Militaire stamboeken Landmacht 1812-1924

30 april 2019 at 13:29

 
Vastgezet bericht
 
Nieuw toegevoegd op deze website: Militaire stamboeken Landmacht 1812-1924.

Overzicht van de militaire stamboeken ‘Onderofficieren en Manschappen Landmacht 1812-1924’ van Nederlandse legeronderdelen met links naar de scans van FamilySearch. Om de klappers en stamboeken in te zien heeft u een (gratis) account bij FamilySearch nodig. (Zie ook: Wegwijs: Militaire stamboeken)
 
 

Inschrijving van Joseph Ubeda in het stamboek van het 7e Regiment Infanterie

Inschrijving van Joseph Ubeda in het stamboek van het 7e Regiment Infanterie.
Bron: FamilySearch


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Bakkersgezel Peter Andreas Glassmeijer

31 juli 2019 at 22:43

 
Peter Andreas wordt geboren op 11 mei 1832 in het Duitse Osterledde en dezelfde dag in de Rooms-Katholieke St. Mauritiuskerk van Ibbenbüren gedoopt. Hij is de zoon van mijnwerker Georg Heinrich Glassmeijer en Anna Maria Elisabeth Heman.

 

Doopinschrijving van Peter Andreas Glassmeijer.
Bron: Matricula Online

 
Met op zak het ‘Wanderboek No. 39’, afgegeven op 8 april 1852 door de Landraad te Tecklenburg, meldt hij zich, conform de gestelde verplichting in de Vreemdelingenwet van 1849, bij de Amsterdamse politie voor het aanvragen van een reis- en verblijfpas. Daar wordt hij op 10 mei 1852 voor de eerste keer ingeschreven in het vreemdelingenregister. Tot 25 februari 1853 wordt zijn pas nog twee keer voor drie maanden verlengd. Hij lijkt hierna terug te keren naar Duitsland, aangezien zijn volgende inschrijving in het vreemdelingenregister dateert van 29 april 1857. Niets is minder waar. In de tussenliggende jaren is hij terug te vinden op diverse aansluitende adressen in het Amsterdamse bevolkingsregister.

 

Inschrijving in het vreemdelingenregister van Amsterdam.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Het ‘Wanderbuch’ was een officieel document, veelal uitgegeven aan (handels)reizigers of aan een gezel, die ter afsluiting van zijn opleiding of leertijd als ambachtsman in de leer ging bij een meester. Naast de noodzakelijke informatie als naam, beroep, plaats van herkomst, geboortedatum en veelal een medische verklaring dat de gezel geen besmettelijke ziekte bij zich droeg, bevatte het Wanderbuch tevens een beschrijving van het signalement. De blanco pagina’s in het boekje waren bestemd voor de lokale autoriteiten om hun stempel van goedkeuring af te geven en voor de werkgevers om aan het einde van de dienstbetrekking de vorderingen van de werknemer in te beschrijven.
Bij vertrek uit de stad werd door de lokale autoriteit een stempel van goedkeuring afgegeven en de datum van vertrek uit de stad en de volgende geplande stad genoteerd in het Wanderbuch. Dit laatste diende ter controle voor de volgende plaats die werd aangedaan, aangezien men vreesde voor dagenlange bedeltochten van de reiziger. Bij juist gebruik van het boekje was precies de afgelegde route van de gezel terug te vinden aan de hand van de vermelde steden waar hij zich (tijdelijk) vestigde.
Het Wanderbuch bleef in het bezit van de gezel en werd nergens gedocumenteerd of gearchiveerd. De bewaard gebleven boekjes zijn dus veelal binnen de familie terug te vinden, alhoewel tegenwoordig een toenemend aantal in Duitse bibliotheken en archieven opduiken.

 

Enkele bladzijden uit het Wanderbuch van Albert Strauß (1816).
Bron: Wikimedia Commons (Licentie: Public Domain)

 
In Amsterdam moest de reis- en verblijfpas elke drie maanden verlengd worden. In het register was aanvankelijk ruimte voor drie verlengingen, waardoor de vreemdeling met één inschrijving dus een jaar in de stad kon blijven. Bij een langer verblijf moest de pas vernieuwd worden en werd de vreemdeling opnieuw ingeschreven in het vreemdelingenregister.

In het vreemdelingenregister wordt voor Peter Andreas als beroep vermeld ‘bierbrouwer, thans ‘bakker’. De reden van zijn verblijf is het uitoefenen van zijn beroep. Peter Andreas heeft een lengte van één meter zeventig, een hoog voorhoofd, een ovaal aangezicht, blauwe ogen, een stompe neus, een matige mond, een gezonde kleur en donkerblond haar en wenkbrauwen en later in zijn leven een donkerblonde baard.

 

Gedeelte uit het vreemdelingenregister.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Doorgaans kreeg een gezel niet betaald voor zijn diensten, maar werkte tegen kost en inwoning. Dat zal voor Peter Andreas ook het geval zijn geweest. Zijn eerste verblijf in Amsterdam is ten huize van de zelf uit Duitsland afkomstige broodbakker Joseph Bernhard Grafwinkel aan de Haarlemmerdijk 323 bij de Korte Singel, waar Peter Andreas tot februari 1853 zal wonen. Vanaf 28 mei 1859 gaat hij in de leer bij broodbakker J. van Eden aan de Weesperstraat en van 14 juni 1860 tot aan zijn huwelijk is zijn werkgever broodbakker Vincent Ledoux aan de Kalverstraat 66.

Op 11 mei 1864 trouwt hij in Amsterdam met de Amsterdamse Johanna Maria Elisabeth Huver en valt daarmee niet langer onder de Vreemdelingenwet. Het stel krijgt vijf kinderen, waarvan het oudste zoontje met vijftien maanden komt te overlijden aan zware koortsen als gevolg van bronchitis. Eind mei 1880 verhuist het gezin van Amsterdam naar Nieuwer-Amstel, waar Peter Andreas zijn werk als broodbakker voortzet, om vervolgens op 1 mei 1896 weer naar Amsterdam terug te keren. Daar overlijdt Peter Andreas in het huis aan de Lindengracht 94 op 7 oktober 1904 aan Nephritis chronica, Emphysema pulmonum.

 

Overlijdensakte van Peter Andreas Glassmeijer.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 

Overlijdensverklaring van Peter Andreas Glassmeijer.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Stadsarchief Amsterdam, forum.genealogy.net, GenWiki en Wikipedia
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Kleermaker Jean Huver uit Sarreinsming

20 juni 2019 at 23:09

 
Jean Huver stapt op 2 mei 1821 te Amsterdam in het huwelijksbootje met de Amsterdamse Joanna Maria Wilik. Volgens de huwelijksakte is Jean afkomstig ‘van Sarrinzsming, Departement den Moesel in Frankrijk’, hetgeen wordt ‘ingeklopt’ als Sarreguemines. In het ‘herkomstonderzoek’ van het Stadsarchief Amsterdam is geen aanwijzing te vinden voor de huidige benaming van de in de akte genoemde plaats.
Toch werpen de toegevoegde extracten van de gemeente Sarreinsming in de huwelijksbijlagen licht op de zaak. Met deze plaats als aanknopingspunt blijkt de Huver-lijn tot halverwege de zeventiende eeuw terug te vinden via de kerkboeken van het Franse ‘Archives Moselle’. Via de vrouwelijke lijnen zelfs nog iets verder.

 

Het doopextract van Jean Huver in de huwelijksbijlagen.
Bron: FamilySearch

 
Jean wordt op 25 juli 1787 geboren in Sarreinsming en een dag later Rooms Katholiek gedoopt. Hij is het oudste kind van Bernardus Huwer en Margaritha Fölker, ook wel Felcken. Zijn ouders trouwen op 13 juni 1786 in de Katholieke St. Cyriacuskerk van Sarreinsming. Vader Bernardus is landbouwer van beroep; een enkele keer wordt ook het beroep kleermaker vermeld. Mogelijk is dit een winterse huisnijverheid om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Hij is de zoon van landbouwer en wever Henricus Huver en Catharine Maurer. Moeder Margaritha is de dochter van kleermaker Henri Fölker en Anna Maria Gutfreund.

Nadat Jeans moeder op drieëndertigjarige leeftijd op 3 juni 1797 in Sarreguemines is overleden, hertrouwt zijn vader als snel, en wel op 1 augustus van datzelfde jaar in Sarreinsming met de uit Zetting afkomstige Anna Maria Rauch. Jeans vader overlijdt op tweeënvijftigjarige leeftijd op 7 april 1807 in Sarreguemines. Het huwelijk van Jeans stiefmoeder op 21 november 1816 in Sarreinsming met Christophe Jung zal hij waarschijnlijk niet hebben bijgewoond. Eerder dat jaar nam hij namelijk het besluit om naar Amsterdam te vertrekken.

 

‘Sedert den jaren 1816 alhier in het land gekomen’.
Bron: FamilySearch

 
Sarreinsming ligt in het grensgebied van Duitsland en Frankrijk in het Franse departement Moselle (Moezel) en wisselde in de loop der tijd nogal eens van eigenaar. Zo werd Jean geboren in Frankrijk, maar bij zijn overlijden wordt als geboorteplaats aangegeven ‘Sarigmin in Duitschland’.
Dit is eveneens terug te zien aan de namen. Over het algemeen worden de namen geschreven in de Duitse variant, afgewisseld en later gevolgd door de Franse variant.

Door de ligging op het plateau Lorrain Nord op de helling van een heuvel tussen het Grosswald en de oevers van de Saar was Sarreinsming eeuwenlang een dorp van boeren en wijnmakers. De wijnstokken bevonden zich langs het water ten oosten van het dorp. De boeren, die veelal vlas en hennep verbouwden, hadden geen vaste werknemers in dienst; het hele gezin hielp mee in het bedrijf.
Het oorspronkelijke dorp bestond uit enkele huizen rond de kerk en een paar straten naar beneden richting de Saar. Op het eilandje in de Saar lag het kasteel van Sarreinsming met een watermolen. Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) werd het kasteel, de molen en het gehele dorp vernietigd.

 

Het vlas; prent uit 1874, De Ruyter & Meijer Amsterdam.
Bron: Rijksmuseum (Publiek Domein)

 
In 1720 leek het de luitenant-generaal van het baljuwschap van de naburige hoofdplaats Sarreguemines een goed idee om de molen te laten herbouwen. Hij stelde het de inwoners van Sarreinsming verplicht om mee te werken in de steengroeven en bij het transporteren van stenen. Zijn plan viel niet in goede aarde bij de inwoners. Zij weigerden pertinent, met als gevolg dat een rechtszaak werd aangespannen bij de rechtbank van Sarreguemines. De inwoners van Sarreinsming werden in het ongelijk gesteld, waarop zij bij de rechtbank van Nancy in hoger beroep gingen. Ook in hoger beroep werden de inwoners verplicht gesteld om mee te werken aan de herbouw van de molen. Zo gebeurde het, dat uiteindelijk in 1727 de eerste steen werd gelegd.
Eén van de oudst bekende molenaars was André Meijer, die getrouwd was met Appollonia Huver. André was molenaar in de Saarmolen van 1766 tot 1770. Appollonia is de dochter van Joannes Henricus Huwer, broer van Jeans overgrootvader en Appollonias peetvader Hanss Peter Huber, en Magdalena Bast.

 

De molen van Sarreinsming.
Bron: Wikipedia (Auteur: Voschix; Licentie CC BY-SA 3.0; bewerkt) en De Grote Bosatlas 48e druk 1976)

 
Zoals vermeld vertrekt Jean in 1816 naar Amsterdam. Bekend is dat hij vlak vóór zijn huwelijk op de Groenburgwal 17 woont, waar ook de groenververijen zijn gevestigd. Hij is kleermaker van beroep. Joanna Maria woont dan op de Nes 18. De jonggehuwden blijven op de Nes wonen. Zoon Jean Bernard Valentin wordt op 30 september 1823 op nummer 119 geboren. Tien jaar later volgt op 21 september een dochter Johanna Maria Elisabeth. Het gezin is dan woonachtig op de Nes 107. Het ligt in de lijn der verwachting, dat er in de tussenliggende tien jaar nog enkele kinderen geboren worden. Deze zijn echter niet te traceren in Nederland. Zoon Jean Bernard Valentin is in 1842 in ieder geval kostwinner voor zijn moeder, die dan inmiddels weduwe is, en wordt om die reden voor één jaar vrijgesteld van dienst voor de Nationale Militie. Zij wonen op dat moment op de Nes 8 hoek Barberstraat boven de bakker.

Jean wordt niet oud. Hij overlijdt op 26 maart 1834 in zijn huis op de Nes 107 in Amsterdam, zevenenveertig jaar oud. Zijn vrouw Joanna Maria overlijdt op drieënzeventigjarige leeftijd op 20 januari 1870 in de Karthuizerstraat 232 aan ‘Vitium cordis, Oedema pulmonum et cerebri’.

 

Overlijdensakte van Jean Huver.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 

Overlijdensoorzaak van Joanna Maria Wilik.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst:© Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Archives Moselle, Stadsarchief Amsterdam, FamilySearch en Sarreinsming
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Wegwijs: DTB Zuid-Holland

8 mei 2019 at 10:49

 
Nieuw toegevoegd op deze website: Wegwijs: DTB Zuid-Holland.

Het is zeker niet moeilijk om uw weg te kunnen vinden in de DTB-registers via het Nationaal Archief. Aan de hand van voorbeelden kunt u eenvoudig de stappen volgen naar een gezochte doop-, (onder)trouw- of begraafinschrijving.

 

Klapper Kortleven

Vermelding in de districtsklapper van Vijfheerenlanden.
Bron: Nationaal Archief


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Wijnverlater Samuel Knowles

6 mei 2019 at 12:28

 
Samuel Knowles, gedoopt op 28 april 1641 in de Groninger A-Kerk, brengt zijn jeugd door in de Boteringestraat. Zijn ouders zijn de Engelse handschoenmaker Richard Knowles en de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin.

 

Doop Samuel Knowles

Doopinschrijving van Samuel Knowles.
Bron: AlleGroningers


 
A-Kerk Groningen

De A-Kerk in Groningen; 1649, Atlas van Loon (Public Domain).
Bron: Wikimedia

 
Evenals de andere kinderen uit het gezin, besluit ook Samuel niet te kiezen voor een leven in de stad Groningen. Hij vertrekt naar Amsterdam. Daar gaat hij op 22 februari 1664 in ondertrouw met de Amsterdamse Elisabeth Goethand. Het schepenhuwelijk volgt op 18 maart 1664.
Samuel is op dat moment wijnverlater van beroep en woont aan de Nes. Elisabeth, Lijsbeth genoemd, is woonachtig op de Vijgendam. Zij is de dochter van de Engelse Carel Goethand, ook bekend als Charles Goodhand, een vooraanstaand lid van de ‘Engelse Kerk’.

 

Huwelijksinschrijving Samuel Knowles en Elisabeth Goethand

Huwelijksinschrijving van Samuel Knowles en Elisabeth Goethand; Amsterdam, 22 februari 1664.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Schepenhuwelijk Samuel Knowles en Elisabeth Goethand

Inschrijving schepenhuwelijk van Samuel Knowles en Elisabeth Goethand.
Bron: FamilySearch


 
Nes Amsterdam

Gezicht op de Grote en Kleine Vleeshal aan de Nes te Amsterdam. Links de Grote Vleeshal, gevestigd in de kapel van het voormalige Sint-Pietersgasthuis. Rechts de Kleine Vleeshal, gevestigd in de kapel van het voormalige Sint-Margarethaklooster. In het midden de Boeren- of Riviervismarkt; Jacob van Meurs (mogelijk)1663-1664.
Bron: Rijksmuseum

 
Op 10 mei 1664 legt Samuel als ‘wijncoper’ zijn poorter eed af. Nou laat het beroep wijnkoper weinig aan de verbeelding over. De invulling van het beroep wijnverlater daarentegen moest toch wel worden opgezocht.

