Sobre mí

 
Als klein meisje genoot ik stilletjes van de smakelijke anekdotes, die onze huiskamer vulden tijdens de gezellige familieonderonsjes. Vooral de verhalen over de Spaanse afkomst van mijn oma wisten mij mateloos te intrigeren. Compleet was deze familiegeschiedenis zeker niet. In feite bleef het met betrekking tot onze stamvader in Nederland beperkt tot het gegeven dat hij uit Spanje was gevlucht en in Nederland uit veiligheidsoverwegingen een andere achternaam had aangenomen. Ubeda. Van deze plaats in Spanje zou hij afkomstig zijn. Volgens de overlevering hadden zich ook militairen aan de deur gemeld om hem op te pakken, maar zij troffen hem daar niet aan. Het was allemaal een beetje vaag, niemand wist er precies het zijne van. Daarnaast was de periode waarin zich dit zou hebben afgespeeld volstrekt onbekend. Voor het gemak ging men er vanuit dat het mijn overgrootvader betrof. Dat geloofde ik grif. Had je mijn temperamentvolle tantes met hun toch wel exotische voorkomen in Spanje neergezet, dan zouden zij in het Iberische decor beslist niet zijn opgevallen.

Op volwassen leeftijd besloot ik mij behoedzaam op het genealogisch pad te begeven op zoek naar enige bevestiging van hetgeen ik decennia geleden in mijn geheugen had opgeslagen. Al snel pikte ik het spoor op van José Antonio, geboren in Huércal de Almeria als derde zoon van Francisco Rueda Alvarez en Josefa Antonia de Ubeda de Rojo. Daar begon het familieverhaal stevig te rammelen. Niks geen Spaanse volbloed als overgrootvader. De, voor mijn Nijmeegse oudmoeder, Andalusische adonis met zijn blijkbaar zeer sterke genen moest vijf generaties terug gezocht worden. Bovendien werd duidelijk dat José de familienaam van zijn moeder in bruikleen had genomen en niet de naam van zijn herkomstplaats. Gedeserteerd uit het Napoleontische leger. Dat leek een plausibele verklaring voor de militairen aan de deur.

Benieuwd naar welke mysteries en familiegeheimen er verder nog blootgelegd konden worden, stortte ik mij in de jaren die volgden, in het kader van ‘Je bent wie jouw voorouders waren’, vol passie op het uitpluizen van de rechtstreekse lijnen van al mijn overgrootouders. Daarbij passeerde alles wel de revue. Van landbouwers en grote arbeidersgezinnen met veel kindersterfte, landlopers, pauselijke zoeaven, patriciërs, spannende ridderverhalen tot smeuïge intriges aan het Engelse hof.
Hoe belangrijk kan het zijn te weten waar jouw wortels liggen. Immers, geen heden zonder verleden. Met dat ‘excuus’ werd het de hoogste tijd om voor mijn kinderen de lijnen van mijn schoonfamilie onder handen te nemen. Die ontdekkingsreis bracht mij naar geheel andere windstreken.

De strijd met de varianten in patroniemen of familienamen en de woonplaatsen van de doorgaans treklustige voorouders moest ik alleen aangaan. Als genealogische einzelgänger binnen de familie lag het in mijn taak om mij al ploeterend een weg te banen binnen de soms nauwelijks leesbare registraties en documenten. Weliswaar vanaf de zijlijn nauwlettend gadegeslagen en toegejuicht door een menigte geïnteresseerde familieleden, die gretig in afwachting was van de nog toe te werpen kostelijke details. Bijkomstig voordeel van mijn eenzame speurtocht was, dat ik hiermee binnen de familie de functie van opslagplaats had verworven voor oude foto’s, zorgvuldig bewaarde spullen en allerhande familiepaperassen, die soms om onverklaarbare redenen de prullenbak nooit hadden bereikt.

Een nieuw genealogisch tijdperk zou er voor mij aanbreken. Althans, mijn gezinsleden waren die mening toebedeeld. Heimelijk werd een website voor mij aangemaakt. Aan mij de eer om een passende naam te verzinnen. Die mededeling werd mij gedaan tijdens het maken van interieurfoto’s. Met één blik op de uitstalling van de te fotograferen voorwerpen, waaronder een oud koekblik van Verkade, leek mij in alle impulsiviteit ‘Uit de oude Koektrommel’ een briljant idee. Onderscheidend ook. En ach, als het beestje maar een naam heeft.
Hoezeer ik deze totaal onverwachte geste van mijn naasten ook waardeerde, ik kon desondanks als voormalig verstokte digibeet in eerste instantie niet delen in de euforie, die hun wel beschoren was. Wist ik al een aardig sprintje te kunnen trekken na, in de voorafgaande decennia, de eerste voorzichtige stappen op het wereldwijde web te hebben gezet: het vorm en invulling geven aan een eigen website was toch wel hele andere koek. Echter, waar een wil is, is een weg.

Zelf ben ik een groot voorstander van het, bij voorkeur kosteloos, openbaar toegankelijk maken van digitale bronnen ten behoeve van genealogisch onderzoek. Op die manier komt stamboomonderzoek ook binnen handbereik te liggen van belangstellenden met een financiële of mobiele beperking. Met de op mijn website gepubliceerde informatie probeer ik de spreekwoordelijke duit in het zakje te doen door de gezochte route via de digitale snelweg te verkorten en de (beginnende) onderzoekers een wegwijs te bieden in de wereld van genealogie.

Dit laatste is de afgelopen jaren niet onopgemerkt voorbij gegaan. Dagelijks weten velen de weg te vinden naar mijn website en krijgt ‘de koektrommel’, zoals men het met regelmaat placht te noemen, langzamerhand steeds meer naamsbekendheid bij geestdriftige medezwoegers. Zelfs over de landsgrens. Die erkenning is natuurlijk fantastisch.
En hoe bijzonder kan het soms lopen in het leven: tegenwoordig verleen ik als ‘genealogisch hulpverlener’, zoals ik het zelf zou willen noemen, mijn diensten aan organisaties, instellingen, musea en achter de schermen van (inter)nationale televisieprogramma’s en -series. Dit alles als gevolg van de dappere beslissing van José.

Tanja van den Berg, webbeheerster