Predikant Nathanaël Knowles

14 januari 2019 at 13:58

 
Nathanaël Knowles wordt op 26 april 1643 gedoopt in de Groninger Martinikerk. Zijn ouders, de Engelse handschoenmaker Richard Knowles en de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin, wonen op dat moment in de Boteringestraat. Nathanaël is de vijfde en jongste zoon uit het gezin. Evenals zijn oudere broer Christophorus zal hij uiteindelijk kiezen voor het beroep van predikant.

 

Botteringe Straet

De ‘Botteringe Straet’ tussen de ‘Brede Merckt’ (de huidige Grote Markt) en de ‘O. Botteringe Poort’; 1649, Atlas van Loon (Public Domain).
Bron: Wikimedia


 
Doop Nathanael Knowles

Doopinschrijving van Nathanaël Knowles.
Bron: AlleGroningers

 
Op 13 augustus 1661 laat Nathanaël zich inschrijven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen onder de naam N. Knouwels. Tien jaar later duikt hij op als kandidaat theologie in het kerkregister van Appingedam. Alhoewel er geen voornaam of –letter wordt vermeld, moet het hier wel om Nathanaël gaan; zijn broer is dan al enkele jaren predikant in Farmsum.
 
Kerkelijke zaken Appingedam deel I:

Anno 1671 den 29 Decemb is de vergaderinge der ouderlingen ende diaconen met het gebedt aengevangen ende geeindigt

Is door expiratie van drie vierdeel jaers van wijlen Dom. Sibrandus Zal., bij provisie geresolveert, dat
eenige Predicanten ende Candidaten eerstmaell om te predicken opgestelt ende gehoort sullen worden, om daer na eenige uit deselve op de nominatie te brengen. En is ten eersten remarq genomen op volgende personen als

D. Picardus pastor tot Nieuw-kerck
D. Wiardi pastor tot Eenum
D. Havercampius, pastor op Delfzijll
D. Heijdanus, pastor tot Noorthorn
D. Cand. Swaan
D. Cand Alberthoma
D. Cand Knowles
 
In november van 1672 wordt Nathanaël beroepen als predikant en opvolger van dominee Johannes Janssonius in Anloo, waartoe ook de plaatsjes Annen, Annerveen, Eext, Eexterveen, Anderen, Gasteren en Schipborg behoren. Zijn thuisbasis wordt de Sint-Magnuskerk, de oude bisschopskerk in het midden van het dorpsgebied, die sinds 1598 eigendom is van de Nederduits-Gereformeerde Kerk, de latere Hervormde Kerk. Hij zal de eerste predikant in Anloo worden, die aanvangt met het registreren van dopen en overlijden in het kerkboek. De huwelijksinschrijvingen zullen vanaf 1715 worden genoteerd door dominee Ulricus de Vries.

Nathanaël schrijft hierover in het kerkboek:

Alsoo mij geen overleveringhe van het kerckelijck protocol is gedaen en ick nu eerst in den jare 1676 daer toe een boeck heb bekome, heb ick in de eerste jaren van mijn dienst niet konnen registreren de namen der gedoopte kinderen. Dienvolgens sou het konnen geschiet sijn datter int’ begin wel d’een ofte ander mochte uitgelaten ofte misplaest wesen, ’t welck ick nodich achte bekent te maken of men sich in dese of gene gelegenheidt van dit protocol moeste dienen.

 

Kerkregister Anloo

Voorwoord door Nathanaël in het kerkboek van Anloo.
Bron: Drents Archief


 
Sint-Magnuskerk te Anloo

Sint-Magnuskerk te Anloo met de namenlijst van de predikanten.
Foto kerk: Rijksmonumenten (bewerkt; CC BY-SA 3.0 NL)

 
Nathanaël laat op 12 april 1673 in Groningen zijn voorgenomen huwelijk met predikantsdochter Maria Sibelius inschrijven. Dit huwelijk wordt op 30 april van dat jaar ingezegend door dominee Otto Zaunslifer in de Groninger Martinikerk. Maria is de dochter van Adolphus Sibelius, die tijdens zijn leven als predikant werkzaam is in Warfhuizen en Warffum, en Maria Ringels.
Het jaar daarop wordt op 4 april zoon Richardus geboren en een dag later gedoopt. Meer kinderen zullen er niet volgen. Richardus wordt ook niet oud; hij overlijdt in de nacht van 29 juni 1693 op negentienjarige leeftijd.

 

Huwelijksinschrijving Nathanael Knowles en Maria Sibelius

Huwelijksinschrijving van Nathanaël Knowles en Maria Sibelius.
Bron: AlleGroningers


 
Doop Richardus Knowles

Doopinschrijving van zoon Richardus.
Bron: AlleDrenten


 
Overlijden Richardus Knowles

Als predikant moest Nathanaël zelf het overlijden van zijn enig kind inschrijven.
Bron: AlleDrenten

 
In 1683 vertaalt Nathanaël uit het Engels: Richard Baxter; De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken, In XXXII bestieringen, dat hij opdraagt aan Conraedt Ellents, onvanger-generaal van Drenthe en de heerlijkheid Coevorden en diens vrouw Anna Geertruidt Sichman. In 1685 gevolgd door de vertaling uit het Engels: Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen. Het gedachtegoed uit de boeken van Richard Baxter, één van de meest invloedrijke leiders van de non-conformisten, Engelse puritein, predikant, dichter, hymnoloog en polemist, wordt uit naam van de Classis van Rolde onderschreven en ‘seer dienstig ende stigtig bevonden voor Godts Kerke omme door den druk in onse Nederlantsche tale bekent gemaakt te worden.’ Of zoals Nathanaël zelf schrijft ‘voornamelijk om de gehele Nederlantsche Kerke daar door te stichten, na myn kleyn vermogen.’

 

Bladzijde uit Het Goddelyke Leven

Bladzijde uit de vertaling van ‘Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen’.

 
Op 6 juli 1700 moet Nathanaël afscheid nemen van zijn vrouw Maria. Als predikant van de gemeente noteert hij dit overlijden in het kerkboek van Anloo. Ruim twee maanden later op 15 september zal ook Nathanaël het heden met het eeuwige verruilen.

 

Overlijden Maria Sibelius

Terwijl Nathanaël nog zelf het overlijden van Maria noteert…
Bron: AlleDrenten


 

… zal zijn eigen overlijden ruim twee maanden later door zijn opvolger dominee Christophorus Matthaeus worden ingeschreven.
Bron: AlleDrenten


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
(Bewerking Kerkelijke zaken Appingedam deel I: Lidmaten Groningen)
Gehele boeken: De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken en Het goddelyke leven
Bronnen: Lidmaten Groningen, DBNL, Dominees, Drents Archief en Digibron
 
 

Neef Niclaes Piquenoij

7 mei 2017 at 13:52

 
Het echtpaar Christophorus Knowles en Sara Louwens ken ik al jaren. Over Christophorus zijn met name via zijn beroep als predikant wel gegevens te vinden, zij het mondjesmaat. Sara en haar familie daarentegen blijven in nevelen gehuld. Tot de herontdekking van een naam in een kerkregister; ooit al eens gelezen, maar er om onverklaarbare redenen nooit iets mee gedaan: ‘… waer voor Niclaes Piquenoij als neve.’ Kijk, dat opent perspectieven. Had er een naam gestaan in de trant van Joannes Hendricksen dan waren we verder van huis geweest!

 

Huwelijk Christophorus Knowles en Sara Louwens, Groningen 6 juni 1663

Huwelijk Christophorus Knowles en Sara Louwens, Groningen 6 juni 1663.
Bron: allegroningers.nl

 
De naam Niclaes Piquenoij is al snel gevonden in de variant Nicolaes Eliasz Pickenoy, een bekende kunstschilder van portretten en schutterstukken. Zijn ouders zijn de beide uit Antwerpen afkomstige wapen- en zegelsnijder Elias Claesz Pickenoy en Hijltgen Pickhof, alias Heijltje Laurens ’s Jonge. Na hun trouwen in 1586 gaan ze in de Warmoesstraat achter de Oude Kerk wonen. In deze kerk, gewijd aan de heilige Nicolaas, bisschop van Myra, wordt Nicolaes dan op 10 januari 1588 gedoopt.
Nicolaes komt in de leer bij, naar men zegt, de meest succesvolle portretschilder van de oudere generatie Cornelis van der Voort. Wanneer dit zich afspeelt is niet bekend, maar het vroegst gedateerde portret van Nicolaes stamt uit 1617, zo’n vier jaar voor zijn huwelijk met de Amsterdamse Levina Bouwens, afkomstig uit een regentenfamilie. Levina is de dochter van Lieven Bouwens en Sara Gerrits van Tricht. En dat is niet het enige. Levina heeft namelijk ook een oudere zus Magdalena. En… Magdalena is getrouwd met de predikant Abelus Louwens uit Loppersum. Daar komt de naam Louwens in beeld! Dat maakt Nicolaes Eliasz Pickenoy dus de aangetrouwde oom van Sara.

 

Nicolaes Eliasz Pickenoy, zelfportret (1627)

Nicolaes Eliasz Pickenoy, zelfportret (1627).
Bron: nl.wikipedia.org

 
Nicolaes en Levina blijven na hun trouwen in de buurt van de Oude Kerk wonen op de hoek van de Oudezijds Voorburgwal en de Arend Jacobsz Steeg of Duifjessteeg. Hier worden acht van hun tien kinderen geboren, waaronder een zoon Nicolaes, die op 2 februari 1634 in de Oude Kerk is gedoopt. Neef Nicolaes is gevonden! Helaas is er over hem geen enkele verdere informatie te vinden. Ik besluit dan ook maar de levensloop van zijn vader verder te volgen om op die manier toch een aantal decennia uit het leven van neef Nicolaes mee te krijgen.
 

Doop Niclaes, Amsterdam 10 januari 1588, zoon van Elijas Pietersz en Hijltgen Pickhof

Doop Niclaes, zoon van Elijas Pietersz en Hijltgen Pickhof; Amsterdam 10 januari 1588 (Oude Kerk)
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Doop Nicolaes, Amsterdam 2 februari 1634 Oude Kerk NH

Doop Nicolaes, zoon van Nicolaes Elijasz en Levina Bouwens; Amsterdam, 2 februari 1634 (Oude Kerk).
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Nicolaes is in 1629 en 1634 overman van het Amsterdamse Sint Lucasgilde van kunstenaars en kunstambachtslieden, gezeteld in de Waag. In 1637 koopt de inmiddels populaire kunstschilder het grote huis op de hoek van de Sint Antoniesbreestraat, de huidige Jodenbreestraat en de Zwanenburgwal van de beroemde kunsthandelaar, en neef van Rembrandts vrouw Saskia, Hendrick Uylenburgh. Oorspronkelijk is dit het huis en atelier van leermeester Cornelis van der Voort. Na het overlijden van Cornelis in 1624 wordt de inventaris geveild en zijn kunsthandel overgenomen door Hendrick Uylenburgh. Vanaf 1615 zal dit pand gedurende dertig jaar dan ook bekend staan als portretwinkel en schilderswerkplaats. Het huis is gelegen in het centrum van de Amsterdamse kunstmarkt; een plek waar de elite zich in die tijd graag vestigt.

Rembrandt van Rijn wordt in 1639 zijn nieuwe buurman. Hij komt naast Nicolaes wonen in het grote koopmanshuis, het huidige Rembrandthuis. De huizen van Rembrandt en Nicolaes zijn gunstig op het noorden gelegen en dus uiterst geschikt om als werkplaats voor portretten en grote schuttersstukken te dienen.
Nicolaes staat bekend om zijn trage manier van werken. Op het moment dat hij benaderd wordt voor een opdracht kan hij daar om die reden dan ook geen tijd voor vrijmaken aangezien hij nog bezig is met een schuttersstuk. De opdracht gaat vervolgens via de ‘schilderswinkel’ van Hendrick Uylenburgh naar Rembrandt en zal bekend worden als ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’ (1632)’.

 

De huizen van Rembrandt en Nicolaes met op de achtergrond de Zuiderkerkstoren.

De huizen van Rembrandt en Nicolaes met op de achtergrond de Zuiderkerkstoren.
Bron: beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010097006236

 
De beide buurmannen krijgen in 1639, samen met nog enkele kunstenaars, de opdracht om een groepsportret van een schutterscompagnie voor de nieuwe Grote Zaal van de Kloveniersdoelen te maken. Voor Rembrandt wordt dit ‘Officieren en andere schutters van wijk II in Amsterdam onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch’ (1642), beter bekend als de ‘Nachtwacht’ en voor Nicolaes ‘Officieren en andere schutters van wijk IV in Amsterdam onder leiding van kapitein Jan Claesz van Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde’ (1642). Anders dan Rembrandt zet Nicolaes alle mannen er goed zichtbaar op. Het zijn immers zijn opdrachtgevers en hebben per persoon zo’n zestig gulden betaald.

