Bakkersgezel Peter Andreas Glassmeijer

31 juli 2019 at 22:43

 
Peter Andreas wordt geboren op 11 mei 1832 in het Duitse Osterledde en dezelfde dag in de Rooms-Katholieke St. Mauritiuskerk van Ibbenbüren gedoopt. Hij is de zoon van mijnwerker Georg Heinrich Glassmeijer en Anna Maria Elisabeth Heman.

 

Doopinschrijving van Peter Andreas Glassmeijer.
Bron: Matricula Online

 
Met op zak het ‘Wanderboek No. 39’, afgegeven op 8 april 1852 door de Landraad te Tecklenburg, meldt hij zich, conform de gestelde verplichting in de Vreemdelingenwet van 1849, bij de Amsterdamse politie voor het aanvragen van een reis- en verblijfpas. Daar wordt hij op 10 mei 1852 voor de eerste keer ingeschreven in het vreemdelingenregister. Tot 25 februari 1853 wordt zijn pas nog twee keer voor drie maanden verlengd. Hij lijkt hierna terug te keren naar Duitsland, aangezien zijn volgende inschrijving in het vreemdelingenregister dateert van 29 april 1857. Niets is minder waar. In de tussenliggende jaren is hij terug te vinden op diverse aansluitende adressen in het Amsterdamse bevolkingsregister.

 

Inschrijving in het vreemdelingenregister van Amsterdam.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Het ‘Wanderbuch’ was een officieel document, veelal uitgegeven aan (handels)reizigers of aan een gezel, die ter afsluiting van zijn opleiding of leertijd als ambachtsman in de leer ging bij een meester. Naast de noodzakelijke informatie als naam, beroep, plaats van herkomst, geboortedatum en veelal een medische verklaring dat de gezel geen besmettelijke ziekte bij zich droeg, bevatte het Wanderbuch tevens een beschrijving van het signalement. De blanco pagina’s in het boekje waren bestemd voor de lokale autoriteiten om hun stempel van goedkeuring af te geven en voor de werkgevers om aan het einde van de dienstbetrekking de vorderingen van de werknemer in te beschrijven.
Bij vertrek uit de stad werd door de lokale autoriteit een stempel van goedkeuring afgegeven en de datum van vertrek uit de stad en de volgende geplande stad genoteerd in het Wanderbuch. Dit laatste diende ter controle voor de volgende plaats die werd aangedaan, aangezien men vreesde voor dagenlange bedeltochten van de reiziger. Bij juist gebruik van het boekje was precies de afgelegde route van de gezel terug te vinden aan de hand van de vermelde steden waar hij zich (tijdelijk) vestigde.
Het Wanderbuch bleef in het bezit van de gezel en werd nergens gedocumenteerd of gearchiveerd. De bewaard gebleven boekjes zijn dus veelal binnen de familie terug te vinden, alhoewel tegenwoordig een toenemend aantal in Duitse bibliotheken en archieven opduiken.

 

Enkele bladzijden uit het Wanderbuch van Albert Strauß (1816).
Bron: Wikimedia Commons (Licentie: Public Domain)

 
In Amsterdam moest de reis- en verblijfpas elke drie maanden verlengd worden. In het register was aanvankelijk ruimte voor drie verlengingen, waardoor de vreemdeling met één inschrijving dus een jaar in de stad kon blijven. Bij een langer verblijf moest de pas vernieuwd worden en werd de vreemdeling opnieuw ingeschreven in het vreemdelingenregister.

In het vreemdelingenregister wordt voor Peter Andreas als beroep vermeld ‘bierbrouwer, thans ‘bakker’. De reden van zijn verblijf is het uitoefenen van zijn beroep. Peter Andreas heeft een lengte van één meter zeventig, een hoog voorhoofd, een ovaal aangezicht, blauwe ogen, een stompe neus, een matige mond, een gezonde kleur en donkerblond haar en wenkbrauwen en later in zijn leven een donkerblonde baard.

 

Gedeelte uit het vreemdelingenregister.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Doorgaans kreeg een gezel niet betaald voor zijn diensten, maar werkte tegen kost en inwoning. Dat zal voor Peter Andreas ook het geval zijn geweest. Zijn eerste verblijf in Amsterdam is ten huize van de zelf uit Duitsland afkomstige broodbakker Joseph Bernhard Grafwinkel aan de Haarlemmerdijk 323 bij de Korte Singel, waar Peter Andreas tot februari 1853 zal wonen. Vanaf 28 mei 1859 gaat hij in de leer bij broodbakker J. van Eden aan de Weesperstraat en van 14 juni 1860 tot aan zijn huwelijk is zijn werkgever broodbakker Vincent Ledoux aan de Kalverstraat 66.

Op 11 mei 1864 trouwt hij in Amsterdam met de Amsterdamse Johanna Maria Elisabeth Huver en valt daarmee niet langer onder de Vreemdelingenwet. Het stel krijgt vijf kinderen, waarvan het oudste zoontje met vijftien maanden komt te overlijden aan zware koortsen als gevolg van bronchitis. Eind mei 1880 verhuist het gezin van Amsterdam naar Nieuwer-Amstel, waar Peter Andreas zijn werk als broodbakker voortzet, om vervolgens op 1 mei 1896 weer naar Amsterdam terug te keren. Daar overlijdt Peter Andreas in het huis aan de Lindengracht 94 op 7 oktober 1904 aan Nephritis chronica, Emphysema pulmonum.

 

Overlijdensakte van Peter Andreas Glassmeijer.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 

Overlijdensverklaring van Peter Andreas Glassmeijer.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Stadsarchief Amsterdam, forum.genealogy.net, GenWiki en Wikipedia
 
 

Kleermaker Jean Huver uit Sarreinsming

20 juni 2019 at 23:09

 
Jean Huver stapt op 2 mei 1821 te Amsterdam in het huwelijksbootje met de Amsterdamse Joanna Maria Wilik. Volgens de huwelijksakte is Jean afkomstig ‘van Sarrinzsming, Departement den Moesel in Frankrijk’, hetgeen wordt ‘ingeklopt’ als Sarreguemines. In het ‘herkomstonderzoek’ van het Stadsarchief Amsterdam is geen aanwijzing te vinden voor de huidige benaming van de in de akte genoemde plaats.
Toch werpen de toegevoegde extracten van de gemeente Sarreinsming in de huwelijksbijlagen licht op de zaak. Met deze plaats als aanknopingspunt blijkt de Huver-lijn tot halverwege de zeventiende eeuw terug te vinden via de kerkboeken van het Franse ‘Archives Moselle’. Via de vrouwelijke lijnen zelfs nog iets verder.

