Geboorte en overlijden tijdens zeereis

 
Geboorte en overlijden tijdens een zeereis

Aangezien geboorte en overlijden uiteraard niet te plannen waren, kon het zo zijn dat deze gebeurtenis tijdens een zeereis plaatsvond. In dat geval zult u hiervan in de registers van de Burgerlijke Stand een vaak uitgebreide vermelding aantreffen met een toegevoegd gelegaliseerd uittreksel van de op het scheepsdagregister ingeschreven geboorte- of overlijdensakte.

Als plaats waar de gebeurtenis had plaatsgevonden werd soms een aanduiding van de zee geregistreerd, maar in de meeste gevallen de coördinaten van de lengte- en breedtegraden en een vermelding van de naam van het schip. Voer het schip of lag het op het moment van de gebeurtenis voor anker op een locatie met een algemeen bekende naam, dan werd deze naam als geboorte- of overlijdensplaats vermeld. Als tijdstip van de geboorte of het overlijden gold de actuele tijd van waar men zich bevond.
 
 
Geboorte

Met betrekking tot het opmaken van een geboorteakte in het geval van een geboorte op zee vermeldt het Burgerlijk Wetboek van 1838 (Eerste Boek: Van personen. Derde Titel: Van de akten van den burgerlijken stand. Tweede afdeeling: Van de akten van geboorten. Artikel 35-37.) het volgende:

Artikel 35. Wanneer een kind gedurende eene zeereis geboren wordt, moet de akte van geboorte binnen vier en twintig uren door den scheepskapitein of gezagvoerder op het dagregister van het schip worden ingeschreven, in tegenwoordigheid van den vader, wanneer deze aan boord is, en van twee getuigen zich op het schip bevindende.
Artikel 36. In de eerste haven, welke het schip zal aandoen, wanneer die binnen het koningrijk gelegen is, zal de scheepskapitein of gezagvoerder verpligt zijn aan het departement voor de marine een uittreksel uit het dagregister van het schip, bevattende de aanteekening van de geboorte van het kind, op te zenden.
Wanneer het vaartuig is ingeloopen, het zij in eene der overzeesche bezittingen van den staat, het zij in eene vreemde haven, zal het hier-boven vermelde uittreksel worden toegezonden, in het eerste geval, aan het hoofd der nederlandsche regering in die bezitting, en, in het laatste geval, aan den nederlandschen consul, in die boven of in de naastgelegene plaats gevestigd; en zijn deze verpligt dat uittreksel in hunne archieven te bewaren, en een door hen gelegaliseerd afschrift aan het departement voor de marine te doen toekomen. Dien onverminderd blijft de scheepskapitein of gezagvoerder gehouden, bij terugkomst van het vaartuig binnen het koningrijk, te handelen zoo als bij het eerste lid van dit artikel is bepaald.
Artikel 37. Het hoofd van het departement voor de marine zal dat uittreksel, door hem gelegaliseerd, opzenden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand der woonplaats van den vader des kinds, of van de moeder, indien de vader onbekend is.
De ambtenaar van den burgerlijken stand is verpligt hetzelve uittreksel dadelijk in de registers in te schrijven, en daaraan vast te hechten.

 
Voorbeeld:
Op 11 augustus 1890 werd Willem Hendricus van Dalen geboren aan boord van het stoomschip ‘Maasdam’ ‘zich bevindende 42° 03′ N.Br. en 61° 09′ W.L.’, ingeschreven op 1 september 1890 in het register van de Burgerlijke Stand van Kralingen, de woonplaats van zijn moeder.

 

Geboorteakte zeereis

De geboorte van Willem Hendricus van Dalen op zee, ingeschreven in de Burgerlijke Stand van Kralingen.
Bron: FamilySearch

 

Uittreksel dagregister geboorte zeereis

Het bijbehorende uittreksel van het dagregister, toegevoegd in het register van de Burgerlijke Stand.
Bron: FamilySearch

 
 
Nationaliteit van de geborene op zee

Tot de invoering van de ‘Wet op het Nederlanderschap en ingezetenschap’ van 12 december 1892 volgde men betreffende het Nederlandschap in Nederland en de Nederlandse koloniën het ‘ius soli’, ook wel ‘jus soli’ of ‘ius loci’ (‘het recht van de grond’), oftewel het zogenaamde ‘territorialiteit- of geboortelandprincipe’. Dit is de volkenrechtelijke regel dat de nationaliteit naar de geboorteplaats en niet naar de afstamming bepaald wordt.

In het Burgerlijk Wetboek van 1838 (Eerste Boek: Van personen. Tweede titel: Van Nederlanders en vreemdelingen. Artikel 5 en 6), dat enkel een regeling van het Nederlanderschap voor burgerlijke rechten bevatte en geen nationaliteitsregeling was, werd in feite afgeweken van het territorialiteit- of geboortelandprincipe. Ook een buiten Nederlandse grond geboren kind van Nederlandse ouders kreeg volgens de regeling de Nederlandse nationaliteit, evenals een kind van op Nederlandse grond gevestigde niet-Nederlandse ouders, die tijdelijk in het buitenland verbleven.

Eerste Boek: Van personen. Tweede titel: Van Nederlanders en vreemdelingen. Artikel 5 en 6:

Artikel 5 Nederlanders zijn:
1˚ Allen die binnen het koningrijk of deszelfs kolonien zijn geboren uit ouders, aldaar gevestigd;
2˚ Kinderen, buiten ’s lands uit Nederlanders geboren;
3˚ Allen die binnen het koningrijk zijn geboren, hoezeer uit ouders, aldaar niet gevestigd, mits zij zelve hunne woonplaats aldaar vestigen;
4˚ Kinderen, buiten ’s lands geboren uit vreemde ouders, welke binnen het koningrijk of deszelfs kolonien gevestigd, doch voor ’s lands dienst afwezig, of anderszins op reis zijnde;
5˚ Allen welke zijn genaturaliseerd of het regt van inboorlingschap hebben verkregen.
Artikel 6. Eene vreemde vrouw, met eenen Nederlander getrouwd zijnde, volgt den staat van haren man.

 
 
Overlijden

Voor het opmaken van een overlijdensakte in het geval van een overlijden op zee diende dezelfde procedure gevolgd te worden als bij een geboorte op zee. Zo vermeldt het Burgerlijk Wetboek van 1838 (Eerste Boek: Van personen. Derde Titel: Van de akten van den burgerlijken stand. Vijfde Afdeeling: Van de akte van overlijden. Artikel 60.):

Artikel 60. Wanneer een sterfgeval gedurende eene zeereis heeft plaats gehad, moet de akte van overlijden binnen vier en twintig uren, door den scheeps-kapitein of gezagvoerder, in het dagregister van het schip worden ingeschreven, in tegenwoordigheid van twee getuigen, zich aan boord van het schip bevindende.
Een uittreksel van die akte zal aan het departement voor de marine worden toegezonden, even en dier voege als bij artikel 36 opzigtelijk de akten van geboorten is bepaald. Het hoofd van het departement voor de marine zal het uittreksel van de akte van overlijden, door hem gelegaliseerd, aan den ambtenaar van den burgerlijken stand der bekende woonplaats van den overledene doen toekomen.

 
Voorbeeld:
Op 31 oktober 1884 werd in het register van de Burgerlijke Stand van zijn woonplaats Delfshaven het overlijden op zee inschreven van stuurman Hendrik Hermans, overleden aan boord van het Nederlandse te ‘s-Gravenhage te huis behorende schoenerbrikschip ‘Catharina Susanna’ ‘op den zevenden Augustus des namiddags te drie uur dertig minuten, zeilende op 15° 10′ Noord. Breedte en 28° 20′ West. Lengte.’

 

Overlijdensakte zeereis

Het overlijden van Hendrik Hermans op zee, ingeschreven in de Burgerlijke Stand van Delfshaven.
Bron: FamilySearch

 

Overlijdensakte zeereis vervolg

Het overlijden van Hendrik Hermans op zee, ingeschreven in de Burgerlijke Stand van Delfshaven (vervolg).
Bron: FamilySearch

 

Uittreksel dagregister overlijden zeereis

Het bijbehorende uittreksel van het dagregister, toegevoegd in het register van de Burgerlijke Stand.
Bron: FamilySearch

 

Legalisatie Minister van Marine

Legalisatie van de Minister van Marine.
Bron: FamilySearch

 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Burgerlijk Wetboek 1838, Wikipedia, Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en Familiegeschiedenis