De handschoen

 
Mijn Engelse voorouder Richard Knowles werkte in 1630 als handschoenmaker in de Groningse Popkenstraat. Nou laat het beroep van handschoenmaker natuurlijk niets aan de verbeelding over. Daarentegen zijn over de handschoen en het gebruik ervan genoeg interessante zaken te vinden.

 

Richard Knowles handschoenmaker

Richard Knowles, hier geschreven als Derck Cnaules, handschoenmaker in de Popkenstraat (Groningen, 1630).
Bron: AlleGroningers


 
 
 
De handschoen door de tijden heen

De oudste gevonden handschoenen ter wereld zijn die van de Egyptische farao Toetanchamon, ontdekt in zijn graf in 1922. Zij dateren uit 1333-1323 voor Christus en zijn gemaakt van vlasvezels. Waarschijnlijk waren ze bedoeld voor paardrijden. Het bijzondere aan deze handschoenen is dat zij met een steek zijn genaaid, die pas in de achttiende eeuw na Christus opnieuw zou worden toegepast.

 

Handschoen van Toetanchamon

Eén van de zevenentwintig handschoenen van Toetanchamon, gevonden in zijn graf in 1922.
Bron: Olia i Klod


 
 
In eerste instantie waren handschoenen een ‘beschermende accessoire’. Zo wordt in Homerus’ Odyssee de vader van Odysseus, Laërtes, beschreven, die met handschoenen aan in zijn tuin werkte om zijn handen te beschermen tegen de wilde bramen. De Romeinse bovenklasse droeg op feestjes ‘eethandschoenen’ van zijde of linnen om tijdens het eten met hun handen deze schoon te houden en verbranding van de vingers te voorkomen. En wat te denken van de gladiatoren die, voordat zij de arena binnengingen, ter bescherming hun handen omwikkelden met lange repen gelooide huid. Jagers en krijgers beschermden hun handen met leren handschoenen of bekleedden ze met doek, bedekt met metalen platen. Later werd de metalen handschoen onderdeel van de totale ridderuitrusting.

In de loop der eeuwen komen we de vermeldingen of vondsten van handschoenen vaker tegen. De Griekse historicus Herodotus vertelt in zijn onderzoek rond 440 voor Christus over de beschuldiging van Leotychides, die een handschoen had gevuld met geld dat hij als omkoping had ontvangen. Xenophon vermeldt in zijn Cyropaedia , dat de Perzen in de winter bontgevoerde wanten droegen. Plinius de Jonge vindt het rond 100 na Christus belangrijk genoeg om te melden dat de stenograaf van zijn oom in de winter handschoenen draagt om het werk van de oude Plinius niet te belemmeren.
In de elfde eeuw vergeet de Bisschop van Durham bij zijn ontsnapping met een touw via zijn raam uit de Tower of London zijn handschoenen en haalt zijn handen ernstig open. Zo zou Koning Henry II van Engeland in 1189 met handschoenen aan begraven zijn en worden bij het openen van de tombes van Bischop Nicolaus Shiner in 1510, Koning Edward I van Engeland in 1794 en Koning John van Engeland in 1797 alle drie de heren met handschoenen aan aangetroffen.

 

Kerkelijke handschoenen uit de tombe van bisschop Nicolaus Shiner, 1510

Kerkelijke handschoenen uit de tombe van Bisschop Nicolaus Shiner (1510).
Bron: Go Leather Gloves


 
 
Het was aan het einde van de Karolingische periode dat de handschoen een symbolische betekenis heeft gekregen. Van koningen is bekend dat hun handschoen diende als plaatsvervanger, wanneer hij lijfelijk ergens niet aanwezig kon zijn. In het christendom was het dragen van handschoenen een teken van religieuze macht en respect voor God. Attributen hoefden op die manier niet met de blote hand aangeraakt te worden.

De symboliek van het gebruik van de handschoen vinden we terug in de Middeleeuwen, waarin deze stond voor de overdracht van bepaalde macht of rechten. Tevens straalde het dragen van handschoenen (politieke) macht uit voor bijvoorbeeld hoogwaardigheidsbekleders, belastinginners en rechters. Een rechter zou altijd handschoenen dragen tijdens het uitspreken van het oordeel.

 

De handschoenmaker

De handschoenmaker: kopergravure uit Jan en Casper Luyken’s emblemataboek ‘Iets voor Allen’. De oorspronkelijke editie is uit 1745.
Bron: Atlas en Kaart


 
 
Egyptische vrouwen gebruikten handschoenen als onderdeel van een schoonheidsbehandeling, nadat de handen vooraf zorgvuldig waren ingesmeerd met geurige olie en honing. Naar alle waarschijnlijkheid zijn vrouwen in de dertiende eeuw begonnen met het dragen van handschoenen als accessoire gemaakt van linnen en zijde, versierd met borduurwerk. Wetten werden uitgevaardigd om deze ‘wereldse ijdelheid’ te onderdrukken, maar dat mocht op de langere termijn niet baten. In latere tijden kwamen dames niet buiten zonder handschoenen en was het gebruikelijk om minstens zeven paar in huis te hebben; voor elke dag van de week een ander paar.

In de zestiende eeuw raakte de geparfumeerde handschoen in de mode en werd het beroep van handschoenmaker verenigd met dat van parfumeur. Het gebruik van parfum was naast het maskeren van onfrisse luchtjes ook bedoeld voor hygiënische doeleinden, zoals het bestrijden van de pest en andere ziekten.
Geparfumeerde handschoenen werden gemaakt van zacht leer en bevatten een poeder met een overvloed aan geuren, zoals lavendel , bergamot, gemalen iriswortel en kruiden. Werden de geuren civet en muskus in de zeventiende eeuw warm onthaalt, tijdens de Verlichting gaf men de voorkeur aan bloemige en fruitige geuren. De achttiende eeuw stond in het teken van de verleiding, wat tot uiting kwam in nieuwe geuren.

 

Geparfumeerde lederen handschoenen

Geparfumeerde lederen handschoenen.
Bron: Anya’s Garden


 
 
In de zeventiende eeuw was het voor welgestelden gebruikelijk om met lederen handschoenen de deur uit te gaan. Bij voorkeur waren deze gemaakt van ree-, lams- of het liefst kippenhuid. Zij reikten tot de pols en in de meeste gevallen waren ze voorzien van een kap, die in de tweede helft van de zeventiende eeuw uitbundiger van vorm werd met vaak geborduurde manchetten. Gewoon werkvolk droeg handschoenen van stevige materiaalsoorten ter bescherming van de handen bij zwaar werk. Alhoewel ik het vermoeden heb dat de ‘minderbedeelden’ het toch zonder handschoenen moesten stellen.
 
 
Gebruik en symboliek

Tijdens de Middeleeuwen werd een begroeting door iemands hand te schudden zonder de handschoen uit te trekken gezien als een belediging. Het uitdoen van een handschoen voor het geven van een hand of een kus op de hand was een manier om vertrouwen te tonen. Ook het uittrekken van de handschoen met de tanden werd gezien als respectloos.

Het slaan met een handschoen in iemands gezicht werd beschouwd als een uitdaging voor een gevecht. Evenals iemand de handschoen voor de voeten werpen. De uitdrukking ‘iemand de handschoen toewerpen’ is dan ook aan het ridderwezen ontleend. Wie de handschoen opnam, gaf daarmee te kennen, dat hij de strijd aanvaardde. Vandaar ook ‘de handschoen voor iemand opnemen’, wat ‘iemand verdedigen’ betekent.

In de schilderkunst zien we het gebruik van de handschoen vaak terug. De handschoen staat symbool voor een huwelijk en voor netheid, omdat ze de handen bedekken en natuurlijk voor het benadrukken van een bepaald maatschappelijk aanzien. Handschoenen die in een schilderij op de grond liggen, staan symbool voor een buitenechtelijke verhouding.

 

Voorname vrijage, Willem Pietersz. Buytewech

Voorname vrijage door Willem Pietersz. Buytewech (ca. 1616-ca. 1620); de handschoenen, een symbool voor het huwelijk, liggen op de grond.
Bron: Rijksmuseum Amsterdam


 
 
En dan kennen we natuurlijk nog ‘trouwen met de handschoen’, oftewel trouwen bij volmacht; een huwelijksvoltrekking waarbij één van de partners niet aanwezig kan zijn en wordt vervangen door een gevolmachtigde. Van oorsprong werd de handschoen op het altaar gelegd als teken van aanwezigheid en instemming van de afwezige partner. Over dit onderwerp in een volgend artikel meer.
 
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel

Bronnen: Eternal Egypt, Olia i Klod, Go Leather Gloves, Wikipedia, Berthi’s Weblog, Fragrantica, FD.persoonlijk, Fashion Scene, Historiek en Anya’s Garden