Amateurschilder Albertus Johannes van Ludolphi

2 augustus 2018 at 22:01

 
In de familie Ludolphi ‘wemelt’ het van de creatieve individuen. Van schrijvers tot glasmakers en ‘ververs’. Bij velen moeten we het doen met de vermeldingen in registraties of akten. Toch zijn er van de schrijvers nog gepubliceerde boeken te vinden op het internet of in de Universiteitsbibliotheek van Groningen. Van de schilders in de familie is er heel wat minder bekend, met uitzondering van Albertus Johannes van Ludolphi.

 

Geboorteakte Albertus Johannes van Ludolphi

Geboorteakte van Albertus Johannes van Ludolphi.
Bron: AlleGroningers

 
Albertus Johannes werd op 9 april 1812 geboren in het Groningse Appingedam als zoon van Jan Watzes van Ludolphi en zijn eerste vrouw Martjen Jans Kokmeijer, ook wel Niewold. Vader Jan, afkomstig van het Bolwerk bij Appingedam, was ‘verver’ en ‘glazemaker’.
Blijkbaar koos Albertus Johannes al vroeg voor het kunstenaarsleven, want hij was van 1827 tot aan zijn overlijden werkzaam als schilder in Appingedam. Zijn onderwerpen bestonden uit figuurvoorstellingen, interieurs en kaars- of lamplichtstukken.

In 1844 exposeerde Albertus Johannes met zijn schilderij ‘Een kaarslicht’ op de Tentoonstelling voor Schilder-, Teken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst in het Lokaal van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. Op dat moment was hij woonachtig in het Drentse Smilde. Jaren geleden heb ik dit schilderij nog mogen aanschouwen, maar eerlijk gezegd kon het mij niet echt bekoren.

 

Krantenbericht Tentoonstelling Amsterdam

Uit de Middelburgsche Courant van 13 juni 1844.
Bron: Delpher.nl


 
Tentoonstelling Amsterdam

In 1844 exposeerde Albertus Johannes met zijn schilderij ‘Een kaarslicht’ op de Tentoonstelling voor Schilder-, Teken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst te Amsterdam.
Bron: RKD


 
Tentoonstelling Amsterdam inhoud

Albertus Johannes van Ludolphi exposeerde met zijn schilderij ‘Een kaarslicht’.
Bron: RKD

 
Met zijn schilderijen ‘De Barbierswinkel’ en ‘Een gezelschap bij het vuur’ sierde Albertus Johannes de Tentoonstelling ‘Schilderijen van Levende Nederlandsche Meesters’ ten huize van de Weduwe Bontekoe aan de Grote Markt te Groningen in 1845. Hij woonde toen weer in zijn oude woonplaats Appingedam.

 

Krantenbericht Tentoonstelling Groningen

Uit de Leeuwarder Courant van 13 mei 1845.
Bron: Delpher.nl


 
Tentoonstelling Groningen

Met zijn schilderijen ‘De Barbierswinkel’ en ‘Een gezelschap bij het vuur’ sierde hij de Tentoonstelling ‘Schilderijen van Levende Nederlandsche Meesters’ te Groningen in 1945.
Bron: RKD


 
Tentoonstelling Groningen i

Albertus Johannes van Ludolphi exposeerde met zijn schilderijen ‘Een barbierswinkel’ en ‘Een gezelschap bij het vuur’.
Bron: RKD

 
Op 54-jarige leeftijd besloot Albertus Johannes om toch maar eens te trouwen. De bruid was Helena Nuwer, geboren te Appingedam op 23 maart 1820 als dochter van zadelmaker Lodewijk Nuwer en Anje Ogiers. Het huwelijk vond plaats te Appingedam op 22 november 1866.
Helena werkte als dienstmeid en kreeg op 22 september 1851 een zoon Lodewijk. Zijn vader is onbekend. Acht jaar later, op 27 maart 1860, zou zoon Lodewijk in Jukwerd komen te overlijden. Hij woonde op dat moment samen met zijn moeder in Appingedam.

