Herkomst achternaam

 

Achternaam

De achternaam of familienaam wordt soms ook ‘geslachtsnaam’ genoemd. Dit gedeelte van de naam heeft een persoon ontvangen van de voorgaande generaties en is in de meeste gevallen de vadernaam.

Het aannemen van een vaste geslachtsnaam werd in 1811 in Nederland verplicht met de invoering van de Burgerlijke Stand. De oude en de nieuwe namen werden opgetekend in de ‘registers van naamsaanneming’, onderdeel van het bevolkingsregister. Het zou echter tot 1826 duren voordat iedereen aan de oproep had voldaan (zie: naamsaanneming). Tot die tijd werd er, met name in Noord en Oost Nederland, nog vaak gebruik gemaakt van ‘patroniemen’ of ‘toponiemen’. In de Zuidelijke Nederlanden waren de familienamen al veel langer gestabiliseerd.

Na migratie werd een achternaam al dan niet in aangepaste vorm behouden of men kreeg een nieuwe achternaam. Iemand die uit het zuiden kwam werd in Amsterdam bijvoorbeeld De Vlaming genoemd. Behield de migrant de achternaam dan was de kans groot dat een naam van buitenlandse origine aan het Nederlands werd aangepast: Denis werd De Nijs, Louis werd Lowijs, Polet werd Pluut, d’Orange werd Van Oranje en L’Allemand werd Lalleman.
 

Afstammingsnaam

Een afstammingsnaam duidt een genealogische relatie aan. Onder deze groep vallen de patroniemen, de metroniemen en overige verwantschapsnamen als Neefjes, Ooms en Vriend.
 

Patroniem

Een patroniem of vadersnaam is een naam, die aangeeft hoe de vader van de naamdrager heet. Een voorbeeld is Arentsen (vroeger Arentszn of Arents), zoon van Arent. Voor dochters geldt in dat geval Arentsdr (dochter van Arent) of Arents. Met name in Zuid-Nederland was het vaak gebruikelijk om zowel een patroniem als een achternaam te gebruiken, zoals bijvoorbeeld Hendrick Jaspers van Kleij, waarbij de patroniem een tussennaam wordt. Nederlandse familienamen als Pietersen (Pieterszoon), Jansen (Janszoon) en Willemsen (Willemszoon) waren oorspronkelijk patroniemen. Ze worden nu ‘versteende patroniemen’ genoemd.
 

Metroniem

Een metroniem of moedersnaam is een familienaam die afgeleid is van de voornaam van de (stam)moeder. Voorbeelden zijn Mariën (van Maria), Neeske(n)s (van Agnes), Metten (van Mette) en Bijl (verkorte vorm van de voornaam Belia of Bilia uit Sibylla).

 
Toponiem

Een toponiem is de eigennaam van een geografische entiteit, ook wel geografische naam genoemd. Bijvoorbeeld de naam van een stad, plaats, dorp of zelfs een boerderijnaam of burchtnaam. Maar ook de naam van een landschapselement, zoals een rivier, dam, brug, eiland, polder, moerasgebied, bos, bergketen of woestijn.

Men onderscheidt deze groep in twee subgroepen: de herkomstnaam en de adresnaam. Het verschil tussen de twee is dat een herkomstnaam een afkomst aanduidt, terwijl een adresnaam de woonplaats beschrijft. Herkomstnamen vallen vaak terug op landen, steden en regio’s als De Vries en Van Oostenrijk, waar adresnamen waterlopen, bossen, herbergen en velden beschrijven.

Amsterdam

Amsterdam in 1300
Bron: commons.wikimedia.nl

Gehuchten, dorpen en steden kregen hun naam vaak door de geografische verschijningsvorm, de persoon die er woonde of een gebeurtenis die er plaats vond. Een mooi voorbeeld is ‘Amsterdam’; genoemd naar de in de dertiende eeuw aangelegde dam in de rivier de Amstel.

Veel achternamen zijn ontstaan uit toponiemen en zijn vaak te herkennen aan het woordje ‘van’. Bijvoorbeeld: van Duin, van Vliet, van den Akker, van Rijn of van den Berg.
Geografische toenamen bleken vroeger doorgaans op een hogere afkomst te wijzen. In de Nederlandse familienamen is er een tweedeling op te merken binnen de toponiemen; toenamen met een herkomstvoorzetsel werden hoger geëvalueerd dan samengestelde naamvormen eindigend op –man(s). Vergelijk ‘Van den Bosch’ met ‘Bosmans’.

Herberg-, kasteel- en boerderijnamen, een bijzondere vorm van toponiemen, kwamen vooral voor in Vlaanderen, Brabant, Oost-Nederland en Engeland. Personen werden dan vernoemd naar de boerderij, het kasteel of de herberg waarin ze woonden.

De spijker Hulckesteijn in 1551

De spijker Hulckesteijn in 1551
Bron: arneijm.nl

Een voorbeeld is de familienaam Hulstein. In oude geboorteakten stond ‘ geboren op de Hulck of Hulckesteijn’, een ‘spijker’ (een versterkt voorraad- en woonhuis) gebouwd door hertog Karel van Gelre in de zestiende eeuw bij Arnhem. Na de zestiende eeuw verbasterde de naam in de loop der tijd al snel. ‘Van Hulckesteijn’, ‘Hulckestijn’, ‘Hulstijn’ en ‘van Hulstein’ zijn enkele varianten.

 
 
 
 
Toenaam

In de middeleeuwen werd er vaak gebruik gemaakt van een toenaam of eigenschapsnaam. Een toenaam is een toevoeging aan de voornaam. In feite is het een bijnaam, die verwijst naar een kenmerk of eigenschap van iemand in fysieke of psychische zin.  Zo konden personen met dezelfde voornaam makkelijker uit elkaar gehouden worden. Erfelijke familienamen waren immers in die tijd nog nauwelijks in gebruik.
De Kromme, De Kleine, De Lange, De Groot en Holvoet zijn voorbeelden van fysieke eigenschappen. Voorbeelden van psychische eigenschappen zijn De Goede, De Wilde en Strijders.

Ook diernamen of metaforische namen, waarbij mensen met dieren en hun eigenschappen worden vergeleken, worden tot de groep van de eigenschapsnamen gerekend, bijvoorbeeld Vos, Pauw, De Haan en De Leeuw.

Daarnaast valt onder de categorie toenaam de zinwoordnaam, een veelal opvallende naam die een eigenschap beschrijft in een soort zinsvorm als Kijk in de Vegte, Naaktgeboren, De Kwaadsteniet en Zondervan. Dergelijke namen komen vaak uit Zuid-Holland.

Tenslotte valt een vondelingennaam, een naam die werd gegeven aan een vondeling, ook onder een eigenschapsnaam. Een vondeling werd vaak naar de plaats, tijd en weersomstandigheden waar het kind gevonden werd genoemd of de kenmerken van het kind. Voorbeelden zijn Vondeling, Naamloos, Onbekend, Egelantier, Amstel, Hoek, Winters, De Schreeuwer en Maandag.

 

De bakker

De bakker.
Bron: geneaknowhow.net

Beroepsnaam

Onder dit type achternamen verstaat men de namen die direct zijn afgeleid van beroepen (Bakker, Smid, Mulder, Timmerman, Brouwer, Visser, enz.) of van een dagelijkse tijdbesteding of welk ambt ze bekleden, zoals Burger, Scholten, De Meier, Droste of De Ruijter.

 
Metonymische beroepsnaam

De metonymische beroepsnamen is een aparte groep op zichzelf. Metonymische beroepsnamen beschrijven niet direct iemands functie, maar een voorwerp of kenmerk van dat beroep. Een voorbeeld hiervan is de achternaam Hoefijzer.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nederlandse familienamen
Informatie over Nederlandse familienamen (aantal en verspreiding, analyse en verklaring, documentatie, varianten en catalogus CBG) is te vinden op de Nederlandse Familienamenbank van het Meertens Instituut.

 
Familienamen België en Noord-Frankrijk
Informatie over Belgische en Noord-Franse familienamen. Ook handig om te gebruiken voor Nederlandse familienamen! Tevens is er een overzicht te vinden met oude plaatsnaamonderdelen.

 
Buitenlandse namen in Nederland
De geschiedenis van buitenlandse namen in Nederland (jaarboek CBG 2012) is als pdf-bestand te bekijken. Hierin wordt geschetst hoe de achternamen van vreemdelingen door de eeuwen heen geïntegreerd zijn.

 
Verspreiding van de achternaam
Bent u nieuwsgierig naar de wereldwijde verspreiding van een bepaalde familienaam? Op de website Forebears kunt u hiervoor terecht. Hoewel de laatste data al van 2014 dateert, geeft het toch nog een leuke inkijk in de verspreiding van de familienaam; voor sommige familienamen zelfs door de eeuwen heen. Geef de naam in en klik op ‘search’. Bovenaan ziet u de 100% match. Als u hierop klikt wordt er een wereldkaart vertoond.