Wegwijs in genealogie

 
Hoe te beginnen
Archiefsoorten
Burgerlijke stand
BS: huwelijksbijlagen
BS: echtscheiding
Bevolkingsregister
Kerkregisters
Memorie van successie
Notariële akten en regesten
Geëmigreerde personen
 
 

Hoe te beginnen
 
Iedereen kent vast wel zo’n familielid, meestal een oma of tante, dat vanuit het niets een oude doos tevoorschijn tovert met zorgvuldig bewaarde spullen als een trouwboekje, geboortekaartjes, rouwkaarten, bidprentjes en allerlei andere familiepaperassen, die soms om onverklaarbare redenen de prullenbak nooit hebben bereikt. Met een beetje geluk zitten er in deze schatkist ook nog oude foto’s met op de achterkant in een prachtig handschrift de naam geschreven van de persoon in kwestie!

De eerste bron om te raadplegen is dus familie. Noteer zoveel mogelijk gegevens die bekend zijn, zoals de namen, geboorte-, trouw- en overlijdensdata van ouders, grootouders en overgrootouders. Met deze gegevens kunt u nu aan de slag.

Op internet zijn een aantal websites te vinden, waarin de genealogische gegevens van Nederlandse archieven doorzoekbaar zijn. Niet alle archiefdiensten zijn op deze websites vertegenwoordigd. Een overzicht van archiefdiensten in Nederland met een online databank voor genealogisch onderzoek vindt u op deze website via Archieven Nederland.

Niet alle registers zijn openbaar. In verband met de Archiefwet zijn overheidsorganisaties, waaronder de gemeentelijke Burgerlijke Stand, gebonden aan de wettelijke regels die gelden voor het openbaar maken van archieven. Deze regels houden in:

• Geboorteakten worden na 100 jaar vrijgegeven
• Huwelijksakten worden na 75 jaar vrijgegeven
• Overlijdensakten worden na 50 jaar vrijgegeven

Dat gegevens vrijgegeven worden wil nog niet zeggen dat deze informatie vanaf dat moment ook online te vinden is. Hiervoor moeten de akten eerst gescand en geïndexeerd worden; een tijdrovende klus. Een vrijgegeven akte kunt u wel inzien in de betreffende archiefinstelling.

Gedegen onderzoek kost tijd! Het is natuurlijk heel verleidelijk om via gepubliceerde stambomen binnen een halve dag enkele eeuwen aan familiegeschiedenis ‘uitgezocht’ te hebben. Toch sluipen hier de eventuele fouten of aannames al snel bij in. Beter is het om bij een gevonden datum de desbetreffende akte of kerkregistratie te zoeken. Deze bevatten doorgaans nog meer informatie, welke u kan helpen bij verder onderzoek.
Dit zelfde geldt voor transcriptielijsten in bijvoorbeeld pdf-bestanden (zie Getranscribeerde archieven). Deze lijsten zijn erg handig om eventuele gegevens of aanknopingspunten te vinden. Daar is op zich niks mis mee. Toch is het ook hierbij raadzaam de desbetreffende akte of kerkregistratie erbij te zoeken. Een transcriptie geeft namelijk vaak zo kort mogelijk een vertaling van de registratie, wat soms kan zorgen voor enige onduidelijkheid. Er gaat niets boven het origineel!

Het kan natuurlijk ook zo zijn dat er via familie op geen enkele manier aan gegevens te komen is om het onderzoek mee te starten. In dat geval zou het aanvragen van een uittreksel van een persoonskaart (overlijden in de periode 1939 tot 1 oktober 1994) of een persoonslijst (overlijden na 1 oktober 1994) bij het CBG, het Centrum voor Familiegeschiedenis, een oplossing kunnen zijn. Ze bevatten de persoonsgegevens van overleden inwoners van Nederland vanaf 1939. Voor persoonslijsten geldt dat de gegevens pas vanaf het tweede kalenderjaar na het jaar van overlijden beschikbaar zijn.
Vanwege de privacygevoeligheid mogen niet alle gegevens worden verstrekt. Zo ontbreekt bijvoorbeeld informatie over kerkelijke gezindte, informatie over de reden van eventueel verlies van de Nederlandse nationaliteit en de adresgegevens wanneer het overlijden minder dan twintig jaar geleden is. Personalia van de hoofdpersoon, de namen van de ouders (vaak met hun geboorteplaatsen en -data) en gegevens over huwelijk(en), partner(s) en kinderen worden wel verstrekt. Aan de aanvraag zijn kosten verbonden.
In een heel enkel geval blijkt er geen persoonskaart of persoonslijst van een persoon aanwezig te zijn bij het CBG. U zou zich dan kunnen richten tot de gemeente waar de desbetreffende persoon is overleden.

Algemene zoeksites: FamilySearch (gratis account nodig), Open Archieven, Wie Was Wie en Archieven.nl
 
 
 

Archiefsoorten
 

Burgerlijke stand

De burgerlijke stand is het systeem van bevolkingsregistratie (geboorte, huwelijk en overlijden), dat sinds 1811 door de Nederlandse overheid wordt gehanteerd.

Tot de Franse tijd kende ons land geen centraal overzicht van samenstelling en omvang van de bevolking. Nog voor het regime van Napoleon in 1799 werd bij de Franse wet van 20-25 september 1792 de Burgerlijke Stand vastgelegd in de ‘Code Civil’, het Burgerlijk Wetboek. Dit alles had ten doel om onder meer de dienstplicht ten behoeve van het leger van Napoleon beter af te dwingen en een efficiëntere belastingheffing in te voeren.
Na de annexatie van Brabant en Vlaanderen door Frankrijk werd bij decreet van 17 juni 1796 ook in de Belgische departementen de Burgerlijke Stand tussen 1796 en 1798 ingevoerd. In diverse Limburgse gebiedsdelen gebeurde dit tussen 1796 en 1804. Toen in 1810 het Koninkrijk Holland opging in het keizerrijk Frankrijk, werden de Franse wetten ook hier van kracht. De ‘Code Napoléon’ bevatte uitvoerige voorschriften betreffende de Burgerlijke Stand.
De feitelijke invoering verschilde per gemeente. De akten waren in eerste instantie in het Frans opgesteld, de officiële ambtelijke taal van dat moment. Vanaf 1815 zou men weer overgaan op de Nederlandse taal. Bovendien hanteerde men vanaf het begin van de Burgerlijke Stand tot en met 31 december 1805 de Franse Republikeinse Kalender (zie Franse Republikeinse Kalender).

Bij de invoering van de Burgerlijke Stand werd elke Nederlander bovendien verplicht tot het aannemen van een vaste familienaam. Tot die tijd maakten velen nog gebruik van onder andere patroniemen en toponiemen (zie Herkomst achternaam). Ook voor Joodse personen was een vaste geslachtsnaam niet gebruikelijk. De oude en de nieuwe namen werden opgetekend in het ‘register van naamsaanneming’. De manier van vastleggen verschilde per regio. In sommige regio’s werden de namen van alle personen vastgelegd, terwijl in andere regio’s alleen de namen werden vastgelegd van degenen die nog geen vaste achternaam hadden. Het zou echter tot 1826 duren voordat iedereen aan deze verplichting had voldaan. Zie voor meer informatie: Naamsaanneming.

Akten van de Burgerlijke Stand worden altijd in tweevoud opgemaakt. Eén gaat naar de gemeente waar de gebeurtenis plaatsvond en eindigt in het gemeente- of streekarchief. De andere gaat via de rechtbank naar het provinciale archief. Niet alle registers zijn openbaar in verband met de Archiefwet.

 

Geboorteakte Johannes Ubeda

Geboorteaangifte Johannes Ubeda, Nijmegen 16 november 1827
Bron: Gelders Archief

 
Het complete Burgerlijk Wetboek uit 1836, het huidige Burgerlijk Wetboek en enkele uitgelichte artikelen uit het Burgerlijk Wetboek vindt u op Huwelijksdispensatie en Burgerlijk Wetboek.

Algemene zoeksites: FamilySearch (gratis account nodig), Wie Was Wie, Open Archieven en Archieven.nl
 
 

BS: huwelijksbijlagen

De huwelijksbijlagen als onderdeel van de Burgerlijke Stand vormen een interessante bron voor het achterhalen van genealogische gegevens.

Huwelijksbijlagen zijn de bewijsstukken, die bruid en bruidegom bij de gemeente moesten inleveren om te kunnen trouwen. Deze bijlagen bevatten afschriften, ook wel uittreksels of extracten, van hun doopinschrijving (voor de invoering van de Burgerlijke Stand) of geboorteakte. In het geval dat deze om welke reden dan ook niet verstrekt kon worden door de betreffende gemeente, bevatten de huwelijksbijlagen een ‘akte van bekendheid’, waarin getuigen onder ede verklaarden de bruid of bruidegom en haar of zijn ouders te kennen.
Waren de ouders van de bruid of bruidegom nog in leven, maar niet in staat om bij de huwelijksvoltrekking aanwezig te zijn om hun toestemming te geven, dan diende er een officiële schriftelijke toestemming verstrekt te worden, welke in de huwelijksbijlagen te vinden is. In het geval dat een ouder reeds was overleden kunt u hier mogelijk een begraaf- of overlijdensextract van vinden in de huwelijksbijlagen. Het komt ook voor dat, indien beide ouders van een partner zijn overleden, er zowel de begraaf- of overlijdensextracten van de overleden ouders als die van de overleden grootouders zijn toegevoegd. Bij overlijden van beide ouders was het namelijk aan de grootouders om hun toestemming te verlenen voor het te voltrekken huwelijk. Daarnaast kunt u in de bijlagen extracten vinden van het begraafregister (voor de invoering van de Burgerlijke Stand) of de overlijdensakte van eventuele overleden echtgenoten of een verklaring van echtscheiding.
Van de bruidegom is tevens een bewijs toegevoegd uit het militieregister in verband met het al dan niet voldaan hebben aan de dienstplicht. Vaak bevat dit extract gegevens over het legeronderdeel en een signalementsbeschrijving. Een ‘akte van onvermogen’ behoort ook nog tot de mogelijkheden. Met deze verklaring hoefde men voor de huwelijksvoltrekking niet te betalen.

U kunt de huwelijksbijlagen onder andere vinden op de website FamilySearch onder de Burgerlijke Stand van de huwelijksplaats. Ga daarvoor naar het betreffende jaar en blader door tot u de huwelijksbijlagen gevonden heeft met het aktenummer dat aangegeven is in de huwelijksakte.
 
 

BS: echtscheiding

Het kan zijn dat u een gescheiden echtpaar tegenkomt tijdens uw onderzoek. De gronden voor een echtscheiding worden vermeld in het Burgerlijk Wetboek 1836. Eerste Boek: Van personen. Elfde titel: Van de ontbinding des huwelijks. Derde afdeeling.

Artikel 264. De gronden, welke eene echtscheiding kunnen ten gevolge hebben, bestaan alleen in de navolgende:
1e. Overspel;
2e. Kwaadwillige verlating;
3e. Veroordeeling tot eene onteerende straf, na het huwelijk uitgesproken;
4e. Zware verwondingen of zoodanige mishandelingen, door den eenen echtgenoot jegens den anderen gepleegd, waardoor diens leven wordt in gevaar gebragt, of waardoor hem gevaarlijke verwondingen zijn toegebragt.

De bewijsstukken van de Arrondissementsrechtbank behorende bij een echtscheiding zijn veelal te vinden in de huwelijksbijlagen van de huwelijksplaats. Echter, het verschilt per gemeente en scheidingsjaar op welke manier u deze stukken kunt opzoeken. De huwelijksbijlagen vindt u via FamilySearch. Hiervoor heeft u wel een (gratis) account nodig.

De meest eenvoudige manier om deze bewijsstukken te kunnen achterhalen is om, ongeacht in welke plaats het vonnis is uitgesproken, in de huwelijksplaats met het nummer van de huwelijksakte in de huwelijksbijlagen van het scheidingsjaar te zoeken.
Niet altijd wordt het zo gemakkelijk gemaakt. Een andere manier om de bewijsstukken te vinden is via het aktenummer van de scheidingsinschrijving in de Burgerlijke Stand. De datum van inschrijving wordt doorgaans vermeld in de kantlijn van de huwelijksakte. Die inschrijving zoekt u vervolgens op via Huwelijken en Echtscheidingen van de huwelijksplaats. Met het gevonden nummer van de inschrijving kunt u de stukken opzoeken in de huwelijksbijlagen van het jaar van de scheidingsinschrijving.
 
 

Bevolkingsregister

De overheid houdt in een bevolkingsregister de omvang en samenstelling van de bevolking bij. In het bevolkingsregister kunt u gegevens vinden over personen (geboortedatum en -plaats, burgerlijke staat, beroep en religie) en een eventuele gezinssamenstelling, woonadressen en een eventueel vertrek naar een andere plaats of vermelding van emigratie. Aangegeven geboortedata zijn zeker niet altijd even nauwkeurig.

Het Nederlandse bevolkingsregister kende verscheidene vormen:
• 1850-1920 vastbladig bevolkingsregister
Registratie per adres, inclusief de vermelding van eventuele inwonende dienstbodes of knechten.
• 1920-1939 gezinskaarten
Registratie per gezin. Iedere kaart bestaat uit een voor- en achterzijde.
• 1939-1994 persoonskaarten
Registratie per persoon. Eventuele kinderen staan doorgaans vermeld op de achterzijde van de persoonskaart van het gezinshoofd. Voor 1939 werd er al in diverse plaatsen ‘proefgedraaid’ met persoonskaarten, waardoor er persoonskaarten bestaan van ver voor deze periode.

Vanaf 1994 is Nederland overgegaan op een geautomatiseerd bevolkingsregister in de vorm van GBA (Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens). Inmiddels is deze vervangen door de BRP (Basisregistratie Personen).

Door de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn door enkele archiefinstellingen de registers offline gehaald.
Voor een overzichtslijst met de betekenis van de afkortingen die in het bevolkingsregister werden gebruikt en voor de uitleg van een persoonskaart, de distributiestamkaart en het persoonsbewijs kunt u terecht via de directe linken: afkortingen en persoonskaart, distributiestamkaart en persoonsbewijs.

 

Bevolkingsregister Karrengas 1850

Gedeelte uit het vastbladig bevolkingsregister; Karrengas Nijmegen 1850
Bron: Regionaal Archief Nijmegen

 

Bevolkingsregister Amersfoort

Voor- en achterzijde van een gezinskaart uit het bevolkingsregister van Amersfoort.
Bron: Archief Eemland

 

Persoonskaart voorkant

Voorzijde van een persoonskaart. Onderaan ontbreekt het gedeelte van vak 23, 24 en 25 (bijzondere vermeldingen) en de vermelding van de religie is afgeschermd.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 

Persoonskaart achterkant

Bijbehorende achterzijde van de persoonskaart.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Algemene zoeksites: FamilySearch (gratis account nodig), Wie Was Wie, Open Archieven en Archieven.nl
 
 

Kerkregisters

Om ‘verboden’ huwelijken te voorkomen werd er vanaf het begin van de dertiende eeuw vanaf de kansel op drie achtereenvolgende zondagen een voorgenomen huwelijk bekend gemaakt; ook wel roepen, afkondigen of proclameren genoemd. Dit bleek echter door de groter groeiende gemeenschappen niet meer voldoende te zijn. Om een betere controle te krijgen werd tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) besloten dat een huwelijk, na drievoudige afkondiging, gesloten moest worden in een kerk ten overstaan van een priester en getuigen en vervolgens moest worden vastgelegd in een huwelijksregister. Tevens diende er een register van dopen bijgehouden te worden om huwelijken, waarin sprake was van bloedverwantschap, te voorkomen.
Een registratie van begrafenissen werd niet verplicht gesteld. Deze diende in eerste instantie meer als een ‘kerkelijk kasboek’ om de kosten van een uitvaart en bijbehorende diensten in bij te houden, veelal terug te vinden als ‘gaarderboeken’.

In kerkregisters of kerkboeken werd dus de kerkelijke administratie bijgehouden door de predikant, pastoor of koster. Kerken noteerden daarin de gegevens van hun leden en de inschrijvingen van doop, ondertrouw, huwelijk en begrafenis. De te vinden informatie verschilt sterk per plaats of religie. Sommige kerkregisters gaan terug tot de zestiende eeuw. Helaas zijn veel van deze boeken in de loop der tijd geheel of gedeeltelijk verloren gegaan door water- of brandschade, oorlogshandelingen, muizenvraat of zelfs ‘menselijk falen’. In Nederland staan deze registers bekend onder de naam ‘DTB’: Doop-, trouw- en begraafboeken.

Bij de invoering van de Burgerlijke Stand waren de kerken verplicht hun registers bij de overheid in te leveren om als basis te kunnen dienen voor de nieuwe bevolkingsregistratie en ter controle van aangiften.

Handig hulpmiddelen bij het lezen van de kerkregisters zijn de woordenboeken, te vinden via Woordenboek Latijn, Middeleeuws-Nederlands, Genealogie en Notariële en Rechterlijke termen en het oude alfabet, te vinden via Paleografie.

 

Richard Ludolphi en Anna Busch

Huwelijksinschrijving Richard Ludolphi en Anna Busch, Groningen 9 januari 1686
Bron: allegroningers.nl

 
Algemene zoeksites: FamilySearch (gratis account nodig), Wie Was Wie, Open Archieven en Archieven.nl
 
 

Memorie van successie

Sinds 1818 moest in Nederland belasting betaald worden over een erfenis; het successierecht. Om te bepalen hoeveel er door de erfgenamen moest worden betaald aan successiebelasting werd er na iemands overlijden een memorie van successie opgemaakt; een overzicht van de baten en lasten van een nalatenschap. De memories bevatten gegevens als de naam van de overledene, de geboortedatum- en plaats, de overlijdensdatum en -plaats, waaruit een erfenis bestond en wat de waarde ervan was (bijvoorbeeld de inboedel of het bezit aan onroerend goed met kadastrale gegevens) en de gegevens van de eventuele erfgenaam of erfgenamen.

Had iemand onroerend goed, dan was er altijd een memorie. Was er geen onroerend goed, dan ontbreekt veelal de memorie van successie als de erfenis minder dan 300 gulden waard was of als er alleen erfgenamen waren in rechte lijn. Vanaf 1878 gold dit alleen bij nalatenschappen die minder dan 1000 gulden waard waren.

 

Memorie van succesie

Deel van een memorie van succesie, Groningen, 29 april 1823
Bron: allegroningers.nl

 
Websites: Gemeentelijke en regionale archieven
 
 

Notariële akten en regesten

Notariële akten worden tegenwoordig vooral gezien als geschriften waarin overeenkomsten en verklaringen juridisch worden vastgelegd. Vroeger was een bezoek aan een notaris echter een veel voorkomende zaak. Wie iets uitleende of belangrijke afspraken maakte ging naar de notaris om dit vast te laten leggen. Zo zijn in de akten onder meer te vinden waaruit de huisraad bestond, wie nog geld kreeg of juist nog moest betalen, welk perceel aan wie toebehoorde en hoeveel en welk vee er op stal stond. Maar er zijn ook zaken terug te vinden als een testament, de benoeming van voogden of een getuigenverklaring over een tijdens een bevalling ontfutselde identiteit van de verwekker van een onwettig kind.

Een regest is van oorsprong een eenregelige samenvatting van een vaak middeleeuwse oorkonde. Later werden meestal juridische zaken in een beknopte vorm in een regest vastgelegd. Het woord ‘regest’ komt van het Latijnse ‘res gestae’ en betekent ‘de verrichte handelingen’.

 

Getuigenverklaring

Gedeelte uit een getuigenverklaring, afgelegd bij notaris Pieter van den Bergh op 4 oktober 1706 te Amsterdam, waarin de vroedvrouw en een getuige verklaren dat de ongehuwde moeder Maria van der Hoef meermalen als vader ene Jacobus heeft genoemd.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Websites: Gemeentelijke en regionale archieven
 
 
 

Geëmigreerde personen
 
Soms lijkt een familielid of een gezin van de Nederlandse bodem verdwenen te zijn. In dat geval kan er mogelijk sprake zijn van emigratie.
 
 
Inleiding
 
In de jaren veertig van de negentiende eeuw kwam in Nederland de emigratie op gang als gevolg van religieuze spanningen en slechte economische omstandigheden. Emigratiepieken waren er van 1845 tot 1855, van 1865 tot 1874, in de jaren tachtig van de negentiende eeuw en na de Tweede Wereldoorlog.
Toen steeds meer Nederlanders naar ‘overzee’ vertrokken, wilde de overheid inzicht krijgen in de omvang en achtergronden van de emigratie. Voor een goed overzicht was het noodzakelijk om de gegevens van alle Nederlandse emigranten te kunnen krijgen, ongeacht of ze uit Nederlandse, Duitse, Belgische of Franse havens vertrokken.
Vanaf 1847 moest iedere gemeente een lijst maken van alle in dat jaar vertrokken emigranten, de zogenaamde ‘Staat van landverhuizingen’. De gemeente gebruikte hiervoor de gegevens uit het bevolkingsregister. De staten werden opgestuurd naar het Provinciaal Bestuur. Provincieambtenaren stelden op basis daarvan een totaallijst samen die naar de Minister van Binnenlandse Zaken werd gestuurd.

Naast deze Staat van landverhuizing werden op schepen en in havens passagierslijsten bijgehouden, die als bron van informatie kunnen dienen.

 

Staat van landverhuizers

Gedeelte uit het emigratieregister Staat van landverhuizers uit 1849
Bron: allegroningers.nl

 
Websites: Nationaal Archief Emigranten en Staat der Landverhuizers (1848-1877) (namenindex en images provincies: Groningen 620-778, Noord-Brabant 779-912, Zuid-Holland 913-1068, Noord-Holland 1069-1222, Friesland 1223-1385, Drenthe 1386-1456, Overijssel 1457-1538, Gelderland 1539-1741, Utrecht 1742-1828 en Zeeland 1829-2042)

Voor gegevens van emigranten naar Noord-Amerika, Canada, Australië en Argentinië kunt u terecht op Emigratie en passagierslijsten. Tevens vindt u op deze website: Archieven en indexen buitenland, Nederlands-Indië, Suriname, België en Duitsland.
 
 
 
Bureau Vestigingsregister

Gemeente Den Haag beheert op het Bureau Vestigingsregister de persoonskaarten van tussen 1939 en 1 oktober 1994 geëmigreerde personen, die zich (nog) niet opnieuw in Nederland hebben gevestigd, en van in concentratiekampen omgekomen Nederlanders. Ook deze persoonskaarten zijn pas beschikbaar nadat de desbetreffende persoon is overleden. In veel gevallen is van emigranten niet aantoonbaar, bijvoorbeeld aan de hand van een overlijdenskaart of overlijdensadvertentie, dat zij daadwerkelijk zijn overleden. Toch blijkt het Bureau Vestigingsregister vaak ‘coulant’ te handelen en kunt u altijd proberen om een uittreksel aan te vragen voor genealogische doeleinden.
Bij uw aanvraag dient u een kopie van uw legitimatiebewijs toe te voegen! De informatie die wordt verstrekt betreft alleen de gegevens die in Nederland zijn verzameld. Ook aan deze aanvraag zijn kosten verbonden.

N.B. Tegenwoordig blijkt het CBG, het Centrum voor Familiegeschiedenis, gegevens van overledenen uit het Register Niet-Ingezetenen te ontvangen. Dat houdt in dat als er nu een Nederlander in het buitenland overlijdt, de persoonslijst te zijner tijd bij het CBG te vinden is; ook als ze al jaren in het buitenland wonen. Zolang de overledene maar bij leven een band met de Nederlandse Overheid had en niet een andere nationaliteit heeft aangenomen.
 
 
 
 
Overige genealogische bronnen

Overige per thema gerangschikte genealogische bronnen en diverse onderwerpen kunt u vinden onder de menubalk van deze website: ‘Genealogische bronnen’, ‘Diverse Items’ en ‘Woordenboeken, Wetten en BR’.
 
 
 
 
Tot slot

Belangrijk om te weten is dat maar een gedeelte van de archieven online te vinden is. Een bezoek aan een archiefinstelling zal u verrassen.

Succes met uw onderzoek!