 

Huwelijk Ludolphi-Nuwer

Huwelijksakte van Albertus Johannes van Ludolphi en Helena Nuwer.
Bron: AlleGroningers

 
Een jaar of drie geleden is het schilderij ‘Spekdikken eten’ van Albertus Johannes op een veilig onder de hamer gegaan. Het kunstwerkje was met olieverf op paneel aangebracht en had het formaat van 35 bij 27 centimeter. Uiteraard was ik nieuwsgierig naar wat deze voor mij onbekende spekdik nou eigenlijk is. Het blijkt een soort kleine pannenkoek te zijn van roggemeel, eieren en stroop, die als lokale specialiteit onder meer in het Groninger Westerwolde en in het Oost-Friese Reiderland rond Nieuwjaar wordt gegeten. De spekdik wordt met een stukje vet spek en vaak enkele stukjes droge worst gebakken in een knijpijzer.

 

Spekdikken eten door Albertus Johannes van Ludolphi

‘Spekdikken eten’ door Albertus Johannes van Ludolphi.


 
Spekdikken eten door Albertus Johannes van Ludolphi (detail

Detail uit het schilderij ‘Spekdikken eten’.

 
Zoals gezegd bleef Albertus Johannes tot aan zijn overlijden schilderen. Hij overleed te Appingedam op 3 april 1883 op zeventigjarige leeftijd. Helena ging hem twee jaar eerder al voor. Zij overleed eveneens te Appingedam op 19 februari 1881, zevenenvijftig jaar oud.

 

Overlijden Albertus Johannes van Ludolphi

Overlijdensakte van Albertus Johannes van Ludolphi.
Bron: AlleGroningers

 
Tekst: © Uit de oude Koekstrommel
Bronnen: Wikipedia en RKD
 
 

Herenhuis Oude Ebbingestraat

24 februari 2018 at 17:26

 
Afgelopen zomer heb ik nog koffie gedronken in het pand, dat in opdracht van mijn voorouder Andreas Ludolphi in 1660 als zijn herenhuis werd gebouwd op de hoek van de Groninger Oude Ebbingestraat en Jacobijnerstraat. Hoe bijzonder!

In 1308 schenkt ridder en prefect Ludolphus van Gronebeke, vertegenwoordiger van de Utrechtse bisschop in de stad Groningen en het Gorecht, het huis van Lutbertus Heddinga met enige bijgebouwen en de bijbehorende grond aan de prior Conrardus, zijnde zijn bloedverwant, en de fraters van het Dominicanenklooster in Winsum. Dit huis is gelegen aan de tegenwoordige Jacobijnerstraat. Het kloosterterrein strekt zich uit van deze straat tot aan de toenmalige stadsmuur en wordt begrensd aan de westzijde door de Oude Ebbingestraat en aan de oostzijde door het Kattenhage. Het klooster wordt in 1310 in de Orde opgenomen.

 

Verkorte vertaling: Ludolphus, ridder, heer van Gronebeke en prefect van Groningen, heeft overgedragen aan zijn bloedverwant Conradus, prior, en de broeders van het convent te Winsum het huis en hof van Lutbertus Heddinga, gelegen bij de stadsmuur van Groningen. (Uit het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe, I (Groningen 1896), nr. 228)
Bron: Cartago

 
Na de ‘Reductie van Groningen’, de capitulatie van Stad Groningen voor het leger van prins Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje, en Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg op 22 juli 1594, wordt het klooster opgeheven. Het merendeel van de nog aanwezige monniken verlaat de stad en daarmee zal het kloostercomplex enige tijd later in handen komen van de provincie.
Het kloostercomplex wordt verdeeld. In 1609 richt men een deel van het complex in tot Stedelijk Tuchthuis. In 1611 neemt de provincie het over en in het kader van bezuinigingen wordt het Tuchthuis in 1624 opgeheven. Een ander deel van het kloostercomplex krijgt de bestemming van weeshuis. In 1621 wordt het Groene Weeshuis hier ondergebracht en in 1660 staan de Staten van Groningen een deel van het complex af ten behoeve van een diaconieweeshuis, ook wel het Blauwe Weeshuis genoemd. In 1673 worden het Groene en het Blauwe Weeshuis samengevoegd en In 1858 wordt het oude kloostergebouw vervangen door een nieuw weeshuis, het Groene Weeshuis, op dezelfde plaats. De kloosterkerk is vanaf 1660 tot aan de afbraak in 1674 in gebruik als buskruidmakerij en geschutgieterij.

 

Noord-oostelijk deel Groningen rond 1575

Noord-oostelijk deel van Groningen Stad rond 1575 met links boven het Jacobijnerklooster.
Bron: commons.wikimedia.org

 
In 1660 verkoopt het weeshuis de zuidwesthoek van het terrein aan mijn voorouder raadsheer Andreas Ludolphi en zijn echtgenoot Hebelia Catharina Noorthoorn, die tot die tijd in de Oosterstraat wonen. Voor het ontwerpen van zijn herenhuis is mogelijk de hulp ingeroepen van de provinciale fabrieksmeester en stadsbouwmeester Coenraet Roeleffs, ontwerper van de Nieuwe Kerk in Groningen.
Het tot ver in de Jacobijnerstraat doorlopende pand krijgt een diep zadeldak. De voorgevel wordt rijk versierd met festoenen of guirlandes en twee kleine ovalen ‘oeil de boeuf’ ramen met omlijstingen. (De letterlijke vertaling voor het Franse ‘oeil de boeuf’ is ‘runderoog’, maar is ook de uitdrukking voor ‘schot in de roos’.) Bovenin wordt er een groter oeil de boeuf- raam geplaatst met omlijsting en afhangende festoenen. De top wordt bekroond door een klein tympaan met daarin de vermelding van het jaartal 1661. Voor verbreding van het gevelvlak en een geleidelijke overgang tussen de verticale en horizontale richting worden aan beide zijden van het middendeel van de gevel tegen de ‘trappen’ gebruik gemaakt van sierlijke klauwstukken of vleugelstukken. Beneden komt een karakteristiek bordes voor de voordeur. Het achterste gedeelte van het complex biedt plaats voor de koetsen en paarden. De grond ten noorden van het huis zal tuin blijven tot aan het begin van de twintigste eeuw.
Tot 1744 blijft het herenhuis in handen van de familie Ludolphi. De laatste bewoonster uit de familie is kleindochter Richardina Ludolphi, die getrouwd is met de latere burgemeester van Groningen Scato Gockinga.

 

Voorgevel hoek Jacobijnerstraat Groningen

Het herenhuis in januari 1923 voor de grote verbouwing.
Bron: commons.wikimedia.org (Hoek Oude Ebbingestraat-Jacobijnerstraat, voor- en zijgevel; 20093731 – rce | Door: BotMultichillT – January 1923 | Licentie: CC-BY-SA-3.0-NL. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Beeldbank Cultureel Erfgoed)


 
Oude Ebbingestraat Groningen

Het herenhuis van Andreas Ludolphi aan de Oude Ebbingestraat.
Bron: commons.wikimedia.org (Maker: Gouwenaar; Datum: 14 oktober 2009; Licentie: Public Domain)

 
Er verandert weinig aan het uiterlijk van het pand tot de toenmalige eigenaar, Nicolaas Cristofer Hensen, in 1923 drastisch aan het verbouwen gaat voor zijn confectiemagazijn met ‘heeren-, jongeheeren- en kinderkleeding’ . Met name de benedenverdieping wordt behoorlijk onder handen genomen en het bordes moet het veld ruimen. Daarnaast worden er teksten op de voor- en zijgevels aangebracht. De blauwdruk laat zien dat het oorspronkelijke idee voor de tekst op de voorgevel ‘N.C. Hensen Heeren Modes’ zou moeten worden, echter er is uiteindelijk blijkbaar gekozen voor de tekst ‘N.C. Hensen Kleeding naar Maat’.

 

Blauwdruk

Blauwdruk ‘Plan verbouwing perceel hoek O. Ebbingestr.-Jacobijnerstr. voor den Weled. Heer N.C. Hensen-Groningen’.
Foto: © Uit de oude Koektrommel (Origineel: Groninger Archieven)


 
Statistische berekening

Statistische berekening van de ijzeren balken en kolommen benodigd voor de verbouwing van de percelen hoek Ebbingestr.-Jacobijnerstr. voor den Weled. Heer N.C. Hensen te Groningen.
Foto: © Uit de oude Koektrommel (Origineel: Groninger Archieven)

 
Het pand zal ongeveer een eeuw in deze familie blijven. Op 9 november 1971 wordt het herenhuis ingeschreven in het register van beschermde rijksmonumenten. In 2016 is volgens de gegevens van het Kadaster het gehele pand met binnenterrein en parkeerplaatsen door een familielid aan een particuliere belegger verkocht voor ruim twee miljoen euro…

 

Advertentie N.C. Hensen

Advertentie N.C. Hensen uit het Nieuwsblad van het Noorden van 24 maart 1919.
Bron: delpher.nl


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Staat in Groningen, Pelgrimeren in Groningen, Wikipedia (Reductie van Groningen), Wikipedia (Klauwstuk), Wikipedia (Oeil de Boeuf), Wikipedia (Festoen), Cartago en Vestigingslocaties
 
 

Genealogie familie Ludolphi

20 november 2016 at 17:53

 

Stamreeks familie Ludolphi

Stamreeks familie Ludolphi
© Uit de oude Koektrommel


 
 
Luitien Frericx
Luitien Frericx, deurwachter der Staeten, werd geboren rond 1550. Hij was getrouwd met Anna van Cleve, dochter van Joost van Cleve. Van het echtpaar zijn vijf kinderen bekend: Luitien, Frerick, Johan, Eppe en Jantien.
 
Luitien Frericks
Luitien Frericks, deurwaarder des Collegie, trouwde op 8 augustus 1624 in Groningen met Anneijen Verwers, dochter van Jacob Verwers en een onbekende moeder.
Het echtpaar kreeg in ieder geval twee kinderen: Andreas en Anna.
 
Andreas Ludolphi
Andreas Ludolphi werd in Groningen geboren in het jaar 1625 en overleed op 23 juni 1684 op 58-jarige leeftijd. Op 11 oktober 1651 vond de proclamatie plaats voor zijn huwelijk met Hebelia Catharina Noorthoorn. Hebelia Catharina was de dochter van Richardus Noorthoorn en Beerta Valcke.
Over Andreas is het één en ander bekend. Op 1 mei 1641 schreef hij zich in als student aan de universiteit van Groningen. In juni 1649 werd hij advocaat te Groningen. Vervolgens komen we de volgende beroepen tegen: gezworene, gildrechtsheer, stadssecretaris, raadsheer, lid Staten Generaal en lid Generaliteitsrekenkamer. In 1672 is zijn vermogen vijfenzeventigduizend gulden, een aanzienlijk bedrag voor die tijd. Hij was dan ook in staat om het pand in de huidige Oude Ebbingestraat 39 (foto) te laten bouwen.
Van Andreas en Hebelia Catharina zijn vier kinderen bekend: Ludolphus, Beerta, Richard en Anna.
 
Richardus Ludolphi
Richardus Ludolphi werd in 1657 in de Oosterstraat in Groningen geboren en op 7 maart 1657 gedoopt in de Martinikerk aldaar. Hij schreef zich in als student aan de universiteit op 12 januari 1674 en bekleedde later het beroep van ‘drost der beide Oldambten’. Op 5 november 1681 was er in de stad Groningen de proclamatie voor zijn huwelijk met Catrina Cluiving. Catrina werd in de Herestraat te Groningen geboren in 1658 als dochter van Hendrik Cluiving, burgemeester van Groningen, en Willemtjen Lodewijx. Zij werd gedoopt op 8 januari 1658 in de A-Kerk en aangenomen als lidmaat in Groningen in december 1672. Op dat moment woonde zij in de Herestraat. Catrina overleed voor 1686, want op 26 januari van dat jaar hertrouwd Richard als weduwnaar met Anna Busch, eveneens een dochter van een burgemeester van Groningen Reneke Busch en Siberdina Siccama. Anna werd geboren aan het Martinikerkhof in Groningen en op 29 december 1665 gedoopt in de Nieuwe Kerk. Na het overlijden van Richard op 30-jarige leeftijd te Zuidbroek op 14 juli 1687 hertrouwt Anna als weduwe op 16 april 1697 in Groningen met de Amsterdammer Johannes van Buttinga, weduwnaar van Woltertjen Berchuijs, Clara Gerlacius en Lummina Tammen.
Met Catrina kreeg Richard de kinderen Andreas Henric en Johannes. Uit het huwelijk met Anna Busch kwamen in ieder geval de kinderen Hebelia Catharina en Richardina voort.
 
Johannes van Ludolphi
Over Johannes van Ludolphi is niet veel bekend. Hij was commissaris en schrijver en overleed voor 3 oktober 1721. Johannes was samen met zijn vrouw Joanna Knowles woonachtig in Winneweer, waar hij eigenaar was van een behuizing en schuur. Joanna was de dochter van Christophorus Knowles, predikant te Uitwierde, en Sara Louwens, nicht van kunstschilder Nicolaes Pickenoy. Joanna was een nazaat van het welvarende en invloedrijke Engelse geslacht Knowles of Knollys uit Londen, dat aangetrouwd was aan het Engelse koningshuis.
Rond 11 april 1714 hertrouwt Johannes als weduwnaar te Farmsum met Petronella Elisabeth Stammer, dochter van de predikant te Tjamsweer Henricus Rudolph Stammer.
Johannes en Joanna kregen vier kinderen: Christophorus, Richardus, Johanna Sophia en Jacobus Johannes.
 
Jacobus Johannes Ludolphi
Jacobus Johannes Ludolphi werd geboren in Wittewierum. In 1728 was hij commissaris te Garrelsweer en in 1740 commissaris te Winneweer; zijn werk bestond uit het toezicht houden op de trekschuiten.
Op 3 november 1720 trouwde Jacobus Johannes in Wittewierum met de in Appingedam geboren Anna Karssijns Tromp. In 1721 woonde het echtpaar in Winneweer in de behuizing met schuur, nagelaten door zijn vader.
Het huwelijk duurde maar kort aangezien Jacobus Johannes op 25 december 1728 in Garrelsweer als weduwnaar hertrouwde met ‘commissarische tot Windeweer’ Maijke Geerts, dochter van snikkevaarder Geert Geerts en Engeltie Amelings. Maijke werd in rond 1709 in Farmsum geboren en overleed na 17 mei 1781. Na het overlijden van Jacobus Johannes hertrouwde Maijke op 19 mei 1746 te Wittewierum met Albert Joestens Westermolen, collector op het Ooster Nieland.
Samen met Anna Karssijns kreeg hij vier kinderen: Janna, Karstoffer, Jan en Janna. Uit het huwelijk met Maijke zijn zes kinderen bekend: Johannes, Gerhard, Gerhard, Hindrikus, Christophorus en Jacomijna. Samen met Albert kreeg Maijke nog drie kinderen: Engelina, Anna en Albert.
 
Johannes Ludolphi
Johannes Ludolphi werd in Wittewierum gedoopt op 23 oktober 1729 en overleed op 57-jarige leeftijd in 1786. In Wittewierum trouwde hij op 29 juni 1760 met Annigjen van der Tuick. Annigjen was de dochter van de collector van Appingedam Watse van der Tuick en Tjalda Reinink. Grootvader Lambertus van der Tuick was organist in Appingedam.
Annigjen werd op 12 juli 1739 in Appingedam gedoopt en overleed in het Cornelis Alberts Gasthuis in Appingedam op 10 juni 1813, 73 jaar oud. Samen met Johannes kreeg zij acht kinderen: Johannes Jacobus, Watzo, Maijke, Lambertus, Johannes Jacobus, Harbert, Christophorus en een levenloos geboren zoontje. Bij Christophorus komt de toevoeging van de achternaam Knowles nog steeds voor.
 
Watzo Ludolphi
Watzo, sjouwer en arrondissementsloper van beroep, werd op 13 februari 1763 in de Nieuwe Kerk te Groningen gedoopt. In Appingedam overleed hij, 49 jaar oud, op 3 februari 1813. In de Groninger A-Kerk trouwde hij met de bodenbesteedster Alijda Homkes, dochter van Jan Tjarks Homkes en Elizabeth Writses. Dit geschiedde op 4 mei 1785. Alida werd gedoopt in de Groninger A-Kerk in op 30 augustus 1761 en overleed te Appingedam op 25 maart 1817 op 55-jarige leeftijd. In 1790 woonde het echtpaar in Wirdum.
Watzo Johannes Jacobus en Alida kregen voor zover bekend vier kinderen: Jan, Johannes Jacobus, Albert en Roelf.
 
Jan Watzes Ludolphi
Jan Watzes Ludolphi werd geboren op het Bolwerk bij Appingedam en gedoopt op 31 januari 1787 in de A-Kerk te Groningen. Hij overleed op 71-jarige leeftijd op 3 april 1858 in huis nummer 43 te Appingedam. Jan, verver en glazemaker van beroep, trouwde te Appingedam met Martjen Jans Kokmeijer. Martjen werd op 11 september 1785 in Nieuwolda geboren als dochter van Jan Tonnis Kokmeijer en Trijntje Fockes. Een week later, op 18 september werd zij in Nieuwolda gedoopt. Op 57-jarige leeftijd overleed Martje in Appingedam en wel op 20 april 1843.
Na het overlijden van Martjen hertrouwde Jan op 30 november 1843 in Appingedam met Martha Boeles Hefting, dochter van deurwaarder Boele Hefting en Geertruida Houwerzijl. Martha werd gedoopt in Appingedam op 20 september 1801 en overleed aldaar op 10 augustus 1866, 64 jaar oud.
Met Martjen kreeg Jan vier kinderen: Alida Alberdina, Albertus Johannes, Johannes Martinus en Catharina Watzina. Samen met Martha kreeg hij nog dochter Geertruida Alberdina.
 
Johannes Martinus van Ludolphij
Bij Johannes Martinus zien we voor het eerst de achternaam ‘van Ludolphij’ verschijnen. De verver Johannes Martinus, met de roepnaam Jan, werd op 20 juni 1815 geboren in Appingedam. Hij overleed in Groningen op 42-jarige leeftijd op 18 augustus 1857 in de behuizing staande buiten de Herepoort, Letter Z No. 37b, maar was woonachtig in Appingedam.
Johannes Martinus trouwde in Termunten met arbeidster Fokelina van der Laan, dochter van Arend Berends van der Laan en Aagtje Nantkes Huisman. Het huwelijk vond plaats op 24 oktober 1835. Fokelina werd in Termunten geboren op 12 oktober 1816 en overleed te Appingedam op 26 november 1915, 99 jaar oud.
Het echtpaar kreeg drie kinderen: Arend, Jan Watzo en Christiaan.
 
Christiaan van Ludolphij
Christiaan van Ludolphij was eerst kleermakersknecht en later kleermaker van beroep. Hij werd geboren in Appingedam op 29 november 1852 en overleed op 80-jarige leeftijd in Arnhem op 15 juni 1933. Christiaan trouwde op 19 mei 1880 in Midwolda met Grietje Dijkhuis. Grietje werd in Midwolda op 16 juli 1855 geboren als dochter van Hendrik Tjakkes Dijkhuis en Antje Zweers Smid. Grietje overleed in Renkum op 15 februari 1941, 85 jaar oud. Christiaan bracht de Ludolphi-tak dus van Groningen naar Gelderland. Dit moet tussen maart 1898 en 1908 gebeurd zijn.
Christiaan en Grietje kregen vier kinderen: Fokko, Antje, Grietje en Fokelina.
 
Fokelina van Ludolphij
Fokelina van Ludolphij werd op 21 juni 1891 in Midwolda geboren en was naaister van beroep. Op 2 september 1911 trouwde zij in Ede met de schilder Hendrik Jansen, zoon van Jan Jansen en Reintje Hendrika Margrieta Buis. Hendrik werd in Bennekom, gemeente Ede, geboren op 4 november 1887.
Het echtpaar kreeg vier kinderen: Jan, Christiaan, Rijnder Hendrikus en Margrieta Neeltje.
 
 
Tekst en afbeelding: © Uit de oude Koektrommel
 
De uitgebreide stamboomgegevens kunt u vinden in het aan deze website gekoppelde stamboomprogramma van Uit de oude Koektrommel.
 
 

Opa en Opoe Jansen

10 mei 2016 at 15:35

 
Een foto van rond 1926 met daarop de eigenaar van een schildersbedrijf in Bennekom, Jan de Groot, en zijn personeel. Onder het personeel valt ook mijn overgrootvader Hendrik Jansen. Naar alle waarschijnlijkheid is het de man met snor zittend op de trap. Wat zijn beroep als schilder betreft treedt hij daarmee in de voetsporen van zijn vader Jan Jansen.

 

Hendrik Jansen

Jan de Groot met zijn personeel rond 1926
Bron: Facebookgroep Oud Bennekom

 
Mijn overgrootvader wordt op 4 november 1887 geboren in Bennekom als zoon van Jan Jansen en Reintje Hendrika Magrieta Buis . Op de foto moet hij dus tegen de veertig jaar oud zijn.
Als Hendrik zeven jaar oud is overlijdt zijn vader en op vijftienjarige leeftijd verliest hij ook zijn moeder. Bij wie hij en zijn twee broertjes Gerrit en Jan en zusje Neeltje in huis komen of wie als voogd wordt aangesteld is helaas niet bekend.

 

Geboorte Hendrik Jansen, Ede 4 november 1887

Geboorteakte van Hendrik Jansen; Ede, 4 november 1887.
Bron: zoekakten.nl

 
Op 2 september 1911 trouwt hij in Gemeente Ede met de inmiddels zwangere Fokelina van Ludolphij, naaister van beroep. Zij is de jongste dochter van kleermaker Christiaan Ludolphij en Grietje Dijkhuis en wordt op 21 juni 1891 in Midwolda geboren. Vader Christiaan brengt de Ludolphi-tak dus van het Groningse Midwolda naar het Gelderse Arnhem. Dit moet ergens tussen 1898 en 1908 gebeurd zijn. Fokelina woont tot aan haar huwelijk in Arnhem.

 

Geboorte Fokelina van Ludolphij, Midwolda 21 juni 1891

Geboorteakte van Fokelina van Ludolphij; Midwolda, 21 juni 1891.
Bron: zoekakten.nl

 

Huwelijksakte Hendrik Jansen en Fokelina van Ludolphij

Huwelijksakte van Hendrik Jansen en Fokelina van Ludolphij; Ede, 2 september 1911.
Bron: zoekakten.nl

 
Mijn pasgetrouwde overgrootouders gaan in Bennekom Dorp wonen. Daar worden mijn opa Jan en zijn broertje Christiaan (Chris) geboren. Vervolgens vertrekt het gezin op 25 januari 1916 voor een jaartje naar Wageningen om op 10 januari 1917 weer terug te keren naar hun oude adres in Bennekom. Hier zullen zij wonen tot 1921, het jaar dat zij verhuizen naar Brinkerweg 40, waar zoon Rijnder Hendrikus (Drikus) en dochter Margrietha Neeltje (voor mij bekend als ‘Tante Zus’) geboren worden. Tussen 15 oktober 1921 en 8 december 1922 komen de ouders van Fokelina op dit adres bij het gezin inwonen, om daarna weer terug te keren naar Arnhem. Na vier jaar vertrekken mijn overgrootouders in november naar De Laar 11a, in februari 1928 vervolgens naar De Laar 7c, in 1930 naar  Strooijweg 27 om op 11 maart 1937 uiteindelijk uit te komen op Prins Bernhardlaan 39.

 

Strooijweg Bennekom

De Strooijweg in Bennekom.
Bron: Facebookgroep Oud Bennekom

 
Opa en Opoe Jansen heb ik nog mogen kennen. Als je er op bezoek kwam kreeg je als kind steevast een glaasje ranja. Eigenlijk mocht ik dat van mijn moeder niet aannemen, want opoe stofte volgens haar de glazen namelijk af met de stofdoek waar hun kat doorgaans op lag te slapen. Dat kwam doordat ze ‘vergeetachtig’ was, maar mijn moeder vond het toch maar een ‘vieze bedoening’. Zelf zag ik destijds het probleem niet zo.

Van opa kan ik mij niet veel meer herinneren, behalve dat hij heel oud was. Althans, dat vond ik als klein kind zijnde. Nou was toentertijd iedereen van boven de pakweg vijftig jaar in mijn ogen al hoogbejaard! Opa had wel een intrigerende ‘toeter’ vanwege zijn doofheid. Wilde je iets tegen hem zeggen dan moest je hem aantikken. Hij pakte dan zijn toeter en vervolgens werd je geacht daarin te praten. Echter, opa was zo doof dat je vaak de longen uit je lijf moest schreeuwen wilde hij je enigszins kunnen verstaan! Een leuk spelletje voor ons als klein- en achterkleinkinderen. We hadden heel wat te vertellen, hoor!

Opoe Jansen kwam tot haar overlijden altijd bij al haar klein- en achterkleinkinderen op verjaardagsvisite. Nog zie ik haar stilletjes zitten in de fauteuil met haar lange haren in een vlecht om haar hoofd vastgespeld en haar dikke panty veel te losjes om haar benen (waar je als kind al niet op let). Geduldig wachtte ze tot je het presentje bij haar kwam halen. Als een soort van audiëntie. Maar dat hoorde zo bij ‘oudere mevrouwen’.

Bijna een halve eeuw later (en hoogbejaard!) besef je pas hoe bijzonder en mooi dergelijke herinneringen aan je overgrootouders eigenlijk zijn…

 

Opa en Opoe Jansen

Opa en Opoe Jansen op respectievelijk 82-jarige en 78-jarige leeftijd
Bron: Facebookgroep Oud Bennekom


 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel