Grootvader Rut en de familienaam Hulstein

17 oktober 2016 at 16:54

 
Via de familielijn van mijn oma kom ik terecht bij de familie Hulstein met als meest recente mannelijke voorouder mijn betovergrootvader Rut Hulstein. Rut wordt op 8 augustus 1856 in Bennekom geboren. Hij is boerenknecht en landarbeider van beroep en trouwt in Ede op 16 april 1881 met Louise Jansen. Rut geldt in lijn als de vierde generatie landbouwers in Bennekom, alhoewel zijn vader ook een uitstapje maakte als schaapherder.

 

Rut Hulstein

Rut Hulstein
© Uit de oude Koektrommel

 
Bij het horen van de naam ‘Hulstein’ val je in Bennekom en omgeving beslist niet van verbazing van je stoel. En niet alleen in deze omgeving komt de naam veelvuldig voor; met dank aan de oom van Rut, Cornelis Hulstein, die met zijn vrouw Rijkje van Roekel en hun kinderen het dappere besluit nam om naar het ‘verre Amerika’ te vertrekken, lopen er aan de andere kant van de oceaan ondertussen ook heel wat ‘Hulsteintjes’ rond. Waar ik destijds bij het uitzoeken van de genealogie absoluut geen weet van had was dat de naam ‘Hulstein’ mij uiteindelijk bij het huis Hulckesteijn zou brengen, waarvan het grondgebied zich uitstrekte van den Haspel tot aan de Klingelbeek bij Arnhem.

 

Hulckesteijn

Huis Hulckesteijn aan het eind van de negentiende eeuw, gefotografeerd vanaf de noordelijke Rijnoever.
Bron: hoogstede.nl

 
Bij mijn weten is de eerste officiële vermelding van de achternaam ‘van Hulsteijn’ te vinden in een akte van 4 april 1693 betreffende de aankoop van enkele percelen bouwland. Hierin wordt de naam van Aernt Hendrickse van Hulsteijn genoemd, de broer van Johannes Hendrickse die op zijn beurt weer de oudvader van Rut is. Alhoewel ik toch het vermoeden heb dat het hierbij om een toevoegde toponiem gaat, aangezien Aernt op Hulckesteijn is geboren.
Het is echter in de directe lijn Rut zijn betovergrootvader Hendrick Arents die de achternaam ‘Hulsteijn’ gaat dragen. Vanaf die tijd, dan hebben we het over het begin van de achttiende eeuw, zien we de achternaam in diverse varianten de revue passeren. Na de oude toevoegingen als ‘van den Hullik of Hulck’ en ‘van Hulckesteijn’ komen we onder andere ‘(van) Hulsteijn’, (van) Hulstijn’ en Hulstein tegen.

 

Huwelijk Hendrik Arents Hulsteijn en Geertruijd Cornelissen

Uit het kerkboek van de N.H. Gemeente in Arnhem: Hendrik Arents Hulsteijn en Geertruijd Cornelissen, 13 december 1753.
Bron: FamilySearch

 
Uiteraard is er over huis Hulckesteijn wel wat meer te vertellen. De geschiedenis van de buitenplaats en het drama van Hulckesteijn zullen daarom in twee volgende berichten aan bod komen.
 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

De zussen Maria Alexandrina en Alexandrina Maria

2 oktober 2016 at 17:39

 
De laatste tijd worden, haast in een stroomversnelling, allerhande archieven openbaar inzichtelijk gemaakt op het internet. Gelukkig maar, zou ik haast zeggen, dat scheelt heel wat uurtjes onderzoek op locatie. Met regelmaat speur ik dan ook de registers af op zoek naar nieuwe gegevens van de personen in mijn stambomen. En zo nu en dan stuit je toch op een verwarrende ontdekking!

Maria Alexandrina van Hirtum, de overgrootmoeder van mijn man, kwam, voor zover ik het heb kunnen nagaan, uit een gezin met vier kinderen. Drie jongens en één meisje was het gezin Van Hirtum-Boerebach rijk, zo veronderstelde ik. Zij was hoogstwaarschijnlijk naar haar beide grootmoeders vernoemd: aan vaders kant Anna Maria (van Santfoort) en aan moeders kant Alexandrina (Mulder). Maria Alexandrina trouwde op 24 juni 1908 in Hilversum met de in Nieuwer-Amstel geboren ‘reiziger’ Andreas Petrus Maria Jacobus Regter.

De verwarring ontstaat op het moment dat ik een andere huwelijksakte onder ogen krijg betreffende een, in eerste instantie vermelde, Maria Alexandrina van Hirtum met dezelfde ouders, dezelfde huwelijksplaats, echter met een andere echtgenoot, namelijk Willem van Poelgeest. Dit huwelijk vond plaats op 30 september van datzelfde jaar 1908.
Het blijkt te gaan om een voor mij onbekende vijf jaar jongere zus van Maria Alexandrina. Officieel aangegeven als Alexandrina Maria, maar bij de zoekgegevens van diverse instanties worden deze namen structureel door elkaar gebruikt. Zelfs de Duitse punctualiteit heeft in de overlijdensakte een steekje laten vallen! Nou gebiedt mij de eerlijkheid dan ook te zeggen dat hun ouders in mijn ogen niet echt een hoog staaltje van creativiteit hebben laten zien bij de naamkeuze van hun enige twee dochters!

 

Huwelijksakte Alexandrina Maria van Hirtum en Willem van Poelgeest

Huwelijksakte van Alexandrina Maria van Hirtum en Willem van Poelgeest.
Bron: FamilySearch

 
Alexandrina Maria, zo blijkt, werd geboren op 14 juni 1885 om zes uur ’s morgens in het ouderlijke huis in ‘het gehucht Orten’, zoals het zo mooi beschreven staat in de aangifte bij de Burgerlijke Stand van ’s Hertogenbosch. Dit huis stond in Wijk K en had huisnummer honderdtwee. Uit de gegevens van een kaart van het Informatiebureau van het Rode Kruis blijkt dat Alexandrina Maria in 1889 vanuit ‘s-Hertogenbosch naar Naarden verhuisde. Op 9 november 1892 werd zij ingeschreven in Bussum en op 4 juni 1897 vertrok zij naar Hilversum.

 

Woonplaatsen van Alexandrina Maria

Kaart van het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis met de inschrijvingen in de gemeenten.
Bron: Rode Kruis

 
Op drieëntwintig-jarige leeftijd trouwde zij met de één jaar jongere en van oorsprong uit het Zegveldse Meije komende schilder Willem van Poelgeest. Het burgerlijke huwelijk werd, zoals vermeld, voltrokken op 30 september 1908 in Hilversum. Zij kregen tien kinderen: zeven zonen en drie dochters, allemaal geboren in Hilversum. Willem startte met enige hulp zijn eigen huis-en decoratie schildersbedrijf en kreeg eens het postkantoor op de Neude in Utrecht als opdracht.

 

Burgerlijke Stand Alexandrina Maria van Hirtum

Geboortevermelding Burgerlijke Stand van ‘s-Hertogenbosch in de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 16 juni 1885.
Bron: delpher.nl


 
Geboorteregister Alexandrina Maria van Hirtum

Geboorteregister van het jaar 1885 van Gemeente ‘s-Hertogenbosch.
Bron: FamilySearch


 
Geboorteaangifte van Alexandrina Maria. Bron: zoekakten.nl

Geboorteaangifte van Alexandrina Maria.
Bron: FamilySearch

 
Op een bepaald moment zijn Alexandrina en Willem in Duitsland terecht gekomen. Dit blijkt uit de Duitse overlijdensakte van Alexandrina. Het echtpaar woonde volgens de akte op Apfelstraße 6 in Burg bij Magdeburg. Op 27 september 1944 werd Alexandrina opgenomen in het ‘Kreiskrankenhause’ van Burg, waar zij een dag later, op 28 september 1944, om kwart voor twee ’s nachts zou komen te overlijden aan de gevolgen van een longontsteking. Zij werd begraven op de Stadsbegraafplaats van Burg, Veld 1, Rij 32, Nr. 10.

 

Ziekenhuisopname Alexandrina Maria

Ziekenhuisopname van Alexandrina Maria.
Bron: Rode Kruis


 
Duitse overlijdensakte van Alexandrina Maria

Duitse overlijdensakte van Alexandrina Maria.
Bron: Archief Rode Kruis


 
Graf Alexandrina Maria

Documentatie betreffende de Stadsbegraafplaats in Burg.
Bron: Rode Kruis

 
Wat Alexandrina Maria en Willem ertoe heeft gedreven of heeft verplicht naar Duitsland te vertrekken en wanneer dit is geweest heb ik tot nu toe nog niet kunnen achterhalen. Feit is wel dat volgens de Nederlandse overlijdensakte, welke is opgemaakt op 27 augustus 1946 naar aanleiding van een via het Rode Kruis ontvangen uittreksel uit het overlijdensregister der gemeente Burg in Duitsland, Alexandrina Maria nog steeds als inwoonster van Hilversum werd beschouwd en dus ook nooit officieel is uitgeschreven uit de gemeente.

 

Kennisgeving overlijden Alexandrina Maria

Kennisgeving van het overlijden van Alexandrina Maria, d.d. 10 augustus 1946.
Bron: Rode Kruis


 
Nederlandse overlijdensakte Alexandrina Maria van Hirtum

Overlijdensakte van Gemeente Hilversum.
Bron: FamilySearch


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Zoekakten, Delpher en Rode Kruis
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

De gootsteen

29 augustus 2016 at 14:37

 
De ‘iets oudere’ onder ons zullen het ongetwijfeld herkennen: zo’n heerlijke ouderwetse keuken met granito aanrecht en een gootsteen met de kleine tegeltjes. Ik waan mij dan weer even terug bij mijn Opa en Oma thuis. Hoe mijn Oma met Ossegalzeep de handwas boende met behulp van een wasbord of hoe een wasje een nachtje in de Biotex werd getrokken in de spoelbak. Op het geribbelde zeepplekje lag zo’n lekker geurend stukje ‘vlokkenzeep’. De badkamer werd overigens opgesierd met een lavet in dezelfde stijl, waar ik als klein kind op moest klauteren als ik bij hun in ‘bad’ ging.
Wat was mijn oma, met haar rheumahanden, trouwens blij dat een wasautomaat betaalbaar werd!

 

Gootsteen 1910

Gootsteen van rond 1910.
© Uit de oude Koektrommel

 

Gootsteen 1950

Granito gootsteen en aanrechtblad van rond 1950, zoals mijn grootouders die hadden.
© Uit de oude Koektrommel


 
Alhoewel we tegenwoordig zouden moeten spreken van een ‘spoelbak’ zijn we het gebruik van de term ‘gootsteen’, welke afkomstig is van een sanitaire voorziening uit de Middeleeuwen, nog steeds niet verleerd.
Over de oorsprong van deze term zijn de meningen verdeeld. Zo wordt er wel gesproken over een goot die door het huis liep met daarin een steen om het afval tegen te houden dat niet in de riolering hoorde. Echter, de meest gehoorde versie is het gebruik van een uitgeholde steen, die van het aanrecht door de gevel naar buiten stak, al dan niet aangesloten op een afvoerpijp.
Hoe dan ook: de gootsteen was in ieder geval een waterbak van natuursteen, die zich dikwijls in een nis in de muur bevond. Het benodigde water kwam in vroegere tijden uit een waterketel, hangend aan een haak boven de gootsteen. De afvoer werd gevormd door een goot, die vaak één geheel vormde met de waterbak en door de muur buiten uitmondde. Van dit laatste zijn nog steeds enkele voorbeelden te vinden, zoals in de Houtzagerssteeg in Kampen.

 

Gootsteen Houtzagerssteeg Kampen

Uitmonding van de goot door de buitenmuur, zoals nog te zien is in de Houtzagerssteeg te Kampen.
Foto (bewerkt): Stadsarchief Kampen


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Mokums.nl en cultureelerfgoed.adlibsoft.com
Foto’s © Uit de oude Koektrommel zijn gemaakt in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Genealogie familie Van den Oosterkamp

3 juli 2016 at 00:38

 

Familie van den Oosterkamp 2

Stamreeks Familie van den Oosterkamp
© Uit de oude Koektrommel


 
 
Geurt Roeloffsen
Geurt Roeloffsen van den Oosterkamp werd geboren in Achterberg bij Rhenen. Hij trouwde op 2 maart 1633 met de eveneens in Achterberg geboren Merritgen Dircks. De huwelijksaankondiging vond overigens plaats op 10 februari 1633. Drie kinderen zijn bij mij bekend: Roelof, Willem en Cornelis.
 
Cornelis Geurts van den Oosterkamp
Cornelis Geurts van den Oosterkamp werd geboren in Achterberg en in Rhenen Nederduits Gereformeerd gedoopt op 28 november 1652. Op 17 juni 1678 trouwde hij in Veenendaal met Hendrickie Dircks. Van Hendrickie Dircks is maar weinig bekend. Zij werd geboren in Veenendaal. Ten tijde van hun ondertrouw woonde zij beide in De Grebbe.
Het echtpaar kreeg in ieder geval negen kinderen: Dirk, Hendrik, Roeloff, Maria, Elsje, Grietjen, Theunis, Willem en Geurtje.
 
Dirk van den Oosterkamp
Dirk van den Oosterkamp werd op 4 januari 1680 gedoopt in Rhenen. In dezelfde plaats trouwde hij met de uit Rhenen afkomstige Christijntje Jans van der Does, dochter van Jan Hendriks van der Does en Janneken Hermans van Isendoorn. De ondertrouw vond plaats op 1 januari 1706 en het huwelijk werd voltrokken op 17 januari 1706. Christijntje werd op 14 september 1687 in Rhenen gedoopt en op 4 juni 1781 in dezelfde plaats begraven.
Elf kinderen zijn mij bekend: Jenneke, Hendrickje, Jan, Maria, Cornelis, Cornelis, Lijsbeth, Maria, Toontje, Dirkje en Benjamin.
 
Cornelis Dircksen van den Oosterkamp
Cornelis Dircksen van den Oosterkamp, tabakker van beroep, werd gedoopt op 23 juli 1719 in Rhenen. Hij overleed in 1790 op 71-jarige leeftijd. De begrafenis vond plaats op 5 juli 1790. Op 26 oktober 1743 ging Cornelis in Rhenen in ondertrouw en het huwelijk met Judick Stevense werd voltrokken op 17 november 1743 in Rhenen. Judick, die als Judith in het kerkboek werd ingeschreven, werd gedoopt op 23 juni 1723 in Rhenen. Zij was de dochter van Steven van Druten en Elsje van Oosterkamp en overleed in oktober 1764 op 41-jarige leeftijd. De begrafenis volgde op 25 oktober 1764 in Rhenen.
Samen met Judick kreeg Cornelis vier kinderen: Dirck, Steeven, Christijntje Willmijntje en Willem.
Op 4 mei 1766 hertrouwde Cornelis als weduwnaar te Rhenen met Judick van Woerkom. Het stel ging in Rhenen in ondertrouw op 11 april 1766. Judick werd op 2 mei 1725 in Kesteren gedoopt.
 
Steeven van den Oosterkamp
Steeven van den Oosterkamp werd in Rhenen gedoopt op 19 april 1750 en was tabaksplanter van beroep. In Rhenen overleed hij op 87-jarige leeftijd op 15 januari 1838. Hij trouwde in Rhenen op 2 mei 1779 met Johanna Elisabeth Lamberts van der Haar. De ondertrouw vond plaats op 9 april 1779 in Rhenen. Johanna Elisabeth werd te Lienden geboren als dochter van Berent van der Haar en Elizabeth van Lienden. Zij overleed op 74-jarige leeftijd in Rhenen op 25 september 1823.
Het echtpaar kreeg in ieder geval vier kinderen: Cornelis, Willem, Bernardus en Lutje Judik.
 
Cornelis van den Oosterkamp 
Cornelis van den Oosterkamp werd op 27 februari 1780 in Rhenen gedoopt. Op 68-jarige leeftijd overleed hij op 24 november 1848 in Rhenen. Als beroepen worden vermeld: tabaksplanter, dagloner en arbeider. Hij trouwde met Trijneke den Hartog en wel op 19 maart 1813 in Rhenen. Trijneke werd geboren in Opheusden op 2 augustus 1788 als dochter van Willem den Hartogh en Maria de Caselaar en een dag later gedoopt. Zij overleed te Rhenen op 10 december 1848, 60 jaar oud.
Het stel kreeg zeker zes kinderen: Willem, Steven, Cornelis Dirk, Marienes, Elisabeth en Roelof Jacob.
 
Steven van den Oosterkamp
Steven van den Oosterkamp, arbeider, werd in Rhenen geboren op 25 september 1813. Hij overleed, 43 jaar oud, op 31 maart 1859 te Rhenen. Op 21 mei 1842 trouwde Steven in Rhenen met Johanna van Capellen. Zij was de dochter van Geijs Evertsen van Capellen en Maria Willemina Booms en werd in Rhenen geboren op 13 augustus 1812. Op 11 november 1887 overleed zij in Rhenen op 75-jarige leeftijd.
Vijf kinderen zijn bekend: Cornelis, Maria, Steven, Gijsbert en Willem.
 
Gijsbert van den Oosterkamp
Gijsbert van den Oosterkamp werd in Rhenen geboren op 2 februari 1848 en was arbeider en sigarenmaker van beroep. Op 6 maart 1931 overleed hij op 83-jarige leeftijd te Arnhem. Gijsbert trouwde in Rhenen op 18 december 1879 met Maria ter Haar, dochter van Willem ter Haar ‘De Jonge’ en Maria Lankers. Maria werd eveneens in Rhenen geboren en wel op 21 augustus 1848. Zij overleed in Arnhem op 21 augustus 1921, precies 73 jaar oud.
Het echtpaar kreeg zeven kinderen: Cornelia Maria, Johanna, Maria Helena, Stevenia, Wilhelmina, Cornelis en Gijsbertha.
 
Johanna van den Oosterkamp
Johanna van den Oosterkamp werd in Rhenen geboren op 9 maart 1880 en trouwde met Cornelis Albertus Enklaar op 21 november 1900 te Arnhem. Cornelis Albertus werd geboren in Arnhem op 19 januari 1879 als zoon van Albert Enklaar en Antonia van Doorn. Over diverse akten verspreid had hij een aantal beroepen vermeld staan, namelijk: arbeider, pakhuisknecht, magazijnknecht, hulpambachtsman, stoker en metselaar.
De echtelieden kregen een negental kinderen: Albertus Cornelis, Hendrikus Gijsbertus, Johan Antoon, Anton, Willem, Antoon, Steven, Cornelis en Steven.
 
Albertus Cornelis Enklaar
Cees, zoals zijn roepnaam was, werd geboren op 20 september 1899 in Rhenen en werd bij het huwelijk van zijn ouders erkend. Hij was smid van beroep, maar ging zich later toespitsen op het zelf ijs maken en verkopen in zijn woonplaats Nijmegen. Na een slopende ziekte overleed hij op 62-jarige leeftijd op 17 september 1962 in Nijmegen. Hij werd begraven in Nijmegen op het R.K. Kerkhof Jonkerbos op 20 september 1962.
Cees trouwde in Nijmegen op 22 december 1922 met Wilhelmina Ubeda, dochter van Johannes Hendrikus Ubeda en Johanna Hermsen. Mien werd in Nijmegen geboren op 21 juli 1904 en was fabrieksarbeidster. Samen kregen zij vijf kinderen.
 
 
Tekst en afbeelding: © Uit de oude Koektrommel
 
De uitgebreide stamboomgegevens kunt u vinden in het aan deze website gekoppelde stamboomprogramma van Uit de oude Koektrommel.
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

De geschiedenis van het ijs

30 juni 2016 at 16:06

 

In eerste instantie was mijn opa Albertus Cornelis (Cees) Enklaar smid van beroep, maar na de crisisjaren van de vorige eeuw besloot hij zich toe te leggen op het verkopen van zelfgemaakt ijs. Zo trok hij met zijn ijscokar door de straten van Nijmegen om ‘het lekkerste ijs van Nijmegen’ aan de man te brengen. Overigens was deze eigen fabricage van ijs geheel tot groot ongenoegen van mijn oma, die daarvoor als onvrijwillig proefpersoon moest dienen. Teveel zout, te weinig zout. Dikwijls vroeg zij zich hardop af of ‘hij haar soms wou vergiftigen…?!’.
Uiteraard moest je met je tijd meegaan en de ijscokar werd daarom ingeruild voor een ‘bedrijfsauto’. Heel wat zijn er versleten. Bovendien waren het niet de meest nieuwe en solide auto’s, waardoor het kon gebeuren dat afgevallen onderdelen de bedrijfsauto spontaan in konden halen tijdens het rijden. Zo kon mijn vader zich nog goed herinneren dat hij als klein jochie terug moest rennen om een uitgevallen autodeur van de straat te rapen!
 

Albertus Cornelis Enklaar

Albertus Cornelis Enklaar met zijn ijscokar
© Uit de oude Koektrommel

 

De geschiedenis van ijs gaat terug tot aan het Romeinse tijdperk. De Romeinen maakten van sneeuw uit de bergen, gemengd met honing, rozenwater en fruit al een soort van sorbet. De Chinezen zouden op hun beurt rond 700 een mengeling van melk, bloem en kamfer in een metalen buis in sneeuw hebben gekoeld, om zo een ijsje te maken.
Na eeuwen zonder historisch bewijs dat Europeanen ijs aten, kwam de herintroductie na de verre reizen van Marco Polo in de dertiende eeuw. Hij bracht in 1292 de ‘sherbet’ mee naar Italië, gemaakt volgens de techniek van de Chinezen, die een mengsel van water en salpeter gebruikten om het water kunstmatig te bevriezen.

In de zestiende eeuw won de Siciliaanse poelier Ruggeri met een creatie van ‘een bevroren zoetigheidje’ op een roemrijke wedstrijd van de Catharina de Medici: het roomijs. Ruggeri was op slag beroemd en werd gevraagd door alle grote vorstenhoven. Toch besloot hij uiteindelijk weer terug te keren naar zijn beroep als poelier.
Het inmiddels enorme succes van het Italiaanse ijs vroeg om een grootschaliger bereiding. In 1686 opende de Siciliaan Francesco Procopio de Coltelli daarom met succes in Parijs de salon annex ijsfabriekje ‘Café Procope’. Men kon nu voor het eerst kennismaken met zijn bevroren mengsel van melk, room, ei en boter.
 

Albertus Cornelis Enklaar met zijn ijscowagen

Albertus Cornelis Enklaar met zijn ijscowagen.
© Uit de oude Koektrommel

 

Halverwege de achttiende eeuw namen Europese immigranten het inmiddels populaire ijsje mee naar de Verenigde Staten. Nog altijd was ijs echter vooral voor de rijkere lagen van de bevolking. Immers, de productie en het koel houden van ijs was vrij duur.
Door de ontwikkelingen in de Industriële Revolutie ontstond halverwege de negentiende eeuw de mogelijkheid om ijs veel gemakkelijker en goedkoper koel te houden. Vanaf dat moment werd ijs ook voor het ‘gewone volk’ betaalbaar, waardoor de ijsindustrie opkwam. Pas na de Tweede Wereldoorlog, toen de eerste diepvriezers verschenen en de eerste grote ijsfabrieken werden opgericht, begon de commercialisatie in Europa.
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: isgeschiedenis.nl, nl.wikipedia.org en lekkertafelen.nl

 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Vaderdag

19 juni 2016 at 15:37

 
Duizenden jaren geleden was er al sprake van een soort van ‘Vaderdagviering’. Historici hebben aangetoond dat ongeveer 4000 jaar geleden in Babylon de jongeman Elmesu een ‘Vaderdagboodschap’ in een kleitablet had gekerfd, waarin hij zijn vader een lang en gezond leven wenste. De allereerste Vaderdagskaart dus.

Naar verluidt is Vaderdag in 1909 geïntroduceerd door Sonora Smart Dodd. Zij werd hiervoor geïnspireerd door Anna Jarvis, die een jaar eerder een Moederdag had gelanceerd. De reden voor een Vaderdag was dat de 27-jarige Sonora zich begon te realiseren welke opofferingen haar alleenstaande vader William Jackson Smart, veteraan uit de Amerikaanse Burgeroorlog, had moeten maken om zijn kinderen te laten opgroeien, nadat zijn vrouw in het kraambed bij de geboorte van hun zesde kind gestorven was. Sonora wilde de kracht en het doorzettingsvermogen van haar vader onder de aandacht brengen en vond dat als er een Moederdag was er ook een Vaderdag moest zijn.

 

Reclameplaat Vaderdag

Afbeelding van de reclameplaat die de Bond van Sigarenwinkeliers liet vervaardigen ter gelegenheid van vaderdag (Ontwerp: Speyer-Richter)
Bron: Limburgsch Dagblad van 1 oktober 1937

 
Na enige tegenstand, zoals de cynische vermelding in de lokale krant ‘The Spokesman-Review’: ‘a national fishing day would be better’, vond de eerste Vaderdag plaats op 19 juni 1910 in Spokane, de woonplaats van Sonora, in de staat Washington. Eigenlijk lag het in de bedoeling dat Vaderdag zou worden gevierd op 5 juni, de geboortedag van haar vader. Echter, door tijdgebrek bij de organisatie van deze eerste viering werd deze verschoven naar de derde zondag in juni.

 

Vaderdag

Waarom geen Vaderdag?
Bron: Nieuwe Tilburgsche Courant van 12 mei 1936

 
In Nederland werd er al met smart gewacht op een Vaderdag, zoals we kunnen lezen in de ‘Nieuwe Tilburgsche Courant’ van 12 mei 1936. Vanaf oktober 1937 was de Nederlandse Vaderdag dan eindelijk een feit. Het probleem was echter dat men vond dat het St. Nicolaas- en het Kerstfeest te snel volgden en de maanden mei en juni er eigenlijk toch geschikter voor waren. Moederdag viel al in de maand mei, dus restte er enkel nog de maand juni. Op initiatief van de toenmalige Nederlandse Bond van Herenmodedetaillisten werd daarop in 1948 afgesproken dat Vaderdag verplaatst zou worden naar de derde zondag van juni.

 

Vaderdag

Vaderdag wordt verplaatst van oktober naar juni
Bron: Nieuwsblad van Friesland van 11 juni 1948


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: nl.wikipedia.org en vaderdag.info
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Genealogie familie Hermsen

14 juni 2016 at 14:03

 

Blogger lijst Hermsen nw

Stamreeks familie Hermsen
© Uit de oude Koektrommel


 
 
Thomas Hendricxs
Thomas Hendricxs, geboren in Nijmegen trouwde op 26 maart 1742 te Nijmegen met de uit Hees afkomstige Ida Jansen. Twee kinderen zijn mij bekend: Henricus en Maria.
 
Henricus Hendricks
Henricus Hendricks werd op 26 december 1742 te Nijmegen Rooms-Katholiek gedoopt. Hij overleed op 18 juli 1811 in Nijmegen aan het Zwanengas, 68 jaar oud. Aldaar trouwde hij op 24 mei 1772 met Catharina Rosen, dochter van Joannis Rosen en Petronilla Ebben. Catharina werd in Nijmegen geboren op 3 maart 1751 en wel om vier uur ’s middags. Een dag later is zij Rooms-Katholiek gedoopt. Zij overleed op 71-jarige leeftijd op 20 februari 1823 aan het Zwanengas 460.
Het echtpaar kreeg in ieder geval acht kinderen: Thomas, Wilhelmus, Joannes, Henricus, Cornelis, Anna Henrica, Petronilla en Joannes Jacobus.
 
Thomas Hermsen
Thomas Hermsen werd in Nijmegen geboren op 19 december 1772 om negen uur ’s avonds en een dag later Rooms-Katholiek gedoopt. Volgens de diverse akten had hij de achtereenvolgende beroepen: lantaarnaansteker, kleermakersknecht, kleermaker en kamerbehanger. Op 81-jarige leeftijd overleed hij te Nijmegen aan het Zwanengas 533 op 26 mei 1854. Thomas trouwde met Helena Biesen, gedoopt op 5 juni 1774 in Nijmegen. Zij was de dochter van Arnoldus Biesen en Elizabeth Scheffers. Het Nederduits-Gereformeerde huwelijk vond plaats te Nijmegen op 16 mei 1797. Helena overleed, 62 jaar oud, in Nijmegen op 1 januari 1837 aan het Zwanengas 577.
Van het stel zijn tien kinderen bekend: Elisabeth, Henricus Franciscus, Jacoba, Thomas, Thomas, Joannes, Clara Arnolda, Hendrina Arnolda, Alijda en Helena.
 
Thomas Hermsen
Thomas Hermsen was achtereenvolgens katoenspinner, lantaarnaansteker, behangersknecht en dagloner van beroep en werkte later op de fabriek. Hij werd in Nijmegen Rooms Katholiek gedoopt op 9 april 1805. Op 13 januari 1855 overleed hij te Nijmegen aan het Zwanengas 536. Hij was toen 49 jaar oud.
Thomas trouwde in Nijmegen op 27 augustus 1829 met de eveneens uit Nijmegen afkomstige Joanna Rombout. Zij werd gedoopt op 1 augustus 1803, dochter van Joannes Rombout en Margaretha Kuijpers. Als beroepen worden vermeld: ‘vischverkoopster’, ‘vischvrouw’ en ‘groentevrouw’. Joanna was 64 jaar toen zij in Nijmegen aan het Zwanengas 540 op 25 februari 1868 overleed.
Samen kregen zij negen kinderen: Helena, Johanna, Jan, Antonius, Thomas, Elisabeth, Hendrikus, Johanna en Margaretha Magdalena.
 
Margaretha Magdalena Hermsen
Margaretha Magdalena werd op 27 augustus 1850 in Nijmegen geboren en was dienstbode van beroep. Zij overleed op 20 maart 1896 op 45-jarige leeftijd aan de Tweede Walstraat 38 te Nijmegen. Margaretha Magdalena had een relatie met een onbekende man. Uit deze relatie kwam één kind voort: Johanna.
Vervolgens trouwde Margaretha Magdalena op 24 september 1874 te Nijmegen met de stukadoor Andreas Gerritsen, weduwnaar van Wilhelmina Catharina Grotens. Andreas werd eveneens in Nijmegen geboren en wel op 14 december 1840. Hij overleed op 10 oktober 1918 op 77-jarige leeftijd te Nijmegen.
Samen met Andreas kreeg Margaretha Magdalena nog tien kinderen: Andreas Wilhelmus, Adriana Wilhelmina, Johannes Hubertus, Maria Francisca, Johannes Wilhelmus, Margaretha Helena, Martinus, Thomas Wilhelmus Adrianus, Antonius Wilhelmus en Franciscus.
 
Johanna Hermsen
De vader van Johanna was zoals vermeld onbekend. Om die reden droeg zij dan ook de achternaam van haar moeder Hermsen en werd op 12 maart 1891 door haar moeder erkend. Zij werd in Nijmegen geboren op 23 augustus 1870, was dienstbode van beroep en trouwde in dezelfde plaats op 23 april 1891 met Johannes Hendrikus Ubeda, schoenmaker en zoon van Johannes Ubeda en Willemijna Peperkamp. Johannes Hendrikus is geboren in Nijmegen op 14 december 1870 en overleden op 23 augustus 1945 aldaar, 74 jaar oud.
Het echtpaar kreeg in ieder geval tien kinderen: Petrus Johannes, Andries Johannes, Johannes Hendrikus, Maria Cornelia, Leonardus Johannes, Wilhelmina, Adriana Wilhelmina, Dirk, Wilhelmus Petrus en Gerardus.
 
Wilhelmina Ubeda
Wilhelmina Ubeda, oftewel Mien, werd in Nijmegen geboren op 21 juli 1904 en was
fabrieksarbeidster. Zij trouwde in Nijmegen op 22 december 1922 met Albertus Cornelis Enklaar.
Cees werd geboren op 20 september 1899 in Rhenen als zoon van Cornelis Albertus Enklaar en Johanna van den Oosterkamp en werd bij het huwelijk van zijn ouders erkend. Hij was smid van beroep, maar ging zich later toespitsen op het zelf ijs maken en verkopen in zijn woonplaats Nijmegen. Na een slopende ziekte overleed hij op 62-jarige leeftijd op 17 september 1962 in Nijmegen. Hij werd begraven in Nijmegen op het R.K. Kerkhof Jonkerbos op 20 september 1962.
Samen kregen zij vijf kinderen.
 
 
Tekst en afbeelding: © Uit de oude Koektrommel
 
De uitgebreide stamboomgegevens kunt u vinden in het aan deze website gekoppelde stamboomprogramma van Uit de oude Koektrommel.
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Bidprentjes

13 juni 2016 at 17:20

 

Bidprentjes, ook wel ‘gedachtenisprentjes’, ‘doodsprentjes’ of ‘doodsantjes’ genoemd, naar het Latijnse woord ‘Sanctus’ wat ‘heilig’ of ‘heilige’ betekent, zijn ontstaan in de Nederlanden van de zeventiende eeuw. Het oudst bekende en handgeschreven exemplaar dateert van 1668. Het gebruik werd pas aan het eind van de achttiende eeuw overgenomen door de Zuidelijke Nederlanden. België zou deze traditie overnemen.

Met het oog op ‘voorbidding’, die tot doel had de ziel zo snel mogelijk in de hemel te krijgen, ontwikkelden Nederlandse katholieken dit bidprentje. Door de Reformatie en als gevolg van het verbod op de vrije uitoefening van het katholieke geloof in de Republiek der Nederlanden vanaf 1581 onderhielden zij ‘ondergronds’ contact met elkaar. De elite onder hen maakte vanaf die tijd sterfgevallen bekend via een handgeschreven doodsbrief die onderling werd doorgegeven.
Na 1600 noteerde men die kennisgeving op de achterkant van devotieprentjes, bijvoorbeeld van het ‘Mirakel van Amsterdam’, samen met Bijbelteksten die lezers konden prevelen; vandaar ‘bidprentje’. Volledig gedrukte exemplaren verschenen in Amsterdam omstreeks 1730, tegelijk met de eerste rouwkaarten of condoleancekaarten die sinds die tijd voor iedereen gebruikelijk werden. Wellicht is de opkomst van zulke kaarten de aanleiding geweest dat katholieken hun bidprentjes tijdens de begrafenis mis gingen uitdelen. De oudste bidprentjes werden tot ongeveer 1825 op perkament of perkamentpapier gedrukt. Halverwege de negentiende eeuw was het prentje, dankzij goedkopere druktechnieken, onder alle Nederlandse katholieken gangbaar.

De voorstelling op de voorkant van het bidprentje heeft in de loop der jaren een grote ontwikkeling doorgemaakt. De oudste bidprentjes hebben enkel een voor- en achterzijde. Later werd een dubbelgevouwen formaat gebruikt, waarbij de afbeelding aan de buitenkant stond en de gebedstekst binnenin.
De bidprentjes van de achttiende en negentiende eeuw werden veelal versierd met christelijke symbolen. Ook de zwarte rouwband, die op oude doodsbrieven te vinden waren, heeft lang stand gehouden. De laatste decennia is er geen plaats meer voor de zwarte rouwrand en de uitgebreide christelijke symboliek is meestal gereduceerd tot een eenvoudig kruisje. Ook het heiligenprentje aan de voorzijde verdween en werd vervangen door bijvoorbeeld idyllische landschappen of door een foto van de overledene.
Daarnaast werden de teksten persoonlijker en dus meer op het lijf geschreven. Veelal hielp de pastoor of een andere parochie geestelijke de mensen bij het maken van de tekst. Tegenwoordig wordt het steeds meer gedaan door de familie zelf.
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: philippeverzamelt.be, jefdejager.nl en oosteind-nb.nl

 

Bidprentje Albertus Cornelis Enklaar

Bidprentje Albertus Cornelis Enklaar
© Uit de oude Koektrommel


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Tweelingen binnen de familie van Hirtum

31 mei 2016 at 13:28

 
Het was even een monnikenwerk, maar dan heb je ook wat! Op zoek naar DTB-gegevens van familie van Hirtum besloot ik onlangs in de kerkboeken van Empel en Meerwijk te duiken. Wat mij opviel was het, naar mijn mening, grote aantal tweelingen; niet alleen binnen de familie van Hirtum, maar in het gehele Empel en Meerwijk. Zo ook de tweelingbroers Henricus en Jacobus, zonen van Antonij van Hirtum en Maria Jacob Teuens, gedoopt in Empel en Meerwijk op 20 juli 1715.
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel

 

Doop Hendricus en Johannes van Hirtum

Doop Henricus en Jacobus van Hirtum, Empel en Meerwijk 20 juli 1715
Bron: Kerkboek van Empel en Meerwijk


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Lantaarnaanstekers

30 mei 2016 at 16:32

 

In navolging van zijn vader Thomas Herremse, die geboren werd te Nijmegen op 19 december 1772 als zoon van Henricus Hendricks en Catharina Rosen, besloot naamgenoot Thomas tevens voor het beroep van lantaarnaansteker te kiezen.

Lantaarnopstekers of lantaarnaanstekers en lampbezorgers of lantaarnvullers behoorden tot de beroepskrachten die eeuwenlang voor de straatverlichting hebben gezorgd. Aangezien ze ’s avonds en ’s nachts op pad waren hadden ze vaak een dubbelfunctie als nachtwaker.

 

Lantaarnaansteker

Lantaarnaansteker

 

In 1544 werd in Amsterdam op de Zeedijk bij de hoek met de Molensteeg de eerste bekende kaarslantaarn van de Lage Landen ontstoken. Al snel volgden er meer, ook in andere steden. Sommige van deze eerste lantaarns werden door de overheid geplaatst, anderen waren particuliere lampen, die aan huizen hingen. Veel gemeenten hadden in deze periode een verordening volgens welke aan elk zoveelste huis verplicht en op kosten van de bewoners een lantaarn moest hangen. Eind zestiende eeuw werd het zogeheten ‘lantaarngeld’ ingesteld; een belasting die iedereen naar draagkracht diende te betalen.

In de tijd van de olieverlichting, vanaf het midden van de zeventiende eeuw, waren de lampvullers verantwoordelijk voor het onderhoud van de lantaarns. Naast het bijvullen van olie zorgden ze er ook voor dat de pitten op orde waren. Verder voerden ze reparaties uit en hielden ze de lampen schoon.
De aansteker stak dan vervolgens de lantaarn aan. Daarbij zat hij vast aan een strak tijdschema. Vanwege economische redenen mocht hij de lamp namelijk niet voor het donker aansteken. Tegelijkertijd moest de burger echter ook niet te lang hoeven wachten op brandende lantaarns. Daarom diende hij exact te beginnen op het uur dat in het dagregister was aangegeven en dat op de tijd van het jaar was afgestemd. Zodra hij de lantaarns in zijn wijk had aangestoken werd er nog eens rondgelopen om te controleren of alle lampen wel brandden.
In sommige gemeenten was straatverlichting aanwezig in de vorm van een gespannen koord tussen tegenover elkaar staande gevels. Aan één gevel was een katrol bevestigd. Hiermee kon de lantaarnaansteker de straatverlichting op straat laten zakken om die aan te steken.

 

Lantaarnaansteker

Bij ’t vallen van den nacht voorzeker,
Dan noemt men u ook gasontsteker,
Voor iedereen een nuttig man;
Want moest men ’s nachts uw lichten missen,
Men kon zich in den weg vergissen,
En menig onheil kwam er van.
(Bron: dbnl.org)

 

Beide beroepen waren zwaar. Men moest steeds ladder op en ladder af en het werd slecht betaald bovendien. Niet in de laatste plaats omdat zowel lampvullers als aanstekers een belangrijk gedeelte van het benodigde materiaal zelf moesten bekostigen. Bij het in gebreke blijven wachtte hen een boete van de opzichter.
De controle was streng en werd uitgevoerd door speciale controleurs, zogeheten ‘Rondens van de Stads Lantarens’, ook wel ‘nachtrondens’ genoemd. Zij moesten in de nanacht hun wijk doorlopen om alle lichten te inspecteren. Bovenaan de personele ladder stond de opzichter. Deze hield de administratie bij en gaf leiding aan het personeel. De allereerste opzichter ooit was de Amsterdamse Jan van der Heyden, bekend van de slangenbrandspuit en de bedenker van de oliestraatlantaarn. Hij heeft tevens personeelsinstructies opgesteld die nog lang zijn gebruikt.

Na de komst van gasverlichting veranderde het werk. Lampen vullen was niet meer nodig, zodat beide beroepen ineen schoven. De aanstekers werden ook verantwoordelijk voor het onderhoud van de lantaarns. Om het gas aan te steken hadden ze een lange stok waar bovenin een vlammetje brandde.
Na de komst van het gloeikousje kregen de straatlantaarns een waakvlammetje dat via een hoofdkraan kon worden ontstoken. Deze kraan ging open en dicht via een kettinkje. De lantaarnaanstekers kregen voortaan een stok met een haak waarmee ze het kettinkje konden bedienen.

Ondertussen hoefden de lampbezorgers hun ronden ook niet meer te voet af te leggen, maar hadden ze een dienstfiets met daarop een uitschuifbare ladder gemonteerd.
Tenslotte werd er een automatische ontsteker uitgevonden voor de gaslantaarn, waardoor niemand meer op pad hoefde om de lampen aan te steken. Vanaf dat moment werd onderhoud de voornaamste taak. De beroepsnaam veranderde daarmee in lantaarnverzorger en nog weer later in lampenist.
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: kunst-en-cultuur.infonu.nl en nl.wikipedia.org

 

Nieuwjaarswens

Lantaarnvullers en -aanstekers van een stad hadden de gewoonte met een kermis en rond nieuwjaar de burgers van ‘hun’ wijk met een prentje en een gedicht de beste wensen over te brengen.
(Bron: pinterest.com (origineel: rijksmuseum.nl))


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr
error: Helaas, uw saldo is niet toereikend voor deze actie.