Wijziging openbaarheid akten Burgerlijke Stand België

8 januari 2019 at 23:54

 
Met ingang van 31 maart 2019 treedt in België een wijziging van de wet betreffende de openbaarheid van akten van de Burgerlijke Stand in werking. Dat houdt in dat ‘eenieder recht heeft op een uittreksel of afschrift van akten van overlijden van meer dan vijftig jaar oud en van akten van huwelijk van meer dan vijfenzeventig jaar oud’. Genoemde akten zijn momenteel pas na honderd jaar openbaar. Voor andere akten, waaronder akten van geboorte geldt het termijn van honderd jaar.

Wet van 21 december 2018; gepubliceerd op 31 december 2018 in het Belgisch Staatsblad.
Titel 11: Wijzigingen van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing; Art. 166, 4° a, b en c.
Bron: Federale Overheidsdienst Justitie

 

Belgisch Staatsblad

Gewijzigde wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Bron: Etaamb


 
 

Carte de visite en Kabinetkaart

30 oktober 2018 at 13:05

 
Carte de visite

De ‘carte de visite’, vanaf ongeveer 1854 in gebruik, bestond uit een afdruk op klein formaat, geplakt op een stukje stevig karton van ongeveer 6,5 bij 8,5 centimeter. Voor het portret werd doorgaans de albuminedruk gebruikt; in die tijd de goedkoopste en makkelijkste manier om meerdere scherpe en gedetailleerde afdrukken op papier te maken. Voor het eerst sinds de introductie van de fotografie in 1839 waren er portretfoto’s beschikbaar voor een groter deel van de bevolking. Het monteren van de afdruk op karton was overigens noodzakelijk vanwege de neiging van albuminefoto’s om te krullen.

 

Carte de visite

Carte de visite (albuminedruk); fotograaf Alexandre Ken ; Parijs 1850-1874.
Bron: Rijksmuseum (Licentie: Publiek Domein)

 
Het was gebruikelijk om niet één afdruk te kopen, maar een set van zes tot twaalf stuks, zodat er ook exemplaren uitgedeeld konden worden aan familie, vrienden, kennissen of zakenrelaties. Vaak werden de cartes de visite verzameld in speciale insteekalbums. Ook het verzamelen van portretten van leden van het Koningshuis, politici en beroemdheden was een populaire bezigheid van met name vrouwen uit de betere kringen. Een bekende Nederlandse carte de visite-fotograaf was Israël Kiek. Aan hem is het begrip ‘kiekje’ te danken.

Een carte de visite werd niet enkel voor portretten en afdrukken van landschappen of gebouwen gebruikt, maar ook voor bidprentjes. Niet zelden werd hiervoor een post-mortem portret gebruikt, wat in die tijd vrij gebruikelijk was om de gedachtenis aan een overleden dierbare te bewaren. De carte de visite bood de mogelijkheid om exemplaren te versturen naar familieleden.

 

Blad met cartes de visite

Blad met cartes de visite (albuminedruk) 1860-1870.
Bron: Rijksmuseum (Licentie: Publiek Domein)

 
In de beginjaren van de carte de visite was de kartonnen ondergrond en achterzijde blanco. Later verscheen summier de naam van de fotograaf onder de foto, al snel gevolgd door een uitvoeriger naamsvermelding of zelfs hele reclameteksten van de betreffende fotograaf op de achterzijde. Een hoog staaltje typografisch werk was de belettering in goud op zwart of donkerrood of op een ondergrond in pasteltint. De achterzijden waren hierdoor soms nog gewilder als verzamelobject dan de portretten zelf.

 

Carte de visite; voor- en achterzijde

Voor- en achterzijde van een carte de visite door Stubers, circa 1882-1888.
Bron: UofL Libraries (Licentie: CC BY 3.0)

 
Door de concurrentie van de kabinetkaart en na 1900 de andere vormen van fotografie, liep tegen het begin van de Eerste Wereldoorlog de vraag naar cartes de visite sterk terug.
 
 
 
Kabinetkaart

Vanaf 1866 kwam een groter formaat van de carte de visite in trek; de zogenaamde ‘cabinet card’, ‘kabinetfoto of -kaart’ of ‘kastkaart’. Deze benaming was afkomstig van de kast in de fotostudio, waarin de foto’s stonden uitgestald. De afmeting was ongeveer 11 bij 17 centimeter en de kabinetkaart was iets dikker dan de carte de visite. Deze kabinetkaarten werden meestal eenmaal afgedrukt en pronkten in speciale houders in kasten, op het tafelblad of op de schoorsteenmantel. Evenals voor de carte de visite werden er voor deze kaarten ook speciale albums op de markt gebracht waar achterin enkele pagina’s gereserveerd waren voor de oude familie-cartes de visite.

 

Kabinetkaart voorkant

Kabinetkaart: huwelijksfoto 1870-1880; Groh & Bro. Photographic Studio, Wisconsin.
Bron: Wikipedia (Licentie: Public Domain)


 
Kabinetkaart achterkant

Achterzijde van de bovenstaande kabinetkaart.
Bron: Wikipedia (Licentie: Public Domain)

 
Het uiterlijk van de kabinetkaarten vertoonde vanaf 1880 een sterke verandering in kleur- en tekstgebruik. Daarnaast werd de albuminedruk geleidelijk aan vervangen door onder andere de natte collodiumdruk en de gelatinezilverdruk.
Het grotere formaat zorgde er tevens voor, dat eventuele gezichtsgebreken of -onvolkomenheden duidelijker zichtbaar werden. Fotografen namen om deze reden wel kunstenaars in dienst om foto’s te retoucheren door het negatief te bewerken.

 

Cabinet Card; voor- en achterzijde

Voor- en achterzijde van een kabinetkaart door L. Bergman, circa 1882.
Bron: UofL Libraries (Licentie: CC BY 3.0)


 
Achterzijde kabinetkaarten

Enkele voorbeelden van achterzijden van kabinetkaarten.
Bron: UofL Libraries (Licentie: CC BY 3.0)

 
Als gevolg van de introductie van de fotografische ansichtkaart en de betaalbare Kodak-camera, waardoor men zelf foto’s ging maken, nam rond 1900 de populariteit van de kabinetkaart af. De wereldwijde productie van kabinetkaarten zou tot halverwege de jaren twintig van de vorige eeuw blijven bestaan.
 
 
 
Dateren

Het dateren van een carte de visite of een kabinetkaart is niet zo eenvoudig en kan het beste aan deskundigen worden overgelaten. Toch zijn er wel enkele kenmerken, die mogelijk een indicatie kunnen geven van de periode. U dient er wel rekening mee te houden, dat de voorraad kaartjes door de fotograaf geheel werd opgebruikt, alvorens er nieuwe kaartjes in gebruik werden genomen. Bovendien werd het karton nogal eens hergebruikt of zijn foto’s later op nieuwer karton gemonteerd. De onderstaande kenmerken zijn een samenvatting van diverse bronnen op het internet. Aanvullingen of verbeteringen zijn welkom!

Dikte van het karton
De foto’s werden geplakt op stevig karton. Postkaarten en ‘slappe’ exemplaren zijn van na 1900.
• Tot 1880 geplakt op rechthoekig dun karton
• Van 1880 tot 1890 geplakt op rechthoekig dik karton
• Van 1890 tot 1900 geplakt op dik karton, veelal slechter van kwaliteit. In deze tijd zien we het gebruik van de afgeronde hoeken en het reliëf in het karton.

Dikte van de carte de visite
• 1854-1870 0,3-0,5 mm
• 1870-1885 0,5-0,7 mm
• 1885-1890 0,7-1,0 mm
• 1890-1914 1,0-1,2 mm

Gewicht van de carte de visite
In het begin werd er nog gebruik gemaakt van dun karton. In de loop der jaren werd het karton dikker. Globaal kunnen de volgende gewichten worden gegeven voor datering.
• 1860-1870 1,5-2,5 gram
• 1864-1874 2,5-3,5 gram
• 1874-1886 3,5-4,5 gram
• 1879-1893 4,5-5,2 gram
• 1886-1910 meer dan 5,2 gram

Kleur van het karton
• Tot 1880 wit tot roomwit. Deze kleuren zouden later weer terugkomen, maar dan op dikker karton.
• Van 1880 tot 1890 kleuren als bruin, zwart en groen.
• Van 1882 tot 1888 matte voorzijde in lichtgeel en een glanzende achterzijde.

Uiterlijk van het karton
• Tot 1880 gouden of rood gedrukte rand met een enkele of dubbele lijn; een rode of zwarte lijn om de foto.
• Rond 1885 brede gouden of zilveren lijnen.
• Van 1885 tot 1892 gouden of zilveren rand.
• Van 1889 tot 1896 afgeronde hoeken en een gouden of zilveren randlijn.
• Van 1890 tot 1910 gebruik van reliëf voor zowel het karton als de belettering.

Belettering van het karton
• Tot 1880 de naam en eventueel het adres van de fotograaf worden vaak klein en netjes afgedrukt onder de afbeelding of op de achterzijde met eventueel de vermelding van de studionaam.
• Van 1880 tot 1900 artistiek vormgegeven tekst aan de voorzijde en extra versiering aan de achterzijde, vaak in cursieve stijl. De naam van de studio neemt vaak de volledige achterzijde van de kaart in beslag.
• Van 1880 tot 1895 gouden tekst op zwart karton.
• Van 1890 tot 1910 gebruik van reliëf voor de belettering en/of versiering.

Portret
• Tot 1870 hadden de foto’s rechte hoeken, daarna verschijnen exemplaren met afgeronde hoeken.
• Tot 1870/1880 keken mannen recht in de lens en vrouwen meer naar opzij.
• Van 1860 tot 1870 was voor gewone portretten het beeld ten voeten uit, daarna meestal tot de knie of buste.
• Vanaf 1880 krijgen de foto’s meer achtergrond.
• Vanaf 1890 waren de foto’s tot aan de buste doorgaans scherp en de onderkant vervaagd.
• Tot 1890 werden mannen en vrouwen nauwelijks als koppel geportretteerd.

Bijschriften
Mogelijk zijn er teksten bijgeschreven op de carte de visite of de kabinetkaart. In het geval het een naam betreft zou deze van de geportretteerde kunnen zijn, maar het kan bijvoorbeeld net zo goed de naam zijn van degene voor wie de kaart bestemd was. Voorzichtigheid is ook geboden bij een vermelde datum. Dit hoeft niet direct de opnamedatum te zijn.

Kleding
Kleding, hoofddeksels en haardracht kunnen een goede indicatie geven van een bepaalde periode. Met name dameskleding was veel meer aan mode onderhevig als herenkleding. (Zie bijvoorbeeld Vrouwenmode en Kleding)

 

Cabinet Card

Kabinetkaart uit 1885 met de handgeschreven tekst: ‘Yours with best wishes, S. M. Burroughs’.
Bron: Welcome Collection (Licentie: Public Domain; CC BY 4.0)


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: UofL Libraries, Kabinetfoto (Wayback Machine), Ontdek jouw verhaal, D.P. Huijsmans, Wikipedia (Carte de visite), City Gallery, HCO en Wikipedia (Cabinet Card)
 
 

Grootmoe Leen en Grootmoe Wies

24 oktober 2018 at 01:51

 
Jaren geleden kreeg ik van een familielid een plastic tasje met foto’s. Ik ‘moest maar kijken of ik er iets mee kon…’ Het tasje bleek een handjevol ‘pareltjes’ te bevatten. Een zeer welkome aanvulling op de toch al geringe hoeveelheid oude familiefoto’s, die binnen onze familie circuleert.
Bijzondere vondsten waren de foto’s van mijn betovergrootmoeders Helena van Deelen en Louise Jansen. Grootmoe Leen en Grootmoe Wies, de beide grootmoeders van mijn oma.

Helena werd als vierde dochter van de Bennekommer boerenknecht, dagloner en arbeider Aalbert van Deelen en de uit Otterlo afkomstige boerenmeid en arbeidster Dientje Freriks op 11 oktober 1858 ’s avonds om acht uur geboren in Otterlo. Tot aan haar huwelijk zou Helena in Otterlo blijven wonen.
Op 26 april 1879 trouwde Helena, twintig jaar oud, in Ede met de zeven jaar oudere Wageninger arbeider Casper Vermeer, weduwnaar van Grietje Riggelink. Na het huwelijk gingen Helena en Casper in Bennekom wonen. Op 30 oktober van hetzelfde jaar werd hun oudste zoon geboren, die slechts achttien dagen oud zou worden. Er volgden nog twee zonen, vijf dochters en twee levenloos geboren kinderen. In 1916 werd Helena weduwe; zij zelf overleed in Bennekom op 17 januari 1938, negenenzeventig jaar oud.

 

Helena van Deelen

Helena van Deelen
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Geboorteakte Helena van Deelen

Geboorteakte van Helena van Deelen.
Bron: Gelders Archief


 
Gerecontrueerde PK van Helena van Deelen

Gerecontrueerde persoonskaart van Helena van Deelen.
Bron: Archieval


 
Overlijdensakte Helena van Deelen

Overlijdensakte van Helena van Deelen.
Bron: Gelders Archief

 
Louise werd op 15 oktober 1860 ’s avonds om negen uur in Ede geboren als oudste dochter van de uit Ede afkomstige smid en arbeider Cornelis Jansen en spinster Gerritje van de Weerd. Het gezin liet zich op 21 november 1870 uitschrijven van Ede Dorp 71 naar Woudenberg om later weer in Ede neer te strijken.
Louise trouwde, 20 jaar oud, op 16 april 1881 in Ede met de Bennekommer boerenknecht en arbeider Rut Hulstein. Ook Rut en Louise vestigden zich na hun trouwen in Bennekom. Hun oudste zoon werd geboren op 6 november van hetzelfde jaar. Er zouden nog drie zonen en zes dochters volgen. Louise overleed op 25 december 1932 te Bennekom op tweeënzeventigjarige leeftijd; ruim drie weken later gevolgd door haar man.

 

Louise Jansen

Louise Jansen
Bron: © Uit de oude Koektrommel


 
Geboorteakte Louise Jansen

Geboorteakte van Louise Jansen.
Bron: Gelders Archief


 
Gereconstrueerde PK van Louise Jansen

Gereconstrueerde persoonskaart van Louise Jansen.
Bron: Archieval

 
Opvallend is de vermelding ‘Groep de Laar’ op de gereconstrueerde persoonskaart. In de ‘Straatreconstructie van J.G. Hartgers’ wordt dit niet vermeld. Vanaf 1921 zijn in het arme noordoostelijke gebied van Bennekom met verspreide bebouwing de straatnamen ‘Laarweg’ en (het inmiddels verdwenen) ‘Laarpad’ ingevoerd. Onderscheid wordt er tevens gemaakt tussen ‘Laarweg’ en ‘De Laar’. De vermelde huisnummers 34, 35a en 17 ontbreken bij de adressen, die J.G. Hartgers vermeldt voor ‘De Laar’. Het is dan ook aannemelijk dat ‘Groep de Laar’ een deel was van ‘De Laar’ en mogelijk het vroegere ‘Laarpad’.

 

Overlijdensakte Louise Jansen

Overlijdensakte van Louise Jansen.
Bron: Gelders Archief


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

Hollandgangers

7 oktober 2018 at 01:26

 
Hollandgangers, hannekemaaiers, pikmaaiers of poepen

Vrolijk werd er in de Duitse dorpen afscheid genomen van de mannen die, gewoonlijk na Pinksteren, voor een seizoen hun geluk gingen beproeven bij hun westerburen. ‘Hollandgänger’, of zoals ze in ons land werden genoemd: ‘Hollandgangers’, ‘hannekemaaiers’, ‘pikmaaiers’ of ‘poepen’. Hannekemaaier was een samentrekking van Hannes, de verkleinvorm van de voornaam Johann, en het woord maaier. Dit had te maken met Sint Johannesdag op 24 juni; traditioneel de dag waarop het gras gemaaid werd. Pikmaaier voor de maaier met de korte zeis en de bijnaam ‘poepen’ zou ontstaan zijn doordat ze elkaar vaak aanspraken met het Duitse woord ‘Bube’ voor ‘jongen’ of ‘kerel’.

Al sinds het begin van de zeventiende eeuw kwamen de seizoenarbeiders, vaak bitter arme keuterboeren uit Westfalen en het Osnabrücker- en Münsterland en later tevens uit het noordwesten van Duitsland, naar Holland om hun schamele inkomsten aan te vullen door voor de werkgever gras te maaien en te hooien voor de winterse stalvoeding van het melkvee of veen te baggeren voor de turfwinning.

 

Auszug der Hollandgänger (Zeichnung)

Die Hollandgänger, Tekening door L. Preller, Emslandmuseum Lingen.
Bron: euregio-history.net (Licentie: CC0 1.0; Universal Public Domain)


 
 
Oorzaak van de trek naar Holland

De meeste Hollandgangers waren in eerste instantie afkomstig uit het prinsbisdom Osnabrück. De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) had heel wat geld opgeslurpt in het prinsbisdom. Om de enorme schuldenlast weg te werken werd een ingrijpende belastingpolitiek gevoerd, met als gevolg dat de bevolking drastisch verarmde.
Bovendien speelde, naast de enorme bevolkingsgroei, het verbod op erfdeling een belangrijke rol. In de praktijk kwam het erop neer dat de oudste zoon het familiebedrijf erfde om versnippering van het bedrijf tegen te gaan. De overige kinderen moesten het doen met een vaak geringe afkoopsom. Dit hield in dat niet-ervende kinderen van boeren, ‘Hüsselten’ genoemd, geen eigen grond bezaten en tevens niet konden ‘introuwen’. Voor hen lag de oplossing in het huren (‘heuern’) van een stukje land en bewoning. Op deze manier ontstond het systeem van ‘Heuerleute’. Onder deze vaak toch wel armlastige Heuerleute was een aanzienlijk aantal Hollandgangers te vinden.
 
 
Routes

Bepakt met gereedschap en een ‘Essensack’ met kleding, eieren, spek, gerookt varkensvlees en brood werd er zoveel mogelijk in groepen vertrokken vanuit de woonplaats, waarbij gaandeweg de reis naar Holland de verschillende groepen zich bij elkaar aansloten. De afstand tussen het gebied van afkomst en de plaats van bestemming bedroeg al snel zo’n tweehonderd tot driehonderd kilometer; een tocht die hoofdzakelijk te voet werd afgelegd. Soms ging de reis naar Noord-Holland per schip naar Amsterdam en legde men aan bij de Oude Brug, ook wel ‘moffenbrug’ genoemd.

Gemakkelijk was de reis zeker niet. De wegen waren soms slecht en uitgestrekte veengebieden belemmerden een rechtstreekse doorgang, waardoor er twee natuurlijke routes genomen konden worden. De noordelijke route liep via een smalle strook tussen de Dollard en het Bourtanger Veen naar Groningen en Friesland. De hoofdroute liep, met de aftakking naar het noorden, door Lingen en het Graafschap Bentheim tussen de venen via de smalle rivierbedding van de Vecht naar de Zuiderzee. Sommigen namen vervolgens het pad naar het zuiden richting Brabant, Zeeland of België.

 

Routes van de Hollandgangers.
Bron: Clicks4You (embedded)


 
 
Werkzaamheden

In het voorjaar werkten de boeren op het eigen land. Vervolgens vertrokken zij naar Holland voor seizoenswerk om in de nazomer weer de werkzaamheden op het eigen land te hervatten. Dat was broodnodig aangezien de inkomsten van het eigen land en de winterse huisnijverheid als wolspinnen, breien, weven, klompen- en bezemmaken en mandenvlechten niet genoeg opleverde om een gezin van te kunnen onderhouden. Vaak boden zij zichzelf aan op de ‘poepenmarkt’; doorgaans een hoekje op de veemarkt. In veel gevallen keerden zij jarenlang terug naar dezelfde werkgever.

Holland kende een periode van economische bloei, waardoor er een permanente vraag was naar arbeidskrachten. De Hollandgangers hadden door de werkzaamheden in hun thuisland doorgaans de nodige ervaring in het aangeboden werk. Hierdoor lag het vinden van werk en een hoger loon in het vooruitzicht.
Naast het werk op het land waren ‘in de hoogtijdagen’ veel seizoenwerkers werkzaam op de walvis- en koopvaardijvaart, als tichelwerker op de steenbakkerijen, als polderjongens bij de aanleg van vaarten en dijken, als blekersboden op de blekerijen en als tuinlieden op de buitenplaatsen. Door de interesse in ons land voor Duitse koopwaar, waaronder het Westfaalse linnen, besloten sommige Hollandgangers extra verdiensten te genereren door deze goederen in manden op de rug mee te nemen.

 

Hannekemaaiers

In Noord-Holland en Friesland sliepen de Hannekemaaiers in de schuur of de stal van de boer. De Oost-Friezen waren herkenbaar aan hun kleding; op warme dagen maaiden ze in hun rode hemd. De Friese boerinnen waren weg van deze stof en al snel werd gevraagd om het jaar daarop deze stof mee te brengen.
Bron: © Uit de oude Koektrommel (Foto genomen in Museumdorp Allingawier.)

 
Onder invloed van de verslechterende economische omstandigheden in Holland, de juist toenemende welvaart in eigen land en de emigratiestroom naar Amerika nam in de tweede helft van de negentiende eeuw het aantal Hollandgangers steeds meer af
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Wikipedia (Hannekemaaier), Verre Verwanten, Barendse, Members Home, Achter de Breede Sloot, HK Losser en Museumdorp Allingawier
 
 

De ‘verdwenen’ Joseph Ubeda

30 augustus 2018 at 13:03

 
Joseph Ubeda werd op 16 november 1830 ’s nachts om één uur geboren in Nijmegen. Hij was de derde zoon uit een gezin met veertien kinderen, waarvan de oudste voortkwam uit een relatie van moeder Maria Giesbers met een, voor ons althans, onbekende man. Zijn vader was de uit het Spaanse Huèrcal de Almeria afkomstige José Antonio Rueda de Ubeda; stamvader van de familie Ubeda in Nederland.

 

Geboorteakte Joseph Ubeda

Geboorteakte van Joseph Ubeda.
Bron: Gelders Archief

 
Dat Joseph hoogstwaarschijnlijk naar het buitenland was vertrokken leek aannemelijk. In Nederland was maar weinig informatie over hem te vinden. Het lotingsregister van Nijmegen vermeldde, naast de gebruikelijke gegevens, alleen ‘No. 208’. Dat leverde dus geen enkel aanknopingspunt op. De periode, waarin hij het ouderlijk huis verlaten zou hebben, balanceerde bovendien op het randje van de invoering van het vastbladig bevolkingsregister, wat het ‘opsporen’ bemoeilijkte.
Uiteindelijk wordt zijn vermelding gevonden in het bevolkingsregister van Amsterdam: ingeschreven op het adres Elandsgracht-Klaverbladsgang No. 224 A, ongehuwd, Rooms Katholiek, knecht van beroep en ‘dienst genomen zonder kennisgeving’. Dit was meteen het voorlopig laatste teken van leven van Joseph in Nederland.

 

De Elandsgracht (NZ) met ‘Fort Sjako’ rond 1885. Een stukje verderop tussen de nummers 52 en 56 bevond zich de Klaverbladsgang.
Bron: Elandsgracht (embedded)


 
Bevolkingsregister Amsterdam

Aanknopingspunt in het bevolkingsregister van Amsterdam: ‘dienst genomen zonder kennisgeving’.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Met als enig aanknopingspunt ‘dienst genomen zonder kennisgeving’, kon het spitten in de militaire stamboeken dus beginnen. Aangezien zijn oudere broers bij het Regiment Infanterie waren terechtgekomen, zou dat de eerste gok moeten zijn. Zijn vermelding werd al snel gevonden in de klapper van het 3e Regiment Infanterie. De inschrijving in het stamboek leverde verwijzingen en inschrijfnummers naar en van andere regimenten op.

Joseph had volgens zijn signalement een lengte van 1.603 meter, een ovaal gezicht, een rond voorhoofd, een spitse kin, normale neus en lippen, bruin haar, blauwe ogen, bruine wenkbrauwen en een litteken boven zijn linker oog. Als laatste woonplaats werd Rotterdam vermeld, waar hij werkzaam was geweest als knecht in een koffiehuis.
Op 25 April 1849 werd hij als reserve milicien voor de tijd van vijf jaar ingedeeld bij het 7e Regiment Infanterie als nummerwisselaar van Eduardus Wilhelmus Friebels van de lichting van 1849 van Nijmegen. Daar zal vast een welkome beloning tegenover gestaan hebben.
Vanaf 20 Mei 1850 kwam hij in actieve dienst, amper 3 maanden later gevolgd door groot verlof.

 

Inschrijving stamboek 7e Regiment Infanterie

Gedeelte van de inschrijving in het stamboek van het 7e Regiment Infanterie.
Bron: FamilySearch

 
Joseph ging op 5 maart 1851 als milicien over naar het 3e Regiment Infanterie met een vrijwillige verbintenis voor de tijd van zes jaar. Hij kreeg hiervoor een premie van 20 gulden. Ruim drie jaar later, op 15 mei 1854, werd Joseph geroyeerd als milicien en als vrijwilliger aangemerkt. Op 18 december 1856 werd hij ‘gereëngageerd’ voor de tijd van zes jaar, ingaande 5 maart 1857, met een handgeld van 25 gulden.
Op 1 mei van datzelfde jaar besloot Joseph een nieuwe verbintenis te tekenen voor de tijd van zes jaar bij het Koloniaal Werfdepot, ingaande op de dag van inscheping naar de overzeese bezettingen in Oost-Indië en met een premie van 85 gulden.

Het lijkt voor de hand liggend dat Joseph heeft ingetekend bij het belangrijkste werfdepot voor het Oost-Indisch Leger in Harderwijk. Het Koloniaal Werfdepot was het legeronderdeel dat in Nederland rekruten aanwierf en de soldaten in een zesweekse opleiding klaarstoomde voor hun dienst in de Oost. In de tijd van Joseph was dit een beroepsleger, aangezien de grondwet de uitzending van dienstplichtigen naar de koloniën verbood, en viel na inscheping onder het Ministerie van Koloniën.

 

Koloniaal Werfdepot

Het Koloniaal Werfdepot (Oranje Nassau Kazerne) aan de Smeepoortstraat te Harderwijk.
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)

 
Lang hebben zijn werkzaamheden voor het Koloniaal Werfdepot niet geduurd. Gelet op de vermelde data is het zelfs nog maar de vraag of hij zijn bestemming in Oost-Indië bereikt zal hebben. Op 12 juli 1857 stapte Joseph namelijk over aan boord van het schip Willem en Carel met bestemming West-Indië, dienende als jager 2e klas in het 27e Bataljon Jagers.

 

Stamboek Koloniaal Werfdepot

Gedeelte uit het stamboek van het Koloniaal Werfdepot.
Bron: FamilySearch


 
Stamboek Suriname Joseph Ubeda

Inschrijving van Joseph Ubeda in het West-Indisch stamboek.
Bron: Nationaal Archief

 
Uiteindelijk zou hij terecht komen in de Surinaamse militaire post Republiek aan de Coropinakreek. Deze post was destijds alleen bereikbaar over het water en lag in het Paragebied, het oudste plantagegebied van Suriname, dat bekend stond om de productie van suiker en houtskool voor brandstof.
Waarschijnlijk heeft Joseph nog de slavenopstand in de plantage Vier Kinderen van 1857 meegemaakt, die uitbrak na het aantreden van een nieuwe directeur. Nadat de opstandigheid van de slaven al zo’n acht maanden gaande was, werden er uiteindelijk 120 militairen van de militaire post Republiek op de ongeveer 180 slaven afgestuurd, waarbij 17 ‘belhamels en opstokers’ werden opgepakt.

Joseph overleed plotseling in de militaire post Republiek op 8 maart 1859, nalatende 7 gulden en 9 cent; een bedrag dat omgerekend vandaag de dag rond 75 euro zal liggen.

 

Militaire post Republiek

Aquarel ‘Military post ‘Republiek’ by the Coropina Creek’ rond 1860 (bewerkt).
Bron: Nationaal Museum van Wereldculturen (Licentie: CC BY-SA 4.0)


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Bronnen: FamilySearch, Nationaal Archief, Wikipedia (Republiek), Wikipedia (Koloniaal Werfdepot) en Paranen tussen stad en bos
 
 

Amateurschilder Albertus Johannes van Ludolphi

2 augustus 2018 at 22:01

 
In de familie Ludolphi ‘wemelt’ het van de creatieve individuen. Van schrijvers tot glasmakers en ‘ververs’. Bij velen moeten we het doen met de vermeldingen in registraties of akten. Toch zijn er van de schrijvers nog gepubliceerde boeken te vinden op het internet of in de Universiteitsbibliotheek van Groningen. Van de schilders in de familie is er heel wat minder bekend, met uitzondering van Albertus Johannes van Ludolphi.

 

Geboorteakte Albertus Johannes van Ludolphi

Geboorteakte van Albertus Johannes van Ludolphi.
Bron: AlleGroningers

 
Albertus Johannes werd op 9 april 1812 geboren in het Groningse Appingedam als zoon van Jan Watzes van Ludolphi en zijn eerste vrouw Martjen Jans Kokmeijer, ook wel Niewold. Vader Jan, afkomstig van het Bolwerk bij Appingedam, was ‘verver’ en ‘glazemaker’.
Blijkbaar koos Albertus Johannes al vroeg voor het kunstenaarsleven, want hij was van 1827 tot aan zijn overlijden werkzaam als schilder in Appingedam. Zijn onderwerpen bestonden uit figuurvoorstellingen, interieurs en kaars- of lamplichtstukken.

In 1844 exposeerde Albertus Johannes met zijn schilderij ‘Een kaarslicht’ op de Tentoonstelling voor Schilder-, Teken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst in het Lokaal van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. Op dat moment was hij woonachtig in het Drentse Smilde. Jaren geleden heb ik dit schilderij nog mogen aanschouwen, maar eerlijk gezegd kon het mij niet echt bekoren.

 

Krantenbericht Tentoonstelling Amsterdam

Uit de Middelburgsche Courant van 13 juni 1844.
Bron: Delpher


 
Tentoonstellingsboekje Amsterdam

In 1844 exposeerde Albertus Johannes met zijn schilderij ‘Een kaarslicht’ op de Tentoonstelling voor Schilder-, Teken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst te Amsterdam.
Bron: RKD


 
Tentoonstelling Amsterdam inhoud

Albertus Johannes van Ludolphi exposeerde met zijn schilderij ‘Een kaarslicht’.
Bron: RKD

 
Met zijn schilderijen ‘De Barbierswinkel’ en ‘Een gezelschap bij het vuur’ sierde Albertus Johannes de Tentoonstelling ‘Schilderijen van Levende Nederlandsche Meesters’ ten huize van de Weduwe Bontekoe aan de Grote Markt te Groningen in 1845. Hij woonde toen weer in zijn oude woonplaats Appingedam.

 

Krantenbericht Tentoonstelling Groningen

Uit de Leeuwarder Courant van 13 mei 1845.
Bron: Delpher


 
Tentoonstellingsboekje Groningen

Met zijn schilderijen ‘De Barbierswinkel’ en ‘Een gezelschap bij het vuur’ sierde hij de Tentoonstelling ‘Schilderijen van Levende Nederlandsche Meesters’ te Groningen in 1945.
Bron: RKD


 
Tentoonstelling Groningen i

Albertus Johannes van Ludolphi exposeerde met zijn schilderijen ‘Een barbierswinkel’ en ‘Een gezelschap bij het vuur’.
Bron: RKD

 
Op 54-jarige leeftijd besloot Albertus Johannes om toch maar eens te trouwen. De bruid was Helena Nuwer, geboren te Appingedam op 23 maart 1820 als dochter van zadelmaker Lodewijk Nuwer en Anje Ogiers. Het huwelijk vond plaats te Appingedam op 22 november 1866.
Helena werkte als dienstmeid en kreeg op 22 september 1851 een zoon Lodewijk. Zijn vader is onbekend. Acht jaar later, op 27 maart 1860, zou zoon Lodewijk in Jukwerd komen te overlijden. Hij woonde op dat moment samen met zijn moeder in Appingedam.

 

Huwelijk Ludolphi-Nuwer

Huwelijksakte van Albertus Johannes van Ludolphi en Helena Nuwer.
Bron: AlleGroningers

 
Een jaar of drie geleden is het schilderij ‘Spekdikken eten’ van Albertus Johannes op een veilig onder de hamer gegaan. Het kunstwerkje was met olieverf op paneel aangebracht en had het formaat van 35 bij 27 centimeter. Uiteraard was ik nieuwsgierig naar wat deze voor mij onbekende spekdik nou eigenlijk is. Het blijkt een soort kleine pannenkoek te zijn van roggemeel, eieren en stroop, die als lokale specialiteit onder meer in het Groninger Westerwolde en in het Oost-Friese Reiderland rond Nieuwjaar wordt gegeten. De spekdik wordt met een stukje vet spek en vaak enkele stukjes droge worst gebakken in een knijpijzer.

 

Spekdikken eten (Albertus Johannes van Ludolphi)

‘Spekdikken eten’ door Albertus Johannes van Ludolphi.
Bron: onbekend (kopie in eigen archief; eventueel auteursrecht onbekend)


 
Detail spekdikken eten door Albertus Johannes van Ludolphi

Detail uit het schilderij ‘Spekdikken eten’.
Bron: onbekend (kopie in eigen archief; eventueel auteursrecht onbekend)

 
Zoals gezegd bleef Albertus Johannes tot aan zijn overlijden schilderen. Hij overleed te Appingedam op 3 april 1883 op zeventigjarige leeftijd. Helena ging hem twee jaar eerder al voor. Zij overleed eveneens te Appingedam op 19 februari 1881, zevenenvijftig jaar oud.

 

Overlijden Albertus Johannes van Ludolphi

Overlijdensakte van Albertus Johannes van Ludolphi.
Bron: AlleGroningers


 
 
Tekst: © Uit de oude Koekstrommel
Bronnen: Wikipedia en RKD
 
 

Zoekakten gestopt

15 juli 2018 at 16:15

 
Het zal u niet ontgaan zijn dat de website zoekakten.nl is gestopt. In het verleden is daar vaker sprake van geweest, hetgeen uiteindelijk toch leidde tot een doorstart. De toekomst zal uitwijzen of dit inderdaad het definitieve einde van de website is of dat er mogelijk op een andere manier een oplossing gevonden gaat worden voor het voortbestaan.

 

zoekakten

Zoekakten is gestopt.
Bron: zoekakten.nl


 
 
Voor het vinden van scans van een kerkregistratie of een akte uit de Burgerlijke Stand bestaan bovendien uitstekende alternatieven. Algemene zoeksites zijn: FamilySearch (gratis account nodig), Open Archieven en de Genealogiewerkbalk FS, Wie Was Wie, Archieven.nl, Archievaria, Geneal-IX, VPND, Geneaknowhow en GenVer. Daarbij dient opgemerkt te worden dat GenVer niet wordt onderhouden en de geruchten gaan dat de site malware en/of virussen zou bevatten.
Daarnaast kunt u zoeken via de Nederlandse archiefdiensten met een online databank. Zie hiervoor: Archieven Nederland.

Uiteraard kunt u de nodige registers terugvinden via de toegangen voor Nederland in FamilySearch. Een overzicht van alle online beschikbare registers van een bepaalde plaats (wereldwijd) is te vinden via Catalog. (Verander de plaats Amsterdam in de plaats van uw keuze en vink ‘Online’ aan onder ‘Availability’.)

De toegangen voor de Nederlandse provincies betreffende de registers van de Burgerlijke Stand (waaronder de huwelijksbijlagen) zijn te vinden via:

Friesland
Groningen
Drenthe
Overijssel
Gelderland
Utrecht
Noord-Holland
Zuid-Holland
Zeeland
Noord-Brabant
Limburg
 
De toegangen voor de Belgische provincies betreffende de registers van de Burgerlijke Stand zijn te vinden via:

Antwerpen
Brabant (Vlaams en Waals)
Brussel Stad
Henegouwen
Limburg
Luik
Luxemburg
Namen
Oost-Vlaanderen
West-Vlaanderen

Zie ook: België.
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
 
 

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

24 mei 2018 at 11:33

 
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing; een uitwerking van de General Data Protection Regulation (GDPR). Dat betekent dat er vanaf die datum dezelfde privacywetgeving geldt in de gehele Europese Unie. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) komt daarmee te vervallen.

De fundamentele principes uit de AVG zijn hetzelfde als uit de Wbp, echter in de AVG wordt de behoorlijke en zorgvuldige omgang met persoonsgegevens aangescherpt. Zo dient een webbeheerder onder meer zorg te dragen voor een goede bescherming van persoonsgegevens en wordt u als bezoeker en/of gebruiker van een website voortaan expliciet om uw toestemming gevraagd deze vertrouwelijke informatie voor een bepaald doel te verstrekken.
 
 
Bezoeken en/of gebruiken van deze website

In het kader van de AVG zijn er enkele veranderingen toegepast op het bezoeken en/of gebruiken van de website Uit de oude Koektrommel, alsmede op het bezoeken en/of gebruiken van het onderdeel uitmakende van en aan de website Uit de oude Koektrommel gekoppelde stamboomprogramma. De gewijzigde privacyverklaring kunt u terugvinden in de disclaimer van deze website.
 
 

Joannes Bernardus Regter

2 april 2018 at 14:36

 
Joannes Bernardus Regter wordt op 22 oktober 1798 in Amsterdam geboren en een dag later in de Rooms Katholieke ‘Kerk Op Het Kuiperspad’ gedoopt. Dit is een schuilkerkje van de Sint-Willibrordusparochie in een oude turfschuur aan het Kuiperspad, de huidige Kuipersstraat, in de Binnendijkse Buitenvelderse Polder buiten de Utrechtse Poort.

 

Doopinschrijving Joannes Bernardus Regter

Doopinschrijving van Joannes Bernardus Regter.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Als zoon van de uit het Duitse Bramsche afkomstige Herman Hendrik Richter en de Amsterdamse Maria Christina Scholten, dochter van Gerrit Scholten uit Denekamp en de Amsterdamse Elisabeth Beekman, groeit hij samen met zijn bijna twee jaar oudere broer Gerardus Joannes op aan het Hoedemakerspad naast de wasbleek buiten de Utrechtse Poort. Gerardus Joannes had nog een tweelingbroer Petrus Franciscus, die overleden is in de leeftijd van ruim een half jaar. Drie maanden na het overlijden van hun vader wordt er nog een broer Henricus Franciscus geboren, maar deze haalt nog net de twee maanden.

Het Hoedemakerspad, de huidige Van Ostadestraat in De Pijp, ligt vlakbij het Kuiperspad in de Binnendijkse Buitenvelderse Polder buiten de Utrechtse Poort en binnen de dijken van de Amstel en Schinkel. Dit gebied bestaat voornamelijk uit weilanden, warmoezerijen, turfwinningsplaatsen en buitenplaatsen van welgestelde Amsterdammers. De naam Hoedemakerspad, naar de hoedenmakers die hier in de zeventiende eeuw gevestigd waren, blijft tot 1883 bestaan. Bij Raadsbesluit van 20 maart 1883 wordt de naam gewijzigd in Hoedenmakersstraat en vervolgens bij Raadsbesluit van 14 december 1898 in Van Ostadestraat.

 

Hoedemakerspad

Herberg ‘De Steene Brug’ aan de Amsteldijk tussen het Kuiperspad en het Hoedemakerspad met in het midden de ingang naar het Hoedemakerspad (door Isaac Lodewijk la Fargue van Nieuwland, ca. 1761/1762).
Bron: Rijksmuseum (Licentie: Publiek Domein)

 
Moeder Maria Christina hertrouwt op 18 juni 1802 als weduwe met de uit het Duitse Münster afkomstige Ferdinand Jansen. Het gezin blijft op het Hoedemakerspad wonen. Vanuit dit adres trouwt Joannes Bernardus, inmiddels hovenier van beroep, op 10 mei 1826 in Amsterdam met de eveneens ‘Roomse’ Maria Joanna Schouten, op dat moment wonende aan het Oetgenspad, dochter van de Blaricummer Tijmen Schouten en Margaretha Beums uit Xanten bij Kleef. Het Oetgenspad, de huidige Eerste Oosterparkstraat, loopt langs een aangelegde sloot vanaf de Amstel (Weesperzijde) de Overamstelse Polder in. De Overamstelse Polder, direct buiten de Muiderpoort, is ingericht met warmoezerijen en weide- en hooilanden met bijbehorende huizen en schuren.

 

Oetgenspad

(Het zuiden is boven.) Onderin, aan weerszijden van de sloot het Oetgenspad in de ‘Ban van Oetewael’ tussen de Oetewalerweg en de Amstel. Kaart uit 1676.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Joannes Bernardus en Maria Joanna vertrekken naar de Weesperzijde nummer 23. Daar wordt zoon Ferdinandus Thimotheus op 4 maart 1827 geboren. Het jaar daarop wordt dochter Johanna Margaretha geboren op 13 april aan de Weesperzijde nummer 73. Vijf dagen na haar geboorte overlijdt Maria Joanna op achtentwintigjarige leeftijd.

Op 15 mei 1831 hertrouwt Johannes Bernardus met Aaltje Beijer. Aaltje is geboren in Nieuwer-Amstel als dochter van Gijsbert Beijer, afkomstig uit Wilnis, en Wilhelmina van ’t Lam uit het Utrechtse Stokkelaarsbrug.
Het stel gaat wonen aan het Hoedemakerspad nummer 32. Op dit adres wordt op 28 oktober 1831 een tweeling geboren: Maria Wilhelmina en een half uurtje later Petrus Franciscus.
Amsterdam wordt ‘officieel’ ingeruild voor Nieuwer-Amstel. Het is niet helemaal duidelijk of er sprake is van een daadwerkelijke verhuizing of dat één en ander te maken heeft met een nieuwe vaststelling van de gemeentegrens, waardoor het woonadres binnen de iets noordelijker uitgelegde gemeentegrens van Nieuwer-Amstel valt.

 

Hogesluis naar de Buiten-Amstel

De Hogesluis naar de Buiten-Amstel, de Amsteldijk en de molens aan de Zaagmolensloot te Nieuwer-Amstel in de achttiende eeuw. Links het bolwerk Westerblokhuis met molen ‘De Groen’ en de Utrechtsepoort. Rechts de Weesperzijde.
Bron: Rijksmuseum (Licentie: Publiek Domein)

 
In Nieuwer-Amstel worden nog drie kinderen geboren. Op 28 april 1834 zoon Johannes Bernardus, die ruim twee jaar later op 21 juli 1836 overlijdt. Dan volgen op 9 februari 1836 een dochter Klara Engeliena en op 18 augustus 1838 een dochter Johanna Maria Geertruida. De geboorte van zijn laatste kind zal Johannes Bernardus niet meer meemaken. Hij overlijdt ruim een half jaar eerder op 28 januari 1838 in Nieuwer-Amstel aan zinkenziekte als gevolg van zijn beroep als smid in de laatste jaren van zijn leven. Johannes Bernardus wordt vijf dagen later begraven op het Sint Anthonius Kerkhof in Amsterdam.
Zijn weduwe Aaltje zal niet meer hertrouwen. Zij overlijdt op 28 september 1876 in Nieuwer-Amstel, achtenzestig jaar oud.

 

Bidprentje Joannes Bernardus Regter

Bidprentje van Joannes Bernardus Regter.
Bron: CBG Verzamelingen


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Reliwiki, Cultureel Erfgoed, Wikipedia (Binnendijkse Buitenvelderse polder) en Wikipedia (Nieuwer-Amstel)
 
 

Caféhouder en slijter Johannes Bernardus Horning

10 maart 2018 at 14:42

 
Johannes Bernardus Horning wordt op 13 maart 1847 ’s avonds om elf uur geboren in de Amsterdamse Passeerdersstraat op nummer 60 als zoon van Anthonie Hendricus Horning en Jansje van den Berg. Het gezin heeft het zeker niet breed met de magere inkomsten van vader als sjouwer. Er moet in de winter 1855-1856 zelfs voor hulp aangeklopt worden bij de Huiszittenhuizen. Toch wordt al snel de ondersteuning ‘ingetrokken om hoge verdiensten’. Vader Anthonie Hendricus begint een steenzettersbedrijf.

 

Geboorteakte Johannes Bernardus Horning

Geboorteakte van Johannes Bernardus Horning.
Bron: FamilySearch


 
Inschrijving Huiszittenhuizen

Inschrijving in het register van de Huiszittenhuizen voor winterhulp.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Na het overlijden van zijn moeder in 1859 ten gevolge van cholera (in het register van het Diaconieweeshuis wordt aangegeven aan de gevolgen van het kraambed), hertrouwt zijn vader met jonge Johanna Weber. Als zijn vader in 1868 komt te overlijden door een hartziekte worden zijn jongste broertje Hendricus Bernardus en zusje Aletta ondergebracht in het Diaconie Weeshuis. De dan vierentwintigjarige broer Anthonie Hendrikus wordt als voogd over deze kinderen benoemd. Deze broer zal het steenzettersbedrijf samen met W. Bouman op dezelfde voet doorzetten onder de Firma Bouwman & Comp. Acht jaar later besluit zijn broer geheel voor eigen rekening de ‘affaire’ over te nemen.

 

Algemeen Handelsblad, 10 juli 1868

Uit het Algemeen Handelsblad van 10 juli 1868.
Bron: Delpher


 
Registratie Commissieboek Diaconieweeshuis

Gedeelte van ‘Documenten des Boedels’ uit het commissieboek van het Diaconieweeshuis in Amsterdam, d.d. 27 augustus 1868.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Inschrijving Diaconieweeshuis

Inschrijving in het Diaconieweeshuis van de jongste twee kinderen.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Inschrijving Diaconieweeshuis

Inschrijving in het Diaconieweeshuis van de jongste twee kinderen, vervolg.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Overdracht, Algemeen Handelsblad, 3 februari 1876

Overdracht van het steenzettersbedrijf (Algemeen Handelsblad van 3 februari 1876).
Bron: Delpher

 
Johannes Bernardus vertrekt naar Den Helder, waar hij aan de slag gaat als stoker bij de Marine Dienst. Hij leert de uit Zierikzee afkomstige Christina Maria de Vries kennen. Het stel trouwt op 3 oktober 1872 in Den Helder. De zwangere Christina Maria is dan bijna twee jaar weduwe van Hendrik Christiaan Meijer, Eerste Zeilmaker bij de Marine, en neemt uit dit huwelijk drie kinderen mee.

Op 17 maart 1873 wordt in Den Helder een zoontje levenloos geboren. Johannes Bernardus is dan stoker op het Rijkshof. Eind 1876 wordt besloten om naar Amsterdam te verhuizen. Op het adres Weesperstraat 129 worden nog drie kinderen geboren. Allereerst een dochter Christina Baudina op 19 mei 1877, gevolgd door een dochter Johanna Alida op 21 mei 1879 en een zoon Johannes Bernardus op 18 februari 1881, die op ruim éénjarige leeftijd op 25 juni 1882 komt te overlijden door een longontsteking. Vader Johannes Bernardus is in deze periode smid van beroep en maakt in 1882 een ‘uitstapje’ als steenzetter. Waarschijnlijk zal dit in het bedrijf van zijn broer zijn geweest.

In 1885 wordt in de krant nog een advertentie door ‘hunne dankbare kinderen’ geplaatst voor het herdenken van het ‘12½-Jarige Echtvereenging hunne geliefde ouders’. Helaas zal dit huwelijk niet veel langer duren. Op 1 april 1886 wordt bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam het huwelijk ontbonden vanwege overspel door de gedaagde Christina Maria. Of dit daadwerkelijk de reden zal zijn geweest is moeilijk te bepalen, aangezien dit één van de vier gronden is waarvoor een huwelijk ontbonden kan worden.

 

Het nieuws van den dag, 20 maart 1885

Uit Het nieuws van den dag van 20 maart 1885.
Bron: Delpher

 
Christina Maria gaat niet bij de pakken neerzitten en besluit begin april 1886 op de Laurierstraat 84 in Amsterdam een ‘Café met biljart’ te openen. Toch loopt niet alles van een ‘leien dak’. Op 1 juni 1888 overlijdt het jongste dochtertje Johanna Alida op achtjarige leeftijd. Zij blijkt een lekkende hartklep te hebben en overlijdt aan hartfalen als gevolg van een ontsteking van de hartwand. Bovendien wordt Christina Maria op 9 maart 1893 opgenomen in het Binnengasthuis, alwaar zij negen dagen zal verblijven vanwege ‘insufficientia mitralis’, oftewel een lekkende hartklep net als haar dochtertje. Twee jaar later overlijdt zij op 10 juni 1895 in haar woning aan de Nieuwe Achtergracht 148 op tweeënvijftigjarige leeftijd. Officieel wordt de doodsoorzaak als ‘onbekend’ aangegeven, maar mogelijk zal dit te maken hebben gehad met haar hartziekte.

 

Cafe met Biljart

Christina Maria opent begin april 1886 haar ‘Café met Biljart’ (Het nieuws van den dag van 5 april 1886).
Bron: Delpher


 
Opname Binnengasthuis

Opname in het Binnengasthuis van Christina Maria de Vries.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Opname Binnengasthuis vervolg

Opname in het Binnengasthuis van Christina Maria de Vries, vervolg.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Na zijn echtscheiding hertrouwt Johannes Bernardus op 30 juni 1887 in Nieuwer-Amstel met de Amsterdamse Maria Susanne Hollemans, weduwe van tapper Frederik Johannes Nieber. Deze Frederik Johannes is overleden op het adres Nassaukade 350, waar sinds lange tijd een café is gevestigd. Het lijkt voor de hand liggend dat Johannes Bernardus door zijn huwelijk met de weduwe kennis heeft gemaakt met de drankenhandel en het café-wezen.

Wanneer Johannes Bernardus ‘in de sterke dranken’ gaat is niet bekend. Op 9 maart 1894 dient hij bij de gemeente Amsterdam in ieder geval een verzoekschrift in voor een vergunning tot verkoop van sterke dranken in het klein. Als adres wordt vermeld Nassaukade 350. Twee jaar later wenst hij via een krantenbericht aan alle vrienden en clientèle een gelukkig nieuwjaar. Afzender is J. B. Horning, Handel in Wijn, Cognac en Gedistilleerd, Nassaukade 350-hoek Van Lennepstraat. Begin 1897 zijn Johannes Bernardus en zijn echtgenote nog uitbaters van ‘Café Jacob van Lennep’ op bovengenoemd adres, maar later dat jaar wordt door een andere persoon op dat adres een vergunning tot sterke dranken in het klein aangevraagd.

 

Het nieuws van den dag, 1 januari 1896

Uit Het nieuws van den dag van 1 januari 1896.
Bron: Delpher


 
Het nieuws van den dag, 1 januari 1897

Uit Het nieuws van den dag van 1 januari 1897.
Bron: Delpher


 
Nassaukade 342-350

Nassaukade 342-350 met naar rechts de ingang naar de Jacob van Lennepstraat.
Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam (embedded)

 
Er wordt wat heen en weer verhuisd. Op 10 augustus 1892 vertrekt het gezin van Amsterdam naar Hilversum om zich twee jaar later op 11 mei 1894 opnieuw in Amsterdam te vestigen. Uiteindelijk vertrekt het gezin op 6 december 1897 definitief naar de Oude Torenstraat 6 in Hilversum.

Johannes Bernardus en zijn vrouw Maria Susanna beginnen in Hilversum ‘Café en Slijterij De Beurs’ aan de Bussummerstraat 49. Dat moet voor 1901 zijn geweest. Op 29 april 1901 gaat hij een commanditaire vennootschap op aandelen aan als enig beherend en aansprakelijk vennoot onder de firma ‘J.B. Horning & Co.’ voor een tijdvak van twintig jaar met de bedoeling ‘het exploiteren van een koffiehuis, slijterij en tapperij aan de Bussummerstraat 49 in Hilversum’.
Mogelijk is zijn stiefzoon Simon Hendrik Nieber dan al als stille vennoot betrokken bij de firma. Bij zijn huwelijk in 1906 met Margaretha Justina Kwint wordt als beroep caféhouder vermeld en is hij in Hilversum woonachtig. Drie jaar later zijn hij en zijn echtgenote de uitbaters van Café De Beurs.

 

Advertenties uit kranten

Diverse advertenties uit kranten in de periode 1901-1923.
Bron: Delpher
© Uit de oude Koektrommel

 
Na 1922 verdwijnt Café De Beurs uit beeld. Simon Hendrik Nieber en zijn vrouw beginnen in 1924 in de Leeuwenstraat 24 hoek Hertenstraat in Hilversum de ‘Amstel Bar’, die volgens de krant ‘met de mooiste van de hoofdstad kan wedijveren’. De Amstelbar valt echter nog steeds onder de firma J.B. Horning & Co. Helaas zal het doek drie jaar later vallen voor de ‘Amstel Bar’. Op 29 juni 1927 wordt door de Arrondissementsrechtbank in Utrecht het faillissement uitgesproken over S.H. Nieber, handelende onder de naam of firma J.B. Horning & Co., wonende te Nieuw Loosdrecht. Het faillissement wordt aangevraagd inzake geleverde goederen tot een bedrag van ongeveer 3500 gulden. Bij het verschijnen van de crediteurenlijsten in de De Gooi- en Eemlander van 29 september 1927 is Simon Hendrik inmiddels al na een langdurige ziekte overleden.

 

De Gooi- en Eemlander, 10 mei 1924

Opening van de Amstel Bar; De Gooi- en Eemlander van 10 mei 1924.
Bron: Delpher


 
Leeuwenstraat Hilversum

De Leeuwenstraat in de tijd van de Amstel Bar.
Bron: Eetcafé Samen


 
Nederlandsche Staatscourant, 5 juli 1927

Vermelding van het faillissement in de Nederlandsche Staatscourant van 5 juli 1927.
Bron: Delpher


 
De Gooi- en Eemlander, 29 september 1927

Opgave van crediteurenlijsten in De Gooi- en Eemlander van 29 september 1927.
Bron: Delpher

 
Johannes Bernardus en Maria Susanna wonen in 1907 op de Dalweg 23 in Hilversum, waar zij op 18 juni 1914 op éénenzestigjarige leeftijd zal overlijden. Johannes Bernardus verhuist vervolgens naar Haarlem.
Na haar overlijden stapt Johannes Bernardus nog één maal in het huwelijksbootje en wel op 16 maart 1916 te Haarlem. De bruid is dit keer Zuster Carolina Maria Regter. In eerste instantie ging mijn gedachte uit naar een Katholieke Zuster, maar alles wijst erop dat ‘zuster’ gezien moet worden als ‘verpleegster’, alhoewel het één het andere natuurlijk niet uitsluit. Carolina Maria is de dochter van Petrus Franciscus Regter en Cornelia Maria Kaasenbrood. Johannes Bernardus is dan koopman van beroep en ingeschreven in Haarlem, maar binnen de laatste zes maanden voor zijn huwelijk woonachtig in Hilversum.

 

Advertentie Algemeen Handelsblad, 16 maart 1916

Uit het Algemeen Handelsblad van 16 maart 1916.
Bron: Delpher

 
De uit Nieuwer-Amstel afkomstige Carolina Maria werkt als inwonend verpleegster in het Amsterdamse Binnengasthuis. Daarvoor is zij werkzaam in het Provinciaal Psychiatrisch Gesticht ‘Meerenberg’ in de gemeente Bloemendaal nabij Santpoort. Na haar ontslag, overigens niet wegens wangedrag, als verpleegster in het Binnengasthuis verhuist zij op 13 oktober 1898 van Amsterdam naar Hilversum, waar zij tot haar overlijden zal wonen.

Het leven van Johannes Bernardus lijkt in een rustiger vaarwater te zijn gekomen. En dat mag ook wel gezien zijn leeftijd. Hij overlijdt op 25 mei 1930 op drieëntachtigjarige leeftijd in zijn huis aan de Boschlaan 5 in Hilversum en wordt drie dagen later begraven op de Nieuwe Algemene Begraafplaats.
Carolina Maria overlijdt veel later op 18 juli 1961. Zij woont dan op de Paulus van Loolaan 6 in Hilversum en heeft de respectabele leeftijd bereikt van negentig jaar. Drie dagen later wordt ze in Velsen gecremeerd.

 

Rouwadvertenties

Rouwadvertenties.
Bron: Delpher en CBG Verzamelingen
© Uit de oude Koektrommel

 
Het ligt natuurlijk in de lijn der verwachting dat het ‘enige overgebleven’ kind van Johannes Bernardus, dochter Christina Baudina uit zijn eerste huwelijk, ook vroegtijdig zal zijn overleden. Het tegendeel is waar.
Christina Baudina vertrekt op 3 juni 1891 van Amsterdam naar Heerde. Vervolgens zien we haar terugkomen in het bevolkingsregister van Harlingen. Zij is in Harlingen geregistreerd op 19 mei 1899, komende vanuit Hilversum en modiste van beroep. Op 21 maart 1900 ruilt ze Harlingen in voor Amsterdam om vervolgens op 5 november van dat jaar terug te keren naar Hilversum aan de Herenstraat 3/25.
Ze leert de uit Apeldoorn afkomstige Adriaan Mattheus Kerkkamp kennen en het stel trouwt op 23 oktober 1903 in Hilversum. Haar man is dan leraar aan de Rijks H.B.S. in Amersfoort en oud-officier van de Artillerie K.N.I.L.

 

Bevolkingsregister Harlingen

Bevolkingsregister van Harlingen.
Bron: AlleFriezen


 
Bevolkingsregister Harlingen vervolg

Bevolkingsregister van Harlingen, vervolg.
Bron: AlleFriezen

 
Het echtpaar krijgt twee kinderen, beiden geboren in Amersfoort. Zoon Hendrik wordt op 7 oktober 1910 geboren en gaat in 1929 naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In 1932 komt hij terug naar het ouderlijk huis aan de Jacob Catslaan 29 in Amersfoort om op 14 juli 1934 te vertrekken naar het Engelse Shorne in Kent voor zijn beroep als sergeant bij de Infanterie K.N.I.L. Uiteindelijk overlijdt hij op 28 augustus 1943 in Birma als één van de vele slachtoffers van de Birmaspoorlijn (55 km.). Hij ligt begraven in Thanbyuzayat.
Dochter Geertruida Cornelia wordt geboren op 13 april 1915. Zij vertrekt op 29 april 1935 van Amersfoort naar de Utrechtse Nieuwegracht 137. Op dit adres is het Wilhelmina Kinderziekenhuis gevestigd. Volgens de vermeldingen van inkomende en vertrokken personen vestigt zij zich in december 1939, komende van Utrecht, in het ouderlijk huis aan de Immenbergweg 50 in Beekbergen om in april 1940 te vertrekken naar ’s-Gravenhage. Mogelijk gaat het om Zuster G.C. Kerkkamp, die tot 30 november 1949 voor de Vereniging Het Groene Kruis in Wierden werkt en in 1968 hoofd van de verpleging in Sanatorium Hoog-Hullen in Eelde is, het latere psychiatrisch ziekenhuis voor behandeling van verslavingszieken.

 

Bevolkingsregister Amersfoort

Gezinskaart uit het bevolkingsregister van Amersfoort.
Bron: Archief Eemland

 
Na zijn pensioenering verhuizen Adriaan Mattheus en Christina Baudina op 5 juli 1925 naar Apeldoorn om uiteindelijk op de Immenbergweg 50 in Beekbergen uit te komen. Hier overlijdt Adriaan Mattheus op 11 februari 1962 en wordt drie dagen later in Dieren gecremeerd. Christina Baudina overlijdt op 15 januari 1969 op éénennegentigjarige leeftijd in haar huis aan de Boslaan 2 in Norg en wordt in stilte gecremeerd.
 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel