Scheepssoldijboeken VOC

19 mei 2018 at 17:23

 
Scheepssoldijboeken

De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) hield in scheepssoldijboeken de personeelsadministratie bij volgens vastgestelde regels. Voor elk VOC-schip, dat tussen 1700 en 1795 afvoer, werd een lijst van opvarenden opgesteld. De opvarenden waren in dienst van één van de zes Kamers van de VOC, gevestigd in Amsterdam, Zeeland, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen.
Elk schip had dus zijn eigen soldijboek en voor ieder betaald bemanningslid was een dubbele pagina gereserveerd. Daarop staan onder meer de persoonsgegevens, naam, plaats van herkomst, datum en plaats van vertrek en aankomst, wanneer hij uit dienst ging en met welke reden, de hoogte van het soldij, hoeveel daarvan als voorschot was betaald en met welk familielid eventuele schulden en tegoeden konden worden verrekend.
De scheepssoldijboeken werden in tweevoud opgemaakt; één exemplaar ging naar het soldijkantoor in Batavia, één exemplaar werd teruggezonden naar de Kamer van uitreding.

Alle opvarenden die aan boord gingen, werden eerst genoteerd in de monsterrol; de scheepsdocumenten die op elk zeeschip aanwezig dienden te zijn. Het waren bemanningslijsten met vermelding van naam, rang, gage, woonplaats en leeftijd, evenals de naam, het type en de grootte van het betreffende schip.
Vervolgens werden alle uitgaven aan boord ten laste van de rekening genoteerd in het journaal. Pas aan het einde van de reis werden alle gegevens ingeschreven in het scheepssoldijboek.

Elke betaalde opvarende had dus een eigen rekening met een nummer. Bovenaan de rekening staat dit nummer, de naam van het schip, de Kamer van uitreding en het jaar van vertrek vermeld. Behalve aan het einde van een scheepsreis, kon de rekening ook tussentijds worden gesloten bij overplaatsing, vermissing, overlijden of wanneer men in Kaap de Goede Hoop achter bleef.

 

Scheepssoldijboek

Scheepssoldijboek.
Bron: Nationaal Archief


 
 
Debetzijde

Op de linker bladzijde, ook wel de debetzijde, staan de persoonsgegevens (naam, plaats van herkomst en rang of functie) en de uitgaven van de opvarende. In de meeste gevallen werd als eerste uitgavenpost de twee maandlonen genoteerd, die de opvarende als ‘gage op de hand’ had ontvangen bij indiensttreding.
Daarnaast werd vermeld of de werknemer een zogeheten maandbrief en/of schuldbrief had ondertekend. Overige onkosten werden meestal gemaakt voor de aanschaf van de scheepskist, uitrusting of voor goederen die uit de boedel van een overleden opvarende waren gekocht.

Als voorbeeld de debetzijde van de rekening van Gerrit Hopman van Aalte(n), ziekentrooster, vertrokken op 21 september 1767 voor Kamer Amsterdam met het schip Woestduijn naar Batavia.
Er was geen maandbrief (niet vermaakt). Hij kreeg twee maanden gage op de hand, in totaal ƒ 48,-. Een schuldbrief van ƒ 300,- was er getekend ten bate van J. Debruijn. Verder waren er onkosten gemaakt voor de aanschaf van 1 ps (pees=stuks) kist voor ƒ 9,15 en 4 ps kelder voor ƒ 16,-. Een kelder is een in vakken verdeelde kist voor en met (vierkante) flessen drank, zodat deze staande bewaard en vervoerd konden worden.
Vervolgens is op 18 augustus 1769 een bedrag van ƒ 452,90 aan hem uitbetaald en is uit zijn tegoed de schuldbrief van ƒ 300,- voldaan aan J. Starink.

 

Debetzijde scheepssoldijboek

Debetzijde van de rekening van Gerrit Hopman, op 21 september 1767 vertrokken met het schip Woestduijn.
Bron: Nationaal Archief


 
 
Creditzijde

Op de rechter bladzijde, ook wel de creditzijde, staat het verdiende loon van de opvarende als tegoed geboekt. Het salaris op de uitreis werd uitbetaald als de opvarende bij Kaap de Goede Hoop van boord ging of als het schip aankwam op de plaats van bestemming. Gebruikelijk werden in Azië per jaar zes maandlonen uitbetaald.

Als voorbeeld de debetzijde van de rekening van Gerrit Hopman. In Batavia is op 20 april 1768 zijn soldij vanaf de datum van vertrek als tegoed ingeboekt. Het is een bedrag van ƒ 168,-; 7 maandlonen van ƒ 24,-. Een bedrag van ƒ 205,15  ‘quaadt’ staat nog open. De terugreis wordt uitgevoerd in opdracht van Kamer Zeeland.
Tevens zien we het credit van ƒ 300,- van de ingediende schuldbrief vermeld staan en het opgebouwde loon van de terugreis, te weten ƒ 452,90, waaronder ƒ 300,- voor het ‘douceur’.

 

Creditzijde van de rekening van Gerrit Hopman.
Bron: Nationaal Archief


 
 
Maandbrief

Er werd altijd vermeld of de opvarende wel of geen maandbrief had ondertekend. Dit is te zien aan de vermelding ‘wel vermaakt’ of ‘niet vermaakt’.
Had de opvarende een maandbrief ondertekend, dan had de VOC de verplichting om maximaal drie maandlonen per jaar uit zijn tegoed uit te betalen aan de echtgenote, de ouders of de kinderen als financiële ondersteuning. De maandbrief was op naam gesteld en in het bezit van de ontvanger van deze ondersteuning. De begunstigde staat vermeld in de rekening.

 

Maandbrief vermaakt

Soldaat Michiel Verkenst uit Leiden heeft aan zijn vrouw Anna Vermeulen drie maandlonen vermaakt.
Bron: Open Archieven


 
 
Schuldbrief

Een schuldbrief of transportbrief of -ceel, ook wel obligatie of ‘vaderlandse schuld’ genoemd, is een overdraagbare schuldbekentenis, die veelal door een opvarende ondertekend werd. Ook dit wordt vermeld op de debetzijde en door de VOC uit het tegoed van de opvarende uitbetaald. Tevens wordt vermeld of er sprake is van een eventuele (gedeeltelijke) terugbetaling.

Een werknemer van de VOC kon een schuldbrief ondertekenen tot maximaal ƒ 300,-, afhankelijk van het maandloon. Deze schuldbrief was vaak op naam gesteld, maar overdraagbaar en werd aan de toonder uitbetaald. Als het saldo ‘te quaadt (kwaad)’ was, oftewel een negatief saldo, werd de transportbrief, na de eventuele maandbrief, bij voorrang voldaan. De VOC betaalde in dat geval in Azië maar beperkt het loon uit.

Schuldbrieven werden vaak verleend aan ronselaars voor de VOC, ook wel ‘volkshouders’, ‘ceel- of zielverkopers’ of ‘zielkopers’ genoemd. Deze ronselaars verschaften dakloze vreemdelingen onderdak en voorzagen hen soms van een zeemansuitrusting. De ronselaar ontving hiervoor een schuldbrief, die werd voldaan door de VOC nadat de geronselde genoeg had verdiend om de schuld te kunnen betalen. Het bezit van een schuldbrief was echter risicovol, aangezien het aantal opvarenden dat tijdens de reis overleed aanzienlijk was. Om deze reden werden de schuldbrieven doorverkocht aan transportkopers of speculanten.
In 1786 werd dit systeem afgeschaft; de ronselaars kregen vanaf dat moment een premie van 55 of 60 gulden.

 

Schuldbrief

Vermelding van een schuld(brief).
Bron: Open Archieven


 
 
Absent

U kunt bij het zoeken naar een opvarende de vermelding ‘absent’ tegenkomen. In de meeste gevallen betreft het een opvarende, die de gage op de hand al had ontvangen, maar voor het afvaren niet is komen opdagen of absent of vermist is bij het afzeilen in Azië. Absent kon ook inhouden dat iemand niet meer geschikt was voor het werk of geplaatst was op een andere schip. Deze personen hebben geen rekening in het desbetreffende scheepssoldijboek.

 

Absent bij afvaart

Lijst met absenten voor het uitzeilen in Batavia van het schip Geertruijda voor Kamer Amsterdam in 1787.
Bron: Nationaal Archief


 
 
Gerepatrieerd

In de transcripties van de databanken wordt gesproken over ‘gerepatrieerd’. Dit houdt in dat de opvarende is teruggekeerd naar Nederland en is afgemonsterd.
 
 
Kaap de Goede Hoop

Het was de VOC-schepen verplicht om zowel op de uit- als op de thuisreis bij Kaap de Goede Hoop aan te leggen. Het gebeurde met regelmaat dat opvarenden in Kaap de Goede Hoop het schip verlieten of daar opstapten om met een schip naar Nederland terug te keren of naar Azië te varen. Werknemers die op de Kaap in dienst werden genomen, kwamen vaak in dienst bij Kamer Amsterdam.
In het scheepssoldijboek van het betreffende schip staan enkel de financiële gegevens van deze reis. In het scheepssoldijboek van de oorspronkelijke afvaart is het negatieve en positieve saldo van die reis terug te vinden.

 

Opstappers

Jacobus Bakker voer met het schip de Batavier naar Kaap de Goede Hoop. Na negen maanden aan land vertoefd te hebben stapte hij op het schip de Vrijheijd naar Azië.
Bron: Nationaal Archief


 
Opstappers 1

Vermelding van de gesloten rekeningen van Jacobus Bakker in het scheepssoldijboek van het schip de Vrijheijd.
Bron: Nationaal Archief


 
 
Databanken scheepssoldijboeken

Databanken met scans van de scheepssoldijboeken kunt u vinden via GaHetNa en Open Archieven (Personeelsadministratie). Tevens vindt u op GaHetNa een collectie met de scans van testamenten, verleden voor notarissen in de VOC-vestigingen in Indië over de periode 1675-1799.
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Wikipedia (Ronselen), Ontdek Jouw Verhaal, VOC Site en GaHetNa