 

Het doopextract van Jean Huver in de huwelijksbijlagen.
Bron: FamilySearch

 
Jean wordt op 25 juli 1787 geboren in Sarreinsming en een dag later Rooms Katholiek gedoopt. Hij is het oudste kind van Bernardus Huwer en Margaritha Fölker, ook wel Felcken. Zijn ouders trouwen op 13 juni 1786 in de Katholieke St. Cyriacuskerk van Sarreinsming. Vader Bernardus is landbouwer van beroep; een enkele keer wordt ook het beroep kleermaker vermeld. Mogelijk is dit een winterse huisnijverheid om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Hij is de zoon van landbouwer en wever Henricus Huver en Catharine Maurer. Moeder Margaritha is de dochter van kleermaker Henri Fölker en Anna Maria Gutfreund.

Nadat Jeans moeder op drieëndertigjarige leeftijd op 3 juni 1797 in Sarreguemines is overleden, hertrouwt zijn vader als snel, en wel op 1 augustus van datzelfde jaar in Sarreinsming met de uit Zetting afkomstige Anna Maria Rauch. Jeans vader overlijdt op tweeënvijftigjarige leeftijd op 7 april 1807 in Sarreguemines. Het huwelijk van Jeans stiefmoeder op 21 november 1816 in Sarreinsming met Christophe Jung zal hij waarschijnlijk niet hebben bijgewoond. Eerder dat jaar nam hij namelijk het besluit om naar Amsterdam te vertrekken.

 

‘Sedert den jaren 1816 alhier in het land gekomen’.
Bron: FamilySearch

 
Sarreinsming ligt in het grensgebied van Duitsland en Frankrijk in het Franse departement Moselle (Moezel) en wisselde in de loop der tijd nogal eens van eigenaar. Zo werd Jean geboren in Frankrijk, maar bij zijn overlijden wordt als geboorteplaats aangegeven ‘Sarigmin in Duitschland’.
Dit is eveneens terug te zien aan de namen. Over het algemeen worden de namen geschreven in de Duitse variant, afgewisseld en later gevolgd door de Franse variant.

Door de ligging op het plateau Lorrain Nord op de helling van een heuvel tussen het Grosswald en de oevers van de Saar was Sarreinsming eeuwenlang een dorp van boeren en wijnmakers. De wijnstokken bevonden zich langs het water ten oosten van het dorp. De boeren, die veelal vlas en hennep verbouwden, hadden geen vaste werknemers in dienst; het hele gezin hielp mee in het bedrijf.
Het oorspronkelijke dorp bestond uit enkele huizen rond de kerk en een paar straten naar beneden richting de Saar. Op het eilandje in de Saar lag het kasteel van Sarreinsming met een watermolen. Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) werd het kasteel, de molen en het gehele dorp vernietigd.

 

Het vlas; prent uit 1874, De Ruyter & Meijer Amsterdam.
Bron: Rijksmuseum (Publiek Domein)

 
In 1720 leek het de luitenant-generaal van het baljuwschap van de naburige hoofdplaats Sarreguemines een goed idee om de molen te laten herbouwen. Hij stelde het de inwoners van Sarreinsming verplicht om mee te werken in de steengroeven en bij het transporteren van stenen. Zijn plan viel niet in goede aarde bij de inwoners. Zij weigerden pertinent, met als gevolg dat een rechtszaak werd aangespannen bij de rechtbank van Sarreguemines. De inwoners van Sarreinsming werden in het ongelijk gesteld, waarop zij bij de rechtbank van Nancy in hoger beroep gingen. Ook in hoger beroep werden de inwoners verplicht gesteld om mee te werken aan de herbouw van de molen. Zo gebeurde het, dat uiteindelijk in 1727 de eerste steen werd gelegd.
Eén van de oudst bekende molenaars was André Meijer, die getrouwd was met Appollonia Huver. André was molenaar in de Saarmolen van 1766 tot 1770. Appollonia is de dochter van Joannes Henricus Huwer, broer van Jeans overgrootvader en Appollonias peetvader Hanss Peter Huber, en Magdalena Bast.

 

De molen van Sarreinsming.
Bron: Wikipedia (Auteur: Voschix; Licentie CC BY-SA 3.0; bewerkt) en De Grote Bosatlas 48e druk 1976)

 
Zoals vermeld vertrekt Jean in 1816 naar Amsterdam. Bekend is dat hij vlak vóór zijn huwelijk op de Groenburgwal 17 woont, waar ook de groenververijen zijn gevestigd. Hij is kleermaker van beroep. Joanna Maria woont dan op de Nes 18. De jonggehuwden blijven op de Nes wonen. Zoon Jean Bernard Valentin wordt op 30 september 1823 op nummer 119 geboren. Tien jaar later volgt op 21 september een dochter Johanna Maria Elisabeth. Het gezin is dan woonachtig op de Nes 107. Het ligt in de lijn der verwachting, dat er in de tussenliggende tien jaar nog enkele kinderen geboren worden. Deze zijn echter niet te traceren in Nederland. Zoon Jean Bernard Valentin is in 1842 in ieder geval kostwinner voor zijn moeder, die dan inmiddels weduwe is, en wordt om die reden voor één jaar vrijgesteld van dienst voor de Nationale Militie. Zij wonen op dat moment op de Nes 8 hoek Barberstraat boven de bakker.

Jean wordt niet oud. Hij overlijdt op 26 maart 1834 in zijn huis op de Nes 107 in Amsterdam, zevenenveertig jaar oud. Zijn vrouw Joanna Maria overlijdt op drieënzeventigjarige leeftijd op 20 januari 1870 in de Karthuizerstraat 232 aan ‘Vitium cordis, Oedema pulmonum et cerebri’.

