Tweelingen binnen de familie van Hirtum

31 mei 2016 at 13:28

 
Het was even een monnikenwerk, maar dan heb je ook wat! Op zoek naar DTB-gegevens van familie van Hirtum besloot ik onlangs in de kerkboeken van Empel en Meerwijk te duiken. Wat mij opviel was het, naar mijn mening, grote aantal tweelingen; niet alleen binnen de familie van Hirtum, maar in het gehele Empel en Meerwijk. Zo ook de tweelingbroers Henricus en Jacobus, zonen van Antonij van Hirtum en Maria Jacob Teuens, gedoopt in Empel en Meerwijk op 20 juli 1715.
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel

 

Doop Hendricus en Johannes van Hirtum

Doop Henricus en Jacobus van Hirtum, Empel en Meerwijk 20 juli 1715
Bron: Kerkboek van Empel en Meerwijk


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Lantaarnaanstekers

30 mei 2016 at 16:32

 

In navolging van zijn vader Thomas Herremse, die geboren werd te Nijmegen op 19 december 1772 als zoon van Henricus Hendricks en Catharina Rosen, besloot naamgenoot Thomas tevens voor het beroep van lantaarnaansteker te kiezen.

Lantaarnopstekers of lantaarnaanstekers en lampbezorgers of lantaarnvullers behoorden tot de beroepskrachten die eeuwenlang voor de straatverlichting hebben gezorgd. Aangezien ze ’s avonds en ’s nachts op pad waren hadden ze vaak een dubbelfunctie als nachtwaker.

 

Lantaarnaansteker

Lantaarnaansteker

 

In 1544 werd in Amsterdam op de Zeedijk bij de hoek met de Molensteeg de eerste bekende kaarslantaarn van de Lage Landen ontstoken. Al snel volgden er meer, ook in andere steden. Sommige van deze eerste lantaarns werden door de overheid geplaatst, anderen waren particuliere lampen, die aan huizen hingen. Veel gemeenten hadden in deze periode een verordening volgens welke aan elk zoveelste huis verplicht en op kosten van de bewoners een lantaarn moest hangen. Eind zestiende eeuw werd het zogeheten ‘lantaarngeld’ ingesteld; een belasting die iedereen naar draagkracht diende te betalen.

In de tijd van de olieverlichting, vanaf het midden van de zeventiende eeuw, waren de lampvullers verantwoordelijk voor het onderhoud van de lantaarns. Naast het bijvullen van olie zorgden ze er ook voor dat de pitten op orde waren. Verder voerden ze reparaties uit en hielden ze de lampen schoon.
De aansteker stak dan vervolgens de lantaarn aan. Daarbij zat hij vast aan een strak tijdschema. Vanwege economische redenen mocht hij de lamp namelijk niet voor het donker aansteken. Tegelijkertijd moest de burger echter ook niet te lang hoeven wachten op brandende lantaarns. Daarom diende hij exact te beginnen op het uur dat in het dagregister was aangegeven en dat op de tijd van het jaar was afgestemd. Zodra hij de lantaarns in zijn wijk had aangestoken werd er nog eens rondgelopen om te controleren of alle lampen wel brandden.
In sommige gemeenten was straatverlichting aanwezig in de vorm van een gespannen koord tussen tegenover elkaar staande gevels. Aan één gevel was een katrol bevestigd. Hiermee kon de lantaarnaansteker de straatverlichting op straat laten zakken om die aan te steken.

 

Lantaarnaansteker

Bij ’t vallen van den nacht voorzeker,
Dan noemt men u ook gasontsteker,
Voor iedereen een nuttig man;
Want moest men ’s nachts uw lichten missen,
Men kon zich in den weg vergissen,
En menig onheil kwam er van.
(Bron: dbnl.org)

 

Beide beroepen waren zwaar. Men moest steeds ladder op en ladder af en het werd slecht betaald bovendien. Niet in de laatste plaats omdat zowel lampvullers als aanstekers een belangrijk gedeelte van het benodigde materiaal zelf moesten bekostigen. Bij het in gebreke blijven wachtte hen een boete van de opzichter.
De controle was streng en werd uitgevoerd door speciale controleurs, zogeheten ‘Rondens van de Stads Lantarens’, ook wel ‘nachtrondens’ genoemd. Zij moesten in de nanacht hun wijk doorlopen om alle lichten te inspecteren. Bovenaan de personele ladder stond de opzichter. Deze hield de administratie bij en gaf leiding aan het personeel. De allereerste opzichter ooit was de Amsterdamse Jan van der Heyden, bekend van de slangenbrandspuit en de bedenker van de oliestraatlantaarn. Hij heeft tevens personeelsinstructies opgesteld die nog lang zijn gebruikt.

Na de komst van gasverlichting veranderde het werk. Lampen vullen was niet meer nodig, zodat beide beroepen ineen schoven. De aanstekers werden ook verantwoordelijk voor het onderhoud van de lantaarns. Om het gas aan te steken hadden ze een lange stok waar bovenin een vlammetje brandde.
Na de komst van het gloeikousje kregen de straatlantaarns een waakvlammetje dat via een hoofdkraan kon worden ontstoken. Deze kraan ging open en dicht via een kettinkje. De lantaarnaanstekers kregen voortaan een stok met een haak waarmee ze het kettinkje konden bedienen.

Ondertussen hoefden de lampbezorgers hun ronden ook niet meer te voet af te leggen, maar hadden ze een dienstfiets met daarop een uitschuifbare ladder gemonteerd.
Tenslotte werd er een automatische ontsteker uitgevonden voor de gaslantaarn, waardoor niemand meer op pad hoefde om de lampen aan te steken. Vanaf dat moment werd onderhoud de voornaamste taak. De beroepsnaam veranderde daarmee in lantaarnverzorger en nog weer later in lampenist.
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: kunst-en-cultuur.infonu.nl en nl.wikipedia.org

 

Nieuwjaarswens

Lantaarnvullers en -aanstekers van een stad hadden de gewoonte met een kermis en rond nieuwjaar de burgers van ‘hun’ wijk met een prentje en een gedicht de beste wensen over te brengen.
(Bron: pinterest.com (origineel: rijksmuseum.nl))


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Genealogie familie Jansen

25 mei 2016 at 15:42

 

Stamreeks familie Jansen

Stamreeks familie Jansen
© Uit de oude Koektrommel


 
 
Jan Cornelissen
De voor zover verst bekende voorouders van de familie Jansen waren de uit Nijkerk afkomstige Jan Cornelissen, ook met toevoeging ‘van Otelaar’ en Fijtje Wulven. Op 19 november 1730 trouwden zij te Nijkerk. Jan overleed te Barneveld op 24 april 1777 en werd vijf dagen later begraven.
Zij kregen in ieder geval zeven kinderen: Peel, Cnelis (Cornelis), Geertje, Woutertje, Maartje, Zibartus en Wulf.
 
Cornelis Jansen van Otelaar
Cornelis Jansen van Otelaar werd op 26 september 1733 te Barneveld gedoopt en overleed op 82-jarige leeftijd op 8 september 1816 in het Armengesticht te Barneveld. Hij trouwde op 24 maart 1788 te Nijkerk met Wijmpje Claasen van Beulekamp. Wijmpje, dochter van Claes Wouterse en Marritje Japiks, werd op 23 augustus 1753 te Nijkerk gedoopt. Zij overleed tevens te Barneveld op 12 januari 1797, 43 jaar oud. Haar begrafenis vond vijf dagen later plaats op 17 januari. Een zoon en een dochter zijn van dit echtpaar bekend: Jan en Maartje.
 
Jan Cornelissen Jansen
Jan Cornelissen Jansen werd ook wel Jan Scheper genoemd. Dit had uiteraard te maken met zijn beroep als schaapherder. Jan werd geboren in Barneveld op 6 oktober 1790 en aldaar gedoopt op 10 oktober 1790. Hij overleed in de leeftijd van 42 jaar op 29 januari 1833 te Ede. Op 24 juni 1826 trouwde hij in Ede met de spinster Maartje Willemse van Roekel. Zij was de dochter van Hendrik Willemse van Roekel en Gerritje Jacobse Versteeg (Snak). Maartje was afkomstig uit Wageningen. Daar werd zij op 3 februari 1799 gedoopt. Zij overleed in Bennekom op 21 oktober 1852 en werd 53 jaar oud. Samen met Jan kreeg zij drie kinderen: Hendrik, Gerritje en Wijmpje en een levenloos geboren zoontje.
Maartje trouwde als weduwe op 11 oktober 1834 in Ede met de in Steenderen geboren en op 19 september 1784 in Warnsveld gedoopte Henricus Reinders. Henricus was weduwnaar van Teunisje Jansen Oosterman. Henricus overleed op 51-jarige leeftijd in Bennekom op 17 april 1836. Het echtpaar kreeg één dochter: Reintje (Heintje).
Na het overlijden van Henricus heeft Maartje nog een relatie gehad met een onbekend persoon. Hier is een zoon uit voortgekomen: Jan.
 
Hendrik Jansen
Hendrik Jansen werd geboren op 29 november 1821 te Ede en werd wettelijk erkend bij het huwelijk tussen zijn ouders op 24 juni 1826 te Ede. Hij was achtereenvolgens boerenknecht, arbeider en wegwerker van beroep. Hij overleed te Bennekom op 5 februari 1821, 43 jaar oud.
Hendrik trouwde met Grietje Hendriks, dochter van Lammert Hendriks en Catharina Mientjes Otten. Dit gebeurde op 18 november 1848 te Ede. Grietje werd geboren in Doorweth op 24 januari 1821 en overleed op 78-jarige leeftijd op 15 oktober 1899 in Bennekom. Vijf kinderen waren ze rijk: Lambertus, Jan, Catharina, Maria Hendrika en Roelina.
 
Jan Jansen
Jan Jansen, geboren op 11 januari 1853 te Bennekom, begon als schildersknecht en was daarna werkzaam als schilder en gold daarmee als de eerste van drie generaties schilders. Hij overleed te Ede op 23 april 1895 en was toen 42 jaar oud. Op 10 juni 1876 trouwde hij in Ede met Reintje Hendrika Margrieta Buis. Zij was de dochter van Aart Buis en Neeltje Dirkse en werd op 9 mei 1854 in Wageningen geboren. Op 48-jarige leeftijd overleed zij op 29 december 1902 in Ede. Het echtpaar kreeg vier kinderen: Hendrik, Neeltje, Gerrit en Jan.
 
Hendrik Jansen
Hendrik Jansen was de tweede generatie schilders. Hij werd geboren op 4 november 1887 in Ede. Hendrik trouwde te Ede op 2 september 1911 met de Groningse Fokelina van Ludolphij. Fokelina werd geboren in Midwolda op 21 juni 1891 en was naaister van beroep. Zij was de dochter van Christiaan van Ludolphij en Grietje Dijkhuis. Samen kregen ze vier kinderen: Jan, Christiaan, Rijnder Hendrikus en Margrieta Neeltje.
 
Jan Jansen
Jan Jansen was dus de derde generatie schilders. Later werkte hij in de AKU-fabriek. Jan werd geboren in Bennekom op 24 februari 1912. Hij overleed toen hij 85 jaar was op 18 april 1997 en werd begraven op de Gemeentelijke Begraafplaats in Bennekom op 22 april 1997.
Jan trouwde op 6 augustus 1938 te Ede met Teunisje Vermeer, dochter van Jan Vermeer en Teunisje Hulstein. Zij werd in Bennekom geboren op 17 december 1915 en overleed op 87-jarige leeftijd op 21 april 2003 in Wageningen. Haar crematie was op 25 april 2003 in Crematorium Moscowa in Arnhem.
In 1938 woonde Jan op de Prins Bernhardlaan 39 en Teunisje op de Laarweg 14, beide te Bennekom. Het echtpaar kreeg twee kinderen.
 
 
Tekst en afbeelding: © Uit de oude Koektrommel
 
De uitgebreide stamboomgegevens kunt u vinden in het aan deze website gekoppelde stamboomprogramma van Uit de oude Koektrommel.
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Bergstraat in Naarden

24 mei 2016 at 12:44

 

Brouwerij Berch

Gerrit (Janszoon) van den Berg, gedoopt op 17 december 1795 in Naarden, heeft tot halverwege de negentiende eeuw, evenals zijn zoon Christiaan, in de Bergstraat te Naarden gewoond. De naam Bergstraat, voorheen Langestraet, was ontleend aan de voormalige bierbrouwerij ‘Berch’ die daar gevestigd was en is mogelijk ontstaan na 1572.

Tussen de Turfpoortstraat en de Bergstraat stond tot in de zeventiende eeuw deze brouwerij Berch van de gelijknamige familie. Het erf was vanaf de Turfpoortstraat bereikbaar via een poortje. Boven het poortje zat een antiek gevelsteentje met de voorstelling van een biertonnetje.
Later kwam op deze plek een stadsboerderij te staan. De boerderij en het poortje werden rond 1938 afgebroken; het tonnetje verhuisde naar het Goois Museum te Hilversum.

De familie Berch woonde al in de zestiende eeuw te Naarden. Janis Claeszoon Berch komt in 1540 voor als Schepen. Gerrit van den Berg zal geen familie van hen zijn geweest. De toponiemen ‘Berch’ en ‘van den Berg’ verschillen naar mijn mening nogal. Helemaal uitsluiten zonder grondig onderzoek kan ik het ook niet en het zou zeker een interessante aanvulling op de familiegeschiedenis zijn. Dan zou er niet uitgegaan moeten worden van de topografische betekenis ‘van den berg’, maar van ‘van den berch’ de brouwerij. Wel kan vastgesteld worden dat de gehele familie van den Berg uit Naarden en om precies te zijn uit Naarden-Vesting kwam.

Gerrit was achtereenvolgens arbeider, slagersknecht, vleeschhouwer, daghuurder en werkman van beroep en trouwde op 4 september 1816 te Hilversum met de in Amsterdam geboren Anna Maria Dettingmeijer. De vader van Anna Maria, Jost Hinrich Dedinkmeijer oftewel Joost Hendrik Dettingmeijer, werd in het Duitse Hannover geboren, maar het gezin woonde in Amsterdam en verhuisde daarna naar Enkhuizen.
Na het overlijden van Anna Maria trouwde Gerrit op 10 mei 1829 te Naarden met Johanna (Antje) Smitskamp, die in Bergambacht werd geboren. Tussen 1839 en 1856 woonde het echtpaar op Bergstraat 116.
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: gooiland.50plusser.nl en Noord-Hollands Archief

 

Boerderij Turfpoortstraat-Bergstraat met het poortje van de brouwerij

Boerderij Turfpoortstraat-Bergstraat met het poortje van de brouwerij
Bron: http://gooiland.50plusser.nl/


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Genealogie familie Ubeda

17 mei 2016 at 10:03

 

Stamreeks familie Ubeda

Stamreeks familie Ubeda
© Uit de oude Koektrommel


 
 
Francisco de Ubeda
Francisco de Ubeda werd geboren in Viator, Andalusië. Hij was getrouwd met Maria Gomez. Ook zij werd in Viator geboren. Eén kind heb ik weten te ontdekken: Felipe.
 
Felipe de Ubeda Gomez
Felipe de Ubeda Gomez werd geboren in Viator. Op 1 oktober 1691 trouwde hij in Huércal de Almeria met Maria de Cesar Morata. Zij werd in Huércal de Almeria geboren als dochter van Joan de Cesar en Eufenia Morata. Zij kregen in ieder geval zeven kinderen: Francisco, Indalecio, Angela, Maria, Eugenia, Juan Felipe en Pablo.
 
Juan Felipe de Ubeda de Zesar
Juan Felipe de Ubeda de Zesar werd geboren in Huércal de Almeria. Hij trouwde op 23 juli 1731 in Huércal de Almeria met Rufina Manzano de Miras, dochter van Diego Manzano en Augustina de Miras. Het stel kreeg in ieder geval twee kinderen: Silveira en Pedro.
Vervolgens trouwde Juan Felipe als weduwnaar met Ana de Rojo Castillo, dochter van Indalesio de Rojo en Maria Castillo. Dit geschiedde op 26 maart 1742 in Huércal de Almeria. Ana werd geboren in Huércal de Almeria in 1726. Het echtpaar kreeg zes kinderen: Maria, Juan Joseph Matheo, Ana Maria Inez, Clara Antonia, Josefa Antonia en José Antonnio.
 
Josefa de Ubeda Rojo
Josefa de Ubeda Rojo werd op 16 november 1761 geboren in Huércal de Almeria en werd enkele dagen later op 21 november 1761 in dezelfde plaats gedoopt. Op 60-jarige leeftijd overleed zij op 16 januari 1822 in Huércal de Almeria. Josefa trouwde met Francisco Rueda Alvarez op 4 oktober 1780 in Huércal de Almeria. Van dit echtpaar zijn bij mij vier kinderen bekend: Francisco José, Rafael Antonio, José Antonio en Antonio Francisco.

N.B. Normaliter zou ik de mannelijke lijn van de voorouders van Francisco Rueda Alvarez zijn gaan volgen. Echter, door gebrek aan aanknopingspunten stagneert het onderzoek naar deze familielijn. Daarbij komt dat José Antonio, de zoon van Francisco en Josefa en tevens mijn voorouder, na zijn vlucht uit Spanje uit veiligheidsoverwegingen in Nederland de familienaam Ubeda van zijn moeder heeft aangenomen voor de Burgerlijke Stand in plaats van de familienaam Rueda.
 
José Antonio Rueda de Ubeda
José Antonio Rueda de Ubeda, in Nederland houthakker en dagloner van beroep, werd geboren in Huércal de Almeria op 16 april 1790. Vier dagen later, op 20 april, werd hij aldaar gedoopt. Er zijn aanwijzingen aan te nemen dat José in het Franse leger diende en op die manier in Nijmegen terecht is gekomen. Hij trouwde met Maria Catharina Giesbers, NG gedoopt te Nijmegen op 28 september 1792. Maria is de dochter van de ‘Roomsche’ smid Coenrardus Giesbers en de uit het Duitse Moyland afkomstige Anna Geertruij Killigh en is overleden in Nijmegen op 20 januari 1849. José overleed tevens in Nijmegen op 18 maart 1869 op 79-jarige leeftijd.
José en Maria kregen samen dertien kinderen: Paqual, Antoinetta, NN, Geertruijda, Johanna Margaritha, Maria, Johannes, Johanna Margaretha, Joseph, Catharina, Cornelis, Elisabeth en Maria Petronella. Maria had al een dochter Johanna (vader onbekend). Paqual werd overigens gedoopt in Spanje, wat inhoudt dat zij voor 1817 voor een tijdje moeten zijn teruggekeerd naar Spanje en mogelijk daar getrouwd zijn.
 
Johannes Ubeda
Johannes Ubeda werd geboren in Nijmegen op 16 november 1827 en overleed op 70-jarige leeftijd te Nijmegen op 2 juni 1898. Als beroepen worden aangegeven: militair en leiendekker. Hij trouwde op 21 november 1850 in Nijmegen met Willemijna Peperkamp. Zij was de dochter van Theodorus Peperkamp en Cornelia Martens en ‘mutsenwaschter’ van beroep. Geboren op 20 september 1829 in Nijmegen en aldaar overleden op 14 januari 1912 op 82-jarige leeftijd.
Het stel kreeg negen kinderen: Theodorus, Joseph, Pieter, Maria Cornelia, Maria Cornelia, Maria Geertruida, Wilhelmina, Cornelia Wilhelmina en Johannes Hendrikus.
 
Johannes Hendrikus Ubeda
Johannes Hendrikus Ubeda was schoenmaker. Geboren in Nijmegen op 14 december 1870 en overleden op 23 augustus 1945 in Nijmegen op 74-jarige leeftijd. Hij trouwde op 23 april 1891 in Nijmegen met Johanna Hermsen. Johanna was de dochter van Margaretha Magdalena Hermsen; haar vader is onbekend. Zij werd in Nijmegen geboren op 23 augustus 1870 en kreeg in ieder geval tien kinderen: Petrus Johannes, Andries Johannes, Johannes Hendrikus, Maria Cornelia, Leonardus Johannes, Wilhelmina, Adriana Wilhelmina, Derk, Wilhelmus Petrus en Gerardus.
 
Wilhelmina Ubeda
Wilhelmina Ubeda, oftewel Mien, werd in Nijmegen geboren op 21 juli 1904 en was
fabrieksarbeidster. Zij trouwde in Nijmegen op 22 december 1922 met Albertus Cornelis Enklaar.
Cees werd geboren op 20 september 1899 in Rhenen als zoon van Cornelis Albertus Enklaar en Johanna van den Oosterkamp en werd bij het huwelijk van zijn ouders erkend. Hij was smid van beroep, maar ging zich later toespitsen op het zelf ijs maken en verkopen in zijn woonplaats Nijmegen. Na een slopende ziekte overleed hij op 62-jarige leeftijd op 17 september 1962 in Nijmegen. Hij werd begraven in Nijmegen op het R.K. Kerkhof Jonkerbos op 20 september 1962.
Samen kregen zij vijf kinderen.
 
 
Tekst en afbeelding: © Uit de oude Koektrommel
 
De uitgebreide stamboomgegevens kunt u vinden in het aan deze website gekoppelde stamboomprogramma van Uit de oude Koektrommel.
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

De Knowles en het Londen van voor en tijdens de grote brand

14 mei 2016 at 18:14

 
Richard Knowles, handschoenmaker van beroep, was afkomstig uit Engeland. Hij trouwde met de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin en samen woonden zij in de Boteringestraat te Groningen alwaar zij een winkel hadden.
De band met Engeland bleef bestaan. Zo werd er in de huwelijksinschrijving van zoon Hendrick vermeld: ‘van Londen in Engeland’ en zoon Jacobus was ‘ordinaris bode van Groningen op Londen’. Groot zal dan ook hun schrik geweest zijn toen het nieuws over de grote brand in Londen hun bereikte.

De grote brand van Londen begon kort na middernacht van zaterdag 1 september 1666 in een kleine bakkerij in Pudding Lane in het oosten van de stad in het huis van Thomas Farrinor, de bakker van koning Karel II. Volgens veel schrijvers ontstond de brand doordat Farrinor was vergeten het vuur in zijn oven te doven voor hij naar bed ging. Smeulende asresten zouden een stapel hout in brand gezet hebben. Hijzelf beweerde echter dat het vuur in zijn benedenhuis ontstaan was. Farrinor werd rond één uur door de brand wakker en wist met zijn gezin te ontsnappen via een bovenraam. De meid van de bakker durfde echter niet over het dak, viel terug in de zolder en werd het eerste slachtoffer.

Binnen een uur na het ontstaan van de brand werd de burgemeester, Sir Thomas Bludworth, wakker gemaakt en op de hoogte gesteld. Na het vuur met eigen ogen te hebben aanschouwd, verklaarde hij dat het om een kleinigheid ging (‘A woman might piss it out.’) en ging weer slapen.

De meeste gebouwen in Londen waren destijds uit brandbaar materiaal opgetrokken, zoals hout en stro. De overbevolkte stad had nog grotendeels een middeleeuws karakter. Daarbij was de zomer erg heet en droog geweest. De rondvliegende vonken werden aangewakkerd door een felle oostenwind, waardoor naastliggende panden vlam vatten en de brand zich zeer snel uitbreidde. Daarbij kwam dat de huizen zeer dicht opeen stonden en de straten zeer smal waren waardoor het vuur eenvoudig kon overslaan.

Vier dagen later lag het overgrote deel van oud-Londen op de noordelijke oever van de Thames in as. Binnen de wallen van de oude stad bleef alleen de noord-oostelijke hoek gespaard. Daar werd de vuurzee bedwongen, juist voordat het de ‘Tower’ bereikte; tot opluchting van de goudsmeden, die er al hun edelmetaal in veiligheid hadden gebracht. De drukkers en de papier- en boekhandelaren waren minder gelukkig. Die hadden hun voorraden ondergebracht in de crypte van St. Paul’s kathedraal. Toen de papiermassa vlam vatte, leek het alsof de kathedraal explodeerde. Door de sterke wind uit zee breidde het vuur zich aan de westkant van de stad het verst uit, over de stadswallen, over de River Fleet, tot aan het begin van Fleet Street. In totaal raakten tachtigduizend mensen dakloos. In vierhonderd straten zijn meer dan dertienduizend huizen en zesentachtig kerken verwoest. Toen op woensdagavond de wind ging liggen en het vuur onder controle was, bestond het oude hart van Londen niet meer.
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: nl.wikipedia.org en cubra.nl

 

 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Ome Dirk deel 2

13 mei 2016 at 11:20

 
Enige tijd geleden plaatste ik een post over ome Dirk, de jongeman die op een avond een pakje shag ging halen en vervolgens in Nederlands-Indië terechtkwam. Nou, ome Dirk houdt me wel bezig, hoor! Het slechte weer van laatst noopte me, hoe vervelend nou, tot het doorspitten van oude kranten uit Nederlands-Indië. Dat leverde enkele interessante resultaten op die het verhaal van ome Dirk weer een stukje completer maken.

Dirk vertrok inderdaad op achttienjarige leeftijd naar Nederlands-Indië, waar hij zich in eerste instantie vestigde in Bandoeng, de hoofdstad van de provicie West-Java op het eiland Java. Zo is te lezen in ‘Het Nieuwsblad van den Dag voor Nederlands-Indië’ onder ‘Bevolking van Batavia Gevestigd’ dat hij verhuisd was van Bandoeng naar Senen 4 in Batavia, de huidige hoofdstad Jakarta van Indonesië aan de noordkust van Java.

 

Krantenartikel Dirk Ubeda

Bron: Het Nieuwsblad van den Dag voor Nederlands-Indië van 3 december 1928

 
Alhoewel het inmiddels bekend was dat hij inderdaad in het KNIL had gediend was de connectie met het leger snel gevonden. Volgens het programma voor de cabaretuitvoering van de militaire toneelvereniging ‘Het Masker’, voelden de heren Ubeda en van de Sluis zich geroepen (of gedwongen) de zang voor het onderdeel ‘Hans en Griet’ voor hun rekening te nemen.

 

Krantenartikel Dirk Ubeda

Bron: Bataviaasch Nieuwsblad van 27 september 1929

 
Op 4 juni 1931 treedt D. Ubeda in het huwelijk met E. Bendy. De voorletter ‘E’ blijkt te staan voor ‘Elsiana’. Deze voorletter komst overigens overeen met die van Mevrouw E. Ubeda, Achter de Kerk, Depok (op West-Java), genoemd op de Japanse interneringskaart bij ‘Destination of Report’ (zie vorige post over ome Dirk).

 

Huwelijk D. Ubeda en E. Bendy

Bron: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië van 6 juni 1931

 
Dirk en Elsiana worden op 27 augustus 1931 de ouders van een zoon. Het gezin woont op dat moment dus nog steeds in Batavia.

 

Geboorte zoon Ubeda

Bron: Bataviaasch Nieuwsblad van 2 september 1931

 
Dan besluiten Dirk en Elsiana het ruime sop te kiezen met bestemming Nederland, want op 23 mei 1934 vertrokken ze met het s.s. Johan de Witt van Batavia naar Amsterdam. De reis zou gaan via Genua, Villefranche en Southampton. De passagierslijst in het ‘Soerabaijasch Handelsblad’ van 23 mei 1934 vermeldt: D. Ubeda, Mevrouw Ubeda en kind.
Naar alle waarschijnlijkheid hadden ze op dat moment nog een kind. Het zou gaan om een dochter, die op 6 juni 1933 in Meester Cornelis (het huidige Jatinegara), wat een stadsdeel van Batavia was, zou zijn geboren. Zij was ten tijde van de reis dus nog geen jaar oud. Wellicht dat zij daarom niet vermeld werd in de passagierslijst of dat zij in Nederlands-Indië is achtergebleven. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de zoon is achtergebleven of dat mijn informatie betreffende de dochter niet correct is.

 

D. Ubeda Passagierslijst

Bron: Soerabaijasch Handelsblad van 23 mei 1934

 
Op 14 november 1934 keerde het gezin weer terug naar Nederlands-Indië. Deze keer met het m.s. Indrapoera vanuit Rotterdam. De verwachting was aan te komen op 13 december 1934 te Tg. Priok. In ‘Het Nieuwsblad van den Dag voor Nederlands-Indië’ van 28 november 1934 staat op de passagierslijst: Fam. D. Ubeda 1 k.

 

D. Ubeda Passagierslijst

Bron: Het Nieuwsblad van den Dag voor Nederlands-Indië van 28 november 1934

 
In 1935 verhuisd het gezin, of in ieder geval ome Dirk, naar de Molenaarsweg 13 in Batavia. Uit gegevens van de eerder genoemde Japanse interneringskaart kunnen we er vanuit gaan dat Elsiana ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in Achter de Kerk in Depok op West-Java woonde of verbleef.

Tot zover de berichtgevingen van ome Dirk in Nederlands-Indië. Wordt ongetwijfeld vervolgd!
 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel

 

D. Ubeda

Bron: Het Nieuwsblad van den Dag voor Nederlands-Indië van 1 februari 1935


 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Opa en Opoe Jansen

10 mei 2016 at 15:35

 
Een foto van rond 1926 met daarop de eigenaar van een schildersbedrijf in Bennekom, Jan de Groot, en zijn personeel. Onder het personeel valt ook mijn overgrootvader Hendrik Jansen. Naar alle waarschijnlijkheid is het de man met snor zittend op de trap. Wat zijn beroep als schilder betreft treedt hij daarmee in de voetsporen van zijn vader Jan Jansen.

 

Hendrik Jansen

Jan de Groot met zijn personeel rond 1926
Bron: Facebookgroep Oud Bennekom

 
Mijn overgrootvader wordt op 4 november 1887 geboren in Bennekom als zoon van Jan Jansen en Reintje Hendrika Magrieta Buis . Op de foto moet hij dus tegen de veertig jaar oud zijn.
Als Hendrik zeven jaar oud is overlijdt zijn vader en op vijftienjarige leeftijd verliest hij ook zijn moeder. Bij wie hij en zijn twee broertjes Gerrit en Jan en zusje Neeltje in huis komen of wie als voogd wordt aangesteld is helaas niet bekend.

 

Geboorte Hendrik Jansen, Ede 4 november 1887

Geboorteakte van Hendrik Jansen; Ede, 4 november 1887.
Bron: FamilySearch

 
Op 2 september 1911 trouwt hij in Gemeente Ede met de inmiddels zwangere Fokelina van Ludolphij, naaister van beroep. Zij is de jongste dochter van kleermaker Christiaan Ludolphij en Grietje Dijkhuis en wordt op 21 juni 1891 in Midwolda geboren. Vader Christiaan brengt de Ludolphi-tak dus van het Groningse Midwolda naar het Gelderse Arnhem. Dit moet ergens tussen 1898 en 1908 gebeurd zijn. Fokelina woont tot aan haar huwelijk in Arnhem.

 

Geboorte Fokelina van Ludolphij, Midwolda 21 juni 1891

Geboorteakte van Fokelina van Ludolphij; Midwolda, 21 juni 1891.
Bron: AlleGroningers

 

Huwelijksakte Hendrik Jansen en Fokelina van Ludolphij

Huwelijksakte van Hendrik Jansen en Fokelina van Ludolphij; Ede, 2 september 1911.
Bron: FamilySearch

 
Mijn pasgetrouwde overgrootouders gaan in Bennekom Dorp wonen. Daar worden mijn opa Jan en zijn broertje Christiaan (Chris) geboren. Vervolgens vertrekt het gezin op 25 januari 1916 voor een jaartje naar Wageningen om op 10 januari 1917 weer terug te keren naar hun oude adres in Bennekom. Hier zullen zij wonen tot 1921, het jaar dat zij verhuizen naar Brinkerweg 40, waar zoon Rijnder Hendrikus (Drikus) en dochter Margrietha Neeltje (voor mij bekend als ‘Tante Zus’) geboren worden. Tussen 15 oktober 1921 en 8 december 1922 komen de ouders van Fokelina op dit adres bij het gezin inwonen, om daarna weer terug te keren naar Arnhem. Na vier jaar vertrekken mijn overgrootouders in november naar De Laar 11a, in februari 1928 vervolgens naar De Laar 7c, in 1930 naar  Strooijweg 27 om op 11 maart 1937 uiteindelijk uit te komen op Prins Bernhardlaan 39.

 

Strooijweg Bennekom

De Strooijweg in Bennekom.
Bron: Facebookgroep Oud Bennekom

 
Opa en Opoe Jansen heb ik nog mogen kennen. Als je er op bezoek kwam kreeg je als kind steevast een glaasje ranja. Eigenlijk mocht ik dat van mijn moeder niet aannemen, want opoe stofte volgens haar de glazen namelijk af met de stofdoek waar hun kat doorgaans op lag te slapen. Dat kwam doordat ze ‘vergeetachtig’ was, maar mijn moeder vond het toch maar een ‘vieze bedoening’. Zelf zag ik destijds het probleem niet zo.

Van opa kan ik mij niet veel meer herinneren, behalve dat hij heel oud was. Althans, dat vond ik als klein kind zijnde. Nou was toentertijd iedereen van boven de pakweg vijftig jaar in mijn ogen al hoogbejaard! Opa had wel een intrigerende ‘toeter’ vanwege zijn doofheid. Wilde je iets tegen hem zeggen dan moest je hem aantikken. Hij pakte dan zijn toeter en vervolgens werd je geacht daarin te praten. Echter, opa was zo doof dat je vaak de longen uit je lijf moest schreeuwen wilde hij je enigszins kunnen verstaan! Een leuk spelletje voor ons als klein- en achterkleinkinderen. We hadden heel wat te vertellen, hoor!

Opoe Jansen kwam tot haar overlijden altijd bij al haar klein- en achterkleinkinderen op verjaardagsvisite. Nog zie ik haar stilletjes zitten in de fauteuil met haar lange haren in een vlecht om haar hoofd vastgespeld en haar dikke panty veel te losjes om haar benen (waar je als kind al niet op let). Geduldig wachtte ze tot je het presentje bij haar kwam halen. Als een soort van audiëntie. Maar dat hoorde zo bij ‘oudere mevrouwen’.

Bijna een halve eeuw later (en hoogbejaard!) besef je pas hoe bijzonder en mooi dergelijke herinneringen aan je overgrootouders eigenlijk zijn…

 

Opa en Opoe Jansen

Opa en Opoe Jansen op respectievelijk 82-jarige en 78-jarige leeftijd
Bron: Facebookgroep Oud Bennekom


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Genealogie familie Enklaar

8 mei 2016 at 22:23

 

Stamreeks familie Enklaar

Stamreeks familie Enklaar
© Uit de oude Koektrommel


 
 
Pieter Jansz Enckelaer
Pieter Jansz Enckelaer werd geboren rond 1575 en overleed voor april 1634 in Arnhem. Hij trouwde vóór 1606 met Aeltgen Dircxs. Zij overleed tevens in Arnhem vóór 18 april 1634. In 1615 was Pieter waard aan St. Thonis (bij de Arnhemse Enck, richting Velp). Pieter en Aeltgen kregen in ieder geval vier kinderen: Pieter, Derck, Annitgen en Martijntje.
 
Derck Encklaer
Derck Encklaer werd in Velp-Rozendaal geboren rond 1620. Dat is dan tevens de enige informatie die ik tot nu toe heb weten te ontdekken. Met wie hij getrouwd was is vooralsnog een raadsel. Het echtpaar had de voor mij bekende kinderen: Jasper en Peter.
 
Peter Dercksen Encklaer
Peter Dercksen Enclaer werd geboren rond 1645 in Velp-Rozendaal. Hij trouwde met Geertuijt Dercks. Samen kregen zij vier kinderen: Derck, Jan, Maria en Derck (de Jonge).
 
Jan Petersz Enclaer
Jan Petersz Enclaer werd op 20 maart 1670 in Velp Nederduits Gereformeerd gedoopt. Hij overleed na 1727 en trouwde vóór 1695 met Geurtie Gerrits. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Peter, Gerrit en Geertruijt.
Tussen 1701 en 1704 is hij als weduwnaar getrouwd met Gijsbertje Lubberts. Samen met Gijsbertje kreeg Jan nog acht kinderen: Derck, Lubbert, Geurt, Cornelis, Cornelia, Hendrik, Jan Gerritsen en Willemijn.
 
Lubbert Enklaar
Lubbert Enklaar werd in Velp gedoopt op 28 februari 1706 en werd op 66-jarige leeftijd begraven in Arnhem op 14 augustus 1772.
Op 3 november 1733 werd in Arnhem het huwelijk voltrokken tussen Lubbert en Willemijn Evertse Neijenhuis. Willemijn was de dochter van Berent Everts en Geertje Wamsteker. Zij werd op 1 juli 1708 in Arnhem Nederduits Gereformeerd gedoopt. Op 83-jarige leeftijd overleed zij in november 1791, waarna haar begrafenis volgde op 19 november 1791 te Arnhem.
Het echtpaar kreeg negen kinderen: Barent, Gijsbertje, Jan, Geurt, Geertruid, Marijke, Derck, Pouwel en Willem.
 
Willem Enklaar
Willem Enklaar werd gedoopt op 9 augustus 1753 in Arnhem. Hij overleed tevens in Arnhem op 29 september 1818 op 65-jarige leeftijd. Willem was landbouwer van beroep toen hij in Arnhem op 12 oktober 1783 trouwde met Johanna van Driessen. Johanna was de dochter van Gijsbert van Driessen en Elisabeth Teunissen. Zij werd Rooms-Katholiek gedoopt in Arnhem op 3 juni 1756. Op 40-jarige leeftijd overleed zij in maart 1797. Haar begrafenis was op 17 maart 1797 te Arnhem.
Willem en Johanna kregen zeven kinderen: Willem, Jan, Jenneken, Jan, Barent, Arend en Johanna.
Op 20 maart 1798 trouwde Willem in Arnhem als weduwnaar met Petronella Polman. Zij was arbeidster en landbouwster van beroep. Petronella werd Rooms Katholiek gedoopt in Huissen op 17 oktober 1773 en overleed op 70-jarige leeftijd te Arnhem op 30 januari 1841. Samen met Willem kreeg zij zeven kinderen: Geurt, Johanna Maria, Geurt, Geertruij, Geertruida, Derk en Petronella.
 
Arend Enklaar
Arend Enklaar had achtereenvolgens de beroepen van boerenknecht, landbouwer, timmerman en dagloner. Hij werd Nederduits Gereformeerd gedoopt op 5 augustus 1795 te Arnhem en overleed aldaar op 14 december 1862 op 67-jarige leeftijd.
Op 20 november 1822 trouwde hij in Arnhem met Gerritje Gerritsen. Zij was de dochter van Egbert Gerrits en Aartjen Willems en had als beroep dienstmeid. Gerritje werd geboren in Beekbergen op 20 februari 1794 en in dezelfde plaats gedoopt op 2 maart 1794. Op 78-jarige leeftijd overleed zij in Arnhem op 4 oktober 1872.
Het echtpaar kreeg zes kinderen: Willem, Berendina, Evert, NN (levenloos geboren meisje), Johanna en Albert.
 
Albert Enklaar
Albert Enklaar werd in Arnhem geboren op 25 november 1837 en overleed in Arnhem op 12 november 1918 op 80-jarige leeftijd. Van beroep was hij kleermaker en later behanger. Op 15 april 1863 trouwde hij in Arnhem met Antonia van Doorn, dochter van Cornelis van Doorn en Elisabeth Zikking. Antonia werd geboren op 24 juli 1841 in Driebergen en overleed in Arnhem op 14 april 1921 op 79-jarige leeftijd.
Albert en Antonia kregen tien kinderen, waarvan er drie levenloos geboren werden, vier al op zeer jonge leeftijd gestorven zijn en drie kinderen de volwassen leeftijd bereikten: Elisabeth Christina, Gerrit en Cornelis Albertus.
 
Cornelis Albertus Enklaar
Cornelis Albertus Enklaar werd geboren in Arnhem op 19 januari 1879. Over diverse akten verspreid had hij een aantal beroepen vermeld staan, namelijk: arbeider, pakhuisknecht, magazijnknecht, hulpambachtsman, stoker en metselaar.
Cornelis Albertus trouwde met Johanna van den Oosterkamp op 21 november 1900 te Arnhem. Johanna werd op 9 maart 1880 in Rhenen geboren als dochter van Gijsbert van den Oosterkamp en Maria ter Haar. Zij kreeg een negental kinderen: Albertus Cornelis, Hendrikus Gijsbertus, Johan Antoon, Anton, Willem, Antoon, Steven, Cornelis en Steven.
 
Albertus Cornelis Enklaar
Cees, zoals zijn roepnaam was, werd geboren op 20 september 1899 in Rhenen en werd bij het huwelijk van zijn ouders erkend. Hij was smid van beroep, maar ging zich later toespitsen op het zelf ijs maken en verkopen in zijn woonplaats Nijmegen. Na een slopende ziekte overleed hij op 62-jarige leeftijd op 17 september 1962 in Nijmegen. Hij werd begraven in Nijmegen op het R.K. Kerkhof Jonkerbos op 20 september 1962.
Cees trouwde in Nijmegen op 22 december 1922 met Wilhelmina Ubeda, dochter van Johannes Hendrikus Ubeda en Johanna Hermsen. Mien werd in Nijmegen geboren op 21 juli 1904 en was fabrieksarbeidster. Samen kregen zij vijf kinderen.
 
 
Tekst en afbeelding: © Uit de oude Koektrommel
 
De uitgebreide stamboomgegevens kunt u vinden in het aan deze website gekoppelde stamboomprogramma van Uit de oude Koektrommel.
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr

Het verhaal van Cornelis Hulstein en Rijkje van Roekel

5 april 2016 at 14:05

 
Cornelis Hulstein, zoon van landbouwer Cornelis Hulstein en Geertrui Kobussen, wordt op 31 maart 1830 geboren in Bennekom. Hij trouwt op 11 oktober 1856 met Rijkje van Roekel. Zij wordt op 4 januari 1833 in Bennekom geboren als de dochter van landbouwer Willem van Roekel en Hanna van Essen.

 

Huwelijk Cornelis Hulstein en Rijkje van Roekel

Huwelijkakte van Cornelis Hulstein en Rijkje van Roekel.
Bron: archieval.nl

 
Cornelis en Rijkje betrekken hun eerste woning op de Bennekomse Heide, waar ze zestien jaar lang pachters zijn op een boerderij van Dhr. Vreede. Cornelis is landbouwer en heeft daarnaast jagen als bezigheid. Aangezien het niet is toegestaan om op andermans land te jagen, mag hij graag vanuit zijn raam op de in grote getale aanwezige hazen en konijnen schieten. Aan Rijkje is het vervolgens de taak op de buit te gaan zoeken. Soms gaat het weleens verkeerd. Zo is op een dag de kat van de familie het haasje. De dag erna staat de veldwachter op de stoep met de mededeling dat Cornelis ‘toch wel een mooie haas heeft geschoten!’

Rijkje besteedt haar tijd aan de huishouding en de opvoeding van de kinderen. Ook gaat ze vaak op bezoek bij twee rijke oude dames, die haar soms wel wat toeschuiven. Zij krijgt van hun bijvoorbeeld een prachtige mantel, die uiteraard alleen wordt gedragen bij bijzondere gelegenheden. Er wordt immers zuinig omgesprongen met dure kleding. Vlak voor haar vertrek naar Amerika ontvangt Rijkje van de twee dames ook nog een psalmenboek. Deze zal ongetwijfeld veel gebruikt zijn in de Nederlandse kerk die zij bezocht in de nieuwe woonplaats Pella en later North Sioux Center.

In 1871 besluiten Cornelis en Rijkje, net als zoveel tijdsgenoten, met hun vier kinderen Willem Cornelis, Gerrit, Steven en Hanna naar Amerika te vertrekken op zoek naar een beter bestaan. Ze worden op 1 april van dat jaar uitgeschreven met bestemming ‘VSA’ in de registers van Gemeente Ede.
In de negentiende eeuw vinden er namelijk twee belangrijke gebeurtenissen plaats, die een grote emigratiegolf naar Amerika op gang brengen. In de jaren dertig is er een scheuring binnen de Nederduits Gereformeerde Kerk. Daarnaast is er sprake van een economische crisis en meerdere mislukte (aardappel)oogsten. Nederlandse Afgescheidenen stichten onder leiding van de predikanten A.C. van Raalte en H.P. Scholte in Amerika kolonies in Holland, Michigan en in Pella, Marion County in het zuiden van Iowa. Ds. Scholte zoekt, nadat de meeste grond in Pella is vergeven, plaats voor een nieuwe nederzetting. Dit wordt uiteindelijk West Branch Township in Sioux County, Iowa.
Het echtpaar Cornelis en Rijkje komt met hun gezin terecht in Pella, Iowa. Eerst betrekken ze een woning in de stad, maar ze besluiten enige tijd later om toch naar een boerderij in de omgeving van Pella te verhuizen. Daar wordt op 12 november 1878 dochter Cornelia geboren.

 

Birds eye view of Pella, Marion County, Iowa, 1869

Pella, Marion County, Iowa, 1869.
Bron: Library of Congress

 
Alhoewel de familie het in Pella naar hun zin heeft wordt er wederom besloten om hun heil elders te zoeken. De keus valt op Sioux County in de nabijheid van North Sioux Center, waar de grond toch vruchtbaarder schijnt te zijn voor de gewassen.
In mei 1878 vertrekt eerst Cornelis, samen met Jan Thomassen, met de wagen naar de nieuwe woonplaats. Die reis verloopt niet helemaal vlekkeloos. De paarden slaan op hol en de teugels, die om de handen van Cornelis gewonden zitten, zorgen ervoor dat Cornelis letsel aan de spieren van zijn hand en arm oploopt en, naar zeggen, een vinger verliest.
In juni 1878 volgt de inmiddels 19-jarige zoon Willem Cornelis zijn vader naar Sioux County om te kijken of hij zijn gewonde vader kan helpen. Na een lange reis met zeer smalle en slecht begaanbare wegen bereikt hij veilig zijn eindbestemming. Er breekt een periode van hard werken aan om van het huis op de prairie een thuis te maken.
In februari 1879 vertrekt uiteindelijk het hele gezin, waaraan Cornelis en Willem Cornelis zich hebben toegevoegd, uit Pella, om zich definitief in Sioux Center te vestigen. Cornelis, Rijkje en hun twee dochters vertrekken per trein, terwijl Willem Cornelis, Gerrit en Steven met de wagen gaan. Het wordt een avontuurlijke reis vol moeilijkheden. Meest van tijd wordt er in de wagen overnacht en de enige keer dat ze besluiten een hotel op te zoeken, vliegt deze in brand. Gelukkig voor de jongens loopt dit met een sisser af en kunnen ze hun reis voortzetten.

 

Census 9 juni 1880; West Branch Township, Sioux Center, Sioux County, Iowa

Census 9 juni 1880; West Branch Township, Sioux Center, Sioux County, Iowa. Het hele gezin is dan nog compleet.
Bron: FamilySearch

 
Het gezin woont gedurende twee jaar in West Branch Township, waar ze een boerderij hebben. In dezelfde periode wordt er daar ook een smederij en een winkel geopend en een kerk gebouwd.
In 1879, het eerste jaar van hun nieuwe avontuur, is de oogst zeer slecht. Sprinkhanen vernielen de oogst en ook een fikse hagelbui doet geen goed aan het graan. Een goede reden voor veel mensen om verder te trekken naar andere delen van Amerika. In 1880 breekt er een difterie-epidemie uit en de ziekte sluipt vele huizen binnen. Ook bij het gezin Hulstein; zij verliezen hierdoor op 13 september hun dochter Hanna op dertienjarige leeftijd.
De extreem koude en stormachtige winter van 1880-1881 volgt met heel veel sneeuw, die al vroeg in de herfst begint te vallen en het oogsten van onder meer mais ernstig belemmert. Het hooi, koren en stro moet bovendien noodgedwongen gebruikt worden als brandstof om te kunnen overleven. Na twee jaren van ontberingen vertrekt het gezin in 1881 naar een boerderij, een halve mijl noordwaarts gelegen in Sherman Township. Hier zullen ze blijven wonen tot zoon Steven in 1889 de boerderij overneemt.
Cornelis en Rijkje verhuizen terug naar West Branch Township, waar ze het geluk hebben samen met hun kinderen en kleinkinderen op 11 november 1906 hun 50-jarig huwelijksfeest te kunnen vieren. Uiteindelijk zal het stel gaan wonen in Welcome Township.

De laatste jaren van haar leven laat de gezondheid van Rijkje sterk te wensen over. Ze overlijdt in de nacht van dinsdag op woensdag 4 januari 1911, 78 jaar oud. Na afscheid aan huis en een afscheidsdienst in de Central Reformed Church wordt zij op 9 januari 1911 op de begraafplaats Memory Gardens Sioux Center begraven.
Cornelis volgt haar op 88-jarige leeftijd in de nacht van 15 september 1918 om half een. Ondanks dat hij al enige tijd met zijn gezondheid sukkelt, blijft hij tot het einde toe een sterke oude man en helder van geest. Na afscheid aan huis en een afscheidsdienst in de Second Reformed Church vindt hij op 18 september 1918 op dezelfde begraafplaats als Rijkje zijn laatste rustplaats.

 

Cornelis Hulstein en Rijkje van Roekel

Cornelis Hulstein en Rijkje van Roekel
Bron: van-steenbeek.eu


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: roekelg.home.xs4all.nl, alweereenvermeer.nl en findagrave.com
 
 

Deel het Uit de oude Koektrommel bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Buffer this page
Buffer
Share on Tumblr
Tumblr