 

Poorterschap Samuel Knowles

Samuel Knowles legt in Amsterdam op 10 mei 1664 zijn poorter eed af.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
De gezworen wijnverlater, wijnroeier of wijnpeiler stelde met behulp van een peilstok of wijnroede en wiskundige berekeningen de hoeveelheid vloeistof in een vat vast om te bepalen hoeveel belasting er betaald diende te worden. Belastbare vloeistoffen waren onder andere olie, wijn, traan, bier, wijn, cognac en overige gedistilleerde ‘wateren’, azijn en zeep. Het bepalen van de hoeveelheid vloeistof werd ‘roeien’ genoemd; vandaar het beroep ‘wijnroeier’. De wijnverlater had tevens het recht om wijnen te ‘versnijden’, wat inhield dat hij verschillende wijnen mocht mengen.
De wijnroeiers handelden in dienst van de Gildebroeders van het Kuipers en Wijnverlaters Gilde van de stad. Particulieren en handelaren konden tegen betaling een beroep op hun doen. Dit werd geregeld via het comptoir. Er werd betaald per grootte van een geijkt vat. Zodra een vat voldeed aan de door de stad voorgeschreven maat, werd het van een merkteken voorzien, waarbij elk merkteken stond voor een bepaalde inhoudsmaat. Op deze manier ontstond in steden of wijnstapelplaatsen een eigen systeem van wijnroeierstekens.
Ondanks het verschil in technieken waren de wiskunde berekeningen, die werden gebruikt voor het meten van lange afstanden, hoogten en onregelmatige percelen, hetzelfde als die voor het meten van de grootte van vaten en de hoeveelheid vloeistof. De beroepen van landmeter en wijnroeier gingen dan ook vaak samen.

 

Schoolboeck van de Wynroyeryen

Uit het ‘Oprecht, grondich en rechtsinnigh Schoolboeck van de Wynroyeryen’ van 1663.
Bron: archive.org


 
Wijnroeiersteken

Wijnroeiersteken.
Bron: Erfgoed Breda

 
Buiten de vermelding van wijnverlater in de huwelijksinschrijving, is over Samuel verder geen documentatie te vinden met betrekking tot dit beroep. Mogelijk is het beroep van wijnkoper voor hem een uitbreiding geweest van het beroep wijnverlater. Zijn naam komt wel voor in de lijst met namen van wijnkopers, die terug te vinden is in de documentatie van het Amsterdamse Wijnkopersgilde.

 

Vier overlieden van het wijnkopersgilde te Amsterdam

Vier overlieden van het wijnkopersgilde te Amsterdam (1673).
Bron: Geheugen van Nederland (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)


 
Lijst van wijnverkopers

Vermelding in de lijst met namen van wijnkopers.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Op 15 december 1664 wordt een zoontje Naetaniel gedoopt in de Amsterdamse Oudezijds Kapel. Doopgetuige is Samuels zwager Pietter Arijaensz van Antwaerpen, die getrouwd is met de eveneens naar Amsterdam vertrokken zus Catheleijntie Knowles. Waarschijnlijk wonen Samuel en Lijsbeth dan al op de Oudezijds Achterburgwal.
Samuel heeft zijn zoontje niet mogen zien opgroeien; hij overlijdt al jong op 25-jarige leeftijd en wordt op 6 november 1666 begraven in de Zuiderkerk. Weduwe Lijsbeth gaat exact twee jaar later in Amsterdam in ondertrouw met de uit Vianen afkomstige wijnverlater Albertus van Cuijlenburg. Zij wordt op 22 maart 1684 begraven in de Oude Kerk.

 

Begraafinschrijving Samuel Knowles

Begraafinschrijving van Samuel Knowles in het gaarderboek van de Zuiderkerk.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: AlleGroningers, Stadsarchief Amsterdam, Archive, Verhalenwiki, Erfgoed Breda, Lens on Leeuwenhoek en DBNL
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Wegwijs: Militaire stamboeken Landmacht

2 mei 2019 at 21:02

 
Nieuw toegevoegd op deze website: Wegwijs: Militaire stamboeken Landmacht.

Militaire stamboeken vormen een haast onderschatte bron van informatie voor genealogisch onderzoek. Deze militaire personeelsadministratie bevat de geboortegegevens van de betrokkene, vermelding van zijn ouders, uiterlijke kenmerken, gegevens over zijn militaire loopbaan, eventuele onderscheidingen of opgelopen verwondingen en gegevens over dienstbeëindiging, eventueel overlijden of overgang naar een ander legeronderdeel.

Op zoek naar een ‘verdwenen’ persoon, die niet geëmigreerd lijkt te zijn? Probeer hem eens op te sporen via de militaire stamboeken.

 

Inschrijving Suppletie

Bladzijde uit het stamboek Suppletietroepen West-Indië.
Bron: Nationaal Archief


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Niet weggooien maar inleveren!

30 maart 2019 at 18:30

 
Vaker dan mij lief is krijg ik als webbeheerder het één en ander aan documenten te koop aangeboden die, naar men zegt, ‘anders in de paperversnipperaar zullen verdwijnen’. Ik zie het niet echt als mijn missie om op dergelijke dubieuze praktijken in te gaan; wel als mijn plicht om deze personen te verwijzen naar een museum, instelling of plaatselijke (historische) vereniging. De papierversnipperaar is beslist geen goede optie!

Overweegt u afstand te gaan doen van voorwerpen of documenten uit uw familie, neem dan eens contact op met een organisatie bij u in de buurt, of bezoek eens één van de inzameldagen. In overleg is er veel mogelijk.

Voor spullen uit de Tweede Wereldoorlog wordt er tweejaarlijks op 3 mei en 14 augustus de landelijke actie ‘Niet Weggooien’ georganiseerd. Dit jaar bent u weer van harte welkom met uw materiaal. Meer informatie en een overzicht van de deelnemende organisaties kunt u vinden op de website Actie Niet Weggooien.

 

Vuilnisbak

Niet weggooien maar inleveren!
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Wegwijs: Nederlandse militairen in het leger van Napoleon

24 maart 2019 at 00:51

 
Nieuw toegevoegd op deze website: Wegwijs: Nederlandse militairen in het leger van Napoleon.

Het kan gebeuren dat u tijdens uw onderzoek een vermelding tegenkomt over een voorouder, die in het leger van Napoleon heeft gediend. Wanneer u de betreffende persoon in de databank ‘Nederlandse militairen in het leger van Napoleon’ van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) heeft gevonden, zult u de melding tegenkomen: Bewaarplaats Service Historique de la Défense, Vincennes/Parijs (niet te raadplegen bij het NIMH). De digitale zoektocht lijkt daarmee te eindigen.

Toch is een deel van deze militaire stamboeken zeker online te vinden. Het gaat daarbij om stamboeken die vallen onder de subseries 20 YC en 21 YC, die betrekking hebben op de Keizerlijke Garde en de regimenten Infanterie van Linie. De genoemde subseries zijn te vinden op de website ‘Mémoire des Hommes’ van het Franse Ministerie van Defensie. Aan de hand van een voorbeeld zal het stappenplan worden uitgelegd, zodat ook degene die de Franse taal onvoldoende machtig is eenvoudig bij de stamboeken op de Franse website uit kan komen.

 

Frans stamboek

Stappenplan voor het vinden van een inschrijving in een Frans stamboek.
Bron: Mémoire des Hommes

 
Tevens vindt u op de pagina hoe u een groot deel van de overlijdensverklaringen uit de registers van Den Haag, betreffende in het ziekenhuis overleden Nederlandse militairen in Franse krijgsdienst over de periode 1792-1815, kunt vinden.

 

Overlijdensverklaring Franse Dienst

Franse overlijdensverklaring.
Bron: FamilySearch


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Verborgen Verleden van Nederland

20 maart 2019 at 10:45

 
In de nieuwe 8-delige serie ‘Verborgen Verleden van Nederland’ (van de makers van ‘Verborgen Verleden’; elke vrijdag van 11 oktober t/m 29 november 2019 om 21.10 uur op NPO 2) gaat presentator Waldemar Torenstra op zoek naar de (verborgen) geschiedenis en de verhalen, die schuilgaan achter verschillende bijzondere plekken in Nederland, van heden tot verleden.

Voor het nieuwe programma is men nog op zoek naar vragen en verhalen over de volgende plekken:
 

  • De Portugese Synagoge in Amsterdam
  • Het Vrijthof in Maastricht
  • Giethoorn
  • De Oude Haven in Rotterdam
  • Hotel Des Indes in Den Haag
  • Paleis Soestdijk
  • De Martinitoren in Groningen

 
Gaat er in uw familie al jaren een verhaal rond dat raakt aan één van deze plekken, bent u benieuwd naar wat een voorouder precies op die plek gedaan heeft, heeft u nog voorwerpen of brieven op zolder liggen waarin het gaat over één van deze plekken of bent u gewoon nieuwsgierig naar het antwoord op een vraag over één van deze plekken, neem dan contact op met de redactie van het programma via VVNL@blazhoffski.nl of via telefoonnummer 020 301 8478.

Op de facebookpagina van het programma kunt u terecht voor meer nieuws en plekken waar nog onderzoek naar gedaan gaat worden.
 
Tekst (aangepast): Verborgen Verleden van Nederland
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Jan Vermeer en Teunisje Hulstein

16 maart 2019 at 16:41

 
Mijn overgrootvader Jan Vermeer werd op 14 november 1880 in Bennekom geboren als zoon van Casper Vermeer en zijn tweede vrouw Helena van Deelen. Vader Casper was eerder weduwnaar van Grietje Riggelink. Zijn jeugd bracht mijn overgrootvader door aan de Dorpsstraat 179a; dit huis zou later de nummering 44-46 krijgen.
Jan was niet groot. Met zijn lengte van 1 meter en 52 centimeter werd hij daarom ook door de Militieraad vrijgesteld van de dienst uit hoofde van ‘te zijn onder de maat’. Misschien hadden zij daar wel een punt!

 

Geboorteakte Jan Vermeer

Geboorteakte van Jan Vermeer.
Bron: Stadsarchief Ede


 
Extract Nationale Militie Jan Vermeer

Extract van de Nationale Militie. Jan Vermeer was met zijn 1.52 meter ‘onder de maat’.
Bron: FamilySearch


 
Militieregister Jan Vermeer

Gedeelte uit het militieregister.
Bron: Archieval.nl

 
Op 2 december 1905 trouwde Jan, arbeider en opperman van beroep, in Ede met mijn overgrootmoeder Teunisje Hulstein. Teunisje, Teun genoemd, werd op 11 september 1885 in Bennekom geboren. Zij was de dochter van Rut Hulstein en Louise Jansen. Teunisje groeide op aan de Laarweg 62, na omnummering in 1962 nummer 10 geworden.
Op zeventienjarige leeftijd verruilde zij op 26 juni 1903 voor ruim een jaar Bennekom voor Den Haag. Waarschijnlijk zal zij daar als dienstbode aan de slag zijn gegaan. In Den Haag was de behoefte groot aan dienstboden, die doorgaans per jaar werden ‘besteed’.

 

Geboorteakte Teunisje Hulstein

Geboorteakte van Teunisje Hulstein.
Bron: Archieval.nl


 
Huwelijksakte Jan Vermeer en Teunisje Hulstein

Huwelijksakte van Jan Vermeer en Teunisje Hulstein.
Bron: Archieval.nl

 
Als pasgetrouwd stel namen mijn overgrootouders hun intrek in een woning op de Laarweg 69, in 1921 gevolgd door Groep de Laar 12. Waar Groep de Laar precies heeft gelegen is onduidelijk. Vanaf 1921 zijn in het arme noordoostelijke gebied van Bennekom met verspreide bebouwing de straatnamen ‘Laarweg’ en (het inmiddels verdwenen) ‘Laarpad’ ingevoerd. Onderscheid wordt er tevens gemaakt tussen ‘Laarweg’ en ‘De Laar’. Huisnummer 12 voor ‘De Laar’ ontbreekt in de ‘Straatreconstructie van J.G. Hartgers’. Het is dan ook aannemelijk dat ‘Groep de Laar’ een deel was van ‘De Laar’ en mogelijk het vroegere ‘Laarpad’.

 

Gereconstrueerde persoonskaart van Jan Vermeer

Gereconstrueerde persoonskaart van Jan Vermeer.
Bron: Archieval.nl


 
Gereconstrueerde persoonskaart van Teunisje Hulstein

Gereconstrueerde persoonskaart van Teunisje Hulstein.
Bron: Archieval.nl

 
In 1930 woonden mijn overgrootouders inmiddels op de Laarweg 14. Na omnummering in 1941 werd dit nummer 20. Voordat het huis in 1967 werd gesloopt, heeft mijn vader nog een foto gemaakt. Deze foto had in mijn ouderlijk huis een mooi plekje op de muur boven de voorzetkachel in de voorkamer.
De deel werd ‘studio’ genoemd. Hier repeteerde toneelvereniging KDS (Kunst Door Studie), opgericht in 1931, waar in de loop der jaren heel wat familieleden lid van zijn geweest, waaronder mijn ouders, die tevens grimeurs waren voor de toneelvereniging, en mijn grootouders. Zelf stond ik destijds in de kinderwagen achter de coulissen. Later werd er om toerbeurten bij de leden thuis gerepeteerd. Als kind mocht ik er soms bij aanwezig zijn als ‘wij’ aan de beurt waren. Wat een feest! Nog altijd bewaar ik een oud politie-uniform en een ‘deftig bontje’, die ooit gebruikt zijn voor een toneelvoorstelling.

 

Laarweg

Het huis aan de Laarweg 14, door omnummering nummer 20 geworden. Toneelvereniging KDS repeteerde in de deel, de ‘studio’ genoemd.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Toneelvereniging KDS

Toneelvereniging KDS (Kunst Door Studie).
Staande v.l.n.r.: Marie Meijer, Jo van Beek-van Ingen, Antje Vermeer-de Wit (echtgenote van Rut Hulstein, zittend de tweede man van links), Leen Borst, mijn oma Teun Jansen-Vermeer, Teus Zaaier, Mien Veldhuisen-Meijer en mijn oudoom Chris Jansen.
Zittend v.l.n.r.: dhr. Meijer (tevens souffleur), mijn oudoom Rut Vermeer, Bart Hoefakker, Wim Wolve en mijn opa Jan Jansen.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Toneeluitvoering KDS

Toneeluitvoering van Toneelvereniging KDS.
Bron: © Uit de oude Koektrommel

 
Mijn overgrootouders kregen negen kinderen: zes dochters en drie zonen. Mijn oudtantes Helena (Lena),  Louise (Wies; mijn peettante), Catharina (Trien) en Dientje (Dien) heb ik allemaal mogen kennen. Dochter Rika werd slechts zes jaar oud en de hekkensluiter van het gezin was mijn oma Teunisje (Teun).
De zonen heetten Rut. De ‘eerste’ Rut was de tweelingbroer van Dientje. Zij waren te vroeg geboren en mij is altijd verteld, dat de twee kinderen in kistjes bij de kachel stonden als een soort couveuse. Ondanks het feit dat Dientje veel kleiner zou zijn geweest dan Rut, heeft zij het wel gehaald en is Rut na tien dagen alsnog overleden. De ‘volgende’ Rut werd slechts zestien maanden oud; een half jaar na zijn overlijden is mijn oudoom Rut nog geboren.

 

Het gezin Vermeer-Hulstein

Jan Vermeer en Teunisje Hulstein met hun kinderen (v.l.n.r.) Dien, Trien, Teun, Rut, Lena en Wies.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
IJscowagen Laarweg

Teunisje Hulstein en Jan Vermeer met hun kinderen Teunisje en Rut bij de ijscowagen van Holewijn op de Laarweg.
Bron: © Uit de oude Koektrommel

 
Helaas heb ik deze overgrootouders van mijn oma’s kant nooit mogen kennen. Mijn overgrootvader is op vijfenzeventigjarige leeftijd in Bennekom overleden op 24 juni 1956. Mijn overgrootmoeder volgde hem bijna zeven jaar later op 20 april 1963 op zevenenzeventigjarige leeftijd.

 

Overlijdensakte Jan Vermeer

Overlijdensakte van Jan Vermeer.
Bron: Archieval.nl


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr