Persoonsbewijs

 
Inleiding

De ‘bedenker’ van het persoonsbewijs was Jacobus Lambertus (Jacob) Lentz, die als hoofd van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregistraties in 1936 het ‘Besluit Bevolkingsboekhouding’ opstelde. Hierdoor werden gemeenten verplicht om vanaf 1 juli 1936 voor elke inwoner een aparte persoonskaart (PK) met gegevens aan te leggen. Dit was de oplossing voor het efficiënter maken van het tot die tijd incomplete en onzorgvuldige systeem van het bevolkingsregister.

Toch kende Nederland, in tegenstelling tot vele andere landen, nog steeds niet de mogelijkheid om iemands identiteit vast te stellen aan de hand van een persoonlijke identiteitskaart met foto. Tot deze conclusie kwam ook de Sicherheitspolizei (SiPo) na de capitulatie in mei 1940. Zij richtten zich tot de Secretaris-Generaal van Justitie, Jan Coenraad Tenkink. Samen met Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken Karel Johannes Frederiks werd er besloten gehoor te geven aan het verzoek van de Duitse bezetter om zo snel mogelijk over te gaan tot het ontwikkelen en invoeren van een dergelijke identiteitskaart. De opdracht ging naar Jacob Lentz.

 
Invoering en legitimatieplicht

Iedere Nederlander moest zich met ingang van 1 oktober 1940 kunnen legitimeren door middel van een distributiestamkaart, een geldig paspoort, een bewijs van Nederlanderschap of een tijdelijk identiteitsbewijs.
Het persoonsbewijs (PB) werd ingevoerd op 1 maart 1941. Een maand later werd begonnen met de uitreiking van persoonsbewijzen aan inwoners van Nederlander van vijftien jaar en ouder. Het zou enkele maanden duren voordat iedereen was voorzien van dit document. Vanaf 1 januari 1942 was iedere inwoner van Nederland van vijftien jaar en ouder verplicht het persoonsbewijs bij zich te dragen.

Overigens wordt het persoonsbewijs vaak verward met een Ausweis. Een Ausweis is echter niet hetzelfde als een persoonsbewijs, hoewel beide documenten vaak met hetzelfde woord worden aangeduid. Een Ausweis was een papier zonder pasfoto en vingerafdrukken, waarop vermeld stond dat men vergunning had om op een bepaalde plaats of gedurende een bepaalde tijd ergens aanwezig te zijn. Een vrijstelling voor het front of de Arbeidsinzet werd ‘Sonderausweis’ genoemd.

 

Uitreiking persoonsbewijzen

Uitreiking van persoonsbewijzen; Eemnes, 2 april 1941.
Bron: Geheugen van Nederland


 
 
Onvervalsbaar persoonsbewijs

Jacob Lentz greep de opdracht met beide handen aan en stortte zich vol overgave op het ontwerp, met alle consequenties die dat met zich mee zou brengen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het persoonsbewijs was zo goed als niet te vervalsen en het bood de bezetter een prima hulpmiddel om controle uit te kunnen oefenen op de bevolking en om de illegaliteit aan te pakken.

Voor het document werd een speciaal soort karton gebruikt met daarin drie watermerken van de Nederlandse Leeuw. De ondergrond bestond uit een rasterpatroon met tekst, waarvan de gebruikte inktsoort onzichtbaar werd onder een kwartslamp. Bovendien reageerde de inktsoort voor de tekstopdruk sterk op aceton, waardoor veranderingen in de geschreven tekst direct opvielen.

Twee vingerafdrukken kwamen er op het persoonsbewijs. Eén daarvan kwam op een doorzichtige zegel, die op de achterzijde van de pasfoto werd gelijmd. Deze pasfoto, met gedeeltelijk daaroverheen de gemeentestempel, was geplaatst in een uitgesneden venster. Het was buitengewoon moeilijk om voor vervalsing de lijm te verwijderen zonder het zegel te verbreken.

Dat het persoonsbewijs moeilijk of bijna onmogelijk te vervalsen was wil niet zeggen dat er geen valse bewijzen in omloop waren. Integendeel! Als maatregel hierop werd vanaf eind 1943 een nieuwe vervangende Tweede Distributiestamkaart (TD) ingevoerd, waarmee producten konden worden verkregen, die door schaarste ‘op de bon’ waren. Daarvoor moest men het persoonsbewijs laten controleren op ‘echtheid’. Na goedkeuring werd een controlezegel naast de pasfoto geplakt. Pas dan werd er overgegaan tot uitreiking van de nieuwe distributiestamkaart.

 
Gegevens op het persoonsbewijs

Naast de beide vingerafdrukken en een pasfoto vindt u op een persoonsbewijs de volgende persoonsgegevens van betrokkene: de voor- en achternaam, de geboorteplaats en -datum, de naam van de eventuele partner, het beroep, het (verblijf)adres en eventuele specifieke kenmerken en aantekeningen. Een handtekening van de betrokkene completeert het geheel.
Bij personen van ‘Joodse bloede’, een term die werd gebruikt om discussie over het begrip ‘Jood’ te vermijden, moest vanaf medio 1941, op last van SS-Obengrüppenführer en politiechef Hanns Rauter, in het persoonsbewijs op twee plaatsen een letter ‘J’ gestempeld worden.

Tevens is er op een persoonsbewijs het gemeente- en volgnummer te vinden, de datum van afgifte, de gemeente van afgifte en de handtekening van de ambtenaar die het persoonsbewijs heeft afgegeven.

 

Persoonsbewijs

De voor- en achterkant van een persoonsbewijs met een zegel van een gulden. (De beide kanten zijn niet afkomstig van één en hetzelfde persoonsbewijs).
Bron: Europeana.eu


 
 
Schaduwarchief

Om het kopiëren of vervalsen moeilijker te maken werd een schaduwarchief van de persoonsbewijzen bijgehouden. Bij de uitreiking van het persoonsbewijs diende het toegestuurde ontvangstbewijs te worden ingeleverd. Hierop werden de persoonsgegevens genoteerd en een vingerafdruk van de betrokkene geplaatst. Na ondertekening van de ontvanger werd dit bewijs, dat tevens was voorzien van het nummer en een aangehechte foto, opgestuurd naar het Centrale Bevolkingsregister (CBR) van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters, dat gevestigd was aan het Binnenhof in Den Haag.
Deze aanpak zorgde ervoor dat echtheid van het document gemakkelijk te controleren was en vervalste nummers dus zouden opvallen bij controle. Het persoonsbewijs werd zo een machtig en dodelijk bureaucratisch instrument van de bezetter voor het oppakken van joden, onderduikers en verzetsstrijders.

Medio 1941 verhuisde de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters naar de witte villa Koninklijke Kunstzaal Kleykamp aan de Scheveningseweg in Den Haag, ‘Huize Kleykamp’ genoemd. Een aantal Nederlandse verzetsgroepen had medewerkers in Huize Kleykamp zitten die de ontvangstbewijzen vervalsten, zodat ook vervalste persoonsbewijzen een geldig ontvangstbewijs leken te hebben.
Doordat men niet wist in hoeverre dat zogenaamde ‘rondzetten’ van de ontvangstbewijzen voldoende veiligheid voor het verzet opleverde en vanwege de onjuiste veronderstelling dat het merendeel van de werknemers in Huize Kleykamp lid was van de NSB, werden op verzoek van het Nederlandse verzet op 11 april 1944 om 15:00 uur op het archief precisiebombardementen uitgevoerd door Engelse Mosquito-bommenjagers. Door de brand die hierdoor ontstond, werd het archief zwaar gehavend. Het gebouw was volledig verwoest, echter van de aanwezige ontvangstbewijzen bleven desondanks toch nog de delen A-Clant en Riemsdijk-Z intact.

 

Gehavend ontvangstbewijs

Gehavend ontvangstbewijs na de brand in het Centrale Bevolkingsregister.
Bron: Andere Tijden


 
 
Persoonsbewijs na de Tweede Wereldoorlog

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog was er nog steeds een tekort aan bepaalde producten, waardoor het persoonsbewijs in gebruik bleef. Bovendien waren mensen die niet (meer) in het bezit waren van een geldig persoonsbewijs of een ‘J’ in het document hadden staan verplicht een nieuw Voorlopig Persoonsbewijs aan te vragen. Het gebruik van het persoonsbewijs werd pas officieel per 1 februari 1951 ingetrokken.

Uiteindelijk zijn alle tweede delen in 1952 door het Ministerie van Binnenlandse Zaken in beheer overgedragen aan het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG). Het jaarboek van het CBG 1969 meldt dat de collectie aan Binnenlandse Zaken werd teruggeven, omdat deze ernstig incompleet was en daarbij weinig werd geraadpleegd. Bovendien wogen de hoge kosten van opslag niet op tegen het belang van de collectie.
Echter, zo heel nutteloos was de collectie indertijd overigens ook niet. Aan de hand van de vingerafdrukken wist men een aantal slachtoffers van de watersnoodramp in 1953 te identificeren. Daarnaast was de pasfoto voor sommige mensen nog de enige tastbare herinnering aan een overleden familielid.
Uiteindelijk is de collectie op last van de overheid naar zeggen in 1962 vernietigd.

 
Databanken

Veel persoonsbewijzen zijn na 1951 vaak vanwege de nare herinnering weggegooid. Tegenwoordig worden de bewaarde of teruggevonden persoonsbewijzen echter steeds vaker digitaal beschikbaar gesteld. Hieronder volgen enkele websites met scans van persoonsbewijzen.

Persoonsbewijzen
Op de website Persoonsbewijzen kunt u zoeken op plaatsnaam of via de familienaam. Daar waar mogelijk aangevuld met genealogische informatie.

Wazamar
Persoonsbewijzen op volgorde van familienaam. Daar waar mogelijk aangevuld met genealogische informatie over voorouders en nazaten. Tevens kunt u zoeken naar de letters en nummers van de gemeenten.

Beeldbank Putten
Geen persoonsbewijzen, maar pasfoto’s 1940-1945 en aanvullende informatie van personen uit gemeente Putten.

Flickr
Scans van persoonsbewijzen.

Picssr
Scans van persoonsbewijzen.

Museon
Scans van persoonsbewijzen en affiches.

Europeana
Verzameling scans en affiches van andere websites.
 
 
Zie ook: Handleiding Bevolkingsboekhouding
 
Bronnen: Persoonsbewijzen, Heemkunde Boekel, Wikipedia (Jacob Lentz), Verzetsmuseum Amsterdam, Wazamar, Stamboomforum, Wikipedia (Ausweis), Joods Cultureel Kwartier, Wikipedia (Persoonsbewijs), Wikipedia (Koninklijke Kunstzaal Kleykamp) en Andere Tijden