Bidprentjes

 

Bidprentjes, ook wel ‘gedachtenisprentjes’, ‘doodsprentjes’ of ‘doodsantjes’ genoemd, naar het Latijnse woord ‘Sanctus’ wat ‘heilig’ of ‘heilige’ betekent, zijn ontstaan in de Nederlanden van de zeventiende eeuw. Het oudst bekende en handgeschreven exemplaar dateert van 1668. Het gebruik werd pas aan het eind van de achttiende eeuw overgenomen door de Zuidelijke Nederlanden. België zou deze traditie overnemen.

Met het oog op ‘voorbidding’, die tot doel had de ziel zo snel mogelijk in de hemel te krijgen, ontwikkelden Nederlandse katholieken dit bidprentje. Door de Reformatie en als gevolg van het verbod op de vrije uitoefening van het katholieke geloof in de Republiek der Nederlanden vanaf 1581 onderhielden zij ‘ondergronds’ contact met elkaar. De elite onder hen maakte vanaf die tijd sterfgevallen bekend via een handgeschreven doodsbrief die onderling werd doorgegeven.
Na 1600 noteerde men die kennisgeving op de achterkant van devotieprentjes, bijvoorbeeld van het ‘Mirakel van Amsterdam’, samen met Bijbelteksten die lezers konden prevelen; vandaar ‘bidprentje’. Volledig gedrukte exemplaren verschenen in Amsterdam omstreeks 1730, tegelijk met de eerste rouwkaarten of condoleancekaarten die sinds die tijd voor iedereen gebruikelijk werden. Wellicht is de opkomst van zulke kaarten de aanleiding geweest dat katholieken hun bidprentjes tijdens de begrafenis mis gingen uitdelen. De oudste bidprentjes werden tot ongeveer 1825 op perkament of perkamentpapier gedrukt. Halverwege de negentiende eeuw was het prentje, dankzij goedkopere druktechnieken, onder alle Nederlandse katholieken gangbaar.

De voorstelling op de voorkant van het bidprentje heeft in de loop der jaren een grote ontwikkeling doorgemaakt. De oudste bidprentjes hebben enkel een voor- en achterzijde. Later werd een dubbelgevouwen formaat gebruikt, waarbij de afbeelding aan de buitenkant stond en de gebedstekst binnenin.
De bidprentjes van de achttiende en negentiende eeuw werden veelal versierd met christelijke symbolen. Ook de zwarte rouwband, die op oude doodsbrieven te vinden waren, heeft lang stand gehouden. De laatste decennia is er geen plaats meer voor de zwarte rouwrand en de uitgebreide christelijke symboliek is meestal gereduceerd tot een eenvoudig kruisje. Ook het heiligenprentje aan de voorzijde verdween en werd vervangen door bijvoorbeeld idyllische landschappen of door een foto van de overledene.
Daarnaast werden de teksten persoonlijker en dus meer op het lijf geschreven. Veelal hielp de pastoor of een andere parochie geestelijke de mensen bij het maken van de tekst. Tegenwoordig wordt het steeds meer gedaan door de familie zelf.

 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: philippeverzamelt.be, jefdejager.nl en oosteind-nb.nl

 

Bidprentje Albertus Cornelis Enklaar

Bidprentje Albertus Cornelis Enklaar
© Uit de oude Koektrommel