Genealogie familie Bijvank

26 februari 2018 at 12:31

 

Stamreeks familie Bijvank

Stamreeks familie Bijvank
© Uit de oude Koektrommel


 
 
Herman Bijvanck
Herman Bijvanck werd geboren te Haart, een buurtschap in de Achterhoekse gemeente Aalten en overleed voor 12 juni 1670. Hij trouwde met Hendersken. Verdere gegevens over zijn vrouw zijn onbekend.
Vier kinderen zijn mij bekend: Hendrick, Wilhem, Stijntjen en Jan.
 
Wilhem Bijvanck
Wilhem Bijvanck werd eveneens geboren te Haart en overleed voor 19 januari 1707. Volgens de huwelijksinschrijving van 29 augustus 1675 te Aalten trouwde hij op 16 september 1675 in het Duitse Wesel met Lijsbeth Muntel. Lijsbeth Muntel, dochter van Henricus Muntel, werd geboren in het Duitse Salzkotten bij Paderborn.
Het echtpaar kreeg in ieder geval vijf kinderen: Joost, Aeltjen, Hendersken, Herman en Hendrik.
 
Joost Bijvanck
Over Joost Bijvanck is weinig bekend. Hij werd geboren te Haart en zou te Aalten overleden zijn voor 1 oktober 1721. Joost trouwde met Hermken.
Zeven kinderen heb ik gevonden: Jantjen, Aeltjen, Frerik, Beernd, Beerndeken, Berent en Willem.
 
Frerik Bijvank
Tuinman Frerik Bijvank werd geboren te Haart en trouwde op 25 mei 1727 te Aalten met de 23-jarige Hermina te Hondarp. Hermina, dochter van Warner te Honderp en Marriie Merdinck, werd in het Gelderse Heurne geboren en op 13 oktober 1703 te Aalten gedoopt. Frerik was ‘bloetmomboir’ over de kinderen van zus Janna (Jantjen).
Het stel kreeg de volgende vijf kinderen: Joost, Wander, Jan Hendrik, Janna en Willemke.
 
Wander Bijvank
Wander, geboren te Haart en gedoopt op 18 augustus 1731 te Aalten, trad te Aalten in het huwelijk met Hendrika ter Maat. De huwelijksinschrijving dateert van 26 januari 1760. Hij overleed op 21 april 1801 te Aalten en werd twee dagen later begraven in dezelfde plaats.
Hendrika was de dochter van Willem ter Maat en Beerndeken Kempink. Zij werd geboren te Aalten en overleed aldaar op 20 april 1817. Volgens de overlijdensakte zou zijn 86 jaar zijn geworden.
Samen kregen zij acht kinderen: Frederik, Beerndeken, Willemina, Willem, Berend, Harmanus, Hermanus en Geertruid.
 
Hermanus Bijvank
Hermanus Bijvank werd te Aalten op 10 maart 1773 geboren en vier dagen later gedoopt. Hermanus was van beroep kleermaker. Hij trouwde te Charlois bij Rotterdam op 29 april 1799 met de op 3 september 1780 in Leerdam gedoopte Lijsbet Bogert, dochter van Cornelis Boogert en Teuntje van Kazant. Lijsbet overleed op 51-jarige leeftijd op 4 april 1832 te Schoonrewoerd. Hermanus overleed te Buurt Hoog in Oosterwijk bij Leerdam op 30 maart 1848, 75 jaar oud.
Hermanus en Lijsbet kregen tien kinderen: Wilhelmina, Cornelis, Hendrika, Teuntje, Geertrui, Maaike, Willem, Johanna Cornelia, Berendina en Berendina Gesina.
 
Willem Bijvank
Willem Bijvank, geboren te Schoonrewoerd in huis nummer 37 op 2 mei 1814, trouwde als arbeider op 19 mei 1843 te Ameide met Elizabeth de Bruin. Lijsje, zoals zij werd genoemd, werd te Ameide geboren op 14 februari 1822 in huis nummer 111, als dochter van Cornelis de Bruin en Ariaantje de Kruijk. Zij overleed in dezelfde plaats op 27 juni 1875, 53 jaar oud. Willem overleed op 68-jarige leeftijd tevens te Ameide op 20 oktober 1882.
Het echtpaar kreeg elf kinderen: Elisabeth, Cornelis, Hermanus, Hermanus, Elisabeth, Adrianus, twee levenloos geboren zoontjes, Geertrui, Hermanus en Hermanus.
 
Adrianus Bijvank
Stratenmaker Adrianus Bijvank werd te Ameide geboren op 5 juli 1854 en trouwde te Brielle op 13 juli 1901 met Emerentiana van der Linden, dochter van Maria van der Linden en een onbekende vader. Emerentiana werd op 9 mei 1872 te Brielle geboren en overleed op 62-jarige leeftijd te Ameide op 5 juli 1934. Adrianus zou 74 jaar oud worden en overleed tevens te Ameide op 25 april 1929.
Vier kinderen zijn bekend: Willem, Adrianus, Arie Cornelis en nog een levenloos geboren jongetje.
 
Arie Cornelis Bijvank
Arie Cornelis Bijvank, geboren op 4 december 1907 te Vianen, trouwde als stratenmaker op 19 augustus 1932 te Brandwijk met de weduwe Marrigje van Kleij. Marrigje werd als dochter van Pieter van Kleij en Pietertje van der Stelt te Brandwijk geboren op 19 oktober 1899. Zij trouwde op 24 oktober 1924 te Hardinxveld met de scheepstimmerman Jan Hendrikus Haeser, die op 12 september 1929 te Hardinxveld zou overlijden. Arie Cornelis overleed op 37-jarige leeftijd te Papendrecht op 20 maart 1945, mogelijk als gevolg van honger. Marrigje overleed, 92 jaar oud, te Dordrecht op 4 oktober 1992, na ruim 32 jaar verpleegd te zijn in Verpleeghuis Eureka.
Marrigje kreeg samen met Jan Hendrikus twee kinderen. Met Arie Cornelis kreeg zij vijf kinderen.
 
 
Tekst en afbeelding: © Uit de oude Koektrommel
 
De uitgebreide stamboomgegevens kunt u vinden in het aan deze website gekoppelde stamboomprogramma van Uit de oude Koektrommel.
 
 

Gerrit Hopman, ziekentrooster in dienst van de V.O.C.

15 januari 2018 at 22:52

 
Ziekentrooster. Hoe prachtig klinkt dit beroep. En Gerrit Hopman was er één. Ziekentrooster in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij trouwde op 22 december 1765 in Aalten met Janna Bijvank, maar binnen twee jaar vertrok hij op 21 september 1767 vanuit Texel voor de Kamer Amsterdam naar de Oost met het gloednieuwe spiegelretourschip ‘Woestduijn’, dat plaats bood aan 239 tot 369 bemanningsleden. Via een tussenstop van twee weken in verversingsstation en reparatieplaats Kaap de Goede Hoop bereikte het schip op 23 april 1768 Batavia. Na Batavia te hebben aangedaan, voer de Woestduijn door naar het Chinese Kanton. Hoogstwaarschijnlijk zal hier een handeltje thee en porselein zijn opgehaald, de belangrijkste handelsproducten van Kanton. De terugreis voor de Kamer Zeeland ging vanzelfsprekend weer via de Kaap, aangezien het V.O.C. schepen op de uit- en thuisreis verplicht was daar aan te leggen. Men zou er vijfentwintig dagen vertoeven. Uiteindelijk kwam het schip op 18 juli 1769 aan in het Zeeuwse Rammekens.

 

Gerrit Hopman, Woestduijn

Soldijboek: Gerrit Hopman, op 21 september 1767 vertrokken met het schip Woestduijn.
Bron: Nationaal Archief


 
 
Woestduijn

Het VOC-schip ‘Woestduijn’ van de Kamer Amsterdam is vlak voor terugkeer van zijn vijfde thuisreis uit Batavia op de Noorder Rassen bij Vlissingen vastgelopen. 
Bron: Rijksmuseum

 
De functie van ziekentrooster is ontstaan in de vluchtelingenkerken van het zestiende-eeuwse Londen en Emden. Het was de taak van de predikanten om de zieken te bezoeken. Echter, door ziekten als de pest nam het aantal zieken zo dramatisch toe, dat de predikanten hun werk niet meer aankonden. Ouderlingen werden door de kerkenraad verzocht tegen een goede betaling de taak van ziekentrooster op zich te nemen. Naast het bezoeken van zieken en het verlenen van geestelijke bijstand behoorde onder andere het opstellen van testamenten en het verzorgen van arme zieken tot de werkzaamheden.

Aan het eind van de zestiende eeuw werd in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het kerkelijk leven opgebouwd. Er bleek een tekort aan predikanten. Toen daar bovenop ook nog eens de pest uitbrak werd er door de stadsbesturen besloten om in navolging van andere landen ziekentroosters te benoemen. De ziekentrooster nam, zeker in kleinere plaatsen, vaak de taken van de predikant en ouderling over, maar had geen bevoegdheid om de sacramenten te bedienen.

 

Vacante post van ziekentrooster in de Goudasche Courant van 14 maart 1796.
Bron: Delpher


 
 
Loon ziekentrooster

Een indicatie van het salaris van deze ‘alles-in-één-baan’; Oprechte Haarlemse Courant van 28 mei 1805.
Bron: Delpher

 
Geestelijke zorg moest er natuurlijk ook zijn voor de zeevarenden. Door het genoemde tekort aan predikanten kwam deze zorg voor het leger, de marine en de handelsvloot voor een groot deel in handen te liggen van de ziekentrooster. Lidmaten werden opgeroepen om zich beschikbaar te stellen voor deze functie. Elk schip moest voorzien worden van een predikant of ziekentrooster. Op de grotere schepen en met name die met de ‘belangrijkste’ officieren werd een predikant geplaatst; op de kleinere schepen de ziekentrooster.

De ‘Instructie voor de Predikanten en de Ziekentroosters’ uit 1657 is duidelijk over de taakomschrijving van predikanten en ziekentroosters. Onder hoofdstuk II wordt bepaald:

‘De Predikanten en Ziekentroosters zullen goede zorge draagen, en by de Overheden van de respective schepen en op de Comptoiren altyt helpen bevorderen, dat des morgens en des avonts de publicque gebeden met behoorlyken aandagt by hun gedaan, en by al het volk, inzonderheit by die geenen, die over anderen gestelt syn, zonder eenig verzuym, ’t en ware ingevalle van ziekte of andere nootwendige gelegenheit, bygewoont en waargenomen worden: als ook dat des Zondags, de voor en namiddags vermaaningen, en andere Christelyke oefeningen en gebeden en voorts in de week, zoo wanneer, en zoo dikwyls als het zelve gevoeglyk zal konnen geschieden.’
 
Hoofdstuk III gaat verder met:

‘De Predikanten en Ziekentroosters zullen niet verzuymen de Zieken daaglyks te bezoeken en te vertroosten, en alle goede troostlyke vermaaningen en onderwyzingen ter zaligheit aan hun te doen, zoo menigmaal als de gelegenheit het vereischen zal.’

Ruim vijf maanden na zijn terugkomst in Nederland koos Gerrit weer het ruime sop. Dit maal vertrok hij vanuit Texel voor de Kamer Amsterdam op 29 december 1769 met het schip Bovenkerker Polder naar Bengalen. Dit schip was kleiner en kon 152 tot 279 bemanningsleden huisvesten. Het lijkt aannemelijk dat in Bengalen hoofdcomptoir, oftewel factorij of loge, Hougli aan de rivier de Ganges werd aangedaan voor de inkoop van producten als katoen, opium, gember, hennep, zijde en suiker. De heenreis kende een tussenstop van negentien dagen in Kaap de Goede Hoop; op de terugreis zou dit een verblijf worden van elf dagen. Na 535 dagen zette Gerrit op 17 juni 1771 in Texel weer voet op Nederlandse bodem.

 

Soldijboek Gerrit Hopman, Bovenkerker Polder

De bladzijden van Gerrit Hopman in het soldijboek van het schip Bovenkerker Polder.
Bron: Nationaal Archief


 
 
De factorij of loge van de Verenigde Oostindische Compagnie te Hougli in Bengalen

Hoofdcomptoir van de Verenigde Oost-Indische Compagnie te Hougli in Bengalen door Hendrik van Schuylenburgh.
Bron: Rijksmuseum

 
De hereniging met zijn familie was van korte duur. Op 30 december van hetzelfde jaar begint Gerrit aan wat letterlijk en figuurlijk zijn laatste reis zou worden. Na het vertrek op 30 december 1771 uit Texel met bestemming Ceylon met het schip Geijnwens van Kamer Amsterdam overleed Gerrit na negenenvijftig dagen varen op 27 februari 1772 ergens tussen Rammekens en Kaap de Goede Hoop.

 

Soldij Gerrit Hopman, Geijnwens

Uit het soldijboek: Gerrit Hopmans laatste reis met het schip Geijnwens.
Bron: Nationaal Archief


 
 
De rede van Texel

De rede van Texel, waar vandaan Gerrit Hopman voor zijn laatste reis vertrok
Bron: Texelhuis

 
Zijn weduwe Janna en dochter Hendrika kunnen toch rekenen op zijn gage tot zijn overlijden, want in de ‘Instructie voor de Predikanten en de Ziekentroosters’ staat onder hoofdstuk XIII vermeld:

‘Indien eenig Predikant of Ziekentrooster op de reize naar Oost Indië, of aldaar binnens lants mogt koomen te sterven, en een Weduwe, Kint of Kinderen na te laaten, het zy aldaar ofte hier te landen, zullen dezelve Weduw, Kint of Kinderen alsdan niet alleen genieten de gagie tot den doot van den overledenen, maar alzulke Weduw, Kint of Kinderen, die mede op de reize oft in Oost Indië mogte geweest zyn, zullen ook bekwaamlyk, als zy ’t begeeren, zonder hunne kosten naar huys gebragt, en voorts in alles getracteert worden, volgens de Resolutie ter Vergaderinge van de Zeventienen den 30 September 1647, op ’t stuk van de Predikanten en hunne Weduwen genoomen.’

Een krantenartikel in de Hollandsche Historische Courant van 29 juli 1779 geeft overigens een indruk van de kostbaarheden die uit de Oost werden meegenomen.
Op zaterdag 24 juli 1779 loopt het schip Woestduijn vast op de zandplaat de Noorder Rassen voor de Walcherse kust tussen Westkapelle en Zoutelande. Het schip ging verloren en de lading Oosterse producten dreef de Noordzee in. Toch was de cargo bekend en werd gepubliceerd in de krant. Het tot de verbeelding sprekende product ‘drakenbloed’ is een diep zwartrode harssoort, dat gewonnen wordt uit de drakenbloedbomen Dracaena draco en Pterocarpus draco en wordt hoofdzakelijk gebruikt voor medicinale doeleinden.

 

Cargo Woestduijn

De lading van het schip Woestduijn, gepubliceerd in de Hollandsche Historische Courant van 29 juli 1779.
Bron: Delpher

 
De goederen uit Azië werden in de tijd van Gerrit Hopman voor de Kamer Amsterdam opgeslagen in het Oost-Indisch Zeemagazijn op het voor de V.O.C. aangelegde eiland Oostenburg aan het IJ in Amsterdam. Het was het grootste industrieterrein ter wereld: drie grote scheepshellingen, een vijfhonderd meter lange lijnbaan, een enorme houtzagerij en het vier verdiepingen hoge Oost-Indisch Zeemagazijn, met daarachter nog werkplaatsen en loodsen. Beneden was een slachthuis en op één van de zolders bevond zich de zeilmakerij.
Na de opheffing van de V.O.C. in 1799 werd het Oost-Indisch Zeemagazijn in gebruik genomen als opslagplaats voor granen. Door achterstallig onderhoud en de zware last stortte in 1822 het magazijn in.

 

Het Oost-Indisch Zeemagazijn in Amsterdam door Joseph Mulder.
Bron: Wikimedia


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Wikipedia (ziekentrooster), Woordenwereld, Instructie voor de Predikanten en Ziekentroosters, VOC Site, KZGW, VOC Kenniscentrum, Wikipedia (Oostenburg) en Stadsarchief Amsterdam