamelijk om de gehele Nederlantsche Kerke daar door te stichten, na myn kleyn vermogen.’

 

Bladzijde uit Het Goddelyke Leven

Bladzijde uit de vertaling van ‘Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen’.

 
Op 6 juli 1700 moet Nathanaël afscheid nemen van zijn vrouw Maria. Als predikant van de gemeente noteert hij dit overlijden in het kerkboek van Anloo. Ruim twee maanden later op 15 september zal ook Nathanaël het heden met het eeuwige verruilen.

 

Overlijden Maria Sibelius

Terwijl Nathanaël nog zelf het overlijden van Maria noteert…
Bron: AlleDrenten


 

… zal zijn eigen overlijden ruim twee maanden later door zijn opvolger dominee Christophorus Matthaeus worden ingeschreven.
Bron: AlleDrenten


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
(Bewerking Kerkelijke zaken Appingedam deel I: Lidmaten Groningen)
Gehele boeken: De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken en Het goddelyke leven
Bronnen: Lidmaten Groningen, DBNL, Dominees, Drents Archief en Digibron
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr