Oude lengtematen

 
Het metrieke stelsel

In ons land bestonden plaatselijke of regionale verschillen in het gebruik van gewichten en maten. De regering en wetenschappers streefden daarom naar een landelijke eenheid. De realisatie daarvan ging zeker niet zonder slag of stoot.

Tijdens de Franse overheersing werden voorbereidingen getroffen voor de invoering van een nieuw stelsel in navolging van het weinig succesvolle Franse metrieke stelsel. Bij decreet van Lodewijk Napoleon van 1 februari 1809 werd de invoering van een metrisch stelsel gelegaliseerd en het gebruik van enkel ‘Nederduitse’ benamingen voor de meeteenheden verplicht gesteld. De invoering zou volgens het Koninklijke Besluit van 15 september 1809 in fasen geregeld moeten worden vóór de officiële datum van invoering op 1 juli 1810. De bereidwilligheid onder de bevolking om dit nieuwe stelsel met een decimale verdeling te hanteren was echter niet heel groot en de zaak kwam onder andere hierdoor op ‘een laag pitje te staan’.

Na de herwonnen onafhankelijkheid zorgde Koning Willem I er bij Wet van 21 augustus 1816 (Staatsblad No. 34) voor, dat het Koninkrijk der Nederlanden het eerste metrieke land ter wereld zou worden. Met deze wet werd, na voorbereiding van de praktische invoering, het Nederlandse metrieke stelsel per 1 februari 1820 definitief geregeld. Het IJkwezen zou het toezicht op de uitvoering van het stelsel en de jaarlijkse ijking van de nieuwe maten en gewichten op zich nemen.

 

Staatsblad No. 34

Gedeelte uit het Staatsblad No. 34; Wet van 21 augustus 1816.

 
Het gebruik van aanduidingen in oude eenheden werd bij Koninklijk Besluit van 8 november 1820 per 1 januari 1821 ongeldig verklaard. Tot 1823 werd er over het algemeen nog niet opgetreden tegen gebruikers of bezitters van de ‘oude maten’. Vanaf 1823 kwam de strafvervolging geleidelijk op gang, waarbij de boetes, afhankelijk van de regio, varieerden van f 10,- tot f 40,-.
Met de Wet van 7 april 1869 (Staatsblad nr. 57) werden de oude benamingen afgeschaft en vervangen door de tegenwoordig gebruikelijke aanduidingen.

 

Nederlandsche Staatscourant van 25 april 1869

De Nederlandsche Staatscourant van 25 april 1869; Wet van 7 april 1869.


 
 
Hieronder volgt een overzicht van diverse oude Nederlandse lengtematen. Overige oude Nederlandse maten en gewichten kunt u vinden via het Meertens Instituut.
 
 
Duim

De duim was ongeveer gelijk aan de breedte van het bovenste kootje van de duim van een volwassen man en had afhankelijk van de streek een andere maat:

Amsterdamse duim: 2,57393636 cm (11 Amsterdamse duim is 1 Amsterdamse voet)
Bossche duim: 2,87 cm
Franse duim: 2,7 cm
Gelderse of Nijmeegse duim: 2,7 cm
Hondsbosse en Rijpse duim: 2,4 cm
Rijnlandse duim: 2,61 cm
Vlaamse duim (gebruikt in de kasselrij van Oudburg: het Land van Waas, Gent en Dendermonde): 2,54 cm
Klik hier voor meer.

Bij de invoering van het Nederlandse metrieke stelsel in 1820 werd de duim gelijkgesteld aan een centimeter. Met de Wet van 7 april 1869 werd de benaming duim afgeschaft en vervangen door de aanduiding centimeter.
 
 
El

De el is afgeleid van de lengte van de onderarm, de ellepijp. Men kon zo op een eenvoudige manier lengtes meten. De el werd lokaal in ieder belangrijk handelscentrum vastgesteld, waardoor er verschillen optraden:

Aakse el: 66,5 cm
Amsterdamse el: 68,8 cm
Brabantse el: 69,2 cm of 16 tailles
Brugse el: 70,1 cm
Delftse el: 68,3 cm
Dendermondse el: 69,6 cm in winkels; 73,1 cm in de Halle
Goesse el: 69 cm
Groningse el: 66,9 cm
Haagse of gewone el: 69,4 cm
Twentse el: 58,7 cm
Wase el: 69,8 cm in winkels; 72,8 cm stof; 76,5 cm ruwe stof
Zwolse el: 68,7 cm
Klik hier voor meer.

Vaak werd voor de el een algemeen gemiddelde genomen van 68 cm. In verband met de heffing van accijns werd de Haagse el (69,4 cm) in 1725 de nationale standaard.

Bij de invoering van het Nederlandse metrieke stelsel in 1820 werd de el gelijkgesteld aan een meter. Met de Wet van 7 april 1869 werd de benaming el afgeschaft en vervangen door de aanduiding meter.
 
 
Palm

De palm is een oude lengtemaat die afgeleid is van de breedte van de handpalm aan de binnenzijde (vier vingers). In de scheepvaart werd met behulp van deze maat de omvang van het masthout aangeduid.
Men kende de kleine palm, die ongeveer 3 cm was, en de grote palm, die ongeveer 9,6 cm was. Een vierkante palm was 1 dm². Een kubieke palm stond voor 1 dm³ ofwel 1 liter.

Bij de invoering van het Nederlandse metrieke stelsel in 1820 werd de palm gelijkgesteld aan tien centimeter. Met de Wet van 7 april 1869 werd de benaming palm afgeschaft en vervangen door de aanduiding decimeter.
 
 
Roede

De oude lengtemaat roede (roede bestond ook als oppervlaktemaat) verschilde van plaats tot plaats. Een roede bestond uit een aantal voeten, variërend van 7 tot 21.
Voor het meten van lange afstanden was de Rijnlandse roede van 3,767 m het meest gebruikelijk.

Amsterdamse roede (= 13 voet): 3,68 m
Blooise roede (= 12 voet): 3,612 m
Bossche roede (= 20 voet) is 5,75 m
Gooise roede (= 12 voet): 3,495 m
Groningse roede: (= 14 voet): 4,116 m
Hondsbosse en Rijpse roede: 3,42 m
Puttense roede (= 14 voet): 4,056 m
Rijnlandse roede (= 12 voet): 3,767 m
Schouwse roede (= 12 voet): 3,729 m
Steenwijkse roede (=16 voet): 4,7 m
Klik hier voor meer.

Bij de invoering van het Nederlandse metrieke stelsel in 1820 werd de roede gelijkgesteld aan tien meter. In 1937 werd de roede definitief afgeschaft.
 
 
Streep

Bij de invoering van het Nederlandse metrieke stelsel in 1820 werd de streep gelijkgesteld aan een millimeter. Met de Wet van 7 april 1869 werd de benaming streep afgeschaft en vervangen door de aanduiding millimeter.
 
 
Taille

Een taille is een oude Nederlandse lengtemaat; 16 tailles was één Brabantse el. Eén taille is dus 4,325 cm.
 
 
Voet

Van oudsher verwees de lengtemaat voet naar de (gemiddelde) lengte van een menselijke voet. De maat verschilde van streek tot streek en raakte in de loop van de negentiende eeuw in onbruik door de invoering van het Nederlandse metrieke stelsel.
In Nederland was de meest gebruikte voet de Rijnlandse voet. In Kaap de Goede Hoop werd in de tijd van de VOC de Rijnlandse voet de basis voor de ‘Kaapse voet’ met 0,3149 meter en 12 Kaapse duimen.

Aalsterse voet: 0,2770 meter
Amsterdamse voet: 0,2831 meter (onderverdeeld in 11 Amsterdamse duimen). De VOC voerde deze voet in 1650 als standaard in
Blooise voet: 0,301 meter
Bossche voet: 0,287 meter
Brusselse voet: 0,27575 meter
Doornikse voet: 0,29777 meter
Duitse voet: 0,326 meter
Henegouwse voet: 0,2934 meter
Honsbossche en Rijpse voet: 0,285 meter
Leuvense voet: 0,2855 meter
Luikse voet: 0,2918 meter
Nijvelse voet: 0,2770 meter
Rijnlandse voet: 0,3140 meter (onderverdeeld in 12 Rijnlandse duimen)
Rotterdamse voet: 0,2823 meter (onderverdeeld in 11 Rotterdamse duimen)
Schouwse voet: 0,311 meter
Klik hier voor meer.
 
 
Deze lijst is samengesteld uit diverse bronnen op het internet.
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr