Een doodnormale en uiterst sympathieke vraag. Of ik interesse heb in een foto van een lotingsbriefje uit 1902 om mijn artikel over de loting voor de Nationale Militie mee op te sieren. Graag, stuur maar door. Ik creëer er wel een plekje voor op mijn website.

Rekenende op één enkele foto worden mij maar liefst elf afbeeldingen toegezonden. Niet alleen het lotingsbriefje is op de gevoelige plaat vastgelegd; ook een portret van de persoon in kwestie samen met een notitie en militaire memorabilia in een lijstje zijn in hoge resolutie gefotografeerd. Hier móet wel een interessant familieverhaal achter schuilen.
Niets blijkt minder waar. ‘Een verhaal kan ik je niet vertellen. Ik heb dit eigenlijk van de vuilbak gered; het was weggegooid op het containerpark.’ Werkelijk?! Ik was van deze opmerking volledig van de leg, kan ik u vertellen. Hulde voor de vinder, die besloot dat deze Petrus Florent Moons geen plek bij het grof vuil verdiende!

 

Lijstje Moons

Het lijstje gered van de vuilbak.
Bron (bewerkt): © Guido van Gestel (Geplaatst met toestemming van de eigenaar.)

 
Normaliter probeer ik met een familieverhaal iemand een gezicht te geven. In dit geval is mij het gezicht al bekend, maar over het leven van de beste man tast ik nog volledig in het duister. Tijd om daar verandering in te brengen.
Met enkel de aanwijzingen Moons Petrus Florent de la classe 1902 3me Chasseurs à pied No de la matriculle 127 48069 kan de speurtocht beginnen. Lichtingsjaar 1902 dus. Dan zal hij rond 1882 geboren zijn. Op de achterzijde van zijn portret pronkt de naam van Photographie Em. Leijniers, Rue de la Justice 1, Anvers. Antwerpen zou een aanwijzing kunnen zijn. Een startpunt. Maar het zegt in feite nog niets.

 

Voor- en achterkant portret Moons

Het portret met reclame van de maker op de achterzijde.
Bron (bewerkt): © Guido van Gestel (Geplaatst met toestemming van de eigenaar; auteursrecht maker onbekend.)


 
Notitie Moons

De notitie als aanknopingspunt voor verder onderzoek.
Bron (bewerkt): © Guido van Gestel (Geplaatst met toestemming van de auteursrechthebbende.)

 
Via zijn militaire nummer is een geboortedatum en -plaats al snel gevonden in de index van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in België. Kijk! Dat vergemakkelijkt het onderzoek. Geboren in Borgerhout op 8 maart 1882. Om precies te zijn in de Raapstraat 14 om vier uur ’s nachts. Zoon van de uit Deurne afkomstige timmerman (en aannemer) Joannes Baptista Moons en de in Borgerhout geboren huishoudster Maria Catharina Jacobs, zo is te lezen in de geboorteakte van Petrus Florentius.

 

Militair dossier Moons

Index van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis.
Bron: Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis


 
Geboorteakte Petrus Florentius Moons

Geboorteakte van Petrus Florentius Moons.
Bron: FamilySearch

 
Petrus Florentius, die Flor of Florent wordt genoemd en de kost verdient als schrijnwerker, stapt op 10 oktober 1908 in Deurne in het huwelijksbootje met Joanna Carolina Lambrechts. Deze dochter van voerman Petrus Franciscus Lambrechts en huishoudster Joanna Catharina Van den Bosch is geboren op 1 oktober 1885 in de Deurnese buurt Kerkeveld. Tot haar huwelijk met Florent werkt zij op een fabriek.

 

Huwelijksakte Moons-Lambrechts

Huwelijksakte van Petrus Florentius Moons en Joanna Catharina Lambrechts.
Bron: FamilySearch


 
Huwelijksakte Moons-Albrechts v

Huwelijksakte van Petrus Florentius Moons en Joanna Catharina Lambrechts (vervolg).
Bron: FamilySearch

 
Het kersverse bruidspaar besluit op de Fonteinstraat 61 in Borgerhout, de woonplaats van Florent, hun leven op te gaan bouwen. Vijf maanden later wordt op dit adres een dochtertje Joanna Catharina geboren. Lang zal het prille gezinsgeluk niet duren. Zeventien dagen na de bevalling verwisselt de nieuwbakken moeder het tijdelijke met het eeuwige. Over het lot van hun dochtertje verkeer ik op dit punt van het onderzoek nog in onzekerheid; zij lijkt niet op zeer jonge leeftijd te zijn overleden.

 

Geboorteakte Joanna Catharina Moons

Geboorteakte van dochter Joanna Catharina Moons.
Bron: FamilySearch


 
Overlijdensakte Joanna Carolina Lambrechts

Overlijdensakte van Joanna Carolina Lambrechts.
Bron: Stad Antwerpen (Met dank aan Deborah van den Berg voor de aanvraag en het aandragen van de overlijdensakte.)

 
Nou ben ik niet echt thuis in de Belgische militaire geschiedenis, maar er is één ding dat mij opvalt. Het lotingsbriefje vermeldt het nummer 860. Het extract van de Nationale Militie in de huwelijksbijlagen vermeldt het nummer 182. Ik kan mij niet aan de gedachte onttrekken dat Florent wellicht nummerwisselaar zal zijn geweest. Dat hij door een hoger lotnummer voor dezelfde lichting was uitgeloot en, tegen betaling, geruild heeft met iemand met een lager lotnummer om diens dienstplicht te vervullen. Inzage in zijn militaire dossier, gepland in het begin van het komende jaar, moet daar duidelijkheid in brengen.

 

Lotingsbriefje Moons

Lotingsbriefje met nummer 860.
Bron (bewerkt): © Guido van Gestel (Geplaatst met toestemming van de auteursrechthebbende.)


 
Extract Nationale Militie Moons

Extract Nationale Militie in de huwelijksbijlagen.
Bron: FamilySearch

 
Van de Belgische militaire memorabilia heb ik eveneens geen kaas gegeten en moet mij daarom baseren op informatie die digitaal te vinden is. Het insigne (met het cijfer 3) is van het Regiment Jagers. Het lijstje is versierd met het embleem van de Karabiniers Prins Boudewijn-Grenadiers, voorzien van de leus Parvi Sed Magni (Klein maar Dapper).
Tevens is aan het geheel een Herinneringsmedaille (1865-1905) aan de Regeringsperiode van Koning Léopold II toegevoegd. Aanvankelijk een Belgische civiele medaille, oorspronkelijk ingesteld op 21 juli 1905 ter herdenking van het 40ste regeringsjaar van koning Léopold II. Met de vermelding 1865-1905 op de keerzijde zou het gaan om het originele type uit 1905, dat volgens digitale bronnen toegekend werd aan ambtenaren als erkenning van bewezen eervolle diensten aan de staat tussen 1865 en 1905. Daar rijzen bij mij dan vraagtekens in het geval van Florent. Mijn hoop is gevestigd op een lezer(es) van dit artikel, die mij daar meer duidelijkheid over kan verschaffen.

 

Medaille Moons

Voor -en keerzijde van de medaille Koning Leopold II en het embleem van het Regiment Prins Boudewijn.
Bron (bewerkt): © Guido van Gestel (Geplaatst met toestemming van de auteursrechthebbende.)

 
Florent, die inmiddels aannemer is van beroep, loopt als weduwnaar een nieuwe liefde tegen het lijf. Het is de eenentwintigjarige Antwerpse Joanna Sidonia Van Regemorter, dochter van magazijnbediende Guilielmus Franciscus Van Regemorter uit Herenthals en Floralia Charlotta Debbaut uit Sint Nicolaas, met wie hij op 14 december 1912 in Antwerpen in het huwelijk treedt. Zo goed als een jaar later ziet op de Engelse Lei 40 een dochtertje Francisca Maria het eerste levenslicht.

 

Huwelijksakte Moons-Regemorter

Huwelijksakte van Petrus Florentius Moons en Joanna Sidonia van Regemorter.
Bron: FamilySearch


 
Geboorteakte Francisca Maria Moons

Geboorteakte van dochter Francisca Maria Moons.
Bron: FamilySearch

 
De Eerste Wereldoorlog breekt aan. Zoals zoveel Zuiderburen zoeken ook Florent en Sidonie met dochtertje Maria hun toevlucht in Nederland als Belgische vluchtelingen. In eerste instantie wordt het gezin op 4 januari 1915 opgevangen in Roosendaal, de plaats met het eerst bereikbare Nederlandse treinstation vanuit Antwerpen. Daar vindt een hereniging plaats met de ouders van Florent en zijn jongere zus en broers Joanna Carolina (Carolina), Franciscus (Frans), Edmundus Maria Joannes Baptista (Edmund) en Eduardus (Eduard), die anderhalve maand eerder dan Florent en zijn gezin huis en haard hebben verlaten. Beide gezinnen vertrekken op 5 februari 1915 naar Halsteren om, volgens de Rotterdamse gezinskaart, op 22 april van datzelfde jaar in Rotterdam aan de Feijenoorddijk 45b terecht te komen. Dit is het adres waar de volgende dochter haar aanmeldt, Carolina Augusta, geboren op 7 december 1917.
Na het einde van de oorlog keert Florent met zijn gezin op 21 december 1918 terug naar het oude vertrouwde Borgerhout. Zijn ouders en hun kinderen volgen op 4 januari van het jaar daarop.

Terugkomende op Florents eerste dochter Joanna Catharina; zij staat niet genoteerd op de Rotterdamse gezinskaart. Dat zou betekenen dat zij òf geen deel uitmaakte van het gezin òf reeds overleden was. Opmerkelijk is dan ook de uiteindelijke vondst in een index van Belgische vluchtelingen met de vermelding: ‘Joanna C. Moons. Geboren te Borgerhout op 14 maart 1908. Opvang Roosendaal. Vertrek naar Halsteren 5 februari 1915. Opmerking: Cidaoné Van Regemortes en Petrus ? Moons‘. Het heeft er toch alle schijn van dat het hier dochter Joanna Catharina betreft. Dat haar geboortedatum niet correct is, mag niet verontrustend worden genoemd. De geboortedatum van haar halfzusje Francisca Maria is eveneens onjuist vermeld. Het lijkt er dus op dat Joanna Catharina nog in leven was bij het vertrek naar Halsteren. Een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, maar zonder de betreffende originele documentatie te hebben ingezien vooralsnog een aanname. Het zoeken naar een eventuele overlijdensakte in de meest voor de hand liggende plaatsen levert in ieder geval niets op.

 

Moons, van Regemorter, Bevolkingsregister Rotterdam

Gezinskaart (voorkant) uit het bevolkingsregister van Rotterdam.
Bron: Stadsarchief Rotterdam


 
Moons, van Regemorter, Bevolkingsregister Rotterdam achterkant

Gezinskaart (achterkant) uit het bevolkingsregister van Rotterdam.
Bron: Stadsarchief Rotterdam


 
Geboorteakte Carolina Augusta Moons

Geboorteakte van dochter Carolina Augusta Moons.
Bron: Stadsarchief Rotterdam

 
Hoe het Florent en zijn gezin na deze periode vergaat, is via de digitaal weg door het ontbreken van openbaar toegankelijke primaire bronnen lastig, zo niet onmogelijk, te achterhalen. Om het één en ander na te kunnen trekken is een bezoek aan het archief ter plaatse noodzakelijk. Wel vermeldt het Felixarchief nog een registratie uit het concessiedossier:
Begraafplaats Sint-Fredegandus
Naam aanvrager concessie: Moons-Van Regemortel
Begindatum dossier: 26/12/1953
Ligging herkomst bestemming graf: Perk B, paal 17/18, naast Janssens-Van Leemput
Opmerkingen: Adres: Van Deynsestraat 51, Deurne
Overledene: Moons, Petrus, wed/Van Regemortel, Joanna
Geboorteplaats: Borgerhout
Geboortedatum: 08/03/1882

Dat Florent een speciaal plekje in iemands leven innam, moge duidelijk zijn. De zorgvuldig samengestelde inhoud van het lijstje als een soort van eerbetoon zijn decennia na zijn overlijden nog bewaard gebleven. Gekoesterd misschien wel. Totdat men anders meende te moeten besluiten.
In mijn optiek verdienen, op een hele hoge uitzondering na, onze voorouders het om meer te zijn dan alleen een registratie in de boeken. Een plekje op het wereldwijde web, in welke vorm dan ook, zou mooi wezen. Zeker niet op de vuilnisbelt! Natuurlijk heb ik er begrip voor, dat iemand die oude prullaria niet kan waarderen. Leg het in een lade. Geef het weg. Doneer het aan een museum, instelling of plaatselijke (historische) vereniging. Verkoop het desnoods aan een geïnteresseerde. Weggooien is nooit een goede optie!
 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel

Met speciale dank aan Guido van Gestel voor het aangedragen van afbeeldingen uit eigen collectie en de verleende toestemming voor het plaatsen daarvan en Deborah van den Berg voor het aanvragen en aandragen van documentatie via Stad Antwerpen.

Mocht u naar aanleiding van dit artikel informatie hebben over de verdere levensloop van Florent of zijn gezinsleden, dan kunt u contact met mij opnemen via het contactformulier.
 
 

 
Het echtpaar Christophorus Knowles en Sara Louwens is mij al jaren bekend. Over Christophorus zijn met name via zijn beroep als predikant wel gegevens te vinden, zij het mondjesmaat. Sara en haar familie daarentegen blijven in nevelen gehuld. Tot de herontdekking van een naam in een kerkregister; ooit al eens gelezen, maar er om onverklaarbare redenen nooit iets mee gedaan: ‘… waer voor Niclaes Piquenoij als neve’. Kijk, dat opent perspectieven. Had er een naam gestaan in de trant van Joannes Hendricksen dan waren we verder van huis geweest!

 

Huwelijksinschrijving van Christophorus Knauwels (Knowles) en Sara Louwens, Groningen 6 juni 1663.
Bron: Alle Groningers

 
De naam Niclaes Piquenoij is al snel gevonden in de variant Nicolaes Eliasz Pickenoy, een bekende kunstschilder van portretten en schuttersstukken en tevens taxateur van schilderijen. Met zo’n bijzondere naam zal hij ongetwijfeld familie zijn van ‘neef Niclaes’. Via hem is het wellicht mogelijk een link te leggen met de familie van Sara Louwens.

De ouders van Nicolaes Eliasz Pickenoy zijn de beide uit Antwerpen afkomstige wapen- en zegelsnijder Elias Claesz Pickenoy en Heijltgen d’Jonge, ook wel Pickhof, Pijckenaeij, Louwerens of Soen. Je zou al snel geneigd zijn om te denken, dat de naam Louwerens een connectie legt met de familie van Sarah Louwens. Toch lijkt dat vooralsnog niet het geval en moet er verder worden onderzocht.
Ten tijde van hun huwelijksinschrijving op 19 juli 1586 wonen Elias en Heijltgen in de Warmoesstraat achter de Oude Kerk. In deze kerk, gewijd aan de heilige Nicolaas, bisschop van Myra, wordt Nicolaes Eliasz (Pickenoy) op 10 januari 1588 gedoopt.

 

Ondertrouw Elias Pickenoy

Huwelijksinschrijving van Elias en Heijltgen; Amsterdam, 19 juli 1586.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Doop Niclaes, Amsterdam 10 januari 1588, zoon van Elijas Pietersz en Hijltgen Pickhof

Doop Nicolaes, zoon van Elijas Pietersz en Hijltgen Pickhof; Amsterdam 10 januari 1588 (Oude Kerk)
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Nicolaes komt in de leer bij, naar men zegt, de meest succesvolle portretschilder van de oudere generatie Cornelis van der Voort. Wanneer dit zich afspeelt is niet bekend, maar het vroegst gedateerde portret van Nicolaes stamt uit 1617, zo’n vier jaar vóór zijn huwelijk met de Amsterdamse Levina Bouwens, dochter van Lieven Bouwens en Sara Gerrits van Tricht. Nicolaes en Levina gaan op 24 maart 1621 in ondertrouw; de huwelijksvoltrekking volgt op 27 april in de Nieuwekerk.

 

Ondertrouw Nicolaes en Levina

De huwelijksafkondiging van Nicolaes Elias en Levina Bouwens.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
In het kader van vernoemingen is de naam Sara een mooie aanwijzing om het echtpaar Lieven Bouwens en Sara Gerrits van Tricht eens onder de loep te nemen. Dat levert uiteindelijk een interessante huwelijksafkondiging op. Die van dochter Magdalena Bouwens met de predikant Abelus Lauwens uit Loppersum. Daar komt de naam Lauwens of Louwens in beeld! Bovendien vermeldt de inschrijving: ‘… ende Magdalena Bouwens van Amsterdam, out 28 Jaeren, geen ouders hebbende, geassisteert met haer suster Levina Bouwens, woonende opde Oudezijds Voorburgwall‘. Dat maakt Nicolaes Eliasz Pickenoy dus de aangetrouwde oom van Sara Louwens. Dit familieverband wordt overigens bevestigd in enkele Amsterdamse notariële akten.

 

Ondertrouw Magdalena Bouwens

De huwelijksafkondiging van Abelus Lauwens en Magdalena Bouwens.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Verder met de zoektocht naar neef Niclaes. Nicolaes en Levina blijven na hun trouwen in de buurt van de Oude Kerk wonen op de hoek van de Oudezijds Voorburgwal en de Arend Jacobsz Steeg of Duifjessteeg. Hier worden acht van hun tien kinderen geboren, waaronder een zoon Nicolaes, die op 2 februari 1634 in de Oude Kerk is gedoopt. Neef Niclaes lijkt gevonden!

 

Doop Nicolaes, Amsterdam 2 februari 1634 Oude Kerk NH

Doop Nicolaes, zoon van Nicolaes Elijasz en Levina Bouwens; Amsterdam, 2 februari 1634 (Oude Kerk).
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Dan rijst al snel de vraag wat deze neef eigenlijk in Groningen deed om aanwezig te kunnen zijn bij de huwelijksinschrijving van Christophorus Knowles en Sara Louwens. Tegenwoordig is de reis van Amsterdam naar Groningen prima te doen, maar destijds moet dit een hachelijke onderneming zijn geweest. Het antwoord daarop heb ik niet kunnen vinden. Wel een Groningse huwelijksinschrijving van Nicolaus Picquenoij van Amsterdam en Geertruit Jans van Anloo, weduwe van Simon Spanuijt. Zij trouwen op 22 november 1671 in de Broerkerk.

 

Huwelijksinschrijving Nicolaus Picqenoij

Huwelijksinschrijving van Nicolaus Picqenoij en Geertruit Jans.
Bron: Groninger Archieven

 
Gaandeweg ben ik nieuwsgierig geworden naar het leven van neef Nicolaes. Aangezien er weinig over hem te vinden valt, besluit ik dan ook maar de levensloop van zijn vader verder te volgen om op die manier zijdelings een aantal decennia uit het leven van neef Nicolaes mee te krijgen.

Nicolaes Eliasz Pickenoy is in 1629 en 1634 overman van het Amsterdamse Sint Lucasgilde van kunstenaars en kunstambachtslieden, gezeteld in de Waag. In 1637 koopt de inmiddels populaire kunstschilder het grote huis op de hoek van de Sint Antoniesbreestraat, de huidige Jodenbreestraat, en de Zwanenburgwal. Oorspronkelijk is dit het huis en atelier van leermeester Cornelis van der Voort. Na het overlijden van Cornelis in 1624 wordt de inventaris geveild en zijn kunsthandel overgenomen door Hendrick Uylenburgh, kunsthandelaar en neef van Rembrandts vrouw Saskia. Dit pand, gelegen in het centrum van de Amsterdamse kunstmarkt, zal gedurende enkele decennia dan ook bekend staan als portretwinkel en schilderswerkplaats.

 

Nicolaes Eliasz Pickenoy, zelfportret (1627)

Nicolaes Eliasz Pickenoy, zelfportret (1627).
Bron: Wikimedia (Licentie: Public Domain)

 
Rembrandt van Rijn wordt in 1639 zijn nieuwe buurman. Hij komt naast Nicolaes wonen in het grote koopmanshuis, het huidige Rembrandthuis. De huizen van Rembrandt en Nicolaes zijn gunstig op het noorden gelegen en dus uitermate geschikt om als werkplaats te dienen voor portretten en grote schuttersstukken.

 

De huizen van Rembrandt en Nicolaes

Links de huizen van Rembrandt en Nicolaes met op de achtergrond de Zuiderkerkstoren.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
De beide buurmannen krijgen in 1639, samen met nog enkele kunstenaars, ieder de opdracht om een groepsportret van een schutterscompagnie voor de nieuwe Grote Zaal van de Kloveniersdoelen te maken. Voor Rembrandt wordt dit ‘Officieren en andere schutters van wijk II in Amsterdam onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch’ (1642), beter bekend als ‘De Nachtwacht’ en voor Nicolaes ‘Officieren en andere schutters van wijk IV in Amsterdam onder leiding van kapitein Jan Claesz van Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde’ (1642). Nicolaes ontvangt hiervoor van zijn opdrachtgevers zo’n zestig gulden per persoon.
De beide schuttersstukken hebben een behoorlijk forse afmeting. Het vermoeden bestaat dat Rembrandt zijn ‘Nachtwacht’ buiten onder een afdak op zijn binnenplaats heeft geschilderd. Na voltooiing is het schilderij in opgerolde staat via een vrije uitgang onder het huis van buurman Nicolaes tot de Zwanenburgwal naar buiten gebracht. Waarschijnlijk heeft Nicolaes zijn schuttersstuk in zijn eigen werkplaats vervaardigd. Deze werkplaats zal dus hoger en groter zijn geweest dan die van Rembrandt.

 

Officieren en andere schutters van wijk IV te Amsterdam onder leiding van kapitein Jan Claesz van Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde.

Officieren en andere schutters van wijk IV in Amsterdam onder leiding van kapitein Jan Claesz van Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde door Nicolaes Eliasz Pickenoy.
De kapitein en de luitenant zijn gezeten, om hen heen staan de schutters, in het midden de vaandrig. Vermoedelijk bevinden zij zich voor de brouwerij ‘De Zwaan’. De schutters zijn: Jan Witsen, Hillebrant Bentes, Andries Dircksen van Saane, Jan Bentes, Willem Simonsz Moons, Jan Huybertsen Codde, Roelof Roelofsen de Lange, IJsbrant van de Wouwer, Johannes Looten, Ulrich Petersen, Jacob Bleyenberch, Pieter Harpertsen, Pieter Tonneman, Evert Huibertsen Krieck, Hendrik Jansen van As en Nicolaes Kuysten. De schutters zijn bewapend met pieken, hellebaarden, lansen en geweren.
Bron: Rijksmuseum (Licentie: Publiek Domein)

 
Het is bekend dat Nicolaes er een trage werkwijze op nahoudt. Op het moment dat hij benaderd wordt voor een opdracht kan hij daar om die reden dan ook geen tijd voor vrijmaken aangezien hij nog werkt aan een schuttersstuk. De opdracht gaat vervolgens via de ‘schilderswinkel’ van Hendrick Uylenburgh naar Rembrandt en zal bekend worden als ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’ (1632).

Zijn trage manier van werken leidt tevens tot een weddenschap tussen zijn vroegere leerling Bartholomeus van der Helst en de apotheker Pieter Harperts, die op het schuttersstuk voor de Kloveniersdoelen staat afgebeeld. Bartholomeus stelt dat Nicolaes niet in staat zal zijn om te zorgen dat het schilderij ‘op den achtentwintichsten Julij volmaeckt soude opgehangen sijn opde Cluijveniersdoelen deser stede‘. Pieter heeft er alle vertrouwen in dat het Nicolaes wel gaat lukken. De inzet is ‘een stuck schilderij met verscheijden conterfeijtsels’, dat Bartholomeus voor de apotheker gaat maken. Mocht de schilder de weddenschap verliezen, dan hoeft de apotheker het schilderij niet te betalen. Verliest de apotheker daarentegen de weddenschap, dan is hij de schilder het dubbele van de eerder overeengekomen prijs verschuldigd.
Zoals gebruikelijk wordt de weddenschap vastgesteld bij notariële akte. Op 19 juli 1642 worden op verzoek van Pieter Harperts twee kistenmakers opgetrommeld om voor notaris Cornelis Tou een getuigenis af te leggen. Zij verklaren dat ‘… nu eenige dagen geleden in(de) Nieuwe Cluveniersdoelen opd(e) groote sael gebracht ende door haer get(uijgen) in sijn vollen lijsten vastgeset is de schilderije, oft contrafeitsel van(he)t corporaelschap van de heer Capiteijn Jan Claesz van Vlooswijcq, gelijck ick notaris voornoumt, ende de ondergeschreven getuijgen op huijden (he)tselve in sijn volle forme ende lijsten gesien ende bevonden hebben.

 

Notariele akte 19 juli 1642

Notariele akte van 19 juli 1642; verklaring van twee kistenmakers.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

Over wie de weddenschap gewonnen of verloren heeft ontstaat uiteindelijk een ‘questie’. De schilders Thomas Keijser en Harculus Sandertsz worden als scheidsrechters ingezet om de zaak te beslechten. Op verzoek van de apotheker verklaart Nicolaes op 2 oktober 1642 voor notaris Cornelis Tou dan ook dat hij ‘… opden 10den dach der lestleden maent Julij opd(e) Nieuwe Cluijveniersdoelen heeft doen brengen seecker schilderij van een corporaelschap van Capiteijn Vlooswijcq bij hem getuijge geschildert ende dat hij getuijge opden 28e der selver maent Julij noch oock daerna, jae selfs eenige dagen daer te vooren aen de gemelte schilderij niet verandert, oft ijets aen geschildert heeft, maer dat het selve stuck all voorden 16e Julij voors(eg)t alsoo volmaeckt was als de geconterfeijte persoonen selffs begeert en geordonneert hebben.’.

 

Notariele akte 2 oktober 1642

Notariële akte van 2 oktober 1642; getuigenis van Nicolaes Elias.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Nicolaes verkoopt uiteindelijk het hoekhuis in 1645 aan de Portugese koopman Daniel Pinto voor negenduizend gulden. In 1648 wordt in de huwelijksinschrijving van zijn dochter Elijsabeth (Lijsbet) vermeld dat hij woonachtig is op de ‘Connixgracht’, de tijdelijke benaming voor de Singel in de zeventiende eeuw, als eerbewijs aan Koning Hendrik IV van Frankrijk.

 

Nicolaes Elias notariele akte

Notariële akte d.d. 26 mei 1645: verkoop van het huis op de Sint Antoniesbreestraat.
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Ondertrouw Lijsbet Claes Pickenoij

Huwelijksafkondiging van dochter Lijsbet Claes Pickenoij en Michiel Heijden. Lijsbet, woonachtig op de ‘Connixgracht’, wordt bijgestaan door haar vader Claes Elias.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Wanneer Nicolaes is overleden is vreemd genoeg niet bekend. Op 30 mei 1650 wordt hij nog samen met de schilder David Colijn vermeldt als taxateur van schilderijen betreffende een boedelbeschrijving in een akte van notaris Jacob Jansz Westfrisius, een dag later ondertekend door beide heren. Volgens diverse bronnen zou de naam van zijn vrouw Levina opduiken in een akte van oktober 1656, zijnde zijn weduwe. Daar kan ik geen enkele (passende) registratie van vinden. Dezelfde bronnen verklaren dat Levina op 29 november 1662 op het Amsterdamse Karthuizer Kerkhof begraven is. Ook dat is mogelijk, maar ik ben er niet volledig overtuigd dat deze registratie Levina betreft.

 

Notariele akte 30 mei 1650

Op 31 mei 1650 leefde Nicolaes Eliasz Pickenoy nog.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 

Leijsbeth Bouwens begraafregister

Naar men beweert zou dit de begraafregistratie van Levina Bouwens zijn.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

 
Deze zoektocht toont maar weer aan hoe belangrijk het kan zijn om tijdens familieonderzoek aandacht te besteden aan elke naam in een registratie. Het legt soms familieverbanden bloot, waar je vooraf geen enkele weet van had. Dankzij de vermelding van neef Nicolaes Pickenoij heb ik nu, ruim driehonderdvijftig jaar later, aansluiting gekregen op nog eens tweehonderd jaar Groningse familiegeschiedenis.
 
 
Tekst: Uit de oude Koektrommel
Bronnen: Scriptio, Rembrandthuis, Carleton, Wikipedia, Library UU en Wikipedia
 
 

 
Mijn Engelse voorouder Richard Knowles is een nazaat van de roemruchte familie Knollys, uitgesproken als ‘Knowles’. Hele boekwerken zijn er geschreven over deze familie; van spannende ridderverhalen tot smeuïge intriges aan het Engelse hof en alles wat er tussenin zit. Zoveel er over de familie bekend is, zo relatief weinig is er over Richard en zijn gezin te vinden.

Richard is handschoenmaker van beroep en werkt in 1630 in die hoedanigheid in de Groningse Popkenstraat. Het huwelijk van Richard en zijn aanstaande bruid Francijntie Perin wordt op 21 augustus 1630 in Groningen en op 27 augustus 1630 in Amsterdam ingeschreven. De kerkelijke inzegening volgt in de Engelse Presbyteriaanse kerk van Amsterdam op 7 oktober 1630. Gebaseerd op de gegevens in de Amsterdamse inschrijving moet zijn geboortejaar rond 1601 liggen.
Als plaats van herkomst wordt voor Richard in het register van Groningen ‘Kintum’ aangegeven en in het register van Amsterdam iets in de trant van ‘Kyntun’. Mogelijk wordt hier Kingston upon Thames (Surrey), Kington (Herefordshire) of Kineton (Warwickshire) mee bedoeld. Deze streken komen namelijk ook voor in de geschiedenis van de familie Knowles of Knollys. Echter, er zijn aanwijzingen tijdens lopend onderzoek, die lijken te wijzen richting Kingston upon Hull (Yorkshire).
Francijntie wordt rond 1610 geboren in Vlissingen en bij de inschrijving in Amsterdam geassisteerd door haar moeder Cathalijn Jonas. Zij had in ieder geval nog een twee jaar jongere broer Dirck, geboren in Vlissingen en van beroep handschoenmaker in Amsterdam. Dirck trouwt in 1632 met de uit Londen afkomstige Marritie Stoffels Jonas, dochter van Christoffel Jonas. In hoeverre Cathalijn en Christoffel aan elkaar verwant zijn is (nog) niet duidelijk. Opvallend is wel dat Richard en Francijntie een zoon Christophorus hebben genoemd.

 

Ritsart Knowles en Francijntien Perin

Huwelijksinschrijving van Richard Knowles en Francijntie Perin; Groningen 21 augustus 1630.
Bron: AlleGroningers


 
Huwelijksaankondiging Richard Knowles en Francijntie Perin

Huwelijksinschrijving van Richard Knowles en Francijntie Perin; Amsterdam 27 augustus 1630
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
Huwelijk Richard Knowles en Francijntie Perin

Huwelijk van Richard Knowles en Francijntie Perin in de Engelse Presbyteriaanse Kerk te Amsterdam op 7 oktober 1630.
Bron: FamilySearch

 
Richard en Francijntie krijgen, voor zover bekend, vier zonen en twee dochters: Hendrick, Jacobus, Christophorus, Samuel, Nathanaël, Cateleijntie en Hanna. Van de oudste drie kinderen heb ik geen doopregistratie kunnen achterhalen. Bovendien zit er een hiaat tussen de eerste drie kinderen en het vierde kind. Het is niet onmogelijk dat zij in Engeland zijn geboren.
De oudste zoon Hendrick trouwt in 1649 met Trijne Joesten. De huwelijksinschrijving van 17 maart 1649 vermeldt ‘Hendrick Knauwels van Londen in Engelant’. Zoon Jacobus is in 1651 ordinaris bode van Groningen op Londen. Op 18 maart 1662 gaat hij in Groningen in ondertrouw met Jannichjen Tobias van Tennez. Van zowel Hendrick als Jacobus heb ik na hun huwelijk niets meer kunnen vinden.

 

Huwelijksinschrijving Hendrick Knowles

Huwelijksinschrijving van ‘Hendrick Knauwels van Londen in Engelant’ en Trijne Joesten; Groningen, 17 maart 1649.
Bron: AlleGroningers

 
De beide broers Christophorus en Nathanaël kiezen voor het beroep van predikant. Christophorus trouwt in 1663 in Groningen met Sara Louwens, aangetrouwde nicht van de bekende kunstschilder Nicolaes Eliasz Pickenoy (zie ook: Neef Niclaes Piquenoij). Het huwelijk wordt op 6 juni 1663 ingeschreven. Hij wordt als predikant beroepen in Uitwierde en later in Farmsum, alwaar hij op 23 mei 1690 wordt begraven.
Nathanaël wordt op 26 april 1643 in de Groninger Martinikerk gedoopt. Het gezin woont dan in de Boteringestraat. Van Nathanaël is bekend dat hij vanaf 1661 filosofie heeft gestudeerd aan de Universiteit van Groningen. Hij trouwt op 30 april 1673 in de Groninger Martinikerk met Maria Sibelius, dochter van Adolphus Sibelius, in leven predikant te Warfhuizen en Warffum. In 1683 vertaalt hij uit het Engels: Richard Baxter; De rechte maniere van doen, om aan een geruste conscientie te geraken, In 32 bestieringen, dat hij opdraagt aan Conraedt Ellents, onvanger-generaal van Drenthe en de heerlijkheid Coevorden en diens vrouw Anna Geertruidt Sichman en in 1685 Richard Baxter; Het goddelyke leven in drie verhandelingen. Vanaf november 1672 tot aan zijn overlijden op 15 september 1700 zal Nathanaël als predikant werkzaam zijn in Anloo. (Zie ook: Predikant Nathanaël Knowles)

Zoon Samuel en dochter Cateleijntie vestigen zich in Amsterdam. Samuel, gedoopt op 28 april 1641 in de Groninger A-Kerk, koopt op 10 mei 1664 het Amsterdamse poorterschap en wordt wijnkoper en wijnverlater. Hij gaat op 22 februari 1664 in ondertrouw met de Amsterdamse Elisabeth Goethand en zal tot zijn overlijden in Amsterdam blijven wonen. Samuel wordt begraven in de Zuiderkerk op 6 november 1666. (Zie ook: Wijnverlater Samuel Knowles)
Cateleijntie wordt op 13 februari 1646 in de Groninger A-Kerk gedoopt. Het gezin woont dan nog steeds in de Boteringestraat. Op 20 januari 1666 wordt in Groningen haar huwelijk met de uit Antwerpen afkomstige Pieter Ariacus (ook wel Adriaensz) ingeschreven. De inschrijving vermeldt ‘Catelina Knauwels waer voor Ritser Knauwels als vader’. Na hun huwelijk vertrekt het stel naar Amsterdam. Hun eerste kind wordt vernoemd naar de dan al overleden broer Samuel. Opvallend bij de doop van zoontje Samuel is de naam van de doopgetuige Elisabet Knouwels. Aangezien bij de doop van zijn zusje Jannetie als getuigen vermeld worden Franscijntie Pirein en Nathaniel Knouwels, lijkt het haast voor de hand liggend dat Elisabet Knouwels ook een direct familielid zal zijn.
Dochter Hanna heb ik na haar dopen op 26 november 1648 in de Groninger A-Kerk nergens meer kunnen traceren.

 

Huwelijksinschrijving Cateleijntie Knowles

Huwelijksinschrijving van Pieter Ariacus en Cateleijntie Knowles, waarin haar vader nog wordt genoemd. Groningen, 20 januari 1666.
Bron: AlleGroningers

 
Richard en Francijntie wonen met zekerheid tussen 1641 en 1648 in de Boteringestraat in Groningen, alwaar hij winkelier is en koopman. Richard wordt in enkele Rotterdamse notariële akten vermeld.

De eerste akte stamt uit 1642 (Notaris Adriaen Kieboom) en betreft een machtiging. Ritchard Chambres, gemachtigde van de in Engeland wonende Engelse koopman Anthonij Flitchert, machtigt Ritchard Knoules, wonende te ‘Groeningen in Vrieslandt’, om te eisen dat de boete van 5000 gulden wordt betaald die het Gerecht van Leeuwarden heeft opgelegd aan Rombart Siccaman, koopman te Leeuwarden, op een eis van Anthonij Flitchert. De machtiging dateert van 24 september 1640. (De omgerekende koopkracht van fl. 5000,00 ligt momenteel rond € 60.163,44)

 

Notariële akte Rotterdam 17 augustus 1652

Notariële akte uit Rotterdam, d.d. 17 augustus 1652.
Bron: Stadsarchief Rotterdam

Transcriptie:
‘Opten XV-den April anno XVJc(ent) twee ende veertich Compareerde voor mij Adriaen Kieboom Notaris publijcq etc mr. Ritchard Chambres als procuratie hebbende van mr. Anthonij Flitchert Engels coopman tegenwoordich wonende in Engelandt, sijnde de delve procuratie gepasseert voor mij notaris ende seeckere getuijgen, in dato den XXIIIJ-en Septemb(er) XVJc(ent) veertich, de welcke v(an)uijt crachte vande generale clausule van substitutie inde voors(egte) acte van procuratie geinsereert, geconstitueert ende machtich gemaeckt heeft, sulcx hij doet bij dese mr. Ritchard Knoules coopman wonen(de) tot Groeningen in Vrieslandt omme v(an)uijt den naem ende van wegen hem Comparant opt spoedichste ter executie te stellen soodanige sententie, als den voornoemden Ritchert als eijsscher heeft geobtineert voorden E(dele) Hove ofte Gerechte van Leeuwaerden, tot laste van Rombart Siccaman coopman wonende tot Leeuwaerden voorschreve, Ende dat ter somme van vijftich hondert gulden metten Intresse vandien, de penningen te ontfangen quirtantie vansijnen ontfangen te geven, Een ofte meer p(er)soonen te mogen substitueren, Ende voorts alles anders te doen handelen, Ende procureren, dat hij comparant selffs present sijnde soude connen ofte mogen te doen alwaert dat de saeck naerder Ende speciaelder bevel requireerde dan voors(egte) stadt, Belovende voor goet vast ende van waerden te sullen houden ende doen houden dat bijde geconstitueerde ofte desselffs gesubstitueerde off gesubstitueerdens in desen gedaen ende gehandelt sal werden Inder verbandt desen
Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie van Jan Troost ende Coen van Praet als get(uijg)en hier toe gerequireert die dese mede ondert(ekent) hebben.’

De tweede notariële akte (Notaris Adriaan Kieboom) van 2 augustus 1647 ziet er wat minder rooskleurig uit voor Richard. De Engelse koopman Rogier Hartley machtigt doctor Johannes Meijnts te Groningen om 106 pond te innen van Ritchard Knowles, wonende te Groningen.

 

Notariële akte Rotterdam 2 augustus 1647

Notariële akte uit Rotterdam, d.d. 2 augustus 1647.
Bron: Stadsarchief Rotterdam

Transcriptie:
‘Opten ij-den augusti anno XVc(ent) sevenendeveertich compareerde voor mij Adriaen Kieboom etc mr. Rogier Hartley Engels coopman binnen deser Stede mij notaris bekent, de welcke bij desen verclaert te constitueeren ende machtich te maecken d’E(dele) heer Doctor Johannis Meijnts wonende tot Groeningen specialick omme van wegen den comparant te eijsschen innen ende ontfangen van Ritchard Knowles mede wonende tot Groningen d’ somme van een hondert ses ponden veertien schellingen acht grooten Vlaems, met den interesse vandien volgens de voorn(oemde) obligatie, Quirtantie vanden ontfang te geven, bij vertreck uutstel ofte dilaij in rechten t’ ageren daert behooren sal, domicilie te kiesen, den eedt van calumniae ende alle eeden die ’t recht admitteert te presteren, alle termijnen soo substantiael als accidentael te houden ende observeren ad lites in omnibus et contra omnes cum potestate substituendi in communi forma in rechten te concluderen te submitteren transigeren ende accorderen, sententie ende uutspraecke te versoucken ende aenhooren pronunchieeren, de voordelige t‘ acquiesceren ende tot executie te stellen op parsoon ende goederen, vande nadelige te appelleren reduceren off reserveren d’ voors(egte) executie appellatie reductie off reformatie te vervolgen ten uuteijnde toe, oock daer van te renunchieren off desisteren soo sijnen goeden raedt gedragen sal, voorts etc alwaert etc belovende etc ende verbant etc
Aldus gedaen ende gepasseert ten comptoire mijns notaris opte Groote Merckt ter presentie van Gijsbrecht Meercassel, ende Johan de Decker als getuijgen hier toe gereq(uireer)t, die dese mede ondert(ekent) hebben’

De volgende notariële akte (Notaris Johan van Weel) van 1 juli 1651 lijkt in eerste instantie vrij algemeen te zijn. Toch blijkt een jaar later, dat ook Richard een schuld heeft openstaan bij William Sc(h)apes. William Scapes, Engels koopman van de Sociëteit der Marchands Avonturiers van de Engelse natie te Rotterdam, machtigt Joseph Denman, eveneens Engels koopman van deze sociëteit, om in de Verenigde Nederlanden bij zijn debiteuren al zijn openstaande schulden te vorderen en innen, vanwege geleverde waren en koopmanschappen. Alle noodzakelijke stappen moeten hiertoe worden ondernomen.

 

Notariele akte Rotterdam 1 juli 1651

Notariële akte uit Rotterdam, d.d. 1 juli 1651
Bron: Stadsarchief Rotterdam

Transcriptie:
‘Op heden den eersten julij inden Jare XVJc(ent) een ende vijftig Compareerde voor mij Joannes van Weel openbare Not(a)r(i)s etc. Mr. William Scapes Engels Coopman vande Societeit der Marchands Avonturiers vande Engelsche natie hier ter Stede, mij Notaris bekendt Ende heeft bij Comparant inder bester ende bestendigster maniere hem eenigsints doenelic sijnde absolutelijk last gegeven volmagtig gemaekt ende in sijn plaets gestelt sulx hij doet bij desen Mr. Joseph Deman mede Engelsch Koopman der voors(egte) societeijt, specialijk omme uijt den name ende van wegen hem Comp(aran)t hier in dese Vereenigde Nederlanden, geassocieerde landschappen, Steden en(de) leden vandien ende elders daer ontrent van allen ende eenen int gelijken die aen hem Comparant alreede schuldich zijn, ende naer desen nog schuldig souden mogen comen te werden te eijsschen vorderen ende ontfangen, soodanige sommen van penningen (als elk vande selve ter sake van gekogte ende geleverde waren ende coopmanschappen als andersints soo volg(ende) sijn Comp(aren(ts register off schuldboek als Obligatien ende bescheiden t’ sijn Comp(aran)ts behoeve verleden gepass(eer)t ende geteikent daer van de voornoemde gevolmachtigde respectivelic d’Origenele extracten ofte copien aucthentijcq sal werden overgelevert) aen hem Comp(aran)t deugdelijk schuldig is, quitantie van zijnen ontfang te geven, en(de) in cas d’een of d’ander van sijn Comp(aran)ts debiteuren sulx weijgeren of eenich uijtstel nemen, indien gevalle ider vande selve met de cortste geoirloofde wegen van justitie tot betalinge van heur lieder respective schult alsmede van alle costen schaden en(de) interessen, die hij Comp(aran)t doorde non voldoeninge vandien alreede heeft gehadt gedaen ende geleden ende nog sal connen te hebben te doen ende lijden te constringeren Domiciliae of woonstede te kiesen, de gene die hem voorde costen vanden processe borge sal stellen te beloven te sullen ontheffen, ontlasten ende bevrijden, mitsgaderen costeloos ende schadeloos te houden soo wel in als buiten regte, Onder verbant in desen volg(ende) den eed de Calumniae ende dat hem Comp(aran)t de respective sommen van penningen, die hij van elk sijne debiteuren ter sake ende volg(ende) sijn register is eijschende deugdelic ende opregt is competerende, in zijn Comparants Ziele te presteren, alle dagen ende termijnen van regte soo nootsakelijke als toevallige int’ eijschen ende verweren te houden ende waer te nemen, vonnisse soo ten principale als provisioneel te versoeken ende hooren uitspreken, de voordelige vonnissen aen te nemen, ende ten uijttersten sonder ophouden te doen recuteren, ende vande nadeelige te mogen appelleren of reformeren, op comparitien ad bonos te compareren, ende aldaer ofte andersints met ider van zijn Comp(aran)ts debiteuren te mogen accorderen Coopmanschappen ende waren in te coopen ende vercoopen

Alles soo ende zulx d‘ voornoemde gevolmagtichde ten besten oirbaer ende meesten voordeel van hem Comparant raedsaemst vinden ofte de sake vereijsschen sal, met magt ook omme een of meer voorspraken of voorsorgen van saken die voor den regter bedient vervolgt of waergenomen moeten werden tot regtsvorderine in sijn stede te mogen stellen ofte tot zijne hulpe bij hem te nemen, ende voorts generalijk desen aenga(ende), ende wa daer aen beleven mach, allen anderen te mogen doen handelen ende verrichten, gelijk hij Comp(aran)t alomme bij aen ende over sijnde, selfs soude connen ende mogen doen alwaert ook soo dat tot desen speciaelder of naerder last vereist wiert dan voors(egt) is welke naerderete vereisschen last hij Comp(aran)t verclaerde in desen te houden als geschreven ende t’ eenemael verhaelt, Belov(ende) voor goet vast aengenaem ende onverbrekelic van waerden te sullen houden ende doen houden alle tgene bijde voornoemde gevolmachtigde in desen gedaen ende gehandelt sal werden allen onder verbant van zijn Comp(aran)ts persoon ende goederen, geen uijtgesegt. Behoudelic dat de voornoemde gevolmachtigde gehouden blijft van sijnen ontfang ende handelinge tot allen tijde daer toe versocht zijnde te doen deugdelijke rekeninge ende bewijs, mitsgaders t’ cort off slot vandien op te leggen ende betalen, voor het doen van welke rekeninge ende oplegginge d’ voornoemde gevolmagtigde neffens de aenvaerdinge vanden last deser procuratie sijn persoon ende goederen sal sijn verbindende, versoek(ende) aen mij Notaris hier van te maken ende uijttegeven een of meer affgiffen in behoorlic maniere, alles sonder bedrog, Gedaen ende gepasseert binnen Rotterdam voors(egt) in presentie van Thomas Armiger ende Joannus van Lodenstein clercq mijns Notarii als getugen’

Uit de notariële akte van 17 augustus 1652 (Notaris Jacobus Delphius) valt op te maken dat Richard over de brug moet komen. Koopman Joseph Denman, op 1 juli 1651 voor notaris Johannes van Weel gemachtigd door koopman William Schapes, machtigt Sijmon van Hoornbeeck, koopman te Groningen, om van de Groningse winkelier Ritchert Knowles zijn tegoeden te vorderen.

 

Notariële akte Rotterdam 17 augustus 1652

Notariële akte uit Rotterdam, d.d. 17 augustus 1652.
Bron: Stadsarchief Rotterdam

Transcriptie:
‘Op huijden den xvij-den Augusti Anno 1652 Compareerde den mr. Joseph Denman Coopman binnen deser Stede Rotterer(dam) ende verclaerde hij Comp(aran)t uijt Crachte vand’ Clausule van substitutie geinsereert in de procuratie van date den j-e Julij 1651 den bij mr. William Schapes mede Coopman voor de not(ari)s Johannes van Weel ende sekeren getuijgen alhier aen hem Comp(aran)t is gegeven ende verleden, gesubstitueert ende in zijne plaetse gestelt te hebben, zooals hij doet bij dese p(a)r Sijmon van Hoornbeeck Coopman tot Groningen, specialic omme t’zij metter nimme ofte bij wegen ende middelen van justitie te vorderen innen ende onder zijne quitantie te ontfangen van Ritchert Knowles winckelier aldaer, alsulckx zomme van pen(ningen) ende mette Costen schaeden ende Intressen daeromme alrede gehadt gedaen ende geleden ende noch te doen te hebben dese bijden als den voors(egte) William Schapes volgens de obligatien, ende rekeninge daer van zijnde ten laste van d’selven Ritchert Knouwels zijn Competerende resterende met macht den procur(atie) ad lites te gebruijcken ende voorts inde alsulcke ende d’selve macht als aen hem Substituant bij den voors(egte) Schapes in voors(egte) procuratie is verleent, Belovende van waerden te houden alle t’gene bij den voorn(oemde) zijnen gesubstitueerden, uijt Crachte deses zal werden gedaen, onder allen verbande als van rechten daer toe staende behoudelic rekenende de reliqua des versocht zijnde als nae behooren, Consenterende hier van acte Aldus gedaen ende gepasseert binnen dese Stadt Rotterer(dam) ter presentie van Huijch Corn(elis) Venendael ende Johannes Sluijtter mijnen clercq als getuijgen hier toe gereq(uireer)t

Toch zal het één en ander weinig impact op de financiële situatie van Richard en Francijntie hebben gehad, aangezien van een aantal zonen bekend is dat zij aan de Universiteit hebben gestudeerd; destijds een dure aangelegenheid. Hoe het leven er hierna voor Richard en Francijntie heeft uitgezien is mij onbekend. Richard wordt dus nog vermeld in de huwelijksinschrijving van dochter Cateleijntie, wat maakt dat hij overleden moet zijn na 20 januari 1666. Wellicht dat Richard voor 4 april 1674 is overleden. Dan wordt de zoon Richardus van Nathanael en Maria geboren. Mogelijk is deze zoon naar Richard vernoemd.
Francijntie is nog getuige geweest bij de doop van Jannetie, de dochter van Pieter Adriaensz en Catalena Knouwels. Dat maakt dat zij overleden moet zijn na 3 augustus 1668.
 
 
Tekst: © Uit de oude Koektrommel