 

Overlijdensakte van Jean Huver.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 

Overlijdensoorzaak van Joanna Maria Wilik.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst:© Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Archives Moselle, Stadsarchief Amsterdam, FamilySearch en Sarreinsming
 
 

Wijnverlater Samuel Knowles

6 mei 2019 at 12:28

 
Samuel Knowles, gedoopt op 28 april 1641 in de Groninger A-Kerk, brengt zijn jeugd door in de Boteringestraat. Zijn ouders zijn de Engelse handschoenmaker Richard Knowles en de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin.

 

Doop Samuel Knowles

Doopinschrijving van Samuel Knowles.
Bron: AlleGroningers


 
A-Kerk Groningen

De A-Kerk in Groningen; 1649, Atlas van Loon (Public Domain).
Bron: Wikimedia

 
Evenals de andere kinderen uit het gezin, besluit ook Samuel niet te kiezen voor een leven in de stad Groningen. Hij vertrekt naar Amsterdam. Daar gaat hij op 22 februari 1664 in ondertrouw met de Amsterdamse Elisabeth Goethand. Het schepenhuwelijk volgt op 18 maart 1664.
Samuel is op dat moment wijnverlater van beroep en woont aan de Nes. Elisabeth, Lijsbeth genoemd, is woonachtig op de Vijgendam. Zij is de dochter van de Engelse Carel Goethand, ook bekend als Charles Goodhand, een vooraanstaand lid van de ‘Engelse Kerk’.

 

Huwelijksinschrijving Samuel Knowles en Elisabeth Goethand

Huwelijksinschrijving van Samuel Knowles en Elisabeth Goethand; Amsterdam, 22 februari 1664.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Schepenhuwelijk Samuel Knowles en Elisabeth Goethand

Inschrijving schepenhuwelijk van Samuel Knowles en Elisabeth Goethand.
Bron: FamilySearch


 
Nes Amsterdam

Gezicht op de Grote en Kleine Vleeshal aan de Nes te Amsterdam. Links de Grote Vleeshal, gevestigd in de kapel van het voormalige Sint-Pietersgasthuis. Rechts de Kleine Vleeshal, gevestigd in de kapel van het voormalige Sint-Margarethaklooster. In het midden de Boeren- of Riviervismarkt; Jacob van Meurs (mogelijk)1663-1664.
Bron: Rijksmuseum

 
Op 10 mei 1664 legt Samuel als ‘wijncoper’ zijn poorter eed af. Nou laat het beroep wijnkoper weinig aan de verbeelding over. De invulling van het beroep wijnverlater daarentegen moest toch wel worden opgezocht.

 

Poorterschap Samuel Knowles

Samuel Knowles legt in Amsterdam op 10 mei 1664 zijn poorter eed af.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
De gezworen wijnverlater, wijnroeier of wijnpeiler stelde met behulp van een peilstok of wijnroede en wiskundige berekeningen de hoeveelheid vloeistof in een vat vast om te bepalen hoeveel belasting er betaald diende te worden. Belastbare vloeistoffen waren onder andere olie, wijn, traan, bier, wijn, cognac en overige gedistilleerde ‘wateren’, azijn en zeep. Het bepalen van de hoeveelheid vloeistof werd ‘roeien’ genoemd; vandaar het beroep ‘wijnroeier’. De wijnverlater had tevens het recht om wijnen te ‘versnijden’, wat inhield dat hij verschillende wijnen mocht mengen.
De wijnroeiers handelden in dienst van de Gildebroeders van het Kuipers en Wijnverlaters Gilde van de stad. Particulieren en handelaren konden tegen betaling een beroep op hun doen. Dit werd geregeld via het comptoir. Er werd betaald per grootte van een geijkt vat. Zodra een vat voldeed aan de door de stad voorgeschreven maat, werd het van een merkteken voorzien, waarbij elk merkteken stond voor een bepaalde inhoudsmaat. Op deze manier ontstond in steden of wijnstapelplaatsen een eigen systeem van wijnroeierstekens.
Ondanks het verschil in technieken waren de wiskunde berekeningen, die werden gebruikt voor het meten van lange afstanden, hoogten en onregelmatige percelen, hetzelfde als die voor het meten van de grootte van vaten en de hoeveelheid vloeistof. De beroepen van landmeter en wijnroeier gingen dan ook vaak samen.

 

Schoolboeck van de Wynroyeryen

Uit het ‘Oprecht, grondich en rechtsinnigh Schoolboeck van de Wynroyeryen’ van 1663.
Bron: archive.org


 
Wijnroeiersteken

Wijnroeiersteken.
Bron: Erfgoed Breda

 
Buiten de vermelding van wijnverlater in de huwelijksinschrijving, is over Samuel verder geen documentatie te vinden met betrekking tot dit beroep. Mogelijk is het beroep van wijnkoper voor hem een uitbreiding geweest van het beroep wijnverlater. Zijn naam komt wel voor in de lijst met namen van wijnkopers, die terug te vinden is in de documentatie van het Amsterdamse Wijnkopersgilde.

 

Vier overlieden van het wijnkopersgilde te Amsterdam

Vier overlieden van het wijnkopersgilde te Amsterdam (1673).
Bron: Geheugen van Nederland (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)


 
Lijst van wijnverkopers

Vermelding in de lijst met namen van wijnkopers.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Op 15 december 1664 wordt een zoontje Naetaniel gedoopt in de Amsterdamse Oudezijds Kapel. Doopgetuige is Samuels zwager Pietter Arijaensz van Antwaerpen, die getrouwd is met de eveneens naar Amsterdam vertrokken zus Catheleijntie Knowles. Waarschijnlijk wonen Samuel en Lijsbeth dan al op de Oudezijds Achterburgwal.
Samuel heeft zijn zoontje niet mogen zien opgroeien; hij overlijdt al jong op 25-jarige leeftijd en wordt op 6 november 1666 begraven in de Zuiderkerk. Weduwe Lijsbeth gaat exact twee jaar later in Amsterdam in ondertrouw met de uit Vianen afkomstige wijnverlater Albertus van Cuijlenburg. Zij wordt op 22 maart 1684 begraven in de Oude Kerk.

 

Begraafinschrijving Samuel Knowles

Begraafinschrijving van Samuel Knowles in het gaarderboek van de Zuiderkerk.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: AlleGroningers, Stadsarchief Amsterdam, Archive, Verhalenwiki, Erfgoed Breda, Lens on Leeuwenhoek en DBNL
 
 

Militaire stamboeken Landmacht 1812-1924

30 april 2019 at 13:29

 
Vastgezet bericht
 
Nieuw toegevoegd op deze website: Militaire stamboeken Landmacht 1812-1924.