Vanwege zijn eerder genoemde trage werkwijze wordt er tussen zijn vroegere leerling Bartholomeus van der Helst en de apotheker Pieter Harbers, die op het bewuste schuttersstuk staat afgebeeld, een weddenschap aangegaan. Volgens Bartholomeus van der Helst zal Nicolaes niet in staat zijn om het schuttersstuk op de vastgestelde datum van 28 juli 1642 af te hebben. Pieter Harbers heeft er alle vertrouwen in dat het Nicolaes wel gaat lukken. De inzet is een ‘stuck schilderij met verscheyden conterfeijtsels’ dat hij voor de apotheker zal maken. In het geval dat de schilder de weddenschap gaat verliezen, krijgt de apotheker het schilderij. Verliest de apotheker de weddenschap dan moet hij de schilder het dubbele van de eerder overeengekomen prijs voor het portret betalen. Nicolaes moet een tandje hebben bijgezet, want hij weet het schilderij voor de afgesproken datum te voltooien…

 

Schutters van de compagnie van kapitein Jan Claesz. van Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde (1642) door Nicolaes Eliasz Pickenoy

Schutters van de compagnie van kapitein Jan Claesz van Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde (1642) door Nicolaes Eliasz Pickenoy.
Bron: geni.com

 
De beide schuttersstukken hebben een behoorlijk forse afmeting. Het vermoeden bestaat dat Rembrandt zijn ‘Nachtwacht’ buiten onder een afdak op zijn binnenplaats heeft geschilderd. Na voltooiing is het schilderij in opgerolde staat via een vrije uitgang onder het huis van buurman Nicolaes tot de Zwanenburgwal naar buiten gebracht. Waarschijnlijk heeft Nicolaes zijn schuttersstuk in zijn eigen werkplaats vervaardigd. Deze werkplaats zal dus hoger en groter zijn geweest dan die van Rembrandt.

Nicolaes verkoopt uiteindelijk het hoekhuis in 1645 voor negenduizend gulden. Twee jaar later wordt bij het huwelijk van zijn dochter vermeld dat hij woonachtig is op de Singel. Wanneer hij is overleden is niet bekend, maar in oktober 1656 wordt zijn vrouw Levina als zijn weduwe vermeld in een akte. Levina wordt op 29 november 1662 op het Amsterdamse Karthuizer Kerkhof begraven.

De familieband tussen de beide Amsterdamse en Groningse families moet goed zijn geweest, aangezien neef Nicolaes de moeite heeft genomen om zijn nicht Sara bij te staan. Zeker voor die tijd zal de reis een hele onderneming zijn geweest. En dankzij zijn naam heb ik nu, ruim driehonderdvijftig jaar later, aansluiting gekregen op nog eens tweehonderd jaar Groningse familiegeschiedenis. Hij moest eens weten!

 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: scriptio.nl, rembrandthuis.nl, apps.carleton.edu, nl.wikipedia.org, dspace.library.uu.nl en nl.wikipedia.org
 
 

De Knollys Roos Ceremonie

30 november 2016 at 15:54

 
Via mijn Engelse voorouder Richard Knowles kom ik uit bij de roemruchte familie Knollys (uitgesproken als ‘Knowles’). Hele boekwerken zijn er geschreven over deze familie; van spannende ridderverhalen tot smeuïge intriges aan het Engelse hof en alles wat er tussenin zit. Zo vond ik ook het verhaal over de ‘Knollys Roos Ceremonie’.

We schrijven het jaar 1381. Lady Constance Beverley woont met haar echtgenoot Sir Robert Knollys aan de westkant van ‘Seething Lane’ in Londen, in die tijd ‘Cevenden Lane’ of ‘Syvenden Lane’ genoemd. Terwijl Sir Robert op dat moment aan de zijde van zijn vriend Jan van Gent (Hertog van Lancaster en de vierde zoon van Koning Edward III van Engeland) in de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) tegen Frankrijk vecht heeft Lady Constance de verantwoordelijkheid over het huis.
Al sinds het echtpaar in 1370 het huis met belendend perceel kocht ergerde Lady Constance zich mateloos aan het in haar richting opwaaiende kaf van het gedorste veld tegenover hun huis. Sir Robert en Lady Constance besluiten hierop om in 1379 het betreffende veld aan de oostkant van de straat te kopen om er een rozentuin aan te planten. Het probleem is echter dat een hoofdweg de beide percelen doorkruist. Lady Constance, niet voor één gat te vangen, vindt tijdens de afwezigheid van Sir Robert de oplossing in het laten bouwen van een voetgangersbrug over de weg als verbinding tussen beide gronden. Een mooie bijkomstigheid, en zeker niet minder belangrijk, is dat ze op die manier ook haar schoenen niet meer hoeft te bevuilen aan de modderige straat. Echter, voor de bouw van de voetbrug ‘vergeet’ ze voor het gemak de bouwvergunning aan te vragen. (Of wellicht is zij als echtgenote wettelijk gezien niet eens bij machte om deze vergunning aan te vragen.)
 

All Hallows Barking kerk

De All Hallows Barking kerk met de Syvenden Lane naar boven.
Bron (bewerkt): living-in-the-past.com


 
Helaas voor Lady Constance wordt de overtreding niet door de vingers gezien. Ze zal zich moeten verantwoorden voor haar daad. De Raad van de City of London, met aan het hoofd Lord Mayor Sir William Walworth, belegt een vergadering om de kwestie te bespreken en komt met het besluit dat het opleggen van een boete zeker op zijn plaats zou zijn. Regels zijn immers regels.
Sir Robert is echter een uiterst gerespecteerde en invloedrijke man, die niet alleen voor het land tegen Frankrijk vecht, maar die tevens erg populair is bij de inwoners van Londen door zijn cruciale rol bij het neerslaan van de boerenopstand eerder dat jaar. Een forse straf zou wel heel ondankbaar overkomen. Bovendien is Sir Knollys ook nog eens goed bevriend met de Lord Mayor.
Op 23 juli 1381 wordt besloten dat er een symbolische boete zal worden opgelegd; Sir Robert (en zijn erfgenamen of nazaten) moet jaarlijks tot ‘in eeuwigheid’ op 24 juni, de dag van het Sint-Jans feest dat drie dagen na de Midzomerzonnewende gevierd wordt, een rode roos uit de tuin van Syverden Lane aanbieden aan de dienstdoend edelman van Guildhall, het gemeentehuis:

To all persons who these present letters shall see or hear, the Mayor Aldermen and Commonalty of the City of London Greeting, know ye that we have granted unto Messire Robert Knolles Knight, our dear and well beloved fellow citizen, and to Constance his wife, leave to make a Haut-pas of the height of 14 feet extending from the house of the said Robert and Constance his wife on the west side thereof to another house to them belonging on the east side thereof, beyond the lane of Syvendenlane in the parish of All Hallows Berkyngechirche, near the Tower of London, rendering yearly to the Chamberlain of the Guild Hall of the said City for the time being one red rose at the feast of St. John the Baptist.

Na deze uitspraak wordt met terugwerkende kracht alsnog toestemming verleend voor de bouw van de voetgangersbrug met een hoogte van veertien voet en is de zaak daarmee afgedaan.

Helaas is er geen documentatie bekend over hoe Sir Robert op de gehele zaak heeft gereageerd bij thuiskomst, maar aangezien zijn vrouw bekend staat om haar ontzagwekkende en sterke persoonlijkheid, zal de gang van zaken hem nauwelijks hebben verbaasd.
De taak van het in ontvangst nemen van de ‘afbetaling’ komt in handen te liggen van de Lord Mayor. Daarbij is het wel grappig om te weten dat een zoon van Sir Robert en Lady Constance, Thomas Knollys, in 1399 en 1410 zelf Lord Mayor van Londen was. Dat zullen gezellige familieonderonsjes zijn geweest!

De ceremonie heeft eeuwenlang bestaan. Waarschijnlijk tot 1666, het jaar waarin de ‘Grote Brand’ van Londen plaatsvond en de rozentuin vermoedelijk is vernietigd. Daarna raakt het in de vergetelheid. Tot de ceremonie door vicaris Tubby Clayton van de All Hallows-by-the-Tower kerk, ook wel All Hallows Barking kerk genoemd, in 1924 nieuw leven ingeblazen wordt. Weliswaar niet meer op Sint-Jans dag, maar op een dag in de maand juni, wanneer de Lord Mayor hiervoor beschikbaar is.
 

Knollys Roos Ceremonie

Knollys Roos Ceremonie
Bronnen: Knollys glas-in-loodraam in de All Hallows-by-the-Tower kerk (lostcityoflondon.co.uk), Knollys wapen (pinterest.com), Roos (lostcityoflondon.co.uk) en de processie (ianvisits.co.uk)


 
Tijdens de viering van de huidige Knollys Roos Ceremonie komen genodigden en nazaten van de Knollys familie bijeen in de kerk van All Hallows-by-the-Tower, waar een dienst wordt gehouden. Na de dienst begeeft het gezelschap zich naar Seething Lane Garden, de plek waarvan gezegd wordt dat het de locatie is van de rozentuin van Lady Constance. De leiding van de ceremonie ligt in handen van de Master of the Worshipful Company of Watermen and Ligtermen of the river Thames, van oorsprong het gilde van de vervoerders van mensen en goederen over de rivier de Theems. In een korte toespraak legt hij de geschiedenis van het ontstaan van de ceremonie uit, knipt vervolgens in alle ernst een rode roos af, die hij met uiterste zorgvuldigheid heeft uitgekozen en legt de roos op een fluwelen kussen, dat gedragen zal worden door de vicaris van de kerk. Dan volgt er een kleurrijke processie door de straten van het oude Londen richting het Mansion House, de ambtswoning van de Lord Mayor, alwaar deze staat te wachten op de jaarlijkse afbetaling van de boete. In een besloten ceremonie wordt de roos dan aan hem aangeboden.

De bewuste voetgangersbrug was trouwens een veel korter leven beschoren; die werd naar aller waarschijnlijkheid al aan het begin van de zestiende eeuw afgebroken…
 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Bronnen: mylondonpassion.com, sightseer.tvianvisits.co.uktraditionalcustomsandceremonies.wordpress.com en british-history.ac.uk
 
 

De Knowles en het Londen van voor en tijdens de grote brand

14 mei 2016 at 18:14

 
Richard Knowles, handschoenmaker van beroep, was afkomstig uit Engeland. Hij trouwde met de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin en samen woonden zij in de Boteringestraat te Groningen alwaar zij een winkel hadden.
De band met Engeland bleef bestaan. Zo werd er in de huwelijksinschrijving van zoon Hendrick vermeld: ‘van Londen in Engeland’ en zoon Jacobus was ‘ordinaris bode van Groningen op Londen’. Groot zal dan ook hun schrik geweest zijn toen het nieuws over de grote brand in Londen hun bereikte.

De grote brand van Londen begon kort na middernacht van zaterdag 1 september 1666 in een kleine bakkerij in Pudding Lane in het oosten van de stad in het huis van Thomas Farrinor, de bakker van koning Karel II. Volgens veel schrijvers ontstond de brand doordat Farrinor was vergeten het vuur in zijn oven te doven voor hij naar bed ging. Smeulende asresten zouden een stapel hout in brand gezet hebben. Hijzelf beweerde echter dat het vuur in zijn benedenhuis ontstaan was. Farrinor werd rond één uur door de brand wakker en wist met zijn gezin te ontsnappen via een bovenraam. De meid van de bakker durfde echter niet over het dak, viel terug in de zolder en werd het eerste slachtoffer.

Binnen een uur na het ontstaan van de brand werd de burgemeester, Sir Thomas Bludworth, wakker gemaakt en op de hoogte gesteld. Na het vuur met eigen ogen te hebben aanschouwd, verklaarde hij dat het om een kleinigheid ging (‘A woman might piss it out.’) en ging weer slapen.

De meeste gebouwen in Londen waren destijds uit brandbaar materiaal opgetrokken, zoals hout en stro. De overbevolkte stad had nog grotendeels een middeleeuws karakter. Daarbij was de zomer erg heet en droog geweest. De rondvliegende vonken werden aangewakkerd door een felle oostenwind, waardoor naastliggende panden vlam vatten en de brand zich zeer snel uitbreidde. Daarbij kwam dat de huizen zeer dicht opeen stonden en de straten zeer smal waren waardoor het vuur eenvoudig kon overslaan.

Vier dagen later lag het overgrote deel van oud-Londen op de noordelijke oever van de Thames in as. Binnen de wallen van de oude stad bleef alleen de noord-oostelijke hoek gespaard. Daar werd de vuurzee bedwongen, juist voordat het de ‘Tower’ bereikte; tot opluchting van de goudsmeden, die er al hun edelmetaal in veiligheid hadden gebracht. De drukkers en de papier- en boekhandelaren waren minder gelukkig. Die hadden hun voorraden ondergebracht in de crypte van St. Paul’s kathedraal. Toen de papiermassa vlam vatte, leek het alsof de kathedraal explodeerde. Door de sterke wind uit zee breidde het vuur zich aan de westkant van de stad het verst uit, over de stadswallen, over de River Fleet, tot aan het begin van Fleet Street. In totaal raakten tachtigduizend mensen dakloos. In vierhonderd straten zijn meer dan dertienduizend huizen en zesentachtig kerken verwoest. Toen op woensdagavond de wind ging liggen en het vuur onder controle was, bestond het oude hart van Londen niet meer.
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: nl.wikipedia.org en cubra.nl

 

 
 

Richard Knowles en Francijntie Perin

20 maart 2016 at 16:43

 
Mijn Engelse voorouder Richard Knowles is een nazaat van de roemruchte familie Knollys, uitgesproken als ‘Knowles’. Hele boekwerken zijn er geschreven over deze familie; van spannende ridderverhalen tot smeuïge intriges aan het Engelse hof en alles wat er tussenin zit. Zoveel er over de familie bekend is, zo relatief weinig is er over Richard en zijn gezin te vinden.

Richard is handschoenmaker van beroep en werkt in 1630 in die hoedanigheid in de Groningse Popkenstraat. Het huwelijk van Richard en zijn aanstaande bruid Francijntie Perin wordt op 21 augustus 1630 in Groningen en op 25 augustus 1630 in Amsterdam ingeschreven. De kerkelijke inzegening volgt in de Engelse Presbyteriaanse kerk van Amsterdam op 7 oktober 1630.
Als plaats van herkomst wordt voor Richard in het register van Groningen ‘Kintum’ aangegeven en in het register van Amsterdam iets in de trant van ‘Kyntun’. Mogelijk wordt hier Kington (Herefordshire) of Kineton (Warwickshire) mee bedoeld. Beide streken komen namelijk ook voor in de geschiedenis van de familie Knowles of Knollys. Gebaseerd op de gegevens in de Amsterdamse inschrijving moet zijn geboortejaar rond 1601 liggen.
Francijntie wordt rond 1610 geboren in Vlissingen en bij de inschrijving in Amsterdam geassisteerd door haar moeder Cathalijn Jonas. Zij had in ieder geval nog een twee jaar jongere broer Dirck, geboren in Vlissingen en van beroep handschoenmaker in Amsterdam. Dirck trouwt in 1632 met de uit Londen afkomstige Marritie Stoffels Jonas, dochter van Christoffel Jonas. In hoeverre Cathalijn en Christoffel aan elkaar verwant zijn is (nog) niet duidelijk. Opvallend is wel dat Richard en Francijntie een zoon Christophorus hebben genoemd.

 

Ritsart Knowles en Francijntien Perin

Huwelijksinschrijving van Richard Knowles en Francijntie Perin; Groningen 21 augustus 1630.
Bron: AlleGroningers


 
Huwelijksaankondiging Richard Knowles en Francijntie Perin

Huwelijksinschrijving van Richard Knowles en Francijntie Perin; Amsterdam 25 augustus 1630
Bron: FamilySearch


 
Huwelijk Richard Knowles en Francijntie Perin

Huwelijk van Richard Knowles en Francijntie Perin in de Engelse Presbyteriaanse Kerk te Amsterdam op 7 oktober 1630.
Bron: FamilySearch

 
Richard en Francijntie krijgen, voor zover bekend, vier zonen en twee dochters: Hendrick, Jacobus, Christophorus, Samuel, Nathanaël, Cateleijntie en Hanna. Van de oudste drie kinderen heb ik geen doopregistratie kunnen achterhalen. Bovendien zit er een hiaat tussen de eerste drie kinderen en het vierde kind. Het is niet onmogelijk dat zij in Engeland zijn geboren. Voor de oudste zoon Hendrick lijkt dat haast zeker. Hij trouwt in 1649 met Trijne Joesten. De huwelijksinschrijving van 17 maart 1649 vermeldt ‘Hendrick Knauwels van Londen in Engelant’.
Zoon Jacobus is in 1651 ordinaris bode van Groningen op Londen. Op 18 maart 1662 gaat hij in Groningen in ondertrouw met Jannichjen Tobias van Tennez. Van zowel Hendrick als Jacobus heb ik na hun huwelijk niets meer kunnen vinden.

 

Huwelijksinschrijving Hendrick Knowles

Huwelijksinschrijving van ‘Hendrick Knauwels van Londen in Engelant’ en Trijne Joesten; Groningen, 17 maart 1649.
Bron: AlleGroningers

 
De beide broers Christophorus en Nathanaël kiezen voor het beroep van predikant. Christophorus trouwt in 1663 in Groningen met Sara Louwens, aangetrouwde nicht van de bekende kunstschilder Nicolaes Eliasz Pickenoy. Het huwelijk wordt op 6 juni 1663 ingeschreven. Hij wordt als predikant beroepen in Uitwierde en later in Farmsum, alwaar hij op 23 mei 1690 wordt begraven.
Nathanaël wordt op 26 april 1643 in de Groninger Martinikerk gedoopt. Het gezin woont dan in de Boteringestraat. Van Nathanaël is bekend dat hij vanaf 1661 filosofie heeft gestudeerd aan de Universiteit van Groningen. Hij trouwt op 30 april 1673 in de Groninger Martinikerk met Maria Sibelius, dochter van Adolphus Sibelius, in leven predikant te Warfhuizen en Warffum. In 1683 vertaalt hij uit het Engels: Richard Baxter; De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken, In 32 bestieringen, dat hij opdraagt aan Conraedt Ellents, onvanger-generaal van Drenthe en de heerlijkheid Coevorden en diens vrouw Anna Geertruidt Sichman en in 1685 Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen. Vanaf november 1672 tot aan zijn overlijden op 15 september 1700 zal Nathanaël als predikant werkzaam zijn in Anloo. (Zie ook: Predikant Nathanaël Knowles)

 

Overlijden Richardus Knowles

Als predikant moest Nathanael zelf het overlijden van zijn enig kind inschrijven…
Bron: AlleDrenten


 
Overlijden Maria Sibelius

… en van zijn vrouw.
Bron: AlleDrenten

 
Zoon Samuel en dochter Cateleijntie vestigen zich in Amsterdam. Samuel, gedoopt op 28 april 1641 in de Groninger A-Kerk, koopt op 10 mei 1664 het Amsterdamse poorterschap en wordt wijnkoper en wijnverlater. Hij gaat op 22 februari 1664 in ondertrouw met de Amsterdamse Elisabeth Goethand en zal tot zijn overlijden in Amsterdam blijven wonen. Samuel wordt begraven in de Zuiderkerk op 6 november 1666.
Cateleijntie wordt op 13 februari 1646 in de Groninger A-Kerk gedoopt. Het gezin woont dan nog steeds in de Boteringestraat. Op 20 januari 1666 wordt in Groningen haar huwelijk met de uit Antwerpen afkomstige Pieter Ariacus ingeschreven. De inschrijving vermeld ‘Catelina Knauwels waer voor Ritser Knauwels als vader’. Na hun huwelijk vertrekt het stel naar Amsterdam. Hun eerste kind wordt vernoemd naar de dan al overleden broer Samuel.
Dochter Hanna heb ik na haar dopen op 26 november 1648 in de Groninger A-Kerk nergens meer kunnen traceren.

 

Poorterschap Samuel Knowles

Inschrijving van Samuel Knowles in het poorterboek; Amsterdam, 10 mei 1664.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Huwelijksinschrijving Cateleijntie Knowles

Huwelijksinschrijving van Pieter Ariacus en Cateleijntie Knowles, waarin haar vader nog wordt genoemd. Groningen, 20 januari 1666.
Bron: AlleGroningers

 
Richard en Francijntie wonen met zekerheid tussen 1641 en 1648 in de Boteringestraat in Groningen, alwaar hij winkelier is. De zaken lijken niet zo voorspoedig te verlopen als gehoopt. In het ONA van Rotterdam zijn namelijk twee samenvattende transcripties van akten te vinden met betrekking tot Richard:

2 augustus 1647. Notaris Adriaan Kieboom. Rogier Harley, Engels koopman, machtigt doctor Johannes Meijnts te Groningen om 106 pond te innen van Ritchard Knowles, wonende te Groningen.

17 augustus 1647. Notaris Jacobus Delphius. Joseph Denman, koopman, gemachtigd door William Schapes, koopman, op 1 juli 1651, voor notaris Johannes van Weel, machtigt Sijmon van Hoornbeeck, koopman te Groningen, om van Ritchert Knowles, winkelier aldaar, zijn tegoeden te vorderen.

Toch zal dit weinig impact op de financiële situatie van Richard en Francijntie hebben gehad, aangezien van een aantal zonen bekend is dat zij aan de Universiteit hebben gestudeerd. Hoe het leven er hierna voor Richard en Francijntie heeft uitgezien is mij onbekend. Richard wordt dus nog vermeld in de huwelijksinschrijving van dochter Cateleijntie, wat maakt dat hij overleden moet zijn na 20 januari 1666. Wellicht dat Richard voor 4 april 1674 is overleden. Dan wordt de zoon Richardus van Nathanael en Maria geboren. Mogelijk is deze zoon naar Richard vernoemd.
Francijntie is nog getuige geweest bij de doop van Jannetie, de dochter van Pieter Adriaensz en Catalena Knouwels. Dat maakt dat zij overleden moet zijn na 3 augustus 1668.
 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel