Politoerder

18 december 2016 at 23:45

 
Evert Appeldoorn, zoon van Aalt Appeldoorn en Hendrika Woudenberg, werd op 28 november 1891 in Amsterdam geboren. Hij trouwde op 4 februari 1914 met de Utrechtse Theodora Johanna Ros en overleed, vijfenvijftig jaar oud, te Zuilen op 20 juli 1947. Evert was politoerder van beroep.

Politoeren, zoals we dat nu nog kennen, is rond 1820 door de Franse meubelmakers ontwikkeld. Zij ontdekten dat je hout met het product ‘schellak’ veel mooier af kon werken dan met de tot die tijd gebruikelijke producten als bijenwas en lijnolie. Deze techniek wordt daarom ook wel ‘French polishing’ genoemd.
Schellak (‘shellac’ in het Engels) is een samentrekking van de woorden ‘shell’ (huisje of omhulsel) en het woord ‘lac’ dat in het Sanskriet ‘honderdduizenden’ betekent. Eén kilo Schellak bestaat uit een afscheidingsproduct, vergelijkbaar met het web van een spin of de zijden draad van de zijderups, van honderdduizenden luizenhuizen van een boomluis, die in India en omstreken leeft.

Poelitoeren bestaat uit een samentrekking van de woorden ‘poli’ (veel) en ‘toeren’ (rondjes). Politoeren is dus het veelvuldig rondjes draaien met een dot om op die manier de politoer, politoervernis of politoerlak op het werkstuk aan te brengen.

Met politoer wordt meestal verwezen naar de lak die gebruikt wordt bij het politoerproces. Meer correct is eigenlijk politoervernis of politoerlak, maar in de volksmond wordt dit heel vaak aangeduid als politoer.
Andere korte aanduidingen voor de opgeloste schellakvernis die politoer eigenlijk is, zijn ‘lak’ of ‘vernis’. Het woord lak komt uit de politoerwereld en verwijst dus naar het aantal luizen dat nodig is om een kilo schellak te produceren, terwijl vernis afkomstig is van de plaats Berenice (tegenwoordig Benghazi), die in de oudheid hét centrum voor de handel in harsen en gommen was. Het tegenwoordige woord vernis verwijst dan ook nog steeds naar een transparante oplossing van harsen en/of gommen waarmee een oppervlak bedekt wordt.

Een ‘zwartpolitoerder’ stond in hoger aanzien dan een ‘gewone politoerder’, omdat in zwart politoerwerk nog eerder en meer foutjes te zien zijn. Een ‘slimme’ politoerder maakte voor een sollicitatiegesprek de nagelriemen zwart. Door er wat nonchalant voor te zorgen dat deze voor je nieuwe baas te zien waren hoopte je dat hij dacht dat je zwart kon politoeren en je dus een hoger salaris aan zou bieden!
 

Politoerder

Het beroep politoerder.
© Uit de oude Koektrommel
(Bronnen: pinterest.com (foto) en delpher.nl (advertenties))


 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: politoeren.com en divers