Overzicht van de militaire stamboeken ‘Onderofficieren en Manschappen Landmacht 1812-1924’ van Nederlandse legeronderdelen met links naar de scans van FamilySearch. Om de klappers en stamboeken in te zien heeft u een (gratis) account bij FamilySearch nodig. (Zie ook: Wegwijs: Militaire stamboeken)
 
 

Inschrijving van Joseph Ubeda in het stamboek van het 7e Regiment Infanterie

Inschrijving van Joseph Ubeda in het stamboek van het 7e Regiment Infanterie.
Bron: FamilySearch


 
 

Jan Vermeer en Teunisje Hulstein

16 maart 2019 at 16:41

 
Mijn overgrootvader Jan Vermeer werd op 14 november 1880 in Bennekom geboren als zoon van Casper Vermeer en zijn tweede vrouw Helena van Deelen. Vader Casper was eerder weduwnaar van Grietje Riggelink. Zijn jeugd bracht mijn overgrootvader door aan de Dorpsstraat 179a; dit huis zou later de nummering 44-46 krijgen.
Jan was niet groot. Met zijn lengte van 1 meter en 52 centimeter werd hij daarom ook door de Militieraad vrijgesteld van de dienst uit hoofde van ‘te zijn onder de maat’. Misschien hadden zij daar wel een punt!

 

Geboorteakte Jan Vermeer

Geboorteakte van Jan Vermeer.
Bron: Stadsarchief Ede


 
Extract Nationale Militie Jan Vermeer

Extract van de Nationale Militie. Jan Vermeer was met zijn 1.52 meter ‘onder de maat’.
Bron: FamilySearch


 
Militieregister Jan Vermeer

Gedeelte uit het militieregister.
Bron: Archieval.nl

 
Op 2 december 1905 trouwde Jan, arbeider en opperman van beroep, in Ede met mijn overgrootmoeder Teunisje Hulstein. Teunisje, Teun genoemd, werd op 11 september 1885 in Bennekom geboren. Zij was de dochter van Rut Hulstein en Louise Jansen. Teunisje groeide op aan de Laarweg 62, na omnummering in 1962 nummer 10 geworden.
Op zeventienjarige leeftijd verruilde zij op 26 juni 1903 voor ruim een jaar Bennekom voor Den Haag. Waarschijnlijk zal zij daar als dienstbode aan de slag zijn gegaan. In Den Haag was de behoefte groot aan dienstboden, die doorgaans per jaar werden ‘besteed’.

 

Geboorteakte Teunisje Hulstein

Geboorteakte van Teunisje Hulstein.
Bron: Archieval.nl


 
Huwelijksakte Jan Vermeer en Teunisje Hulstein

Huwelijksakte van Jan Vermeer en Teunisje Hulstein.
Bron: Archieval.nl

 
Als pasgetrouwd stel namen mijn overgrootouders hun intrek in een woning op de Laarweg 69, in 1921 gevolgd door Groep de Laar 12. Waar Groep de Laar precies heeft gelegen is onduidelijk. Vanaf 1921 zijn in het arme noordoostelijke gebied van Bennekom met verspreide bebouwing de straatnamen ‘Laarweg’ en (het inmiddels verdwenen) ‘Laarpad’ ingevoerd. Onderscheid wordt er tevens gemaakt tussen ‘Laarweg’ en ‘De Laar’. Huisnummer 12 voor ‘De Laar’ ontbreekt in de ‘Straatreconstructie van J.G. Hartgers’. Het is dan ook aannemelijk dat ‘Groep de Laar’ een deel was van ‘De Laar’ en mogelijk het vroegere ‘Laarpad’.

 

Gereconstrueerde persoonskaart van Jan Vermeer

Gereconstrueerde persoonskaart van Jan Vermeer.
Bron: Archieval.nl


 
Gereconstrueerde persoonskaart van Teunisje Hulstein

Gereconstrueerde persoonskaart van Teunisje Hulstein.
Bron: Archieval.nl

 
In 1930 woonden mijn overgrootouders inmiddels op de Laarweg 14. Na omnummering in 1941 werd dit nummer 20. Voordat het huis in 1967 werd gesloopt, heeft mijn vader nog een foto gemaakt. Deze foto had in mijn ouderlijk huis een mooi plekje op de muur boven de voorzetkachel in de voorkamer.
De deel werd ‘studio’ genoemd. Hier repeteerde toneelvereniging KDS (Kunst Door Studie), opgericht in 1931, waar in de loop der jaren heel wat familieleden lid van zijn geweest, waaronder mijn ouders, die tevens grimeurs waren voor de toneelvereniging, en mijn grootouders. Zelf stond ik destijds in de kinderwagen achter de coulissen. Later werd er om toerbeurten bij de leden thuis gerepeteerd. Als kind mocht ik er soms bij aanwezig zijn als ‘wij’ aan de beurt waren. Wat een feest! Nog altijd bewaar ik een oud politie-uniform en een ‘deftig bontje’, die ooit gebruikt zijn voor een toneelvoorstelling.

 

Laarweg

Het huis aan de Laarweg 14, door omnummering nummer 20 geworden. Toneelvereniging KDS repeteerde in de deel, de ‘studio’ genoemd.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Toneelvereniging KDS

Toneelvereniging KDS (Kunst Door Studie).
Staande v.l.n.r.: Marie Meijer, Jo van Beek-van Ingen, Antje Vermeer-de Wit (echtgenote van Rut Hulstein, zittend de tweede man van links), Leen Borst, mijn oma Teun Jansen-Vermeer, Teus Zaaier, Mien Veldhuisen-Meijer en mijn oudoom Chris Jansen.
Zittend v.l.n.r.: dhr. Meijer (tevens souffleur), mijn oudoom Rut Vermeer, Bart Hoefakker, Wim Wolve en mijn opa Jan Jansen.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Toneeluitvoering KDS

Toneeluitvoering van Toneelvereniging KDS.
Bron: © Uit de oude Koektrommel

 
Mijn overgrootouders kregen negen kinderen: zes dochters en drie zonen. Mijn oudtantes Helena (Lena),  Louise (Wies; mijn peettante), Catharina (Trien) en Dientje (Dien) heb ik allemaal mogen kennen. Dochter Rika werd slechts zes jaar oud en de hekkensluiter van het gezin was mijn oma Teunisje (Teun).
De zonen heetten Rut. De ‘eerste’ Rut was de tweelingbroer van Dientje. Zij waren te vroeg geboren en mij is altijd verteld, dat de twee kinderen in kistjes bij de kachel stonden als een soort couveuse. Ondanks het feit dat Dientje veel kleiner zou zijn geweest dan Rut, heeft zij het wel gehaald en is Rut na tien dagen alsnog overleden. De ‘volgende’ Rut werd slechts zestien maanden oud; een half jaar na zijn overlijden is mijn oudoom Rut nog geboren.

 

Het gezin Vermeer-Hulstein

Jan Vermeer en Teunisje Hulstein met hun kinderen (v.l.n.r.) Dien, Trien, Teun, Rut, Lena en Wies.
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
IJscowagen Laarweg

Teunisje Hulstein en Jan Vermeer met hun kinderen Teunisje en Rut bij de ijscowagen van Holewijn op de Laarweg.
Bron: © Uit de oude Koektrommel

 
Helaas heb ik deze overgrootouders van mijn oma’s kant nooit mogen kennen. Mijn overgrootvader is op vijfenzeventigjarige leeftijd in Bennekom overleden op 24 juni 1956. Mijn overgrootmoeder volgde hem bijna zeven jaar later op 20 april 1963 op zevenenzeventigjarige leeftijd.

 

Overlijdensakte Jan Vermeer

Overlijdensakte van Jan Vermeer.
Bron: Archieval.nl


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

Uit de oude Koektrommel over de landsgrens tijdens een prachtig Gentbrugs initiatief!

2 maart 2019 at 14:34

 
Eind vorig jaar ontving ik van Etienne Huyghe een verzoek om de website Uit de oude Koektrommel te mogen vermelden en uit te leggen tijdens de Februari-sessie Genealogie voor amateur-genealogen in de leeftijd tussen zestig en negentig jaar.
Al voor het vijfde jaar wordt er maandelijks in Lokaal Diensten Centrum Speltincx te Gentbrugge een sessie Genealogie georganiseerd, waarbij onder andere aan de hand van een Power Point presentatie allerhande genealogie-gerelateerde onderwerpen worden belicht. Ldc Speltincx is één van de tien lokale dienstencentra van het OCMW (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn) Gent, die als doel hebben de buurtbewoners, vooral de senioren, zo lang mogelijk op een kwaliteitsvolle manier thuis te laten wonen.

Tijdens de sessie van 7 februari jongstleden werd uitvoerig aandacht besteed aan de website, waarbij getracht werd ‘de veelzijdigheid en praktische kant van de site te belichten’, aldus Etienne Huyghe. Hij vervolgt, ik citeer: ‘…zou ik alle mensen die belangstellen in genealogie willen aanraden deze site ‘tenminste’ te overlopen……, het is niet enkel een welkome afwisseling, maar vooral een bijdrage in je ontwikkeling als amateur-genealoog en op termijn zal blijken dat het een niet te verwaarlozen factor is in tijd.’ En met betrekking tot de pagina België: ‘Mijns inziens overzichtelijk, nuttig en praktisch met vooral de ontelbare links naar sites, waarop iets kan gevonden worden.
Deze waarderende woorden zijn voor mij als webbeheerder een mooie opsteker en extra stimulans om de weg te vervolgen, die ik met mijn website ben ingeslagen.

Etienne Huyghe is met zijn ‘vergevorderde leeftijd’ als vrijwilliger betrokken bij de begeleiding van de genealogie-sessies en sinds zeven jaar als wandelgids voor OCMW Gent. Via zelfstudie heeft hij zich het werken met de PC en het stamboomonderzoek eigen gemaakt. Waarvoor mijn respect! Met veel hulp en steun heeft hij zijn steentje weten bij te dragen om samen met zijn medestanders van het eerste uur het genealogie-initiatief te doen slagen.
Als groot bewonderaar van de Nederlandse prestaties en inspanningen betreffende genealogie stelt hij zich ten doel de achterstand ten opzichte van de Belgische buurlanden in te halen. Hij realiseert zich, dat hem dat gezien zijn leeftijd niet zal lukken. Zijn hoop is daarom gevestigd op de jongere generatie(s). Daarnaast is hij van mening, dat senioren, die maar blijven denken dat ze te oud zijn om ‘over te schakelen’, het niet bij het rechte eind hebben en heeft hij de stille wens, dat zij toch de daad bij het woord zullen voegen.

Zijn verhaal raakt mij en zet mij tegelijkertijd aan tot nadenken. Mijn visie met betrekking tot genealogie verschilt in wezen niet zoveel. Zelf ben ik een groot voorstander van het, bij voorkeur gratis, openbaar toegankelijk maken van digitale bronnen ten behoeve van genealogisch onderzoek. Op die manier komt genealogie ook binnen handbereik te liggen van geïnteresseerden met een financiële of mobiele beperking. Hoe belangrijk kan het zijn te weten waar jouw wortels liggen. Immers, geen heden zonder verleden. Je bent wie jouw voorouders waren.

In Nederland mogen we ons best ‘verwend’ noemen met dergelijke, in snel toenemende mate, openbare bronnen, die mede door de inzet van vele vrijwilligers beschikbaar zijn of worden gemaakt. Bovendien wordt er via diverse archiefinstellingen en historische verenigingen het nodige georganiseerd met betrekking tot geschiedkundige en genealogische onderwerpen. Echter, er lijkt, zeker op plaatselijk niveau, weinig belangstelling te bestaan om tegen geringe kosten genealogie bereikbaar te maken voor het geïnteresseerde publiek, dat haast lijkt te verdwalen in de hedendaagse digitale wereld en zeker een steuntje in de rug kan gebruiken. Mijns inziens mogen wij een voorbeeld nemen aan het prachtige Gentbrugse initiatief!
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Met speciale dank aan Etienne Huyghe.
Webblog sessies genealogie: Speltincx Genealogie
OCMW Gent Speltincx: informatie
 
 

Predikant Nathanaël Knowles

14 januari 2019 at 13:58

 
Nathanaël Knowles wordt op 26 april 1643 gedoopt in de Groninger Martinikerk. Zijn ouders, de Engelse handschoenmaker Richard Knowles en de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin, wonen op dat moment in de Boteringestraat. Nathanaël is de vijfde en jongste zoon uit het gezin. Evenals zijn oudere broer Christophorus zal hij uiteindelijk kiezen voor het beroep van predikant.

 

Botteringe Straet

De ‘Botteringe Straet’ tussen de ‘Brede Merckt’ (de huidige Grote Markt) en de ‘O. Botteringe Poort’; 1649, Atlas van Loon (Public Domain).
Bron: Wikimedia


 
Doop Nathanael Knowles

Doopinschrijving van Nathanaël Knowles.
Bron: AlleGroningers

 
Op 13 augustus 1661 laat Nathanaël zich inschrijven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen onder de naam N. Knouwels. Tien jaar later duikt hij op als kandidaat theologie in het kerkregister van Appingedam. Alhoewel er geen voornaam of –letter wordt vermeld, moet het hier wel om Nathanaël gaan; zijn broer is dan al enkele jaren predikant in Farmsum.
 
Kerkelijke zaken Appingedam deel I:

Anno 1671 den 29 Decemb is de vergaderinge der ouderlingen ende diaconen met het gebedt aengevangen ende geeindigt

Is door expiratie van drie vierdeel jaers van wijlen Dom. Sibrandus Zal., bij provisie geresolveert, dat
eenige Predicanten ende Candidaten eerstmaell om te predicken opgestelt ende gehoort sullen worden, om daer na eenige uit deselve op de nominatie te brengen. En is ten eersten remarq genomen op volgende personen als

D. Picardus pastor tot Nieuw-kerck
D. Wiardi pastor tot Eenum
D. Havercampius, pastor op Delfzijll
D. Heijdanus, pastor tot Noorthorn
D. Cand. Swaan
D. Cand Alberthoma
D. Cand Knowles
 
In november van 1672 wordt Nathanaël beroepen als predikant en opvolger van dominee Johannes Janssonius in Anloo, waartoe ook de plaatsjes Annen, Annerveen, Eext, Eexterveen, Anderen, Gasteren en Schipborg behoren. Zijn thuisbasis wordt de Sint-Magnuskerk, de oude bisschopskerk in het midden van het dorpsgebied, die sinds 1598 eigendom is van de Nederduits-Gereformeerde Kerk, de latere Hervormde Kerk. Hij zal de eerste predikant in Anloo worden, die aanvangt met het registreren van dopen en overlijden in het kerkboek. De huwelijksinschrijvingen zullen vanaf 1715 worden genoteerd door dominee Ulricus de Vries.
 
Nathanaël schrijft hierover in het kerkboek:

Alsoo mij geen overleveringhe van het kerckelijck protocol is gedaen en ick nu eerst in den jare 1676 daer toe een boeck heb bekome, heb ick in de eerste jaren van mijn dienst niet konnen registreren de namen der gedoopte kinderen. Dienvolgens sou het konnen geschiet sijn datter int’ begin wel d’een ofte ander mochte uitgelaten ofte misplaest wesen, ’t welck ick nodich achte bekent te maken of men sich in dese of gene gelegenheidt van dit protocol moeste dienen.

 

Kerkregister Anloo

Voorwoord door Nathanaël in het kerkboek van Anloo.
Bron: Drents Archief


 
Sint-Magnuskerk te Anloo

Sint-Magnuskerk te Anloo met de namenlijst van de predikanten.
Foto kerk: Rijksmonumenten (bewerkt; CC BY-SA 3.0 NL)

 
Nathanaël laat op 12 april 1673 in Groningen zijn voorgenomen huwelijk met predikantsdochter Maria Sibelius inschrijven. Dit huwelijk wordt op 30 april van dat jaar ingezegend door dominee Otto Zaunslifer in de Groninger Martinikerk. Maria is de dochter van Adolphus Sibelius, die tijdens zijn leven als predikant werkzaam is in Warfhuizen en Warffum, en Maria Ringels.
Het jaar daarop wordt op 4 april zoon Richardus geboren en een dag later gedoopt. Meer kinderen zullen er niet volgen. Richardus wordt ook niet oud; hij overlijdt in de nacht van 29 juni 1693 op negentienjarige leeftijd.

 

Huwelijksinschrijving Nathanael Knowles en Maria Sibelius

Huwelijksinschrijving van Nathanaël Knowles en Maria Sibelius.
Bron: AlleGroningers


 
Doop Richardus Knowles

Doopinschrijving van zoon Richardus.
Bron: AlleDrenten


 
Overlijden Richardus Knowles

Als predikant moest Nathanaël zelf het overlijden van zijn enig kind inschrijven.
Bron: AlleDrenten

 
In 1683 vertaalt Nathanaël uit het Engels: Richard Baxter; De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken, In XXXII bestieringen, dat hij opdraagt aan Conraedt Ellents, onvanger-generaal van Drenthe en de heerlijkheid Coevorden en diens vrouw Anna Geertruidt Sichman. In 1685 gevolgd door de vertaling uit het Engels: Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen. Het gedachtegoed uit de boeken van Richard Baxter, één van de meest invloedrijke leiders van de non-conformisten, Engelse puritein, predikant, dichter, hymnoloog en polemist, wordt uit naam van de Classis van Rolde onderschreven en ‘seer dienstig ende stigtig bevonden voor Godts Kerke omme door den druk in onse Nederlantsche tale bekent gemaakt te worden.’ Of zoals Nathanaël zelf schrijft ‘voornamelijk om de gehele Nederlantsche Kerke daar door te stichten, na myn kleyn vermogen.’

 

Bladzijde uit Het Goddelyke Leven

Bladzijde uit de vertaling van ‘Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen’.

 
Op 6 juli 1700 moet Nathanaël afscheid nemen van zijn vrouw Maria. Als predikant van de gemeente noteert hij dit overlijden in het kerkboek van Anloo. Ruim twee maanden later op 15 september zal ook Nathanaël het heden met het eeuwige verruilen.

 

Overlijden Maria Sibelius

Terwijl Nathanaël nog zelf het overlijden van Maria noteert…
Bron: AlleDrenten


 

… zal zijn eigen overlijden ruim twee maanden later door zijn opvolger dominee Christophorus Matthaeus worden ingeschreven.
Bron: AlleDrenten


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
(Bewerking Kerkelijke zaken Appingedam deel I: Lidmaten Groningen)
Gehele boeken: De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken en Het goddelyke leven
Bronnen: Lidmaten Groningen, DBNL, Dominees, Drents Archief en Digibron
 
 

Loting Nationale Militie

6 januari 2019 at 17:21

 
Nieuw toegevoegd op deze website: Loting Nationale Militie.

Toen in 1810 het Koninkrijk Holland opging in het Keizerrijk Frankrijk werd onder Lodewijk Napoleon ook in ons land de militaire dienstplicht (conscriptie) ingevoerd. Dat hield in dat iedere man van twintig jaar of ouder zich moest inschrijven. Door middel van loting werd bepaald welke ‘loteling’ in het Franse leger dienst moest nemen.

Aan bod komen de onderwerpen: invoering dienstplicht, loting, lotingsdag, wijze van loting, vrijstelling, vervanging, militieregisters, dienstplichtwet, ziekten of lichaamsgebreken en stamboeken en militieregisters.

 

Loting Nationale Militie

Loting voor de Nationale Militie (1880; Publiek Domein).
Bron: Wikipedia


 
 

Grootmoe Leen en Grootmoe Wies

24 oktober 2018 at 01:51

 
Jaren geleden kreeg ik van een familielid een plastic tasje met foto’s. Ik ‘moest maar kijken of ik er iets mee kon…’ Het tasje bleek een handjevol ‘pareltjes’ te bevatten. Een zeer welkome aanvulling op de toch al geringe hoeveelheid oude familiefoto’s, die binnen onze familie circuleert.
Bijzondere vondsten waren de foto’s van mijn betovergrootmoeders Helena van Deelen en Louise Jansen. Grootmoe Leen en Grootmoe Wies, de beide grootmoeders van mijn oma.

Helena werd als vierde dochter van de Bennekommer boerenknecht, dagloner en arbeider Aalbert van Deelen en de uit Otterlo afkomstige boerenmeid en arbeidster Dientje Freriks op 11 oktober 1858 ’s avonds om acht uur geboren in Otterlo. Tot aan haar huwelijk zou Helena in Otterlo blijven wonen.
Op 26 april 1879 trouwde Helena, twintig jaar oud, in Ede met de zeven jaar oudere Wageninger arbeider Casper Vermeer, weduwnaar van Grietje Riggelink. Na het huwelijk gingen Helena en Casper in Bennekom wonen. Op 30 oktober van hetzelfde jaar werd hun oudste zoon geboren, die slechts achttien dagen oud zou worden. Er volgden nog twee zonen, vijf dochters en twee levenloos geboren kinderen. In 1916 werd Helena weduwe; zij zelf overleed in Bennekom op 17 januari 1938, negenenzeventig jaar oud.

 

Helena van Deelen

Helena van Deelen
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Geboorteakte Helena van Deelen

Geboorteakte van Helena van Deelen.
Bron: Gelders Archief


 
Gerecontrueerde PK van Helena van Deelen

Gerecontrueerde persoonskaart van Helena van Deelen.
Bron: archieval.nl


 
Overlijdensakte Helena van Deelen

Overlijdensakte van Helena van Deelen.
Bron: Gelders Archief

 
Louise werd op 15 oktober 1860 ’s avonds om negen uur in Ede geboren als oudste dochter van de uit Ede afkomstige smid en arbeider Cornelis Jansen en spinster Gerritje van de Weerd. Het gezin liet zich op 21 november 1870 uitschrijven van Ede Dorp 71 naar Woudenberg om later weer in Ede neer te strijken.
Louise trouwde, 20 jaar oud, op 16 april 1881 in Ede met de Bennekommer boerenknecht en arbeider Rut Hulstein. Ook Rut en Louise vestigden zich na hun trouwen in Bennekom. Hun oudste zoon werd geboren op 6 november van hetzelfde jaar. Er zouden nog drie zonen en zes dochters volgen. Louise overleed op 25 december 1932 te Bennekom op tweeënzeventigjarige leeftijd; ruim drie weken later gevolgd door haar man.

 

Louise Jansen

Louise Jansen
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Geboorteakte Louise Jansen

Geboorteakte van Louise Jansen.
Bron: Gelders Archief


 
Gereconstrueerde PK van Louise Jansen

Gereconstrueerde persoonskaart van Louise Jansen.
Bron: archieval.nl

 
Opvallend is de vermelding ‘Groep de Laar’ op de gereconstrueerde persoonskaart. In de ‘Straatreconstructie van J.G. Hartgers’ wordt dit niet vermeld. Vanaf 1921 zijn in het arme noordoostelijke gebied van Bennekom met verspreide bebouwing de straatnamen ‘Laarweg’ en (het inmiddels verdwenen) ‘Laarpad’ ingevoerd. Onderscheid wordt er tevens gemaakt tussen ‘Laarweg’ en ‘De Laar’. De vermelde huisnummers 34, 35a en 17 ontbreken bij de adressen, die J.G. Hartgers vermeldt voor ‘De Laar’. Het is dan ook aannemelijk dat ‘Groep de Laar’ een deel was van ‘De Laar’ en mogelijk het vroegere ‘Laarpad’.

 

Overlijdensakte Louise Jansen

Overlijdensakte van Louise Jansen.
Bron: Gelders Archief


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

De ‘verdwenen’ Joseph Ubeda

30 augustus 2018 at 13:03

 
Joseph Ubeda werd op 16 november 1830 ’s nachts om één uur geboren in Nijmegen. Hij was de derde zoon uit een gezin met veertien kinderen, waarvan de oudste voortkwam uit een relatie van moeder Maria Giesbers met een, voor ons althans, onbekende man. Zijn vader was de uit het Spaanse Huèrcal de Almeria afkomstige José Antonio Rueda de Ubeda; stamvader van de familie Ubeda in Nederland.

 

Geboorteakte Joseph Ubeda

Geboorteakte van Joseph Ubeda.
Bron: Gelders Archief

 
Dat Joseph hoogstwaarschijnlijk naar het buitenland was vertrokken leek aannemelijk. In Nederland was maar weinig informatie over hem te vinden. Het lotingsregister van Nijmegen vermeldde, naast de gebruikelijke gegevens, alleen ‘No. 208’. Dat leverde dus geen enkel aanknopingspunt op. De periode, waarin hij het ouderlijk huis verlaten zou hebben, balanceerde bovendien op het randje van de invoering van het vastbladig bevolkingsregister, wat het ‘opsporen’ bemoeilijkte.
Uiteindelijk wordt zijn vermelding gevonden in het bevolkingsregister van Amsterdam: ingeschreven op het adres Elandsgracht-Klaverbladsgang No. 224 A, ongehuwd, Rooms Katholiek, knecht van beroep en ‘dienst genomen zonder kennisgeving’. Dit was meteen het voorlopig laatste teken van leven van Joseph in Nederland.

 

De Elandsgracht (NZ) met ‘Fort Sjako’ rond 1885. Een stukje verderop tussen de nummers 52 en 56 bevond zich de Klaverbladsgang.
Bron: Elandsgracht (embedded)


 
Bevolkingsregister Amsterdam

Aanknopingspunt in het bevolkingsregister van Amsterdam: ‘dienst genomen zonder kennisgeving’.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Met als enig aanknopingspunt ‘dienst genomen zonder kennisgeving’, kon het spitten in de militaire stamboeken dus beginnen. Aangezien zijn oudere broers bij het Regiment Infanterie waren terechtgekomen, zou dat de eerste gok moeten zijn. Zijn vermelding werd al snel gevonden in de klapper van het 3e Regiment Infanterie. De inschrijving in het stamboek leverde verwijzingen en inschrijfnummers naar en van andere regimenten op.

Joseph had volgens zijn signalement een lengte van 1.603 meter, een ovaal gezicht, een rond voorhoofd, een spitse kin, normale neus en lippen, bruin haar, blauwe ogen, bruine wenkbrauwen en een litteken boven zijn linker oog. Als laatste woonplaats werd Rotterdam vermeld, waar hij werkzaam was geweest als knecht in een koffiehuis.
Op 25 April 1849 werd hij als reserve milicien voor de tijd van vijf jaar ingedeeld bij het 7e Regiment Infanterie als nummerwisselaar van Eduardus Wilhelmus Friebels van de lichting van 1849 van Nijmegen. Daar zal vast een welkome beloning tegenover gestaan hebben.
Vanaf 20 Mei 1850 kwam hij in actieve dienst, amper 3 maanden later gevolgd door groot verlof.

 

Inschrijving stamboek 7e Regiment Infanterie

Gedeelte van de inschrijving in het stamboek van het 7e Regiment Infanterie.
Bron: FamilySearch

 
Joseph ging op 5 maart 1851 als milicien over naar het 3e Regiment Infanterie met een vrijwillige verbintenis voor de tijd van zes jaar. Hij kreeg hiervoor een premie van 20 gulden. Ruim drie jaar later, op 15 mei 1854, werd Joseph geroyeerd als milicien en als vrijwilliger aangemerkt. Op 18 december 1856 werd hij ‘gereëngageerd’ voor de tijd van zes jaar, ingaande 5 maart 1857, met een handgeld van 25 gulden.
Op 1 mei van datzelfde jaar besloot Joseph een nieuwe verbintenis te tekenen voor de tijd van zes jaar bij het Koloniaal Werfdepot, ingaande op de dag van inscheping naar de overzeese bezettingen in Oost-Indië en met een premie van 85 gulden.

Het lijkt voor de hand liggend dat Joseph heeft ingetekend bij het belangrijkste werfdepot voor het Oost-Indisch Leger in Harderwijk. Het Koloniaal Werfdepot was het legeronderdeel dat in Nederland rekruten aanwierf en de soldaten in een zesweekse opleiding klaarstoomde voor hun dienst in de Oost. In de tijd van Joseph was dit een beroepsleger, aangezien de grondwet de uitzending van dienstplichtigen naar de koloniën verbood, en viel na inscheping onder het Ministerie van Koloniën.

 

Koloniaal Werfdepot

Het Koloniaal Werfdepot (Oranje Nassau Kazerne) aan de Smeepoortstraat te Harderwijk.
Bron: Wikimedia (public domain)

 
Lang hebben zijn werkzaamheden voor het Koloniaal Werfdepot niet geduurd. Gelet op de vermelde data is het zelfs nog maar de vraag of hij zijn bestemming in Oost-Indië bereikt zal hebben. Op 12 juli 1857 stapte Joseph namelijk over aan boord van het schip Willem en Carel met bestemming West-Indië, dienende als jager 2e klas in het 27e Bataljon Jagers.

 

Stamboek Koloniaal Werfdepot

Gedeelte uit het stamboek van het Koloniaal Werfdepot.
Bron: FamilySearch


 
Stamboek Suriname Joseph Ubeda

Inschrijving van Joseph Ubeda in het West-Indisch stamboek.
Bron: Nationaal Archief

 
Uiteindelijk zou hij terecht komen in de Surinaamse militaire post Republiek aan de Coropinakreek. Deze post was destijds alleen bereikbaar over het water en lag in het Paragebied, het oudste plantagegebied van Suriname, dat bekend stond om de productie van suiker en houtskool voor brandstof.
Waarschijnlijk heeft Joseph nog de slavenopstand in de plantage Vier Kinderen van 1857 meegemaakt, die uitbrak na het aantreden van een nieuwe directeur. Nadat de opstandigheid van de slaven al zo’n acht maanden gaande was, werden er uiteindelijk 120 militairen van de militaire post Republiek op de ongeveer 180 slaven afgestuurd, waarbij 17 ‘belhamels en opstokers’ werden opgepakt.

Joseph overleed plotseling in de militaire post Republiek op 8 maart 1859, nalatende 7 gulden en 9 cent; een bedrag dat omgerekend vandaag de dag rond 75 euro zal liggen.

 

Militaire post Republiek

Aquarel ‘Military post ‘Republiek’ by the Coropina Creek’ rond 1860 (bewerkt).
Bron: Nationaal Museum van Wereldculturen (Rechten: CC BY-SA 4.0)


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Bronnen: FamilySearch, Nationaal Archief, Wikipedia (Republiek), Wikipedia (Koloniaal Werfdepot) en Paranen tussen stad en bos