Mijn Engelse voorouder Richard Knowles is een nazaat van de roemruchte familie Knollys, uitgesproken als ‘Knowles’. Hele boekwerken zijn er geschreven over deze familie; van spannende ridderverhalen tot smeuïge intriges aan het Engelse hof en alles wat er tussenin zit. Zoveel er over de familie bekend is, zo relatief weinig is er over Richard en zijn gezin te vinden.

Richard is handschoenmaker van beroep en werkt in 1630 in die hoedanigheid in de Groningse Popkenstraat, op steenworp afstand van de Martinikerk. Het huwelijk van Richard en zijn aanstaande bruid Francijntie Perin wordt op 21 augustus 1630 in Groningen en op 27 augustus 1630 in Amsterdam ingeschreven. De kerkelijke inzegening volgt in de Engelse Presbyteriaanse kerk van Amsterdam op 7 oktober 1630. Gebaseerd op de gegevens in de Amsterdamse inschrijving moet zijn geboortejaar rond 1601 liggen.

 

Popkenstraat Groningen

De Popkenstraat in Groningen, waar Richard gevestigd was als handschoenmaker.
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)

 
Als plaats van herkomst wordt voor Richard in het register van Groningen ‘Kintum’ aangegeven en in het register van Amsterdam iets in de trant van ‘Kyntuyn’. Mogelijk wordt hier Kington (Herefordshire) of Kineton (Warwickshire) mee bedoeld. Deze streken komen namelijk ook voor in de geschiedenis van de familie Knowles of Knollys.
Francijntie wordt rond 1610 geboren in Vlissingen en bij de inschrijving in Amsterdam geassisteerd door haar moeder Cathalijn Jonas. Zij had in ieder geval nog een twee jaar jongere broer Richard, Dirck genoemd, tevens geboren in Vlissingen en van beroep handschoenmaker in Amsterdam. Dirck trouwt in 1632 met de uit Londen afkomstige Marritie Stoffels Jonas, dochter van Christoffel Jonas. Uit een notariële akte, waarin Dirck zijn momber Dirck Jansz Broeck ontslag van het momberschap verleent, blijkt dat de moeder van Francijntie en Dirck is hertrouwd met hun stiefvader Christoffel Jonas, de vader van Marritie Stoffels Jonas. Alhoewel Dirck en Marritie geen bloedverwanten zijn, maakt hen dat op papier wel stiefbroer en -zus. Francijntie en Dirck, beiden van hun al vroeg overleden vader Francoijs Perijn, moeten nog een broer of zus hebben gehad.

 

Huwelijksinschrijving van Richard Knowles en Francijntie Perin

Huwelijksinschrijving van Richard Knowles en Francijntie Perin; Groningen 21 augustus 1630.
Bron: AlleGroningers


 
Huwelijksaankondiging Richard Knowles en Francijntie Perin

Huwelijksinschrijving van Richard Knowles en Francijntie Perin; Amsterdam 27 augustus 1630
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Huwelijk Richard Knowles en Francijntie Perin

Huwelijk van Richard Knowles en Francijntie Perin in de Engelse Presbyteriaanse Kerk te Amsterdam op 7 oktober 1630.
Bron: FamilySearch

 

Ontslag momberschap Dirck Perijn

Gedeelte uit de Utrechtse notariële akte (d.d. 15 april 1633) waaruit blijkt dat moeder Cathalijne is getrouwd met Christoffel Jonas.
Bron: Het Utrechts Archief


Gedeeltelijke transcriptie:
‘… Bekende voorts hij comparant uit hande van Christoffel Jonas zijnen schoonvader, ende Chathalijna Dirx zijne huijsfr(ou) zijns comp(aran)ts moeder, ontfangen te hebben, de twehondert g(uld)en, die zij Cathalina hem comp(aran)t voor ende in voldoeninge van zijns comp(aran)ts za(liger) vaders goet ende erffenisse bij uitcope in date den xxviijden Januarij 1626 bewesen…

Richard en Francijntie krijgen, voor zover bekend, vier zonen en twee dochters: Hendrick, Jacobus, Christophorus, Samuel, Nathanaël, Cateleijntie en Hanna. Van de oudste drie kinderen heb ik geen doopregistratie kunnen achterhalen. Bovendien zit er een hiaat tussen de eerste drie kinderen en het vierde kind. Het is niet onmogelijk dat zij in Engeland zijn geboren.
De oudste zoon Hendrick trouwt in 1649 met Trijne Joesten. De huwelijksinschrijving van 17 maart 1649 vermeldt ‘Hendrick Knauwels van Londen in Engelant’. Zoon Jacobus is in 1651 ordinaris bode van Groningen op Londen. Op 18 maart 1662 gaat hij in Groningen in ondertrouw met Jannichjen Tobias van Tennez. Van zowel Hendrick als Jacobus heb ik na hun huwelijk niets meer kunnen vinden.

 

Huwelijksinschrijving Hendrick Knowles

Huwelijksinschrijving van ‘Hendrick Knauwels van Londen in Engelant’ en Trijne Joesten; Groningen, 17 maart 1649.
Bron: AlleGroningers

 
De beide broers Christophorus en Nathanaël kiezen voor het beroep van predikant. Christophorus, die vanaf zijn zeventiende jaar filosofie studeerde aan de Universiteit van Groningen, trouwt in 1663 in Groningen met Sara Louwens, aangetrouwde nicht van de bekende kunstschilder Nicolaes Eliasz Pickenoy (zie ook: Neef Niclaes Piquenoij). Het huwelijk wordt op 6 juni 1663 ingeschreven. Hij wordt als predikant beroepen in Uitwierde en later in Farmsum, alwaar hij op 23 mei 1690 wordt begraven.
Nathanaël wordt op 26 april 1643 in de Groninger Martinikerk gedoopt. Het gezin woont dan in de Boteringestraat. Van Nathanaël is bekend dat hij vanaf 1661 filosofie heeft gestudeerd aan de Universiteit van Groningen. Hij trouwt op 30 april 1673 in de Groninger Martinikerk met Maria Sibelius, dochter van Adolphus Sibelius, in leven predikant te Warfhuizen en Warffum. In 1683 vertaalt hij uit het Engels: Richard Baxter; De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken, In 32 bestieringen, dat hij opdraagt aan Conraedt Ellents, onvanger-generaal van Drenthe en de heerlijkheid Coevorden en diens vrouw Anna Geertruidt Sichman en in 1685 Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen. Vanaf november 1672 tot aan zijn overlijden op 15 september 1700 zal Nathanaël als predikant werkzaam zijn in Anloo. (Zie ook: Predikant Nathanaël Knowles)

 

Bladzijde uit Het Goddelyke Leven

Bladzijde uit de vertaling van ‘Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen’.

 
Zowel zoon Samuel als dochter Cateleijntie vestigen zich in Amsterdam. Samuel, gedoopt op 28 april 1641 in de Groninger A-Kerk, koopt op 10 mei 1664 het Amsterdamse poorterschap en wordt wijnkoper en wijnverlater. Hij trouwt ‘met ouders consent‘ op 18 maart 1664 met de Amsterdamse Elisabeth Goethand, dochter van de Engelse Charles Goodhand, wapensnijder en lidmaat van de Engelse gemeente van de Brownisten, en zal tot zijn overlijden in Amsterdam blijven wonen. Samuel wordt begraven in de Zuiderkerk op 6 november 1666. (Zie ook: Wijnverlater Samuel Knowles)

 

Poorterschap Samuel Knowles

Samuel Knowles legt in Amsterdam op 10 mei 1664 zijn poorter eed af.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Cateleijntie wordt op 13 februari 1646 in de Groninger A-Kerk gedoopt. Het gezin woont dan nog steeds in de Boteringestraat. Op 20 januari 1666 wordt in Groningen haar huwelijk met de uit Antwerpen afkomstige Pieter Ariacus (ook wel Adriaensz) ingeschreven. De inschrijving vermeldt ‘Catelina Knauwels waer voor Ritser Knauwels als vader’. Na hun huwelijk vertrekt het stel naar Amsterdam. Hun eerste kind wordt vernoemd naar de dan al overleden broer Samuel. Opvallend bij de doop van zoontje Samuel is de naam van de doopgetuige Elisabet Knouwels. Aangezien bij de doop van zijn zusje Jannetie als getuigen vermeld worden Franscijntie Pirein en Nathaniel Knouwels, lijkt het haast voor de hand liggend dat Elisabet Knouwels ook een direct familielid zal zijn.
Dochter Hanna heb ik na haar dopen op 26 november 1648 in de Groninger A-Kerk nergens meer kunnen traceren.

 

Huwelijksinschrijving Cateleijntie Knowles

Huwelijksinschrijving van Pieter Ariacus en Cateleijntie Knowles, waarin haar vader nog wordt genoemd. Groningen, 20 januari 1666.
Bron: AlleGroningers


 
Doopinschrijving Samuel

Doopinschrijving (Amsterdam, 31 maart 1667) van zoontje Samuel, waarin als doopgetuige wordt genoemd Elisabet Knouwels.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Doopinschrijving Jannetie Knouwels

Doopinschrijving (Amsterdam, 3 augustus 1668) van dochtertje Jannetie, waarin als doopgetuigen worden genoemd haar grootmoeder Franscijntie Pirein en haar oom Nathaniel Knouwels.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Richard en Francijntie wonen met zekerheid tussen 1641 en 1648 in de Boteringestraat in Groningen, alwaar hij winkelier is en koopman. Richard wordt in enkele Rotterdamse notariële akten vermeld.

De eerste akte stamt uit 1642 (Notaris Adriaen Kieboom) en betreft een machtiging. Ritchard Chambres, gemachtigde van de in Engeland wonende Engelse koopman Anthonij Flitchert, machtigt Ritchard Knoules, wonende te ‘Groeningen in Vrieslandt’, om te eisen dat de boete van 5000 gulden wordt betaald die het Gerecht van Leeuwarden heeft opgelegd aan Rombart Siccaman, koopman te Leeuwarden, op een eis van Anthonij Flitchert. De machtiging dateert van 24 september 1640. (De omgerekende koopkracht van fl. 5000,00 ligt momenteel rond € 60.163,44)

 

Notariële akte (machtiging) Rotterdam 15 april 1642

Notariële akte (machtiging) uit Rotterdam, d.d. 15 april 1642.
Bron: Stadsarchief Rotterdam

Transcriptie:
‘Opten XV-den April anno XVJc(ent) twee ende veertich Compareerde voor mij Adriaen Kieboom Notaris publijcq etc mr. Ritchard Chambres als procuratie hebbende van mr. Anthonij Flitchert Engels coopman tegenwoordich wonende in Engelandt, sijnde de delve procuratie gepasseert voor mij notaris ende seeckere getuijgen, in dato den XXIIIJ-en Septemb(er) XVJc(ent) veertich, de welcke v(an)uijt crachte vande generale clausule van substitutie inde voors(egte) acte van procuratie geinsereert, geconstitueert ende machtich gemaeckt heeft, sulcx hij doet bij dese mr. Ritchard Knoules coopman wonen(de) tot Groeningen in Vrieslandt omme v(an)uijt den naem ende van wegen hem Comparant opt spoedichste ter executie te stellen soodanige sententie, als den voornoemden Ritchert als eijsscher heeft geobtineert voorden E(dele) Hove ofte Gerechte van Leeuwaerden, tot laste van Rombart Siccaman coopman wonende tot Leeuwaerden voorschreve, Ende dat ter somme van vijftich hondert gulden metten Intresse vandien, de penningen te ontfangen quirtantie vansijnen ontfangen te geven, Een ofte meer p(er)soonen te mogen substitueren, Ende voorts alles anders te doen handelen, Ende procureren, dat hij comparant selffs present sijnde soude connen ofte mogen te doen alwaert dat de saeck naerder Ende speciaelder bevel requireerde dan voors(egte) stadt, Belovende voor goet vast ende van waerden te sullen houden ende doen houden dat bijde geconstitueerde ofte desselffs gesubstitueerde off gesubstitueerdens in desen gedaen ende gehandelt sal werden Inder verbandt desen
Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie van Jan Troost ende Coen van Praet als get(uijg)en hier toe gerequireert die dese mede ondert(ekent) hebben.’

De tweede notariële akte (Notaris Adriaan Kieboom) van 2 augustus 1647 ziet er wat minder rooskleurig uit voor Richard. De Engelse koopman Rogier Hartley machtigt doctor Johannes Meijnts te Groningen om 106 pond te innen van Ritchard Knowles, wonende te Groningen.

 

Notariële akte Rotterdam 2 augustus 1647

Notariële akte uit Rotterdam, d.d. 2 augustus 1647.
Bron: Stadsarchief Rotterdam

Transcriptie:
‘Opten ij-den augusti anno XVc(ent) sevenendeveertich compareerde voor mij Adriaen Kieboom etc mr. Rogier Hartley Engels coopman binnen deser Stede mij notaris bekent, de welcke bij desen verclaert te constitueeren ende machtich te maecken d’E(dele) heer Doctor Johannis Meijnts wonende tot Groeningen specialick omme van wegen den comparant te eijsschen innen ende ontfangen van Ritchard Knowles mede wonende tot Groningen d’ somme van een hondert ses ponden veertien schellingen acht grooten Vlaems, met den interesse vandien volgens de voorn(oemde) obligatie, Quirtantie vanden ontfang te geven, bij vertreck uutstel ofte dilaij in rechten t’ ageren daert behooren sal, domicilie te kiesen, den eedt van calumniae ende alle eeden die ’t recht admitteert te presteren, alle termijnen soo substantiael als accidentael te houden ende observeren ad lites in omnibus et contra omnes cum potestate substituendi in communi forma in rechten te concluderen te submitteren transigeren ende accorderen, sententie ende uutspraecke te versoucken ende aenhooren pronunchieeren, de voordelige t‘ acquiesceren ende tot executie te stellen op parsoon ende goederen, vande nadelige te appelleren reduceren off reserveren d’ voors(egte) executie appellatie reductie off reformatie te vervolgen ten uuteijnde toe, oock daer van te renunchieren off desisteren soo sijnen goeden raedt gedragen sal, voorts etc alwaert etc belovende etc ende verbant etc
Aldus gedaen ende gepasseert ten comptoire mijns notaris opte Groote Merckt ter presentie van Gijsbrecht Meercassel, ende Johan de Decker als getuijgen hier toe gereq(uireer)t, die dese mede ondert(ekent) hebben’

De volgende notariële akte (Notaris Johan van Weel) van 1 juli 1651 lijkt in eerste instantie vrij algemeen te zijn. Toch blijkt een jaar later, dat ook Richard een schuld heeft openstaan bij William Sc(h)apes. William Scapes, Engels koopman van de Sociëteit der Marchands Avonturiers van de Engelse natie te Rotterdam, machtigt Joseph Denman, eveneens Engels koopman van deze sociëteit, om in de Verenigde Nederlanden bij zijn debiteuren al zijn openstaande schulden te vorderen en innen, vanwege geleverde waren en koopmanschappen. Alle noodzakelijke stappen moeten hiertoe worden ondernomen.

 

Notariele akte Rotterdam 1 juli 1651

Notariële akte uit Rotterdam, d.d. 1 juli 1651
Bron: Stadsarchief Rotterdam

Transcriptie:
‘Op heden den eersten julij inden Jare XVJc(ent) een ende vijftig Compareerde voor mij Joannes van Weel openbare Not(a)r(i)s etc. Mr. William Scapes Engels Coopman vande Societeit der Marchands Avonturiers vande Engelsche natie hier ter Stede, mij Notaris bekendt Ende heeft bij Comparant inder bester ende bestendigster maniere hem eenigsints doenelic sijnde absolutelijk last gegeven volmagtig gemaekt ende in sijn plaets gestelt sulx hij doet bij desen Mr. Joseph Deman mede Engelsch Koopman der voors(egte) societeijt, specialijk omme uijt den name ende van wegen hem Comp(aran)t hier in dese Vereenigde Nederlanden, geassocieerde landschappen, Steden en(de) leden vandien ende elders daer ontrent van allen ende eenen int gelijken die aen hem Comparant alreede schuldich zijn, ende naer desen nog schuldig souden mogen comen te werden te eijsschen vorderen ende ontfangen, soodanige sommen van penningen (als elk vande selve ter sake van gekogte ende geleverde waren ende coopmanschappen als andersints soo volg(ende) sijn Comp(aren(ts register off schuldboek als Obligatien ende bescheiden t’ sijn Comp(aran)ts behoeve verleden gepass(eer)t ende geteikent daer van de voornoemde gevolmachtigde respectivelic d’Origenele extracten ofte copien aucthentijcq sal werden overgelevert) aen hem Comp(aran)t deugdelijk schuldig is, quitantie van zijnen ontfang te geven, en(de) in cas d’een of d’ander van sijn Comp(aran)ts debiteuren sulx weijgeren of eenich uijtstel nemen, indien gevalle ider vande selve met de cortste geoirloofde wegen van justitie tot betalinge van heur lieder respective schult alsmede van alle costen schaden en(de) interessen, die hij Comp(aran)t doorde non voldoeninge vandien alreede heeft gehadt gedaen ende geleden ende nog sal connen te hebben te doen ende lijden te constringeren Domiciliae of woonstede te kiesen, de gene die hem voorde costen vanden processe borge sal stellen te beloven te sullen ontheffen, ontlasten ende bevrijden, mitsgaderen costeloos ende schadeloos te houden soo wel in als buiten regte, Onder verbant in desen volg(ende) den eed de Calumniae ende dat hem Comp(aran)t de respective sommen van penningen, die hij van elk sijne debiteuren ter sake ende volg(ende) sijn register is eijschende deugdelic ende opregt is competerende, in zijn Comparants Ziele te presteren, alle dagen ende termijnen van regte soo nootsakelijke als toevallige int’ eijschen ende verweren te houden ende waer te nemen, vonnisse soo ten principale als provisioneel te versoeken ende hooren uitspreken, de voordelige vonnissen aen te nemen, ende ten uijttersten sonder ophouden te doen recuteren, ende vande nadeelige te mogen appelleren of reformeren, op comparitien ad bonos te compareren, ende aldaer ofte andersints met ider van zijn Comp(aran)ts debiteuren te mogen accorderen Coopmanschappen ende waren in te coopen ende vercoopen

Alles soo ende zulx d‘ voornoemde gevolmagtichde ten besten oirbaer ende meesten voordeel van hem Comparant raedsaemst vinden ofte de sake vereijsschen sal, met magt ook omme een of meer voorspraken of voorsorgen van saken die voor den regter bedient vervolgt of waergenomen moeten werden tot regtsvorderine in sijn stede te mogen stellen ofte tot zijne hulpe bij hem te nemen, ende voorts generalijk desen aenga(ende), ende wa daer aen beleven mach, allen anderen te mogen doen handelen ende verrichten, gelijk hij Comp(aran)t alomme bij aen ende over sijnde, selfs soude connen ende mogen doen alwaert ook soo dat tot desen speciaelder of naerder last vereist wiert dan voors(egt) is welke naerderete vereisschen last hij Comp(aran)t verclaerde in desen te houden als geschreven ende t’ eenemael verhaelt, Belov(ende) voor goet vast aengenaem ende onverbrekelic van waerden te sullen houden ende doen houden alle tgene bijde voornoemde gevolmachtigde in desen gedaen ende gehandelt sal werden allen onder verbant van zijn Comp(aran)ts persoon ende goederen, geen uijtgesegt. Behoudelic dat de voornoemde gevolmachtigde gehouden blijft van sijnen ontfang ende handelinge tot allen tijde daer toe versocht zijnde te doen deugdelijke rekeninge ende bewijs, mitsgaders t’ cort off slot vandien op te leggen ende betalen, voor het doen van welke rekeninge ende oplegginge d’ voornoemde gevolmagtigde neffens de aenvaerdinge vanden last deser procuratie sijn persoon ende goederen sal sijn verbindende, versoek(ende) aen mij Notaris hier van te maken ende uijttegeven een of meer affgiffen in behoorlic maniere, alles sonder bedrog, Gedaen ende gepasseert binnen Rotterdam voors(egt) in presentie van Thomas Armiger ende Joannus van Lodenstein clercq mijns Notarii als getugen’

Uit de notariële akte van 17 augustus 1652 (Notaris Jacobus Delphius) valt op te maken dat Richard over de brug moet komen. Koopman Joseph Denman, op 1 juli 1651 voor notaris Johannes van Weel gemachtigd door koopman William Schapes, machtigt Sijmon van Hoornbeeck, koopman te Groningen, om van de Groningse winkelier Ritchert Knowles zijn tegoeden te vorderen.

 

Notariële akte Rotterdam 17 augustus 1652

Notariële akte uit Rotterdam, d.d. 17 augustus 1652.
Bron: Stadsarchief Rotterdam

Transcriptie:
‘Op huijden den xvij-den Augusti Anno 1652 Compareerde den mr. Joseph Denman Coopman binnen deser Stede Rotterer(dam) ende verclaerde hij Comp(aran)t uijt Crachte vand’ Clausule van substitutie geinsereert in de procuratie van date den j-e Julij 1651 den bij mr. William Schapes mede Coopman voor de not(ari)s Johannes van Weel ende sekeren getuijgen alhier aen hem Comp(aran)t is gegeven ende verleden, gesubstitueert ende in zijne plaetse gestelt te hebben, zooals hij doet bij dese p(a)r Sijmon van Hoornbeeck Coopman tot Groningen, specialic omme t’zij metter nimme ofte bij wegen ende middelen van justitie te vorderen innen ende onder zijne quitantie te ontfangen van Ritchert Knowles winckelier aldaer, alsulckx zomme van pen(ningen) ende mette Costen schaeden ende Intressen daeromme alrede gehadt gedaen ende geleden ende noch te doen te hebben dese bijden als den voors(egte) William Schapes volgens de obligatien, ende rekeninge daer van zijnde ten laste van d’selven Ritchert Knouwels zijn Competerende resterende met macht den procur(atie) ad lites te gebruijcken ende voorts inde alsulcke ende d’selve macht als aen hem Substituant bij den voors(egte) Schapes in voors(egte) procuratie is verleent, Belovende van waerden te houden alle t’gene bij den voorn(oemde) zijnen gesubstitueerden, uijt Crachte deses zal werden gedaen, onder allen verbande als van rechten daer toe staende behoudelic rekenende de reliqua des versocht zijnde als nae behooren, Consenterende hier van acte Aldus gedaen ende gepasseert binnen dese Stadt Rotterer(dam) ter presentie van Huijch Corn(elis) Venendael ende Johannes Sluijtter mijnen clercq als getuijgen hier toe gereq(uireer)t

De genoemde Engelse koopmannen in de notariële akten zijn stuk voor stuk lid van de Sociëteit der Engelse Merchant Avonturiers, zo blijkt na onderzoek. Duidelijk wordt ook, dat Richard handel drijft mét of vóór de Merchant Avonturiers. Het is zelfs niet ondenkbaar dat hij lid is van deze broederschap, waarin onderlinge steun en hulp in een hoog vaandel staat, en waarbij men een beroep op elkaar doet voor bijvoorbeeld het innen van tegoeden.

De ‘Sociëteit der Merchands Avonturiers van de Engelse natie’ (Fellowship of the Merchant Adventurers of England) is naar alle waarschijnlijkheid het eerste grote handelslichaam in Midden- en West-Europa. De Fellowship, een streng nationale gilde bestaande uit vrije Engelse kooplieden, varen geheel op eigen risico op de kusten van het (Europese) vasteland om handel te drijven. Deze broederschap komt samen om zaken te doen en te bidden en is betrokken bij tal van liefdadigheidsdoelen. Het zijn ook de Merchant Adventurers, die investeren in de onderneming van de Mayflower; het schip waarmee puriteinse Engelse kolonisten, beter bekend als de Pilgrim Fathers, naar Amerika varen om daar een nieuw leven te beginnen, vrij van religieuze vervolging.

 

Mayflower in Plymouth Harbor by William Halsall, 1882

Het schip de Mayflower in de haven van Plymouth; door William Halsall, 1882.
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)

 
Met het charter van 1501, gegeven door koning Hendrik VII van Engeland en bekrachtigd door opvolgende Tudors, krijgt de Fellowship het officiële monopolie op de uitvoer van de Engelse wol, die van uitmuntende kwaliteit is en een geliefd exportproduct voor de (Nederlandse) lakenindustrie. Maar ook ander Engels handelswaar als (ongeverfde) lakens, karsaaien, baaien, tin, ijzer, lood, saffraan, huiden en Engels bier worden geëxporteerd naar de vaste stapelplaatsen van de Merchant Adventurers.
Een stapel is een vast aangewezen plaats voor uit- of invoer van producten. In Engeland zijn dat al aan het begin van de veertiende eeuw Newcastle, York (Hull), Lincoln, Norwich (Yarmouth), Westminster (Londen), Canterbury (Dover), Chichester, Winchester, Bristol en Exeter.
Enkele keren per jaar zetten de schepen van de Fellowship koers naar Nederland met soms aan boord een lading van 350.000 pond sterling aan alleen al half afgewerkte witte lakens, karsaaien en baaien.

Om lid te worden als ‘free and sworn brother of the fellowship’ bestaat een leertijd van acht jaar. Indien deze leertijd is volbracht kan men toegelaten worden tijdens een algemene vergadering, de ‘general court’. Bij goedkeuring moet een plechtige eed van trouw worden afgelegd bij de gouverneur. Voor zonen van leden vervalt de verplichting van de leertijd, mits zij geboren zijn tijdens het lidmaatschap van hun vaders. Een zoon wordt geacht bij zijn vader de nodige ervaring te hebben opgedaan. Bovendien staat de vader als lid borg voor het gedrag van de zoon.
Alleen een Engelsman, en zoon van Engelse ouders, wordt toegelaten. Lidmaatschap kan men vergeten als men huwt met een ‘vreemde’ vrouw of bij verwerving van vreemd eigendom. Personen van minder goede levenswijze, bankroetiers, handwerkslieden en onvrijen worden tevens niet toegelaten als lid met volle rechten.

De Merchant Adventurers hebben veel te duchten van de zogeheten ‘entrelopers’, ook wel interlopers genoemd. Beunhazen dus, die buiten de gevestigde en door de Engelse kroon geprivilegieerde compagnieën om handel drijven en daarmee het officiële monopolie van de Merchant Adventurers ontduiken. Ze worden gastvrij ontvangen in Vlissingen, de oude concurrent van Middelburg (de eerste officiële stapelplaats van de Fellowship binnen de grenzen van het huidige Nederland). De entrelopers vinden al snel in meerdere plaatsen afzetting van hun handelswaar, waaronder in Amsterdam.

 

Afschrift van een verzoek van gouverneur en gezelschap der Merchants Adventurers aan de gouverneur en raad van Vlissingen

Vermeldingen van de Merchant Adventurers zijn al vroeg terug te vinden in de Nederlandse archieven, zoals in dit verzoek van 4 mei 1573 aan de gouverneur en raad van Vlissingen voor een vrije doorgang van hun schepen en goederen bestemd voor Antwerpen.
Bron: Zeeuws Archief

 
Van Francijntje en haar broer Richard is bekend dat zij van Vlissingen afkomstig zijn. Later duiken zij en enkele familieleden op in Amsterdam. Ik kan mij niet van de gedachte onttrekken, dat de familie iets te maken heeft gehad met de entrelopers. De familie Perijn vertoefde in ieder geval binnen de kringen van textiel- en lakenbewerkers en handelaren. Mogelijk hebben Francijntje en Richard elkaar binnen die ondernemingen leren kennen.
Naast deze beroepsmatige connecties, vallen binnen de families Knowles en Perijn de verbanden op met Brownisten en puriteinen, Engelse Protestanten die in de zestiende en zeventiende eeuw probeerden de Kerk van Engeland te zuiveren van Rooms-Katholieke praktijken.

Hoe het leven er hierna voor Richard en Francijntie heeft uitgezien is mij onbekend. Richard wordt dus nog vermeld in de huwelijksinschrijving van dochter Cateleijntie, wat maakt dat hij overleden moet zijn na 20 januari 1666. Wellicht dat Richard vóór 4 april 1674 is overleden. Dan wordt de zoon Richardus van Nathanael en Maria geboren. Waarschijnlijk is deze zoon naar Richard vernoemd.
Francijntie is nog getuige geweest bij de doop van Jannetie, de dochter van Pieter Adriaensz en Catalena Knouwels. Dat maakt dat zij overleden moet zijn na 3 augustus 1668.
 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
 
 

 
Via mijn Engelse voorouder Richard Knowles kom ik uit bij de roemruchte familie Knollys. Hele boekwerken zijn er geschreven over deze familie; van spannende ridderverhalen tot smeuïge intriges aan het Engelse hof en alles wat er tussenin zit. Zo vond ik ook het verhaal over de ‘Knollys Rose Ceremony’.

We schrijven het jaar 1381. Lady Constance Beverley woont met haar echtgenoot Sir Robert Knollys aan de westkant van Seething Lane in Londen, in die tijd Cevenden Lane of Syvenden Lane genoemd. Terwijl Sir Robert op dat moment aan de zijde van zijn vriend Jan van Gent (Hertog van Lancaster en de vierde zoon van Koning Edward III van Engeland) in de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) tegen Frankrijk vecht, heeft Lady Constance de verantwoordelijkheid over het huis.
Al sinds het echtpaar in 1370 het huis met belendend perceel kocht, ergert Lady Constance zich mateloos aan het terugkerende probleem van het in haar richting opwaaiende kaf van het gedorste veld tegenover hun huis. Manlief kan dan wel vaak elders vertoeven; zij zit daar dan toch mooi mee. Ter compensatie voor zijn frequente afwezigheid, of mogelijk vanwege het reeds negen jaar durende eindeloze gezeur aan zijn hoofd, gaat Sir Robert overstag voor haar lumineuze idee. Het stel besluit het betreffende veld aan de oostkant van de straat te kopen om er een rozentuin aan te planten. So far, so good, zou je denken. Toch doemt zich al snel het volgende probleem op. Een hoofdweg doorkruist de beide percelen. Een luxeprobleem. Lady Constance, niet voor één gat te vangen, vindt tijdens de afwezigheid van Sir Robert de oplossing in het laten bouwen van een voetgangersbrug over de weg als verbinding tussen beide gronden. Een mooie bijkomstigheid, en zeker niet minder belangrijk, is dat ze op die manier ook haar schoenen niet meer hoeft te bevuilen aan de modderige straat. Echter, voor de bouw van de voetbrug ‘vergeet’ ze voor het gemak een vergunning aan te vragen. Of wellicht is zij als echtgenote wettelijk gezien niet eens bij machte om deze vergunning aan te vragen. Dat kan natuurlijk ook.

 

All Hallows Barking kerk

De All Hallows Barking kerk met de Syvenden Lane naar boven.
Bron (bewerkt): Living in the past

 
Helaas voor Lady Constance wordt de overtreding niet door de vingers gezien. Ze zal zich moeten verantwoorden voor haar daad. De Raad van de City of London, met aan het hoofd Lord Mayor Sir William Walworth, belegt een vergadering om de kwestie te bespreken en komt tot het besluit dat het opleggen van een boete zeker op zijn plaats zou zijn. Regels zijn immers regels.
Sir Robert is echter een uiterst gerespecteerde en invloedrijke man, die niet alleen voor het land tegen Frankrijk vecht, maar die tevens zeer populair is bij de inwoners van Londen door zijn cruciale rol bij het neerslaan van de boerenopstand eerder dat jaar. Een forse straf zou wel heel ondankbaar overkomen. Bovendien is Sir Knollys ook nog eens goed bevriend met de Lord Mayor.
Op 23 juli 1381 wordt besloten dat er een symbolische boete zal worden opgelegd. Sir Robert (en zijn erfgenamen of nazaten) moet jaarlijks tot ‘in eeuwigheid’ op 24 juni, de dag van het Sint-Jans feest dat drie dagen na de Midzomerzonnewende gevierd wordt, een rode roos uit de tuin van Syverden Lane aanbieden aan de Chamberlain van Guildhall, het huidige stadhuis van de City of London. Na deze uitspraak wordt met terugwerkende kracht alsnog toestemming verleend voor de bouw van de voetgangersbrug met een hoogte van veertien voet en is de zaak daarmee afgedaan.

‘To all persons who these present letters shall see or hear, the Mayor, Aldermen, and Commonalty, of the City of London, greeting. Know ye, that we have granted unto Messire Robert Knolles, Knight, our dear and well-beloved fellow-citizen, and to Custance, his wife, leave to make a hautpas, of the height of 14 feet, extending from the house of the said Messire Robert and Custance, his wife, on the West side thereof, to another house to them belonging, on the East side thereof, beyond the lane of Syuendenlane in the Parish of All Hallows Berkyngchirche, near to the Tower of London; to have and to hold the same unto them, the said Messire Robert and Custance, his wife, their heirs and assigns, for ever: they rendering yearly unto the Chamberlain of the Guildhall of the said city, for the time being, on behalf of the said Commonalty, one red rose, at the Feast of St. John the Baptist (24th June), called the ‘Nativity.’ In witness whereof, to these Letters Patent the Common Seal of the said city is set, Messire William Walworthe, Knight, being then Mayor of the said city of London, and Walter Doget and William Knyghtcote, Sheriffs of the same city. Given at London, the 23rd day of July, in the 5th year of the reign of King Richard the Second etc.’
(Grant of leave to build a Hautpas, to Sir Robert Knolles and Constance, his wife. A.D. 1381. Letter-Book H. fol. cxxxviii. Uit: Memorials of London and London Life in the XIIIth, XIVth and XVth Centuries; selected, translated and edited by Henry Thomas Riley (London, 1868), p. 452.)

Helaas is er geen documentatie bekend over hoe Sir Robert op de gehele zaak heeft gereageerd bij thuiskomst, maar aangezien zijn vrouw bekend staat om haar ontzagwekkende en sterke persoonlijkheid, zal de gang van zaken hem nauwelijks hebben verbaasd. Misschien heeft hij wel stiekem hoofdschuddend moeten lachen om haar onbezonnen actie. Hij wist natuurlijk wat voor vlees hij in de kuip had.
De taak van het in ontvangst nemen van de ‘afbetaling’ komt in handen te liggen van de Lord Mayor. Daarbij is het wel grappig om te weten dat een zoon van Sir Robert en Lady Constance, Thomas Knollys, in 1399 en 1410 zelf Lord Mayor van Londen was. Dat zullen gezellige familieonderonsjes zijn geweest!

De ceremonie heeft eeuwenlang bestaan. Waarschijnlijk tot 1666, het jaar waarin de ‘Grote Brand’ van Londen plaatsvond en de rozentuin vermoedelijk is vernietigd. Daarna raakt het in de vergetelheid. Tot de ceremonie door vicaris Tubby Clayton van de All Hallows-by-the-Tower kerk, ook wel All Hallows Barking kerk genoemd, in 1924 nieuw leven ingeblazen wordt. Weliswaar niet meer op Sint-Jans dag, maar op een dag in de maand juni, wanneer de Lord Mayor hiervoor beschikbaar is.

 

Knollys Roos Ceremonie

Knollys Roos Ceremonie
Bronnen: Knollys glas-in-loodraam in de All Hallows-by-the-Tower kerk (Lost City of London), Knollys wapen (onbekend), Roos (Lost City of London) en de processie (Ian Visits)

 
Tijdens de viering van de huidige Knollys Roos Ceremonie komen genodigden en nazaten van de Knollys familie bijeen in de kerk van All Hallows-by-the-Tower, waar een dienst wordt gehouden. Na de dienst begeeft het gezelschap zich naar Seething Lane Garden, de plek waarvan gezegd wordt dat het de locatie is van de rozentuin van Lady Constance. De leiding van de ceremonie ligt in handen van de Master of the Worshipful Company of Watermen and Ligtermen of the river Thames, van oorsprong het gilde van de vervoerders van personen en goederen over de rivier de Theems. In een korte toespraak legt hij de geschiedenis van het ontstaan van de ceremonie uit, knipt vervolgens in alle ernst een rode roos af, die hij met uiterste zorgvuldigheid heeft uitgekozen en legt de roos op een fluwelen kussen, dat gedragen zal worden door de vicaris van de kerk. Dan volgt er een kleurrijke processie door de straten van het oude Londen richting het Mansion House, de ambtswoning van de Lord Mayor, alwaar deze staat te wachten op de jaarlijkse afbetaling van de boete. In een besloten ceremonie wordt de roos dan aan hem aangeboden.

De bewuste voetgangersbrug was trouwens een veel korter leven beschoren; die werd naar aller waarschijnlijkheid al aan het begin van de zestiende eeuw afgebroken…
 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Internet Archive, British History Online, My London Passion, SightseerIan VisitsTraditional Customs and Ceremonies en British History
 
 

 
Samuel Knowles, gedoopt op 28 april 1641 in de Groninger A-Kerk, brengt zijn jeugd door in de Boteringestraat. Zijn ouders zijn de Engelse handschoenmaker Richard Knowles en de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin.

 

Doop Samuel Knowles

Doopinschrijving van Samuel Knowles.
Bron: AlleGroningers


 
A-Kerk Groningen

De A-Kerk in Groningen; 1649, Atlas van Loon.
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)

 
Evenals de andere kinderen uit het gezin, besluit ook Samuel niet te kiezen voor een leven in de stad Groningen. Hij vertrekt naar Amsterdam. Daar gaat hij op 22 februari 1664 in ondertrouw met de Amsterdamse Elisabeth Goethand. Het schepenhuwelijk volgt op 18 maart 1664.
Samuel is op dat moment wijnverlater van beroep en woont aan de Nes. Elisabeth, Lijsbeth genoemd, is woonachtig op de Vijgendam. Zij is de dochter van de Engelse Carel Goethand, ook bekend als Charles Goodhand, wapensnijder en lidmaat van de Engelse gemeente van de Brownisten.

 

Huwelijksinschrijving Samuel Knowles en Elisabeth Goethand

Huwelijksinschrijving van Samuel Knowles en Elisabeth Goethand; Amsterdam, 22 februari 1664.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Schepenhuwelijk Samuel Knowles en Elisabeth Goethand

Inschrijving schepenhuwelijk van Samuel Knowles en Elisabeth Goethand.
Bron: FamilySearch


 
Nes Amsterdam

Gezicht op de Grote en Kleine Vleeshal aan de Nes te Amsterdam. Links de Grote Vleeshal, gevestigd in de kapel van het voormalige Sint-Pietersgasthuis. Rechts de Kleine Vleeshal, gevestigd in de kapel van het voormalige Sint-Margarethaklooster. In het midden de Boeren- of Riviervismarkt; Jacob van Meurs (mogelijk)1663-1664.
Bron: Rijksmuseum (Licentie: Publiek Domein)

 
Op 10 mei 1664 legt Samuel als ‘wijncoper’ zijn poorter eed af. Nou laat het beroep wijnkoper weinig aan de verbeelding over. De invulling van het beroep wijnverlater daarentegen moest toch wel worden opgezocht.

 

Poorterschap Samuel Knowles

Samuel Knowles legt in Amsterdam op 10 mei 1664 zijn poorter eed af.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
De gezworen wijnverlater, wijnroeier of wijnpeiler stelde met behulp van een peilstok of wijnroede en wiskundige berekeningen de hoeveelheid vloeistof in een vat vast om te bepalen hoeveel belasting er betaald diende te worden. Belastbare vloeistoffen waren onder andere olie, wijn, traan, bier, wijn, cognac en overige gedistilleerde ‘wateren’, azijn en zeep. Het bepalen van de hoeveelheid vloeistof werd ‘roeien’ genoemd; vandaar het beroep ‘wijnroeier’. De wijnverlater had tevens het recht om wijnen te ‘versnijden’, wat inhield dat hij verschillende wijnen mocht mengen.
De wijnroeiers handelden in dienst van de Gildebroeders van het Kuipers en Wijnverlaters Gilde van de stad. Particulieren en handelaren konden tegen betaling een beroep op hun doen. Dit werd geregeld via het comptoir. Er werd betaald per grootte van een geijkt vat. Zodra een vat voldeed aan de door de stad voorgeschreven maat, werd het van een merkteken voorzien, waarbij elk merkteken stond voor een bepaalde inhoudsmaat. Op deze manier ontstond in steden of wijnstapelplaatsen een eigen systeem van wijnroeierstekens.
Ondanks het verschil in technieken waren de wiskunde berekeningen, die werden gebruikt voor het meten van lange afstanden, hoogten en onregelmatige percelen, hetzelfde als die voor het meten van de grootte van vaten en de hoeveelheid vloeistof. De beroepen van landmeter en wijnroeier gingen dan ook vaak samen.

 

Schoolboeck van de Wynroyeryen

Uit het ‘Oprecht, grondich en rechtsinnigh Schoolboeck van de Wynroyeryen’ van 1663.
Bron: archive.org


 
Wijnroeiersteken

Wijnroeiersteken.
Bron: Erfgoed Breda

 
Buiten de vermelding van wijnverlater in de huwelijksinschrijving, is over Samuel verder geen documentatie te vinden met betrekking tot dit beroep. Mogelijk is het beroep van wijnkoper voor hem een uitbreiding geweest van het beroep wijnverlater. Zijn naam komt wel voor in de lijst met namen van wijnkopers, die terug te vinden is in de documentatie van het Amsterdamse Wijnkopersgilde.

 

Vier overlieden van het wijnkopersgilde te Amsterdam.
Bron: Geheugen van Nederland (embedded)


 
Lijst van wijnverkopers

Vermelding in de lijst met namen van wijnkopers.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Op 15 december 1664 wordt een zoontje Naetaniel gedoopt in de Amsterdamse Oudezijds Kapel. Doopgetuige is Samuels zwager Pietter Arijaensz van Antwaerpen, die getrouwd is met de eveneens naar Amsterdam vertrokken zus Catheleijntie Knowles. Waarschijnlijk wonen Samuel en Lijsbeth dan al op de Oudezijds Achterburgwal.
Samuel heeft zijn zoontje niet mogen zien opgroeien; hij overlijdt al jong op 25-jarige leeftijd en wordt op 6 november 1666 begraven in de Zuiderkerk. Weduwe Lijsbeth gaat exact twee jaar later in Amsterdam in ondertrouw met de uit Vianen afkomstige wijnverlater Albertus van Cuijlenburg. Zij wordt op 22 maart 1684 begraven in de Oude Kerk.

 

Begraafinschrijving Samuel Knowles

Begraafinschrijving van Samuel Knowles in het gaarderboek van de Zuiderkerk.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: AlleGroningers, Stadsarchief Amsterdam, Archive, Verhalenwiki, Erfgoed Breda, Lens on Leeuwenhoek en DBNL
 
 

 
Nathanaël Knowles wordt op 26 april 1643 gedoopt in de Groninger Martinikerk. Zijn ouders, de Engelse handschoenmaker Richard Knowles en de uit Vlissingen afkomstige Francijntie Perin, wonen op dat moment in de Boteringestraat. Nathanaël is de vijfde en jongste zoon uit het gezin. Evenals zijn oudere broer Christophorus zal hij uiteindelijk kiezen voor het beroep van predikant.

 

Botteringe Straet

De ‘Botteringe Straet’ tussen de ‘Brede Merckt’ (de huidige Grote Markt) en de ‘O. Botteringe Poort’; 1649, Atlas van Loon.
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)


 
Doop Nathanael Knowles

Doopinschrijving van Nathanaël Knowles.
Bron: AlleGroningers

 
Op 13 augustus 1661 laat Nathanaël zich inschrijven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen onder de naam Nathanael Knouwels.

 

Op 13 augustus 1661 laat Nathanaël zich inschrijven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen.
Bron: Album studiosorum Academiae Groninganae (UB RUG)

 
Tien jaar later duikt hij op als kandidaat theologie in het kerkregister van Appingedam. Alhoewel er geen voornaam of –letter wordt vermeld, moet het hier wel om Nathanaël gaan; zijn broer is dan al enkele jaren predikant in Farmsum.

 

Predikant Nathanaël Knowles

Nathanaël Knowles vermeld als kandidaat theologie in het kerkregister van Appingedam.
Bron: FamilySearch

 
Transcriptie (Kerkelijke zaken Appingedam deel I):

Anno 1671 den 29 Decemb is de vergaderinge der ouderlingen ende diaconen met het gebedt aengevangen ende geeindigt

Is door expiratie van drie vierdeel jaers van wijlen Dom. Sibrandus Zal., bij provisie geresolveert, dat
eenige Predicanten ende Candidaten eerstmaell om te predicken opgestelt ende gehoort sullen worden, om daer na eenige uit deselve op de nominatie te brengen. En is ten eersten remarq genomen op volgende personen als

D. Picardus pastor tot Nieuw-kerck
D. Wiardi pastor tot Eenum
D. Havercampius, pastor op Delfzijll
D. Heijdanus, pastor tot Noorthorn
D. Cand. Swaan
D. Cand Alberthoma
D. Cand Knowles
 
In november van 1672 wordt Nathanaël beroepen als predikant en opvolger van dominee Johannes Janssonius in Anloo, waartoe ook de plaatsjes Annen, Annerveen, Eext, Eexterveen, Anderen, Gasteren en Schipborg behoren. Zijn thuisbasis wordt de Sint-Magnuskerk, de oude bisschopskerk in het midden van het dorpsgebied, die sinds 1598 eigendom is van de Nederduits-Gereformeerde Kerk, de latere Hervormde Kerk. Hij zal de eerste predikant in Anloo worden, die aanvangt met het registreren van dopen en overlijden in het kerkboek. De huwelijksinschrijvingen zullen vanaf 1715 worden genoteerd door dominee Ulricus de Vries.
 
Nathanaël schrijft hierover in het kerkboek:

Alsoo mij geen overleveringhe van het kerckelijck protocol is gedaen en ick nu eerst in den jare 1676 daer toe een boeck heb bekome, heb ick in de eerste jaren van mijn dienst niet konnen registreren de namen der gedoopte kinderen. Dienvolgens sou het konnen geschiet sijn datter int’ begin wel d’een ofte ander mochte uitgelaten ofte misplaest wesen, ’t welck ick nodich achte bekent te maken of men sich in dese of gene gelegenheidt van dit protocol moeste dienen.

 

Kerkregister Anloo

Voorwoord door Nathanaël in het kerkboek van Anloo.
Bron: Drents Archief


 
Sint-Magnuskerk te Anloo

Sint-Magnuskerk te Anloo met de namenlijst van de predikanten.
Foto kerk: Rijksmonumenten (bewerkt; Licentie: CC BY-SA 3.0 NL)

 
Nathanaël laat op 12 april 1673 in Groningen zijn voorgenomen huwelijk met predikantsdochter Maria Sibelius inschrijven. Dit huwelijk wordt op 30 april van dat jaar ingezegend door dominee Otto Zaunslifer in de Groninger Martinikerk. Maria is de dochter van Adolphus Sibelius, die tijdens zijn leven als predikant werkzaam is in Warfhuizen en Warffum, en Maria Ringels.
Het jaar daarop wordt op 4 april zoon Richardus geboren en een dag later gedoopt. Meer kinderen zullen er niet volgen. Richardus wordt ook niet oud; hij overlijdt in de nacht van 29 juni 1693 op negentienjarige leeftijd.

 

Huwelijksinschrijving Nathanael Knowles en Maria Sibelius

Huwelijksinschrijving van Nathanaël Knowles en Maria Sibelius.
Bron: AlleGroningers


 
Doop Richardus Knowles

Doopinschrijving van zoon Richardus.
Bron: AlleDrenten


 
Overlijden Richardus Knowles

Als predikant moest Nathanaël zelf het overlijden van zijn enig kind inschrijven.
Bron: AlleDrenten

 
In 1683 vertaalt Nathanaël uit het Engels: Richard Baxter; De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken, In XXXII bestieringen, dat hij opdraagt aan Conraedt Ellents, onvanger-generaal van Drenthe en de heerlijkheid Coevorden en diens vrouw Anna Geertruidt Sichman. In 1685 gevolgd door de vertaling uit het Engels: Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen. Het gedachtegoed uit de boeken van Richard Baxter, één van de meest invloedrijke leiders van de non-conformisten, Engelse puritein, predikant, dichter, hymnoloog en polemist, wordt uit naam van de Classis van Rolde onderschreven en ‘seer dienstig ende stigtig bevonden voor Godts Kerke omme door den druk in onse Nederlantsche tale bekent gemaakt te worden‘. Of zoals Nathanaël zelf schrijft ‘voornamelijk om de gehele Nederlantsche Kerke daar door te stichten, na myn kleyn vermogen‘.

 

Bladzijde uit Het Goddelyke Leven

Bladzijde uit de vertaling van ‘Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen’.

 
Op 6 juli 1700 moet Nathanaël afscheid nemen van zijn vrouw Maria. Als predikant van de gemeente noteert hij dit overlijden in het kerkboek van Anloo. Ruim twee maanden later op 15 september zal ook Nathanaël het heden met het eeuwige verruilen.

 

Overlijden Maria Sibelius

Terwijl Nathanaël nog zelf het overlijden van Maria noteert…
Bron: AlleDrenten


 

… zal zijn eigen overlijden ruim twee maanden later door zijn opvolger dominee Christophorus Matthaeus worden ingeschreven.
Bron: AlleDrenten


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel

Gehele boeken: De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken en Het goddelyke leven
Bronnen: DBNL, Dominees, Drents Archief en Digibron
 
 

 
Het echtpaar Christophorus Knowles en Sara Louwens is mij al jaren bekend. Over Christophorus zijn met name via zijn beroep als predikant wel gegevens te vinden, zij het mondjesmaat. Sara en haar familie daarentegen blijven in nevelen gehuld. Tot de herontdekking van een naam in een kerkregister; ooit al eens gelezen, maar er om onverklaarbare redenen nooit iets mee gedaan: ‘… waer voor Niclaes Piquenoij als neve’. Kijk, dat opent perspectieven. Had er een naam gestaan in de trant van Joannes Hendricksen dan waren we verder van huis geweest!

 

Huwelijksinschrijving van Christophorus Knauwels (Knowles) en Sara Louwens, Groningen 6 juni 1663.
Bron: Alle Groningers

 
De naam Niclaes Piquenoij is al snel gevonden in de variant Nicolaes Eliasz Pickenoy, een bekende kunstschilder van portretten en schuttersstukken en tevens taxateur van schilderijen. Met zo’n bijzondere naam zal hij ongetwijfeld familie zijn van ‘neef Niclaes’. Via hem is het wellicht mogelijk een link te leggen met de familie van Sara Louwens.

De ouders van Nicolaes Eliasz Pickenoy zijn de beide uit Antwerpen afkomstige wapen- en zegelsnijder Elias Claesz Pickenoy en Heijltgen d’Jonge, ook wel Pickhof, Pijckenaeij, Louwerens of Soen. Je zou al snel geneigd zijn om te denken, dat de naam Louwerens een connectie legt met de familie van Sarah Louwens. Toch lijkt dat vooralsnog niet het geval en moet er verder worden onderzocht.
Ten tijde van hun huwelijksinschrijving op 19 juli 1586 wonen Elias en Heijltgen in de Warmoesstraat achter de Oude Kerk. In deze kerk, gewijd aan de heilige Nicolaas, bisschop van Myra, wordt Nicolaes Eliasz (Pickenoy) op 10 januari 1588 gedoopt.

 

Ondertrouw Elias Pickenoy

Huwelijksinschrijving van Elias en Heijltgen; Amsterdam, 19 juli 1586.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Doop Niclaes, Amsterdam 10 januari 1588, zoon van Elijas Pietersz en Hijltgen Pickhof

Doop Nicolaes, zoon van Elijas Pietersz en Hijltgen Pickhof; Amsterdam 10 januari 1588 (Oude Kerk)
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Nicolaes komt in de leer bij, naar men zegt, de meest succesvolle portretschilder van de oudere generatie Cornelis van der Voort. Wanneer dit zich afspeelt is niet bekend, maar het vroegst gedateerde portret van Nicolaes stamt uit 1617, zo’n vier jaar vóór zijn huwelijk met de Amsterdamse Levina Bouwens, dochter van Lieven Bouwens en Sara Gerrits van Tricht. Nicolaes en Levina gaan op 24 maart 1621 in ondertrouw; de huwelijksvoltrekking volgt op 27 april in de Nieuwekerk.

 

Ondertrouw Nicolaes en Levina

De huwelijksafkondiging van Nicolaes Elias en Levina Bouwens.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
In het kader van vernoemingen is de naam Sara een mooie aanwijzing om het echtpaar Lieven Bouwens en Sara Gerrits van Tricht eens onder de loep te nemen. Dat levert uiteindelijk een interessante huwelijksafkondiging op. Die van dochter Magdalena Bouwens met de predikant Abelus Lauwens uit Loppersum. Daar komt de naam Lauwens of Louwens in beeld! Bovendien vermeldt de inschrijving: ‘… ende Magdalena Bouwens van Amsterdam, out 28 Jaeren, geen ouders hebbende, geassisteert met haer suster Levina Bouwens, woonende opde Oudezijds Voorburgwall‘. Dat maakt Nicolaes Eliasz Pickenoy dus de aangetrouwde oom van Sara Louwens. Dit familieverband wordt overigens bevestigd in enkele Amsterdamse notariële akten.

 

Ondertrouw Magdalena Bouwens

De huwelijksafkondiging van Abelus Lauwens en Magdalena Bouwens.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Verder met de zoektocht naar neef Niclaes. Nicolaes en Levina blijven na hun trouwen in de buurt van de Oude Kerk wonen op de hoek van de Oudezijds Voorburgwal en de Arend Jacobsz Steeg of Duifjessteeg. Hier worden acht van hun tien kinderen geboren, waaronder een zoon Nicolaes, die op 2 februari 1634 in de Oude Kerk is gedoopt. Neef Niclaes lijkt gevonden!

 

Doop Nicolaes, Amsterdam 2 februari 1634 Oude Kerk NH

Doop Nicolaes, zoon van Nicolaes Elijasz en Levina Bouwens; Amsterdam, 2 februari 1634 (Oude Kerk).
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Dan rijst al snel de vraag wat deze neef eigenlijk in Groningen deed om aanwezig te kunnen zijn bij de huwelijksinschrijving van Christophorus Knowles en Sara Louwens. Tegenwoordig is de reis van Amsterdam naar Groningen prima te doen, maar destijds moet dit een hachelijke onderneming zijn geweest. Het antwoord daarop heb ik niet kunnen vinden. Wel een Groningse huwelijksinschrijving van Nicolaus Picquenoij van Amsterdam en Geertruit Jans van Anloo, weduwe van Simon Spanuijt. Zij trouwen op 22 november 1671 in de Broerkerk.

 

Huwelijksinschrijving Nicolaus Picqenoij

Huwelijksinschrijving van Nicolaus Picqenoij en Geertruit Jans.
Bron: Groninger Archieven

 
Gaandeweg ben ik nieuwsgierig geworden naar het leven van neef Nicolaes. Aangezien er weinig over hem te vinden valt, besluit ik dan ook maar de levensloop van zijn vader verder te volgen om op die manier zijdelings een aantal decennia uit het leven van neef Nicolaes mee te krijgen.

Nicolaes Eliasz Pickenoy is in 1629 en 1634 overman van het Amsterdamse Sint Lucasgilde van kunstenaars en kunstambachtslieden, gezeteld in de Waag. In 1637 koopt de inmiddels populaire kunstschilder het grote huis op de hoek van de Sint Antoniesbreestraat, de huidige Jodenbreestraat, en de Zwanenburgwal. Oorspronkelijk is dit het huis en atelier van leermeester Cornelis van der Voort. Na het overlijden van Cornelis in 1624 wordt de inventaris geveild en zijn kunsthandel overgenomen door Hendrick Uylenburgh, kunsthandelaar en neef van Rembrandts vrouw Saskia. Dit pand, gelegen in het centrum van de Amsterdamse kunstmarkt, zal gedurende enkele decennia dan ook bekend staan als portretwinkel en schilderswerkplaats.

 

Nicolaes Eliasz Pickenoy, zelfportret (1627)

Nicolaes Eliasz Pickenoy, zelfportret (1627).
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)

 
Rembrandt van Rijn wordt in 1639 zijn nieuwe buurman. Hij komt naast Nicolaes wonen in het grote koopmanshuis, het huidige Rembrandthuis. De huizen van Rembrandt en Nicolaes zijn gunstig op het noorden gelegen en dus uitermate geschikt om als werkplaats te dienen voor portretten en grote schuttersstukken.

 

De huizen van Rembrandt en Nicolaes

Links de huizen van Rembrandt en Nicolaes met op de achtergrond de Zuiderkerkstoren.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
De beide buurmannen krijgen in 1639, samen met nog enkele kunstenaars, ieder de opdracht om een groepsportret van een schutterscompagnie voor de nieuwe Grote Zaal van de Kloveniersdoelen te maken. Voor Rembrandt wordt dit ‘Officieren en andere schutters van wijk II in Amsterdam onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch’ (1642), beter bekend als ‘De Nachtwacht’ en voor Nicolaes ‘Officieren en andere schutters van wijk IV in Amsterdam onder leiding van kapitein Jan Claesz van Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde’ (1642). Nicolaes ontvangt hiervoor van zijn opdrachtgevers zo’n zestig gulden per persoon.
De beide schuttersstukken hebben een behoorlijk forse afmeting. Het vermoeden bestaat dat Rembrandt zijn ‘Nachtwacht’ buiten onder een afdak op zijn binnenplaats heeft geschilderd. Na voltooiing is het schilderij in opgerolde staat via een vrije uitgang onder het huis van buurman Nicolaes tot de Zwanenburgwal naar buiten gebracht. Waarschijnlijk heeft Nicolaes zijn schuttersstuk in zijn eigen werkplaats vervaardigd. Dat zou betekenen dat deze werkplaats dus hoger en groter zal zijn geweest dan die van Rembrandt.

 

Officieren en andere schutters van wijk IV te Amsterdam onder leiding van kapitein Jan Claesz van Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde.

Officieren en andere schutters van wijk IV in Amsterdam onder leiding van kapitein Jan Claesz van Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde door Nicolaes Eliasz Pickenoy.
De kapitein en de luitenant zijn gezeten, om hen heen staan de schutters, in het midden de vaandrig. Vermoedelijk bevinden zij zich voor de brouwerij ‘De Zwaan’. De schutters zijn: Jan Witsen, Hillebrant Bentes, Andries Dircksen van Saane, Jan Bentes, Willem Simonsz Moons, Jan Huybertsen Codde, Roelof Roelofsen de Lange, IJsbrant van de Wouwer, Johannes Looten, Ulrich Petersen, Jacob Bleyenberch, Pieter Harpertsen, Pieter Tonneman, Evert Huibertsen Krieck, Hendrik Jansen van As en Nicolaes Kuysten. De schutters zijn bewapend met pieken, hellebaarden, lansen en geweren.
Bron: Rijksmuseum (Licentie: Publiek Domein)

 
Het is bekend dat Nicolaes er een trage werkwijze op nahoudt. Op het moment dat hij benaderd wordt voor een opdracht kan hij daar om die reden dan ook geen tijd voor vrijmaken aangezien hij nog werkt aan een schuttersstuk. De opdracht gaat vervolgens via de ‘schilderswinkel’ van Hendrick Uylenburgh naar Rembrandt en zal bekend worden als ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’ (1632).

Zijn trage manier van werken leidt tevens tot een weddenschap tussen zijn vroegere leerling Bartholomeus van der Helst en de apotheker Pieter Harperts, die op het schuttersstuk voor de Kloveniersdoelen staat afgebeeld. Bartholomeus stelt dat Nicolaes niet in staat zal zijn om te zorgen dat het schilderij ‘op den achtentwintichsten Julij volmaeckt soude opgehangen sijn opde Cluijveniersdoelen deser stede‘. Pieter heeft er alle vertrouwen in dat het Nicolaes wel gaat lukken. De inzet is ‘een stuck schilderij met verscheijden conterfeijtsels’, dat Bartholomeus voor de apotheker gaat maken. Mocht de schilder de weddenschap verliezen, dan hoeft de apotheker het schilderij niet te betalen. Verliest de apotheker daarentegen de weddenschap, dan is hij de schilder het dubbele van de eerder overeengekomen prijs verschuldigd.
Zoals gebruikelijk wordt de weddenschap vastgesteld bij notariële akte. Op 19 juli 1642 worden op verzoek van Pieter Harperts twee kistenmakers opgetrommeld om voor notaris Cornelis Tou een getuigenis af te leggen. Zij verklaren dat ‘… nu eenige dagen geleden in(de) Nieuwe Cluveniersdoelen opd(e) groote sael gebracht ende door haer get(uijgen) in sijn vollen lijsten vastgeset is de schilderije, oft contrafeitsel van(he)t corporaelschap van de heer Capiteijn Jan Claesz van Vlooswijcq, gelijck ick notaris voornoumt, ende de ondergeschreven getuijgen op huijden (he)tselve in sijn volle forme ende lijsten gesien ende bevonden hebben.

 

Notariele akte 19 juli 1642

Notariele akte van 19 juli 1642; verklaring van twee kistenmakers.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Over wie de weddenschap gewonnen of verloren heeft ontstaat uiteindelijk een ‘questie’. De schilders Thomas Keijser en Harculus Sandertsz worden als scheidsrechters ingezet om de zaak te beslechten, zo valt te lezen in een notariële akte van 1 oktober 1642: ‘… Alsoo wij eenigen tijt geleeden hebben aengegaen seecker contract van weddinge, naementlijcken dat ick Van der Helst voor Pieter Harperts voornoemt soude maecken een stuck schilderij met verscheijden conterfeijtsels op conditie dat hij Harperts (he)tselve stuck soude voor niet hebben indien seecker schilderij van een Corperaalschap bij Nicolaes Elijas doenmaels te schilderen op den achtentwintichsten Julij lestleden, volmaeckt soude opgehangen sijn op de Cluijveniersdoelen deser stede ende in cas datter contraerie soude werden bevonden dat hij Harberts het voors(egde) stuck mette conterfeijtsels dubbelt soude betaelen als vermogens het contract onder ons handen daervan gemaeckt ende dat ter saecke van de voors(egde) weddinge, wie gewonnen off verlooren hadde, questie is ontstaen.
Soo ist dat wij lieden mitsdesen verclaeren deselve questie ende differentie alingh ende al gesubmitteert ende verbleven te hebben aen de eersamen Thomas Keijser ende Harculus Sandersz beijde schilders binnen deser stede omme bij hen lieden gedecideert ende getermineert te werden soo sij luijden naer recht, reeden ende billicheijt uijt de bewijsen ende reedenen van partijen sullen bevinden te behooren sonder de saecke te mogen kreucken tensij met believen van partijen.

 

Notariele akte 1 oktober

Notariële akte van 1 oktober 1642.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Op verzoek van de apotheker verklaart Nicolaes op 2 oktober 1642 voor notaris Cornelis Tou dan ook dat hij ‘… opden 10den dach der lestleden maent Julij opd(e) Nieuwe Cluijveniersdoelen heeft doen brengen seecker schilderij van een corporaelschap van Capiteijn Vlooswijcq bij hem getuijge geschildert ende dat hij getuijge opden 28e der selver maent Julij noch oock daerna, jae selfs eenige dagen daer te vooren aen de gemelte schilderij niet verandert, oft ijets aen geschildert heeft, maer dat het selve stuck all voorden 16e Julij voors(eg)t alsoo volmaeckt was als de geconterfeijte persoonen selffs begeert en geordonneert hebben.’.

 

Notariele akte 2 oktober 1642

Notariële akte van 2 oktober 1642; getuigenis van Nicolaes Elias.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Nicolaes verkoopt uiteindelijk het hoekhuis in 1645 aan de Portugese koopman Daniel Pinto voor negenduizend gulden. In 1648 wordt in de huwelijksinschrijving van zijn dochter Elijsabeth (Lijsbet) vermeld dat hij woonachtig is op de ‘Connixgracht’, de tijdelijke benaming voor de Singel in de zeventiende eeuw, als eerbewijs aan Koning Hendrik IV van Frankrijk.

 

Nicolaes Elias notariele akte

Notariële akte d.d. 26 mei 1645: verkoop van het huis op de Sint Antoniesbreestraat.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Ondertrouw Lijsbet Claes Pickenoij

Huwelijksafkondiging van dochter Lijsbet Claes Pickenoij en Michiel Heijden. Lijsbet, woonachtig op de ‘Connixgracht’, wordt bijgestaan door haar vader Claes Elias.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Wanneer Nicolaes is overleden is vreemd genoeg niet bekend. Op 30 mei 1650 wordt hij nog samen met de schilder David Colijn vermeldt als taxateur van schilderijen betreffende een boedelbeschrijving in een akte van notaris Jacob Jansz Westfrisius, een dag later ondertekend door beide heren. Volgens diverse bronnen zou de naam van zijn vrouw Levina opduiken in een akte van oktober 1656, zijnde zijn weduwe. Daar kan ik geen enkele (passende) registratie van vinden. Dezelfde bronnen verklaren dat Levina op 29 november 1662 op het Amsterdamse Karthuizer Kerkhof begraven is. Ook dat is mogelijk, maar ik ben er niet volledig overtuigd dat deze registratie Levina betreft.

 

Notariele akte 30 mei 1650

Op 31 mei 1650 leefde Nicolaes Eliasz Pickenoy nog.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 

Leijsbeth Bouwens begraafregister

Naar men beweert zou dit de begraafregistratie van Levina Bouwens zijn.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Deze zoektocht toont maar weer aan hoe belangrijk het kan zijn om tijdens familieonderzoek aandacht te besteden aan elke naam in een registratie. Het legt soms familieverbanden bloot, waar je vooraf geen enkele weet van had. Dankzij de vermelding van neef Nicolaes Pickenoij heb ik nu, ruim driehonderdvijftig jaar later, aansluiting gekregen op nog eens tweehonderd jaar Groningse familiegeschiedenis.
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Scriptio, Rembrandthuis, Carleton, Wikipedia, Library UU en Wikipedia