Overlijdensakten vermisten Tweede Wereldoorlog

 
Veel Nederlanders en in Nederland verblijvende personen zijn in de Tweede Wereldoorlog naar kampen in onder andere Polen en Duitsland gedeporteerd. Een groot deel keerde na de oorlog niet meer terug. Ondanks dat velen van hen vermoedelijk waren overleden, ontbrak hiervoor doorgaans het bewijs en werden zij officieel aangetekend als vermist.
Van deze officieel vermiste personen kon wettelijk gezien geen overlijdensakte opgemaakt worden. Er bestond slechts de mogelijkheid om na tien jaar op grond van artikel 523-527 van het Burgerlijk Wetboek (Eerste Boek: Van personen. Negentiende titel: Van afwezigheid. Tweede Afdeling: Van de verklaring van vermoedelijk overlijden) een verklaring van vermoedelijk overlijden te verkrijgen.

Voor de nabestaanden van de oorlogsvermisten bracht het niet kunnen verkrijgen van een bewijs van overlijden een aantal juridische consequenties met zich mee. Zo was het voor de achtergebleven partner onmogelijk een nieuw huwelijk aan te gaan, konden nabestaanden geen aanspraak maken op de nalatenschap en was toekenning van het Weduwe- en Wezenpensioen en uitkering uit een eventuele levensverzekering onmogelijk.
De Wet van 2 Juni 1949 (Staatsblad No. J 227), houdende voorzieningen betreffende het opmaken van akten van overlijden van vermisten, moest hier verandering in gaan brengen. Onder vermisten werd verstaan ieder, die op enig tijdstip tussen 9 mei 1940 en 1 juni 1945 in Nederland woonplaats heeft gehad, en wiens bestaan sinds 1 juni 1945 niet meer is gebleken, terwijl er goede gronden bestonden om aan te nemen dat de persoon in kwestie was overleden.

Ter uitvoering van de Wet van 2 Juni 1949 werd er bij K.B. d.d. 9 augustus 1949 binnen het Ministerie van Justitie een ‘Commissie tot het doen van Aangifte van Overlijden van Vermisten’ ingesteld. Deze commissie had tot taak het onderzoeken of er rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste bestond. Men deed dit, nadat de vermiste persoon was geregistreerd, door middel van onder andere het verzamelen van gegevens uit de kampregisters en de deportatielijsten, het inwinnen van informatie bij het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis en de Rijksinspectie van de Bevolkingsregister en het verhoren van getuigen. Kon er desondanks geen bepaalde datum van overlijden van de vermiste worden achterhaald, dan werd de derde dag na deportatie uit Westerbork of Vught als overlijdensdatum aangemerkt.

 

Werkrapport onderzoek

Werkrapport d.d. 14 november 1949, opgesteld naar aanleiding van het onderzoek naar het overlijden van Christiaan van den Berg.
Bron: © Uit de oude Koektrommel (eigen archief; met dank aan Michael van den Berg)

 
Na beoordeling en vaststelling door de commissie van de (vermoedelijke) overlijdensplaats en -datum van de vermiste, kon door of vanwege de Minister van Justitie bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de laatst bekende woonplaats in Nederland van een vermiste en diens overlijden schriftelijk aangifte worden gedaan. Voorafgaand werd eerst mededeling gedaan in de Nederlandsche Staatscourant en eventueel in één of meerdere door de Minister van Justitie aangewezen nieuwsbladen. Indien er niet binnen drie maanden na deze publicatie aanvulling, verbetering of vernietiging van de aangifte bij de bevoegde rechtbank werd verzocht, maakte de ambtenaar van de Burgerlijke Stand een overlijdensakte van de vermiste op, waarvan een afschrift werd teruggezonden naar de commissie. Aan de hand van de gegevens op dit afschrift werd het overlijden in het ‘Centraal register van akten van overlijden van vermisten’ ingeschreven.
Belanghebbenden konden een formulier aanvragen bij het Ministerie van Justitie in Den Haag, waarop de gegevens omtrent de vermiste persoon werden ingevuld. Na terugzending van dit formulier kreeg de betrokkene bericht zodra de overlijdensaangifte was verricht.

Na september 1962 werden eventuele verzoeken tot inlichtingen over en aangifte van vermisten uit de Tweede Wereldoorlog afgehandeld door de Hoofdafdeling Privaatrecht van het Ministerie van Justitie.

 

Nederlandsche Staatscourant van 13 juli 1950

Vermelding van het overlijden van Christiaan van den Berg uit naam van het Ministerie van Justitie in de Nederlandsche Staatscourant van 13 juli 1950.
Bron: Delpher

 

Overlijdensakte Christiaan van den Berg

Drie maanden later wordt de overlijdensakte van Christiaan van den Berg opgemaakt; ingeschreven de vanwege de Minister van Justitie gedane schriftelijke aangifte van overlijden.
Bron: Noord-Hollands Archief

 
 
Onderstaand treft u de links naar de lijsten van vermisten en de vastgestelde overlijdensplaats en -datum, die wekelijks in de Nederlandsche Staatscourant werden gepubliceerd. Er is een onderverdeling gemaakt op basis van de meest voorkomende overlijdensplaatsen Sobibór en Oświęcim (Auschwitz) in de betreffende publicaties. Overige overlijdensplaatsen staan tussendoor vermeld.

 
Sobibór

Nederlandsche Staatscourant 1 september 1949
Nederlandsche Staatscourant 8 september 1949
Nederlandsche Staatscourant 15 september 1949
Nederlandsche Staatscourant 22 september 1949
Nederlandsche Staatscourant 29 september 1949
Nederlandsche Staatscourant 6 oktober 1949
Nederlandsche Staatscourant 13 oktober 1949
Nederlandsche Staatscourant 20 oktober 1949
Nederlandsche Staatscourant 27 oktober 1949
Nederlandsche Staatscourant 3 november 1949
Nederlandsche Staatscourant 10 november 1949
Nederlandsche Staatscourant 17 november 1949
Nederlandsche Staatscourant 24 november 1949
Nederlandsche Staatscourant 1 december 1949
Nederlandsche Staatscourant 15 december 1949
Nederlandsche Staatscourant 22 december 1949
Nederlandsche Staatscourant 29 december 1949
Nederlandsche Staatscourant 5 januari 1950
Nederlandsche Staatscourant 12 januari 1950
Nederlandsche Staatscourant 19 januari 1950
Nederlandsche Staatscourant 26 januari 1950
Nederlandsche Staatscourant 9 februari 1950
Nederlandsche Staatscourant 16 februari 1950
Nederlandsche Staatscourant 23 februari 1950
Nederlandsche Staatscourant 2 maart 1950
Nederlandsche Staatscourant 16 maart 1950
Nederlandsche Staatscourant 23 maart 1950

 
Oświęcim (Auschwitz)

Nederlandsche Staatscourant 30 maart 1950
Nederlandsche Staatscourant 6 april 1950
Nederlandsche Staatscourant 13 april 1950
Nederlandsche Staatscourant 20 april 1950
Nederlandsche Staatscourant 27 april 1950
Nederlandsche Staatscourant 4 mei 1950
Nederlandsche Staatscourant 11 mei 1950
Nederlandsche Staatscourant 17 mei 1950
Nederlandsche Staatscourant 25 mei 1950
Nederlandsche Staatscourant 1 juni 1950
Nederlandsche Staatscourant 8 juni 1950
Nederlandsche Staatscourant 15 juni 1950
Nederlandsche Staatscourant 22 juni 1950
Nederlandsche Staatscourant 29 juni 1950
Nederlandsche Staatscourant 6 juli 1950
Nederlandsche Staatscourant 13 juli 1950
Nederlandsche Staatscourant 20 juli 1950
Nederlandsche Staatscourant 27 juli 1950
Nederlandsche Staatscourant 3 augustus 1950
Nederlandsche Staatscourant 10 augustus 1950
Nederlandsche Staatscourant 17 augustus 1950
Nederlandsche Staatscourant 31 augustus 1950
Nederlandsche Staatscourant 7 september 1950
Nederlandsche Staatscourant 14 september 1950
Nederlandsche Staatscourant 21 september 1950
Nederlandsche Staatscourant 28 september 1950
Nederlandsche Staatscourant 5 oktober 1950
Nederlandsche Staatscourant 12 oktober 1950
Nederlandsche Staatscourant 19 oktober 1950
Nederlandsche Staatscourant 26 oktober 1950
Nederlandsche Staatscourant 2 november 1950
Nederlandsche Staatscourant 9 november 1950
Nederlandsche Staatscourant 16 november 1950
Nederlandsche Staatscourant 23 november 1950
Nederlandsche Staatscourant 30 november 1950
Nederlandsche Staatscourant 7 december 1950
Nederlandsche Staatscourant 14 december 1950
Nederlandsche Staatscourant 21 december 1950
Nederlandsche Staatscourant 28 december 1950
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Delpher, USHMM, Oorlogsgetroffenen, Nieuw Israelisch Weekblad en Burgerlijk Wetboek