Wijnkoop

 
Tijdens voorouderlijk onderzoek kunt u de uitdrukking ‘wijnkoop’ tegenkomen. Wijnkoop, een van oorsprong Germaans gebruik, was algemeen verspreid en ook bekend in onder meer het Oostfries, Hoogduits en Deens. In feite was het de wijn, die als bewijs van een gesloten overeenkomst en ter bekrachtiging ervan door de kopende en verkopende partijen tezamen met getuigen werd gedronken. Of ook wel het gelag, waaraan de betrokken personen en getuigen, de wijnkoopslieden, deelnamen bij het sluiten van een handel, met name bij eigendomsoverdracht door koop. De van tevoren afgesproken kosten waren voor de opdrachtgever of werden door de partijen verrekend.

 

Wijnkoop Reneke Busch

Uit de ‘Kroniek van de familie door Reneke Busch en Siberdina Diccama, 1665-1710’.
Bron: Archieven.nl

Transcriptie:
1665 Geslacht-register
Den 29 Martii is de wijnkoop geweest van Doctor Reneke Busch ende Siberdina Siccama tot Zuidhorm gebooren den 28 Aprilis 1643.

 

Wijnkoop Alagonda Busch

Uit de ‘Kroniek van de familie door Reneke Busch en Siberdina Diccama, 1665-1710’.
Bron: Archieven.nl

Transcriptie:
Op donderdage den 10 Octob is de wijnkoop geweest van mijn jongste dochter Alagonda Busch met de Heer Gijsbert Matthias Kreechs.

 
De wijn kon door andere dranken vervangen worden. Bier bijvoorbeeld. In dat geval sprak men ook wel van ‘bierkoop’ of ‘wijnkoopsbier’, bier gedronken als wijnkoop. In de loop der tijd werd het geven van drank vervangen door het geven van geld. Daarmee kreeg wijnkoop geleidelijk aan de betekenis van handgeld of -gift. Als ‘arrha confirmatoria’, een verbintenis- of overeenkomstrecht, waarbij een (symbolisch) geldbedrag werd overhandigd ter bevestiging van een koopovereenkomst. Een aanbetaling dus. Deze geldsom werd doorgaans besteed aan een godsdienstig of liefdadig doel.

Eigenlijk is wijnkoop hetzelfde als lijfkoop. Dat lijkt niet erg positief te klinken als het een bezegeling van een overeenkomst betreft bij een voorgenomen huwelijk van een voorouder. Een soort van huwelijkshandel of vrouwkoop. Toch was dit destijds gebruikelijk in gegoede kringen. Zodra de huwelijksdag was bepaald, stelde men bij de ondertrouw ook de huwelijksvoorwaarden vast. Daarbij werd het wederzijdse goed door de ouders van het toekomstige bruidspaar tegen elkaar afgewogen en na overeenkomst in een huwelijkscontract opgesteld, dat doorgaans begon met de woorden: ‘Dat ter eere Gods en tot vermeerderinge des menschelijken geslachts een wettig huwelijk is beraamd tusschen …’. Als viering van het overeengekomene volgde de wijnkoop. In eerste instantie was dit de verlovingsdronk. Later werd dit een maaltijd voor wederzijdse familieleden en vrienden. De term wijnkoop staat tegenwoordig, weliswaar in dialect, in sommige streken nog steeds als synoniem voor bruiloft.

 

"

William Unger naar Jan Steen Het huwelijk van Tobias en Sara: het tekenen van het huwelijkscontract (Tobias 7), 1868
Bron: RKD (embedded)


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: DBNL, Nederland door de eeuwen heen (DBNL), Gutenberg, Westfries Genootschap en UvA-DARE
 
 

Tags: