Doodsbriefjes

 
Geschiedenis

De overlijdensaangifte werd veelal gedaan door aangevers of familieleden van de overledene, die tevens een verklaring van de doodsoorzaak invulden. In sommige begraafregister uit de achttiende eeuw kan je, zij het sporadisch en afhankelijk van de gemeente, nog wel eens een vermelding van een doodsoorzaak tegenkomen. Geleidelijk aan groeide het besef bij geneeskundigen en instanties dat het toch van belang zou kunnen zijn om vast te stellen welke (vaak besmettelijke) ziekten het meest voorkwamen, welke met regelmaat terugkeerden en in welke maand en op welke leeftijd men het grootste risico liep te sterven, zodat men voorzorgsmaatregelen kon nemen.

Een eerste registratie van ziekten en doodsoorzaken was er in 1755 voor de gemeente ‘s-Gravenhage. In de periode tussen 1755 en 1773 werden daar sterftegegevens gepubliceerd, die ingedeeld waren naar éénenzeventig doodsoorzaken. Erg nauwkeurig waren deze registraties overigens niet. Andere plaatsen volgden, waaronder Amsterdam waar in 1773 op last van de burgemeesters werd begonnen met het noteren van de doodsoorzaken. De Amsterdamse lijsten waren vrij volledig aangezien daar sinds 1775 niemand zonder toestemmingsbriefje begraven mocht worden. Vanaf 1777 werd hier naast de doodsoorzaak tevens de leeftijd van de overledene vastgelegd.

Door de invoering van de Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst en de Wet op het Geneeskundig Staatstoezicht in 1865 en definitief geregeld door de invoering van de Begraafwet in 1869 was de arts, die iemands dood vaststelde, verplicht een verklaring van overlijden op te maken. Daarin werd de doodsoorzaak opgetekend, de zogeheten ‘doodsbriefjes’. Bij afwezigheid van een behandelend arts was deze taak weggelegd voor een door de gemeente aangewezen lijkschouwer om op deze manier met name het begraven van schijndoden te voorkomen. Zonder deze verklaring mocht niet langer meer tot begraven overgegaan worden. Bovendien was de gemeente verplicht de gegevens over de doodsoorzaak, aangevuld met gegevens over geslacht, leeftijd, burgerlijke staat en beroep, op te sturen naar de Inspectie van het Geneeskundig Staatstoezicht. Vanaf 1901 zijn de statistiek van de sterfte en van de doodsoorzaken door het Centraal Bureau voor de Statistiek samengesteld.

 

Overlijdensverklaring uit 1869

Doodsbriefje uit 1869 met vermelding van de primaire en secundaire oorzaak.
Bron: Archieven.nl


 
Voorgedrukte overlijdensverklaring uit 1880

Voorgedrukte overlijdensverklaring uit 1880, af te geven aan het ‘Bureau van den Burgerlijken Stand’ bij de aangifte van het overlijden.
Bron: zoekakten.nl


 
 
Overlijdensverklaringen A en B

Vanaf 1926 dienen er twee verklaringen te worden opgemaakt: het doodsbriefje of formulier A, ook wel A-verklaring en een doodsbriefje of formulier B, ook wel B-verklaring. Deze documenten zijn wettelijk vereist voor een doodverklaring.

Op de A-verklaring werd in eerste instantie de naam van de overledene aangegeven, de overlijdensdatum en de doodsoorzaak. Hierbij was het niet noodzakelijk om het tijdstip van overlijden te vermelden. Vanaf 1 april 1956 bevat het doodsbriefje A niet meer de exacte doodsoorzaak en valt daarmee ook niet onder het medisch beroepsgeheim.
Op de A-verklaring wordt iemand dus officieel doodverklaard. Deze verklaring kan worden afgegeven aan de nabestaanden, maar meestal wordt deze direct overgedragen aan de uitvaartondernemer om het overlijden aan te kunnen geven bij de Burgerlijke Stand. Vervolgens en pas dan wordt er een verlof tot begraving of cremeren afgegeven door de gemeente.

De B-verklaring is een uitgebreider document. Op deze verklaring wordt de doodsoorzaak van de overledene aangegeven en de omstandigheden die hebben geleid tot het overlijden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een natuurlijke dood, een niet-natuurlijke dood en doodgeboren. De B-verklaring valt wel onder het medisch beroepsgeheim. Om deze reden is in artikel 12a van de Wet op de Lijkbezorging bepaald dat de B-verklaring in een gesloten enveloppe aan de ambtenaar van de burgerlijke stand moet worden verstrekt. Aan deze enveloppe is een strook bevestigd waarop de identiteit van de overledene staat vermeld. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand scheurt de strook af voor de gemeentelijke administratie. De enveloppe wordt ongeopend, en voorzien van het nummer van de overlijdensakte, opgestuurd naar de medisch ambtenaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daar worden de gegevens anoniem verwerkt ten behoeve van de statistiek.
 
 
Niet-natuurlijk overlijden

Als de schouwarts zeker weet dat er geen sprake is van of als hij twijfelt aan een natuurlijke oorzaak van het overlijden geeft deze geen verklaring van natuurlijk overlijden af en wordt dit overlijden aan de gemeentelijk lijkschouwer gemeld. Deze verricht vervolgens zelf een lijkschouw.

Een niet-natuurlijk dood is een overlijden als gevolg van een ongeval, misdrijf, zelfdoding of levensbeëindigend handelen. Wanneer een minderjarige is overleden, moet de gemeentelijke schouwarts altijd gewaarschuwd worden. Ook een doodgeboorte moet altijd apart worden aangegeven. In al deze gevallen mag alleen de gemeentelijke schouwarts de verklaringen invullen. Als ook deze twijfelt aan of niet overtuigd is van het natuurlijke karakter van het overlijden en geen verklaring van overlijden kan afgeven, brengt hij verslag uit aan de Officier van Justitie. De Officier van Justitie beoordeelt of het vermoeden bestaat dat een strafbaar feit is gepleegd en als dit het geval is of een gerechtelijke sectie gelast moet worden.

Als de gemeentelijk schouwarts alsnog tot de conclusie komt dat er sprake is van een natuurlijk overlijden dan kan deze de A-verklaring en de B-verklaring invullen. Wordt de conclusie getrokken dat er geen sprake is van een natuurlijk overlijden dan vult deze wel de B-verklaring in, maar niet de A-verklaring. In plaats daarvan worden twee zogeheten ‘Artikel 10-formulieren’ (genoemd naar artikel 10 van de Wet op de Lijkbezorging) ingevuld. Het ene formulier wordt in plaats van de A-verklaring gestuurd naar de Burgerlijke Stand; het andere formulier gaat naar de Officier van Justitie. Als de Burgerlijke Stand geen verklaring van overlijden maar een ‘Artikel 10-formulier’ ontvangt, wordt er niet eerder een verlof tot begraven of cremeren afgegeven voordat een brief van de Officier van Justitie is ontvangen met de daartoe verleende toestemming, zodra het lichaam van de overledene is vrijgegeven.

 

Gevonden verdronken persoon

Een (vermoedelijk) niet-natuurlijk overlijden: een verdronken manspersoon, gevonden op 12 februari 1787 in Amsterdam.
Bron: zoekakten.nl


 
 
Gedigitaliseerde archieven

Er bestond geen ‘bewaarplicht’ voor de doodsbriefjes. Dat houdt in dat veel doodbriefjes zijn vernietigd en dus niet meer bij het Gemeente- of Streekarchief te achterhalen zijn. Wilt u weten of overlijdensverklaringen in een bepaalde gemeente bewaard zijn gebleven, dan kunt u dit opzoeken in het desbetreffende archief (doorgaans het archief van de Burgerlijke Stand of het archief van het gemeentebestuur) of contact opnemen met de gemeentelijke instelling.

Toch is er ook al een start gemaakt om de bewaard gebleven of teruggevonden doodsbriefjes te indexeren en digitaal doorzoekbaar te maken. Hieronder volgt een overzicht van de weinige bronnen die mij bekend zijn. Zodra er nieuwe aanvullingen gevonden worden, zullen deze worden toegevoegd.
 
 
Amsterdam
Overlijdensverklaringen van Amsterdam vindt u via het Stadsarchief Amsterdam in de registers waarin aantekening werd gehouden van overledenen die bij de Burgerlijke Stand waren ingeschreven in de periode 1914 tot 1925. Het betreft de registers 1020-1047. De jaren 1854-1940 vindt u in de registers 341-519, ingedeeld naar wijknummer en adres of later naar nummer van de overlijdensakte.
Weliswaar worden in deze bevolkingsstatistiek geen namen vermeld, maar aan de hand van de vermelde gegevens en datum van overlijden is het zeker mogelijk de doodsoorzaak van een gezocht persoon te achterhalen.
Om eindeloos bladeren te voorkomen als u niet beschikt over de juiste buurtcode kunt u gebruik maken van de ‘Tabel buurtindeling‘ of zoeken op straatnaam, waarbij de gegevens worden vertoond.

Amsterdam
Geen overlijdensverklaringen, maar scans met registraties van overleden personen in Amsterdam met vermelding van de doodsoorzaak of vindplaats: verdronken en vermoorde personen (1777-1795, 1795-1807 en 1807-1811) en overlijden met vermelding van de doodsoorzaak (1783-1809 en 1810-1812)

Jongens Aalmoezeniersweeshuis Amsterdam; Ramp Westerkerk 1704
De jongens uit het Aalmoezeniersweeshuis zaten tijdens de dienst van 27 juli 1704 op de jongensgalerij van de Westerkerk, toen het gewelf boven hun hoofd plots instortte. Zes weesjongens overleefden de ramp in de Westerkerk niet en vierenveertig weesjongens raakten gewond. De lijst van doden en gewonden met vermelding van hun letsel vindt u onder inventarisnummer 648.
Website: Stadsarchief Amsterdam

Bommelerwaard
In het Regionaal Archief Rivierenland kunt u de scans vinden van de overlijdensverklaringen uit de gemeenten Poederoijen, Zuilichem, Rossum, Brakel, Heerewaarden en Hedel over de periode 1869-1956.
Directe link: RAR
Deze overlijdensverklaringen en scans zijn tevens te vinden via Open Archieven

Dordrecht
Transcripties van verklaringen van de heel- en vroedmeesters van Dordrecht betreffende de doodsoorzaak van niet op natuurlijke wijze overleden personen in de periode 1845-1852.
Website: DortenaZOEKer

Heerde
Van 1877 tot 1955 zijn er in Heerde (Gelderland) doodsbriefjes bewaard gebleven. In de doodsbriefjes staat de doodsoorzaak van de overledenen en in een kleiner aantal ook een voorafgaande ziekte. Van mensen die in een andere gemeente zijn overleden, zoals in het ziekenhuis in Zwolle, is geen doodsbriefje in Heerde ingeleverd en is de doodsoorzaak dus niet bekend.
In de pdf-bestanden vindt u allereerst een alfabetische lijst met de Latijnse medische termen en de Nederlandse betekenis. Daarna volgt, voor zover bekend, de alfabetische lijst met overledenen en de doodsoorzaken; 1863–1882 (vanaf 1877 voorzien van de doodsoorzaken), 1883–1902, 1903–1922, 1923–1940 en 1941–1955.

Blokhuispoort Leeuwarden
Op de website van de strafgevangenis de Blokhuispoort in Leeuwarden vindt u een overzichtslijst van ‘inmates’, die zijn overleden in de bijzondere Strafgevangenis en Huis van Bewaring van Leeuwarden in de periode van 1874 tot 1969. Onderaan deze zelfde pagina kunt u de complete lijst ‘Overleden gevangenen van Leeuwarden 1784-2008’ downloaden als pdf-bestand. In deze lijst worden in de meeste gevallen tevens de doodsoorzaken vermeld.

Roosendaal-Nispen
In de databank van het West-Brabants Archief vindt u de overlijdensoorzaken van personen overleden in de plaats Roosendaal-Nispen in de periode 1864-1938.
Directe link: West-Brabants Archief

Vries
Scans van doodverklaringen uit de Drentse gemeente Vries uit de periode 1872 tot 1882.
Directe link: Zoekakten

Weesp
Vermeldingen van doodsoorzaken uit de periode van 1731 tot 1912.
Website: Archieven
 
 
Verklaringen medische termen

De betekenis van medische termen en begrippen kunt u vinden in het online Nederlands medisch en geneeskundig woordenboek (zoeken kunt u via de index bovenaan de pagina) of in de encyclopedie van Dokterdokter.
Een alfabetische lijst met de Latijnse medische termen en de Nederlandse betekenis vindt u tevens in de hierboven genoemde pdf-bestanden van Heerde.
Kunt u niet helemaal uit de omschreven doodsoorzaak komen, dan is de lijst met doodsoorzaken en spellingsvarianten een handig hulpmiddel. Deze lijst is (rechtstreeks op uw computer!) te downloaden via de invoerinstructies van Vele Handen.
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Streekarchief Bommelerwaard, Uitvaart.nl, Wikipedia, Uitvaartverzekeringen, CBS, Format.nl